In de discussie over het aantal uren lichamelijke opvoeding (LO) in het kleuter- en het basisonderwijs die de voorbije weken in Sport/Voetbalmagazine gevoerd werd, wenst minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal Smet te benadrukken dat het belangrijk is dat jongeren de nodige middelen en mogelijkheden hebben om aan sport te doen. "Ik ben ervan overtuigd dat lichamelijke opvoeding op school de nodige aandacht verdient." Maar, merkt hij op: het is de bevoegd...

In de discussie over het aantal uren lichamelijke opvoeding (LO) in het kleuter- en het basisonderwijs die de voorbije weken in Sport/Voetbalmagazine gevoerd werd, wenst minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal Smet te benadrukken dat het belangrijk is dat jongeren de nodige middelen en mogelijkheden hebben om aan sport te doen. "Ik ben ervan overtuigd dat lichamelijke opvoeding op school de nodige aandacht verdient." Maar, merkt hij op: het is de bevoegdheid van de scholen zelf. "Vandaag kan elke school autonoom beslissen hoeveel lestijden ze in het kleuter- en het lager onderwijs besteedt aan lichamelijke opvoeding en dat hoeft niet beperkt te blijven tot wekelijks twee lestijden zoals dat in de meeste scholen blijkbaar het geval is", stelt hij duidelijk. "De aanvullende lestijden LO die een school toegewezen krijgt, dienen wel steeds voor lichamelijke opvoeding gebruikt te worden en er moet voor gezorgd worden dat de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen voor lichamelijke opvoeding gerespecteerd worden. Maar hoeveel lestijden er voor lichamelijke opvoeding uit het lessenpakket gehaald worden, behoort tot de bevoegdheid van het schoolbestuur. Dat bepaalt na overleg binnen de geëigende overlegorganen de prioriteiten en bouwt voor de leerlingen een lessenrooster uit dat gericht is op een harmonische ontwikkeling, rekening houdend met de pedagogisch-didactische uitgangspunten van het gevolgde leerplan en de ontwikkelingsdoelen en eindtermen. De school bepaalt immers zelf de indeling van de lessen en het programma dat gevolgd moet worden. Schoolbesturen hebben elk het recht om zonder inmenging van de overheid de organisatie en de werking van hun scholen te bepalen. Zij leggen zelf de inhoud van het basisonderwijs vast en zijn vrij hun eigen pedagogische en onderwijskundige methodes te kiezen. De overheid kan daar niet in tussenkomen. "Hoe lessen concreet worden georganiseerd, is dus een zaak van de school, die er wel voor moet voor zorgen dat de leerlingen op het einde van het basisonderwijs de eindtermen bereiken", besluit minister Smet. "Het is het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming dat bepaalt welke eindtermen en ontwikkelingsdoelen een leerling moet bereiken om zijn getuigschrift basisonderwijs te kunnen behalen. De manier waarop de school ervoor zorgt dat deze eindtermen en ontwikkelingsdoelen bereikt worden, behoort tot de autonomie van de school." Eindtermen basisonderwijs: zie www.ond.vlaanderen.be/dvo/ basisonderwijs door Christian Vandenabeele"De overheid kan hier niet in tussenkomen." minister Pascal Smet