'Wat een afschuwelijk stadion.' Vloekend en met lichte tegenzin slepen Nicolas en Aymerick zich voort richting Stadium Lille Métropole voor de komst van het bescheiden FK Qabala uit Azerbeidzjan. De voorrondewedstrijd in de Europa League - niet meer dan een warming-up voor de competitieopener in Metz twee weken later - maakt weinig los bij de twee tieners. Maar ze verketteren bovenal het Stadium en zijn verfoeide atletiekpiste, waarLille in 2012 wegtrok om een paar kilometers zuidwaarts in Villeneuve-d'Ascq het stadion Pierre Mauroy te betrekken. Niet veel later palmde Lille Métropole rugby het stadion in. Tot het in april van dit jaar in vereffening ging.
...

'Wat een afschuwelijk stadion.' Vloekend en met lichte tegenzin slepen Nicolas en Aymerick zich voort richting Stadium Lille Métropole voor de komst van het bescheiden FK Qabala uit Azerbeidzjan. De voorrondewedstrijd in de Europa League - niet meer dan een warming-up voor de competitieopener in Metz twee weken later - maakt weinig los bij de twee tieners. Maar ze verketteren bovenal het Stadium en zijn verfoeide atletiekpiste, waarLille in 2012 wegtrok om een paar kilometers zuidwaarts in Villeneuve-d'Ascq het stadion Pierre Mauroy te betrekken. Niet veel later palmde Lille Métropole rugby het stadion in. Tot het in april van dit jaar in vereffening ging. Het Stadium is één groot tochtgat waar de wind vrij spel heeft en waar je nergens veilig bent wanneer het hagelt. Zelfs de spelers op het veld hebben het doorgaans beter dan de supporters in de tribune. 'Je voelde de wind zo naast je neus scheren', doet Nicolas, shirt van Eden Hazard om de schouders, er nog een schepje bovenop. 'Bij zware regenval kwam je na een wedstrijd met drijfnatte kleren thuis. Wie helemaal beneden op de tribune zat, kreeg een heuse douche over zich heen.' De supporters jonger dan tien jaar kennen het Stadium enkel van op foto's, voor hen is het niet meer dan een relikwie uit het verre verleden. Maar vier jaar na de laatste competitiewedstrijd tegen Nancy staan de supporters van les Dogues opnieuw aan te schuiven aan de Avenue de la Châtellenie. De schuld van het Amerikaanse popidool Rihanna, die enkele dagen daarvoor met haar Anti World Tour halt hield in het Pierre Mauroystadion en het grasveld aan flarden zong. Delokalisatie naar het Stadium was de enige optie. Al is het niet van harte. Voor de aftrap gaan de sjaals wel nog op automatische piloot de lucht in tijdens de hymne van Lille. De kelen gaan open: 'Allez Lille OSC, allez lillois allez. Ce soir, on va chanter: Allez Lille.'De ligthversie van You never walk alone doet het Stadium ontploffen. En dan niets meer... Kilheid troef. Je hoort je buurman ritselen in zijn zak chips. Een spandoek - Nissa la bella por tiougo -ter nagedachtenis van de slachtoffers van de aanslag in Nice, doet de aandacht voor de wedstrijd nog meer verzwakken. Aan de overkant van de Tribune Présidentielle doet de harde kern van Dogue Virage Est zijn stinkende best om het stadion in vuur te zetten. Twaalf meegereisde Azeri's omstuwd door overijverige stewards bieden tegenwind vanuit hun vak. Een ongelijke strijd. 'We hebben hier toch mooie momenten beleefd', vertelt Aymerick. 