Jan Peeters kreeg indertijd van de FIFA een, naar zijn zeggen "schitterende opdracht, waar de hele voetbalwereld hem om benijdde", maar die hem in eigen land de bijnaam 'reisbureau Peeters' opleverde. Toen duidelijk werd dat het WK in 2010 in Afrika georganiseerd zou worden, mocht de toenmalige voorzitter van de Belgische bond als hoofd van een officiële delegatie naar Zuid-Afrika, waar president Mbeki het gezelschap ontving. Ook een bezoek aan Robbeneiland stond op het programma. Peeters: "We keken ernaar uit, vanwege het mythische karakter. De aanwezigheid van Nelson Mandela moest een verrassing blijven, maar je weet hoe dat gaat, Afrikanen kunnen dat niet verzwijgen.
...

Jan Peeters kreeg indertijd van de FIFA een, naar zijn zeggen "schitterende opdracht, waar de hele voetbalwereld hem om benijdde", maar die hem in eigen land de bijnaam 'reisbureau Peeters' opleverde. Toen duidelijk werd dat het WK in 2010 in Afrika georganiseerd zou worden, mocht de toenmalige voorzitter van de Belgische bond als hoofd van een officiële delegatie naar Zuid-Afrika, waar president Mbeki het gezelschap ontving. Ook een bezoek aan Robbeneiland stond op het programma. Peeters: "We keken ernaar uit, vanwege het mythische karakter. De aanwezigheid van Nelson Mandela moest een verrassing blijven, maar je weet hoe dat gaat, Afrikanen kunnen dat niet verzwijgen. "De gevangenis op het eiland leek me niet echt versterkt, maar ik denk niet dat zwemmen naar het vasteland vanwege de haaien en de stroming een optie was. "Op een gegeven moment hoorden we een helikopter landen en wandelde Mandela de binnenkoer op. Een grote, rijzige man. Hij begroette ons en zei: 'Volg me, ik zal jullie mijn vroegere cel laten zien.' We gingen het gebouw binnen en even later kreeg ik een sleutel overhandigd. Mandela zei me: ' Mister president, you can open the door.' Ik kan je verzekeren: mijn hand trilde toen ik de sleutel in het slot stak." Geen zetel voor Mandela"Die cel was afschuwelijk. Klein. Daar stond in: een ijzeren eenpersoonsbed, een kastje, een tafeltje van geen vierkante meter groot en één houten stoel. Die man heeft al die tijd op Robbeneiland, 18 jaar lang, nooit in een zetel gezeten. Ik zweer je: dat maakt indruk. "Daarna keerden we terug naar de binnenkoer, waar ze inmiddels een zetel en een stoel hadden neergezet. We werden ernaartoe geleid, Mandela en ik, en ik wees, beleefd, op de zetel. 'Neen', antwoordde hij. De zetel was voor mij. Hij ging op de stoel zitten. "Toen begon hij te spreken. Zijn toon was heel rustig, bedaard. Ik denk dat hij tien keer meer op zijn gemak was dan ik. Hij vond dat Europa wat goed te maken had tegenover de zwarte bevolking van Zuid-Afrika. Dat Zuid-Afrika recht had op de wereldbeker, en niet zozeer de landen in het noorden. Dat waren bijna Europese landen, vond Mandela. Hier was het échte Afrika. Wat ook niet helemaal waar was, het echte Afrika vind je centraal op het continent, maar kom. Op een gegeven moment zei hij ook: 'Ik heb gehoord dat Frankrijk de kandidatuur van Marokko steunt. Ik zal eens telefoneren naar mijn vriend Chirac.' Zo zei hij het letterlijk: 'mijn vriend Chirac'. Ik ben ervan overtuigd dat het ook zo wás, die man kende de hele wereld en werd overal enorm geapprecieerd. "Vervolgens had hij het over zijn gevangenschap en vrijlating. Daarover, zei hij, had hij lang nagedacht. Over zijn houding na zijn vrijlating. Ofwel, zei hij, kon hij revanche nemen op de blanken en dan zou hij niet beter zijn dan zijzelf. Ofwel kon hij trachten van Zuid-Afrika een land te maken waarin de twee in vrede zouden samenleven. Hij zei me dat hij gekozen had voor de tweede oplossing. Schitterend, neen?" Zonder haat"Alles samen heeft onze ontmoeting een goed uur geduurd. Het was voor mij een van de meest bewogen ontmoetingen uit mijn leven. Ik ben 28 jaar rechter geweest, ik héb ervaring met gevangenissen, was in Mechelen en Brugge. Een gevangenis maakt vooral psychologisch veel indruk. De keren dat ik er was, had ik altijd een gevoel van opluchting als ik de gevangenis verliet, ook al was het maar kort en wist ik dat ik niet zou moeten blijven. Weten dat je daar al die tijd niet weg kan, afgesloten zijn van alle nieuwslijnen, alleen stenen kappen, niks anders... Afschuwelijk. De manier waarop die man dan op zo'n bedaarde manier reflecteert over 27 jaar gevangenschap. Voor een normale mens toch een derde van zijn leven. Maar hij doet het, zonder enige haat, zonder enige opwinding. Hij heeft ons niet verteld hoe een dag eruitzag, of hoe hij die doorbracht, maar wel over hoe hij dacht, vooral bij het verlaten van het eiland. Hij zei ook altijd te hebben geweten dat het goed ging aflopen. Ik vraag me eerlijk gezegd af: de dag dat die man sterft, wat zal er dan met Zuid-Afrika gebeuren?"