Anne Noë, sinds twee jaar Belgisch bondscoach, won zelf vier bekerfinales en verloor er twee. Ze werd zes keer kampioen en speelde als keeper één interland minder dan de Belgische recordhoudster, Dorine Delombaerde van Anderlecht, die vorig jaar stopte en 61 keer uitkwam voor de nationale ploeg. Noë kreeg geen opleiding, belandde via het straatvoetbal bij Scherpenheuvel, dat haar destijds voor 360.000 frank verkocht aan Standard.
...

Anne Noë, sinds twee jaar Belgisch bondscoach, won zelf vier bekerfinales en verloor er twee. Ze werd zes keer kampioen en speelde als keeper één interland minder dan de Belgische recordhoudster, Dorine Delombaerde van Anderlecht, die vorig jaar stopte en 61 keer uitkwam voor de nationale ploeg. Noë kreeg geen opleiding, belandde via het straatvoetbal bij Scherpenheuvel, dat haar destijds voor 360.000 frank verkocht aan Standard. Gaat het beter met het vrouwenvoetbal dan pakweg tien jaar geleden ?Anne Noë : De basis is veel breder. Er zijn veel meer jeugdspeelsters dan vroeger. Positief is ook dat meisjes sinds 1985 tot hun veertiende met jongens mogen samenspelen. Dat maakt ze sterker en biedt ze een opvang waar geen damesploegen zijn. Daarnaast worden ze sinds twee jaar ook toegelaten aan de topsportschool, waar jongens een voetbalopleiding krijgen. In Leuven en Meulebeke samen waren er dit jaar al drie, volgend jaar komen er meer. Waar situeert België zich op internationaal niveau ?We zijn net te goed voor de B-groep, waar we in zitten, en net niet goed genoeg voor de A-groep. De acht beste Europese landen - de Scandinavische, maar ook Duitsland, Nederland en Italië - zijn veel te sterk. Aan de top praat je over dertien tot veertien trainingen per week. Terwijl in België het gemiddeld aantal trainingen in clubverband nog altijd beperkt is tot twee, hooguit drie per week aan de top. Voor de interland in Italië kreeg ik onlangs drie basisspeelsters mee. De rest kon zich niet vrijmaken op het werk. Ik zeg altijd tegen de meisjes : het begint met gedrevenheid die je zelf moet kunnen opbrengen. Dat heeft niets met geld of het gebrek daaraan te maken. Je kan in geen enkele andere sport international zijn met maar twee trainingen per week. Na onze laatste selectiewedstrijd voor het EK duurde het drie maanden eer we de testwedstrijden tegen Zwitserland zouden spelen die een bijkomende stijger naar de A-reeks moesten aanduiden. Daarom vroeg ik mijn speelsters om in die tussentijd een beetje aan de conditie te werken, maar de fysieke tests nadien wezen uit dat de meesten er slechter aan toe waren dan één jaar voordien, terwijl het om twee kapitale matchen ging. We hebben wel een goeie -18-lichting, straks komt er voor het eerst ook een lichting -17.Betaalt de job van bondscoach goed ?Mijn Italiaanse tegenhangster, Carolina Morace, verdient veertig miljoen frank per jaar. Ik doe het als hobby, naast mijn job aan de universiteit. Voor de naam moet ik het niet doen. Toen ik onlangs na Anderlecht-Herk bij een geblesseerde international informeerde hoe het ging, dacht die trainer dat ik de moeder van het meisje was. Mijn man noemt me dikwijls de missionaris van het vrouwenvoetbal. Met klagen en zagen over wat er allemaal verkeerd loopt, bereik je niets. Ik probeer mijn gedrevenheid over te brengen en zo stap voor stap vooruit te gaan. Hoeveel vrouwen had je zelf ooit als trainer ?Geen. Er zìjn er ook geen in eerste klasse. De eerste generatie dames is net gestopt. Ik hoop dat enkelen het kunnen opbrengen om een trainersopleiding te volgen.