Op een of andere dag zou het er écht van moeten komen en speelt Frédéric Herpoel (29) bij een club die strookt met zijn talent. Vrijwel elk seizoen ontpopt Herpoel (gevormd bij Anderlecht, bij de jongeren van 1988 tot 1993, vervolgens bij de profkern van 1993 tot 1997) tot de beste speler van AA Gent. Dit seizoen bleek hij volgens de statistieken van Sport/Voetbal Magazine de beste speler uit de competitie. Dimitri de Condé en Timmy Simons vervolledigen het podium, Knut Henry Haraldsen en Bertrand Laquait zijn de nummers vier en vijf.
...

Op een of andere dag zou het er écht van moeten komen en speelt Frédéric Herpoel (29) bij een club die strookt met zijn talent. Vrijwel elk seizoen ontpopt Herpoel (gevormd bij Anderlecht, bij de jongeren van 1988 tot 1993, vervolgens bij de profkern van 1993 tot 1997) tot de beste speler van AA Gent. Dit seizoen bleek hij volgens de statistieken van Sport/Voetbal Magazine de beste speler uit de competitie. Dimitri de Condé en Timmy Simons vervolledigen het podium, Knut Henry Haraldsen en Bertrand Laquait zijn de nummers vier en vijf. Verdient de tweede doelman van de Rode Duivels dan niet de entourage van een ware topploeg ? Allicht wel. Mogelijk verdedigt hij volgend seizoen de kleuren van Standard. Als Fabian Carini werkelijk een waarde van 5,175 miljoen euro vertegenwoordigt, dan is Herpoel elke cent van de 100.000 euro die Gent voor hem vraagt, dubbel en dik waard. Daarom misschien dit eerste dilemma ? Frédéric Herpoel : "Anderlecht, want dat is de club die me gevormd heeft. Daar heb ik alles geleerd. Iedereen kent de ongelukkige afloop van mijn verhaal bij paars-wit. Ik moest er vertrekken, men geloofde er niet in mij. Ik veronderstel dat het bestuur intussen wel al een paar keer spijt heeft gehad over dat gebrek aan vertrouwen in mij. Of ze hun zoveelste inschattingsfout hebben gemaakt ? Dat is hun probleem, niet langer meer het mijne. Journalisten speculeerden al vaker op een terugkeer naar Anderlecht. Zelf heb ik daar nog geen seconde in geloofd. Het bestuur heeft het nooit kunnen aanvaarden dat ik van het Bosman-arrest gebruikmaakte om voor nul frank weg te gaan. "Toch bewaar ik goede herinneringen aan mijn verblijf bij Anderlecht. Twee zaken springen erboven uit. De kwartfinale op het veld van Inter Milaan, ik was toen twintig jaar. En, in meer algemene termen, de gelegenheid om te trainen met vedetten van het kaliber Marc Degryse, Luc Nilis, Michel De Wolf en vooral Philippe Albert. Albert was ontzettend hard voor mij, maar altijd correct. Ik denk dat hij ergens zichzelf in mij herkende. Allebei waren we afkomstig van een boerengat en waren we verplicht om ons aan te passen aan het leven in grote stad." "De mentaliteit van Bergen. Ik ben hier geboren en ik heb nooit willen verhuizen, ook niet na mijn transfer van Anderlecht naar Gent. Ik heb het nodig om elke dag naar mijn roots terug te keren, ik wil me kunnen onderdompelen in een milieu van eenvoudige mensen die me zien als een mens en niet als een bekende voetballer. Ik neem zoals iedereen aan lokale feesten deel. In de streek van Bergen heerst veel meer armoede dan in de Gentse regio en ik wil niet in de valkuil tuimelen die voor veel voetballers klaar ligt : dat ze vergeten dat er mensen zijn die het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Ik zal niet zeggen dat Gentenaren hautain zijn, maar ze hebben wel dat kleine bourgeois kantje, dat wordt verklaard door hun relatief grotere koopkracht."" Johan Boskamp, omdat hij me heeft gebracht waar ik nu ben. Als hij me niet naar Gent had gehaald, had ik zeker niet dezelfde carrière gerealiseerd. Het is dankzij Boskamp dat ik elke week in eerste klasse voetbal. Maar ik bewaar ook zeer goede herinneringen aan Trond Sollied. Hij slaagde erin om een ploeg van bijna onbekende