Als Wouter Biebauw de deur van zijn huis in Aalter openmaakt, is een stevige stortbui de mooie zomermaanden van 2013 genadeloos aan het wegspoelen. "Zo erg vind ik dat niet," zegt de 29-jarige keeper, "op het gras vallen wordt nu weer wat zachter." Een positieve instelling is hem de laatste jaren van pas gekomen. Aan geen van zijn vorige acht seizoenen in de eerste klasse mocht Biebauw als eerste doelman beginnen. Tussen 2005 en 2008 kreeg in Roeselare Jurgen Sierens de voorkeur en de afgelopen vijf seizoenen waren het bij KV Mechelen Olivier Renard en Tome Pachovski die hem op de bank hielden. Maar nu is het tij gekeerd. Renard trok naar Charleroi en deze keer wint Biebauw de strijd met Pachovski.
...

Als Wouter Biebauw de deur van zijn huis in Aalter openmaakt, is een stevige stortbui de mooie zomermaanden van 2013 genadeloos aan het wegspoelen. "Zo erg vind ik dat niet," zegt de 29-jarige keeper, "op het gras vallen wordt nu weer wat zachter." Een positieve instelling is hem de laatste jaren van pas gekomen. Aan geen van zijn vorige acht seizoenen in de eerste klasse mocht Biebauw als eerste doelman beginnen. Tussen 2005 en 2008 kreeg in Roeselare Jurgen Sierens de voorkeur en de afgelopen vijf seizoenen waren het bij KV Mechelen Olivier Renard en Tome Pachovski die hem op de bank hielden. Maar nu is het tij gekeerd. Renard trok naar Charleroi en deze keer wint Biebauw de strijd met Pachovski. Wouter Biebauw: "Als je dat niet meer gelooft, ga je beter direct op een lager niveau spelen. Het was een kwestie van volharden en positief blijven. In een groep hebben ze het niet graag als je negatief doet. Dat kan eens gebeuren - ik pakte op training uit ontgoocheling ook wel eens een week geen bal, maar bij mij ebt dat snel weg." "Ja. Voor de trainer (Harm van Veldhoven, nvdr) was het natuurlijk lastig; hij was er net. Renard had de jaren voordien gespeeld, dan is het niet onlogisch dat je als coach voor die keeper gaat; je bouwt wat zekerheid in door te behouden wat goed was. Er kwam een beurt-rol met Pachovski en mij, we zouden elk telkens twee weken op de bank zitten en twee weken in de tribune. Toen ik dan bij die eerste competitiematch effectief in de tribune zat, was dat pijnlijk, zeker omdat ik in het tussenseizoen drie weken had opgeofferd om scherp te staan. Ik had anderhalf uur per dag in de fitnesszaal gezeten." "Ja. Ik ben misschien niet de meest getalenteerde keeper, maar ik probeer altijd op hetzelfde niveau te spelen en dat niveau stilaan te verhogen. Ik vind het belangrijk om constant te presteren, zonder echt heel goeie matchen of heel slechte, want dat zoekt een ploeg niet, een ploeg wil stabiliteit. Daarnaast probeer je als keeper nu en dan echt punten te pakken." "Het probleem was dat ik de bal pas zag toen hij de muur passeerde. Maar hij was binnen mijn bereik. Er zijn natuurlijk ook keepers die in zo'n situatie vertrekken, dan ben je tegenvoets gepakt. Voor mij was het een kwestie van logisch denken. De bal lag op zo'n zeventien meter. Wie hem in zo'n situatie echt in de hoek wil plaatsen, moet hem eerst negen meter laten stijgen, om over het muurtje te raken, maar dan heeft die bal maar acht meter meer om te dalen. Daarvoor moet je al een héél goede traptechniek hebben. Bovendien kun je dan niet keihard trappen, dat geeft een keeper mogelijk nog de tijd om bij de bal te raken. Dus bleef ik staan. "Sowieso probeer ik altijd zolang mogelijk te wachten, zeker met de ballen van tegenwoordig. Het keepen is de laatste jaren zo veranderd. Vroeger zag je een bal vertrekken, zette je als keeper een pas en was je vertrokken. Nu moet je telkens eerst bekijken welke zwabber er in de curve van de bal zit. Vorig jaar ging ik naar de finale van de Europa League, Chelsea tegen Benfica Lissabon. Herinner je je nog dat ene schot van Frank Lampard? De keeper van Lissabon vertrok naar rechts en redde nog met zijn linkerhand in het centrum van zijn doel." "We bekijken met de groep altijd beelden van de tegenstander, maar in dit geval kende ik hem niet. En soms staan er ook meerdere spelers rond de bal, dat was zo bij ons eerste tegendoelpunt in Gent. Er was een vrijschop, van redelijk centraal. Yassine El Ghanassy en David Hubert stonden bij de bal. Op het moment dat El Ghanassy vertrekt, begint ook Hubert een aanloop, redelijk snel. Ik dacht: Hubert kan ook rechtstreeks trappen. Ik blijf dus even staan. Maar El Ghanassy trapt hem naar de tweede paal en Pelé Mboyo kopt binnen. De mensen zien die center en denken: de keeper moet komen, hoe kan dit nu? Maar ik zie op dat moment twee situaties." "Met Luc (Duville, keeperstrainer, nvdr) bekijk ik apart wat extra beelden. Ik had met hem bijvoorbeeld gezien dat Waasland-Beveren zijn corners soms kort neemt; een tik naar een medespeler vlakbij, die geeft een pass