'Ik herinner mij de laatste wedstrijd in dit stadion alsof het gisteren was: het vuurwerk, Eden Hazard die met zijn oudste zoontje op de schouders een ereronde liep. We kwamen met plezier naar het stadion omdat we wisten dat we ons zouden vermaken. Toen waren we met Marseille en Saint-Etienne de supporters die het meeste kabaal maakten in de Ligue 1. En de atletiekpiste? Die namen we er met de glimlach bij.' Het Stadium is onlosmakelijk verbonden met de titel van 2011. Het begin was problematisch: in 2004 wilde niemand de mythische thuishaven Stade Grimonprez-Jooris verlaten. De fans lieten de thuismatchen dan maar massaal schieten, de harde kern ging elke wedstrijd gedurende vijftien minuten met de rug naar het veld staan. Vanaf 2008 kreeg het misbaksel de bijnaam le jardin d'Eden. De speeltuin van Eden Hazard, waar hij het ene mirakel na het ander verrichtte. Het liefst tegen PSG, Marseille en Lyon, ploegen die ertegen opzagen om in dat kleine, ongezellige stadion te spelen, waarvan de kleedkamers op esthetisch vlak een stresstest niet zouden doorstaan. 'Eden Hazard zal zijn carrière bij ons afsluiten. Dat kan niet anders.' Jimmy Umek, schatbewaarder van supportersgroep Go Rijsel Spirit, zegt het met uitgestreken gezicht. Alsof het scenario al klaarligt. 'Hazard en de fans van Lille, dat is een oprecht liefdesverhaal. In Rijsel is hij een god, hij is het icoon van le LOSC. We hebben tonnen respect voor jongens als Mavuba en Balmont, werkpaarden die de club jaren trouw zijn gebleven ondanks interesse van grotere clubs. Maar Eden is nog van een andere orde: hij is hier opgeleid, hij is een van ons. Dankzij spelers als Erwin Vandenbergh hebben de Vlamingen een passie ontwikkeld voor Lille OSC. Omgekeerd zijn wij in Rijsel gepassioneerd door de Rode Duivels door Eden Hazard.' Hazard en zijn kompanen zijn levende legendes in Rijsel en omstreken. Elke supporter van LOSC kan de kampioensploeg en bekerwinnaar van 2011 vliegensvlug uit het hoofd ratelen. Landreau, Debuchy, Rami, Chedjou, Beria, Mavuba, Balmont, Cabaye, Gervinho, Sow, Hazard. 'Een gouden generatie, zoals Montpellier er een had een jaar later. Maar of het ooit terugkomt?' Umek haalt zijn schouders op. 'Het zou mij verwonderen mochten we het een tweede keer kunnen flikken. PSG staat buiten schot, zelfs Monaco heeft een voorsprong van enkele lichtjaren genomen. De titel was een eenmalige stunt, te vergelijken met Leicester City in Engeland. Lille was vroeger maar een grijze muis: we geraakten niet verder dan de middenmoot, met nu en dan een kwalificatie voor Europees voetbal. We moeten die titel dus koesteren.' De jonge Belg Gianni Bruno zat de avond van de titelviering op de bank. Het kampioenschap staat niet op zijn cv, want je moet minstens een minuut hebben gespeeld om de kampioensmedaille te krijgen. De Luikenaar maakte de steile opgang van de club wel vanop de eerste rij mee. Inclusief de verhuizing naar het Pierre Mauroystadion. Vier jaar zat hij op Luchin, het opleidingscentrum van Lille, vanaf 2011 kreeg hij een locker in de kleedkamer van de A-kern. 'De eerste maanden na de verhuizing waren we een beetje gedesoriënteerd', vertelt Bruno, dit seizoen actief bij Krylia Sovetov Samara, de club getraind door Frankie Vercauteren. 'De andere ploegen keken anders tegen ons aan: plots werden we beschouwd als een van de drie grote clubs in Frankrijk. We waren het niet gewend om voor 40.000 mensen te spelen en het was wennen aan de nieuwe grasmat, die om de zoveel tijd een concert moest verdragen. Het Stadium zag er niet uit, maar we hadden tenminste het beste veld in eerste klasse. Het nieuwe stadion had een groot voordeel: voor onze families was het aangenamer om een wedstrijd bij te wonen. Ze moesten niet meer met een dekentje naar het stadion komen. In het nieuwe stadion kreeg ik vaker aanvragen van vrienden en familie voor een ticket.' Ondanks alle moderne comfort in het Pierre Mauroystadion hebben de diehards heimwee naar Grimonprez-Jooris, de mythische voetbaltempel in hartje Rijsel waar LOSC van 1975 tot 2004 zijn thuiswedstrijden afwerkte. De beruchte spionkop Dogue Virage Est - kortweg DVE - zag er er het