voetballers voor Europees voetbal te kwalificeren. Onze spelergroep was een onvoorstelbare mengelmoes van verschillende nationaliteiten, maar de mentaliteit en de sfeer waren uniek. Ik denk dat het woord stress niet in het woordenboek van Sollied staat. Voor hem blijft voetbal een spel." "Ik ken de wereld van het onderwijs goed, omdat mijn beide ouders en mijn zus daarin werken. Geef mij maar de wereld van het voetbal. Dat is nu eenmaal mijn biotoop. Let wel, ik heb het dan wel over de wereld van het amateurvoetbal, van het voetbal op provinciaal niveau. Het voetbal waar er nog de fameuze derde helft bestaat. Ik ben erevoorzitter van mijn allereerste club, Havré. We hebben 150 jeugdspelers, waarmee we ons op een ernstige wijze bezighouden : al onze ploegen spelen volgens hetzelfde tactische systeem. En de spelers van het eerste elftal krijgen geen euro. Ze worden betaald met drankbonnetjes.""( Lacht.) Ze spelen beiden bij Anderlecht, dat betekent dat ze allebei goede keepers zijn. Maar ik laat mezelf niet toe collega's te beoordelen of te bekritiseren." "Ho, ik ben best tevreden over mezelf, dus stem ik voor mezelf. En ik betreur dat het zo moeilijk is om sant in eigen land te zijn. Als ik goede matchen speel, lees ik geregeld dat Frédéric maar bij Gent speelt en dat het slechts de Belgische competitie is. Wie in eigen land blijft voetballen, heeft een handicap tegenover de kandidaat-internationals die in buitenlandse kampioenschappen aan de slag zijn. En dan maakt zelfs het niveau van die buitenlandse competitie nog weinig uit. Want mij moeten ze nog altijd bewijzen dat de Nederlandse competitie sterker is dan de Belgische." "Het verbod om terugspeelballen met de handen te pakken. Ik ben allergisch voor de evolutie van de ballen. De kwaliteit lijkt nergens op. Het zijn geen voetballen meer, het zijn strandballen. Ze worden almaar lichter en daardoor wordt hun traject almaar minder voorspelbaar. Die nieuwe ballen gaan letterlijk alle richtingen uit. Het aantal fouten van doelmannen zal blijven toenemen en gezien de kwaliteit van de ballen - of beter, het gebrek aan kwaliteit - is dat de logica zelf. Ik vind trouwens dat ze jonge doelmannen daarop psychologisch moeten voorbereiden. Want beoordelingsfouten zullen ze onvermijdelijk maken en veel zelfs. Ik word nostalgisch wanneer ik voetbalwedstrijden uit de jaren zeventig bekijk. Overal ter wereld voetbalde iedereen met dezelfde bal. Die bal woog overal hetzelfde, had overal witte en zwarte blokjes. Nu is niets meer verboden. Ruiten, cirkels, rood, geel, je kunt het zo gek niet verzinnen of er bestaat een bal van. Dat werkt bijzonder destabiliserend voor een doelman. Alles moet zeer vlug gaan, we spelen bovendien nog vaak met kunstlicht. Doelmannen ondervinden veel moeilijkheden om de trajecten van de ballen te berekenen." " Robert Waseige omdat hij me mijn eerste selectie voor de nationale ploeg heeft bezorgd. Tevens mijn eerste cap, want ik speelde effectief mee. Dat was 1999, in die fameuze Nederland-België die op 5-5 is geëindigd. In die tijd bestonden er stevige banden tussen de spelers van de nationale ploeg. Dat is momenteel wat weggeëbd en dat is normaal, de spelersgroep is veranderd. Ik denk dat je Aimé Anthuenis de tijd moet geven om een nieuwe groep te kneden. De negatieve resultaten van de laatste oefenmatchen vind ik hoegenaamd niet verontrustend. De Rode Duivels moeten pas in september klaar zijn en niet eerder. Plus, voetbal is geen exacte wetenschap. Slechte uitslagen in een voorbereiding zijn nooit synoniem met slechte prestaties zodra het serieuze werk begint." "Zonder twijfel het profvoetbal van tien jaar geleden. Misschien omdat ik toen nog niet wist wat er allemaal gebeurde, ik moest het allemaal nog ontdekken. Toen had ik nog de indruk dat ik een jongensdroom