achteruit, naar Robin Henkens, die dan een voorzet trapt. Bij een hoekschop in onze match tegen Beveren zag ik plots een tweede man naar de cornervlag gaan, en ik zag Henkens staan. Ik stuurde toen direct Sandro (Alessandro Cordaro, nvdr) bij Henkens. Die kon daardoor geen voorzet trappen en moest de bal terugsturen naar iemand anders." "Bij een bots op een droog veld glijdt een bal van Anderlecht alsof het nat is. En als het nat is, wordt die bal echt een speer. Een Selectbal remt af bij een bots op een droog veld. Maar die is dan weer heel moeilijk om te klemmen bij nat weer, want hij is geplastificeerd. Sommige ballen blijven langer in de lucht hangen dan andere, wat het bij een voorzet moeilijk maakt om in te schatten waar de bal gaat vallen. En de ene wijkt ook meer van zijn lijn af dan de andere. Het is het lastigst als spelers met de wreef een korte, krachtige stoot geven tegen een bal, als de bal geen spin heeft. Let er maar eens op bij Cristiano Ronaldo; als hij op een bal trapt, spint die niet." "We hebben er zo een in de ploeg: Wannes Van Tricht. Die heeft zó'n rare traptechniek. Hij schept de bal zoals Ronaldo, niet met de binnenkant van de voet, niet met de wreef, iets tussenin. Zijn schoten gaan rechtdoor en tegelijk laat hij de bal eerst stijgen en dan nog enorm vallen. Heel lastig voor een keeper, want dan vliegt de bal soms gewoon over jou, maar je kunt moeilijk altijd op je lijn blijven. "Milos Maric van Waasland-Beveren trapt ook raar. Vanaf dertig meter en toch gevaarlijk. Ik zag onlangs Frank Boeckx van Gent zo'n bal van Maric redden. Je moest eens zien hoe die bal zwabberde." "Snoeihard trappen, hij kan veel kracht halen uit zijn benen of zijn romp." "Ik ben wat een reflexkeeper. In Roeselare speelden we met Jomaballen. Die waren trager, daar kon je je makkelijk op instellen. Maar ik weet niet of ik nu minder ballen pak. Je evolueert mee. Je techniek verandert." "En geconcentreerder zijn tot je de bal echt hebt." "Ik denk dat het vorig seizoen niet ging over hoe ik me zelf voelde, maar over hoe ik overkwam naar de ploeg toe; wat gestresseerd, denk ik. Misschien is dat ge-evolueerd. Ik probeer in mijn handelingen kalmer te zijn, minder te lopen in mijn goal, rustiger te bewegen." "Dat probeer ik ook in mijn coaching. Bij een hoekschop roept er weleens een speler: 'Nu geen goal tegen!' Dan zeg ik: 'Rustig, ik pak hem wel.'" "Ik denk nooit: oei, dat wordt hier gevaarlijk. Ook bij die fase in Kortrijk; dan moet je rustig blijven en echt geloven dat je die bal gaat pakken." "De mensen spreken mij daar nu nog over aan." "Oguchi Onyewu trapte. Vedran Runje (toen doelman van Standard, nvdr) gaf de vrijschop. Er stond 21 man in ons strafschopgebied. Ik zag niks. Mijn geluk was dat ik me lang maakte om de bal te zoeken. Plots kwam die bal, ook hoog. Als ik had geprobeerd om tussen de benen door te kijken, zou ik er nooit bij gekund hebben." "Een jaar later liepen we met de ploeg Michel Verschueren (voormalig manager van Anderlecht, nvdr) tegen het lijf op de luchthaven. Mister Michel zei tegen mij: 'We gaan dat niet vergeten! We blijven je volgen.'" "Nee, ik ben daar heel nuchter in. Ik ga nooit zweven. Soms blijf ik zelfs te extreem met mijn voeten op de grond. Ik ben streng opgevoed. Toen ik als kleine jongen keepte, was ik ook wel eens de held, maar thuis kreeg ik direct te horen: 'Volgende week is er weer een match.'" "Af en toe moet je ook eens durven genieten van de mooie momenten, niet te snel relativeren." "Ja, maar als het goed was, zei hij het ook. Ik bedacht onlangs: als je klein bent, is de opoffering van je ouders toch niet te onderschatten. Toen ik bij Kortrijk ging spelen, was dat vanuit Deerlijk 25 minuten rijden. Eerst zette mijn pa mij af, na zijn werk, toen hij al stikkapot was - mijn pa was metser. Dan ging hij naar huis en wat later kwam hij of mijn ma me weer halen. Mijn ouders waren gewone werkmensen en toch lieten ze mij alles doen: voetballen, muziekschool, hogeschool." "Mijn vriendin is zwanger van ons eerste kindje. Als ze in januari bevalt van een zoon en die wil later voetballen, zou ik liever hebben dat hij spits wordt. (lacht) Als hij talent heeft om te keepen, mag hij, maar keeper is natuurlijk wel een beetje een ondankbare job." "Het is voetbal. Het is míjn spelletje. Ik speel dat graag. Ik win graag. Waarschijnlijk ben jij journalist omdat je het goed kan, ik keep omdat ik het goed kan. We proberen allemaal het beste uit ons leven te halen. De ene doet dat door schone artikels te schrijven, de andere door schone matchen te spelen." DOOR KRISTOF DE RYCK - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Wannes Van Tricht schept de bal zoals Ronaldo." "Het keepen is de laatste jaren zo veranderd. Nu moet je telkens eerst bekijken welke zwabber er in de curve van de bal zit."