levenslicht. Ze begonnen met vijf vrienden, nu telt hij 500 actieve leden. Voor topwedstrijden staan er tot 4000 zielen achter de goal, die zonder verpinken de orders van de capo opvolgen. DVE leunt aan bij de ultrascène. Go Rijsel Spirit, dat de Vlaamse leeuw en de Franse lelie als logo gebruikt, volgt meer de Angelsaksische koers. Samen proberen ze het cinemapubliek van Lille wakker te schudden. Umek: 'Op termijn willen we een vaste stek krijgen aan de overkant van de spionkop. Kwestie van ons te onderscheiden van de DVE. Over één ding zijn we het wellicht eens: dit stadion is iets te groot voor ons. Het renovatieproject Grimonprez II met 33.000 zitjes droeg onze voorkeur weg, maar de politiek had een andere visie. Wij konden niets anders dan deze beslissing te accepteren. Maar ons stadion zal altijd Grimonprez zijn. Van wat ik mij als broekventje kan herinneren, was de ambiance véél beter dan nu. We zijn onderweg onze authenticiteit verloren. Net zoals PSG. Hun bestuur heeft er bewust voor gekozen een publiek haute-gamme aan te spreken.' Dankzij het Pierre Mauroystadion moest Lille een andere dimensie binnenstappen. Lille was klaar om de hiërarchie in Frankrijk op haar kop te zetten, om een coup te plegen in de Ligue 1. Vier jaar na de blijde intrede in de fonkelnieuwe arena is de ontnuchtering compleet. De jaarlijkse huurprijs van 5,2 miljoen euro is een strop om de hals van de club en de inkomsten vallen lelijk tegen. In vergelijking met het voetbalonvriendelijke Stadium en zijn 18.000 plaatsen ligt de omzet in het door de UEFA gecatalogeerde viersterrenstadion slechts een miljoen euro hoger. Dat terwijl de capaciteit opgeschroefd werd naar 50.000 en het aantal businessseats tegen de 5000 aanschurkt. Maar het economische model waar Lille voor koos bij de bouw van het stadion - een privaat-publieke samenwerking zonder vooruitzichten om eigenaar te worden - laat de club niet toe om meer inkomsten te genereren. Lille was geacht een grote sprong voorwaarts te maken qua budget, maar vandaag rammelt het financiële raamwerk langs alle kanten. In eerste instantie werd nog gemikt op ticketprijzen van gemiddeld 24 euro. Uiteindelijk werd dat teruggebracht naar 16 euro. 'Reken uit hoeveel het inkomstenverlies bedraagt', zegt Joël Domenighetti van L'Equipe. 'Het uitschuifbare dak is ongetwijfeld hét zorgenkind want het laat te veel wind binnen. Het is er zo koud dat tal van artiesten niet willen komen optreden. Ik herinner mij de Daviscupfinale van 2014 waar de toeschouwers die de duurste kaarten hadden gekocht onder een rij verwarmingslampen zaten waardoor ze de wedstrijden konden volgen bij 24 graden. Bovenaan was het amper 12 graden! Binnen het stadion ligt het gsm-netwerk zogoed als plat... Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Feit is wel: minder evenementen betekent minder geld.' Bedroeg de gemiddelde opkomst in het eerste jaar nog 41.000, dan is vorig seizoen teruggevallen naar iets meer dan 30.000. Met de agglomeratie van Rijsel die 1,2 miljoen inwoners telt, zou Lille zijn stadion nochtans elke wedstrijd makkelijk moeten laten vollopen. Maar de doorsnee-lillois is geen voetbalbeest, het is eerder een cultuurvreter die graag een uitstapje maakt naar het voetbal. Rijsel wordt niet voor niets omschreven als bourgeois. Een overblijfsel uit het roemrijke industriële verleden van de stad, toen de economie in de grootste stad van Frans-Vlaanderen gedomineerd werd door machtige textielbaronnen. In Rijsel wordt bijgevolg ook geen ch'ti meer gesproken. Het lokale dialect past niet bij de status van de stad, het is voor het gepeupel op het platteland. Lille trekt hetzelfde soort publiek aan als Olympique Lyon: brave fans die zelden voor problemen zorgen, nauwelijks op uitspattingen te betrappen vallen, maar wel en masse wegblijven zodra de resultaten tegenvallen. In het naburige RC Lens, de aartsrivaal van Lille, valt de laatste jaren een omgekeerde trend waar te nemen: hoe slechter de club presteert, hoe meer volk er komt kijken. Zelfs in tweede klasse spelen Les Sang et Or geregeld voor een uitverkocht huis. In de Ligue 2 zou geen kat meer komen kijken naar Lille... Domenighetti ziet nog een reden waarom het stadionbezoek in verval is: 'Het voetbal van Lille de voorbije jaren is van een bedenkelijk niveau, het is niet aantrekkelijk genoeg. Het is solide en er wordt flink gecounterd, maar dat is niet meer het betoverende voetbal dat de voormalige trainer Rudi Garcia serveerde met Eden Hazard. Lille moet zich heruitvinden.' Door het dreigende fiasco met het stadion rekent le LOSC meer dan ooit op zijn voetballaboratorium in het Domaine de Luchin, veruit het beste en meest rendabele opleidingscentrum in Frankrijk. 'Luchin is onze grootste troef om een jonge speler te overhalen om naar Lille te komen', claimt Michel Titeca, jarenlang trainer en videoanalist en nu op de loonlijst als scout. 'Met een rondleiding in Luchin maken we dikwijls het verschil. Maar ondanks onze uitstekende reputatie is het onbegonnen werk om een spelertje uit Lyon, Bordeaux of Marseille aan te trekken. Voor hun twaalf jaar is het trouwens verboden om spelers weg te plukken uit hun natuurlijke omgeving. We hebben ook niet de structuur om zulke jongens te logeren, want je mag pas op je zestiende binnen in een centre de formation. Dus zijn we vooral actief op regionaal niveau, met Nord-pas-de-Calais als belangrijkste actieterrein. De concurrentie met Duinkerke, Valenciennes, Boulogne en Lens is moordend. Het is een dagelijkse race tegen de klok om de grootste talenten te ontdekken.' Luchin is de graanschuur geworden van de club, het is een middel om de sportieve ambities te financieren. Maar daarvoor is het wel verplicht om elk jaar zijn beste elementen te verkopen. Het seizoen na de titel probeerde Lille tevergeefs aansluiting te vinden bij de grote kanonnen. Marvin Martin, die de opvolger moest worden van Hazard, werd voor 12 miljoen euro en een salaris van 300.000 euro weggehaald bij Sochaux. Dat was nog nooit vertoond bij Lille. Het bestuur verbraste toen het grootste loonvolume uit de clubgeschiedenis. Zonder noemenswaardig resultaat. Martin was een industrieel fiasco en LOSC eindigde pas als derde. Dat was het sein voor het management om het geweer van schouder te veranderen. De club zou zich nu enkel toeleggen op de opleiding en verhandeling van spelers. Het recept sloeg aan, de voorbije jaren stroomde het geld rijkelijk binnen. Djibril Sidibé en Adama Traore gingen voor respectievelijk 16 en 14 miljoen naar Monaco, Lucas Digne werd voor 13 miljoen verkocht aan PSG, Divock Origi verkaste voor eenzelfde bedrag naar Liverpool. Sofiane Boufal is de volgende in het rijtje. Voorzitter Michel Seydoux heeft niet meer de ambitie om PSG, Monaco, Lyon of zelfs Marseille bij te benen. Lille is in overlevingsmodus gegaan, met het scoutingapparaat als goed georganiseerde commandogroep. 'De Portugees Eder is het mooiste voorbeeld van hoe de scouting te werk gaat. We waren dringend op zoek naar een aanvaller en we hebben toen alle mogelijke wegen bewandeld. We zijn uiteindelijk bij Eder uitgekomen die op een dood spoor zat bij Swansea. Het was een wilde gok, maar nu kent heel Europa hem.' DOOR ALAIN ELIASY - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELSLille was enkele jaren geleden klaar om de hiërarchie in Frankrijk op haar kop te zetten.