ging realiseren en gaf ik me nog geen rekenschap van de andere kant van de medaille.""Twee Nederlandse coaches die in alle omstandigheden offensief voetbal predikten, maar voorts twee totaal verschillende persoonlijkheden. Henk Houwaart huldigde dezelfde filosofie als Trond Sollied : een voetballer is een volwassen mens en die moet je vrijheid geven. Met Houwaart was het vaak lachen geblazen. Samen met de spelers in de stad op stap gaan vormde voor hem geen enkel probleem. Hij was allergisch voor elke vorm van reglement. Precies zoals Sollied, die ons ook veel verantwoordelijkheid toeschoof. Sollied vond het bijvoorbeeld volslagen idioot dat je voetballers een rij liet vormen aan de incheckbalie van de luchthaven. Iedereen moest maar zorgen voor zijn eigen ticket. Dat dwaze groepsgedrag was niet aan hem besteed. Sollied zei : 'Hebt u een reglement tegen de muur van de kleedkamer nodig ? Hebt u thuis ook zo'n reglement aan de muur hangen misschien ?' " Jan Olde Riekerink was dan weer helemaal het tegenovergestelde. Die was voortdurend regeltjes aan het opleggen. Dat ging soms waanzinnig ver. Tot en met de kleur van je schoenen, bijvoorbeeld. Hij wou geen gekleurde voetbalschoenen zien. Terwijl, wat maakt nu de kleur van je schoenen uit, of hoe hoog je je kousen hebt opgetrokken : als je maar een bal kunt controleren, nietwaar ? Op het einde werd de methodiek van Riekerink enerverend. Omdat hij zich met om het even wat bemoeide. Maar je kon wel met hem praten. Hij was geen gesloten type." "Het WK 2002, omdat het in een ander continent werd gespeeld. Maar een groot toernooi meemaken voor eigen publiek had natuurlijk ook een magische kant. Soms waren we aan het trainen voor drieduizend supporters. Alleen hadden we de indruk dat we gewoon een lange afzondering afwerkten, in plaats van een belangrijke competitie. Als je tijdens zo'n megatoernooi tussen twee matchen in gewoon naar huis kan, geeft dat een vreemd gevoel.""Ze hebben allebei wel iets. Doe mij maar Vandenbossche. Niet omdat ze van Gent is, wél omdat ze mooier is dan Onkelinx." "Eén cap. Ik werd 33 keer geselecteerd, en ik heb maar zeven keer gespeeld. Dat is weinig, maar men wisselt nu eenmaal niet gemakkelijk van doelman."" Philippe Vande Walle omdat ik in Gent drie jaar lang op dagelijkse basis met hem heb gewerkt. Maar de aanpak van Jacky Munaron bij de nationale ploeg is zeer vergelijkbaar met de methodiek van Vande Walle." "Ik heb met beiden gespeeld, maar ik had een beter band met Danny Boffin. We zaten samen bij Anderlecht en op het WK in Japan deelden we de kamer. Hij heeft me daar trouwens dikwijls aan het lachen gebracht. Maar het zijn beiden jongens die als een voorbeeld van professionalisme kunnen dienen. Jongens die op hun vrije dagen gingen joggen. Er bestaan geen mirakels : om op die leeftijd nog in eerste klasse te voetballen moet je voor honderd procent voor je beroep leven." "Hoe zwaarder de financiële belangen doorwegen, hoe meer de professionele overtreding noodzakelijk wordt. Het is jammer, maar het is het gevolg van de geldsommen die eraan vasthangen. Ik zal zeker voor de overtreding kiezen, op voorwaarde dat de tegenstander niet het risico op een ernstige blessure loopt. Aan zijn truitje gaan hangen ? Waarom niet ? Maar iemand zijn been over stampen omwille van een goed resultaat, dat nooit. Al zie je meer en meer voetballers die daartoe in staat zijn. Er is almaar minder respect voor elkaar, we zijn in een vicieuze cirkel beland. Voetballers zeggen : 'Als ze mij niet respecteren, zou ik wel gek zijn om de anderen te respecteren.' Het is een bijzonder kwalijke ontwikkeling."door Pierre Danvoye'Ik heb het nodig om elke dag naar mijn roots terug te keren.''Mij moeten ze nog altijd bewijzen dat de Nederlandse competitie sterker is dan de Belgische.'