Jacques Rogge, geboren in 1942 in Gent en nu woonachtig in Deinze, is sinds zijn trouwjaar 1968 nog altijd samen met zijn vrouw, een voormalige radiologe, en drinkt bijna uitsluitend water. Erop los tateren zul je hem nooit zien doen. Rogge vindt zichzelf geen intellectueel, al leest hij graag boeken over geschiedenis, wetenschap of economie en is hij in verschillende zaken geïnteresseerd. Hij leerde veel van zijn grootvader Jules, die een elektriciteitszaak oprichtte en als hobby koerste, en van zijn vader Charles, die de zaak voortzette als burgerlijk ingenieur elektrotechniek. Iedere zelfstandige weet hoe belangrijk het is om goed met mensen om te kunnen gaan. Een verkoper is hij naar eigen zeggen nooit geworden maar zijn ideeën wist hij altijd goed te verkopen. Van zijn vader erfde hij de sportmicrobe: papa Rogge deed aan veldhockey, atletiek, roeien en zeilen.
...

Jacques Rogge, geboren in 1942 in Gent en nu woonachtig in Deinze, is sinds zijn trouwjaar 1968 nog altijd samen met zijn vrouw, een voormalige radiologe, en drinkt bijna uitsluitend water. Erop los tateren zul je hem nooit zien doen. Rogge vindt zichzelf geen intellectueel, al leest hij graag boeken over geschiedenis, wetenschap of economie en is hij in verschillende zaken geïnteresseerd. Hij leerde veel van zijn grootvader Jules, die een elektriciteitszaak oprichtte en als hobby koerste, en van zijn vader Charles, die de zaak voortzette als burgerlijk ingenieur elektrotechniek. Iedere zelfstandige weet hoe belangrijk het is om goed met mensen om te kunnen gaan. Een verkoper is hij naar eigen zeggen nooit geworden maar zijn ideeën wist hij altijd goed te verkopen. Van zijn vader erfde hij de sportmicrobe: papa Rogge deed aan veldhockey, atletiek, roeien en zeilen. In het strenge Gentse jezuïetencollege Sint-Barbara leert Jacques zijn verantwoordelijkheid nemen. "Bij de jezuïeten heeft hij geleerd dat intelligent zijn alleen niet voldoende is. Je moet ook slim zijn", merkt doctor Roger Vanmeerbeek op, die later zijn rechterhand zou worden bij het BOIC. Oud-voorzitter van de Belgische zeilfederatie Sadi Claeys: "Maar de jezuïeten zeggen wel eens a en doen b, en zo is Rogge niet." Overigens kon Rogges vader maar net vermijden dat Jacques op school werd weggezonden. Zoonlief had zich op een dag bij een cinemazaal vergaapt aan een sexy affiche van Brigitte Bardot. Na dertien jaar studeert Jacques Rogge af aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent, als chirurg in de orthopedie. Op termijn zal hij zich vooral met gehavende knieën bezighouden. De jonge chirurg stapt met een ijzeren discipline door het leven. Het zal niet verhinderen dat hij een drama meemaakt met een patiënt-sporter. "In de geneeskunde krijgen we vaak te maken met ongeneeslijke ziekten, met de dood ook. Kortom, met falen en mislukken", laat hij optekenen in zijn geautoriseerde biografie Jacques Rogge, Mijn olympische droom uit 2008. Rogge leefde toen en later als een monnik, sober en toegewijd: "Echt genieten van een gastronomisch etentje of een goed glas wijn, dat kan ik moeilijk." Had Rogge geen uitlaatklep? Natuurlijk wel. Hij werd vader van een zoon en dochter die ook wel eens op zijn rug paardje reden, al was het moeder Anne die hen opvoedde. Bovendien deed Jacques al op zijn zesde aan sport. Aan rugby beleefde hij meer plezier dan aan zeilen, zijn eerste sport. Later zullen zijn vrouw en hij nog een andere passie ontwikkelen: moderne kunst. Ze bezoeken tentoonstellingen en galerijen. "Een rechtlijnig leven met maar aandacht voor één iets, is nooit iets voor mij geweest." Het belangrijkste in de sport - en ook in het leven, voegt hij er graag aan toe - is niet winnen, maar wel proberen om het maximum uit je mogelijkheden te halen. Wat sport volgens hem zo prachtig maakt, is dat je je grenzen leert aftasten. Deze idealistische, enigszins naïeve fairplaydenkwijze kenmerkt hem. Hij past ze zelfs op zijn familie toe. Vanmeerbeek: "Voor de Olympische Spelen van 1996 had zijn zoon Philippe als zeiler een plaats afgedwongen voor het land België, niet voor hemzelf. Later volgden nog de selectiewedstrijden die Sébastien Godefroid met één punt voorsprong won op Philippe Rogge. Wij hebben toen met het BOIC beslist dat niet Phi- lippe maar Sébastien aan de Spelen mocht deelnemen, waar hij zilver won. Jacques heeft ons nooit proberen te beïnvloeden." Welke maatschappelijke denkbeelden houdt Rogge erop na? Mogen we hem een progressieve liberaal noemen? "Progressief is hij zeker", meent Claeys, die Rogge een vertegenwoordiger noemt van de Angelsaksische pragmatische aanpak. "De zuiderse onstuimigheid ligt hem minder, hoewel je hem binnenkort gegarandeerd in Cadaqués (een kustdorp in het noordoosten van Spanje, nvdr) op vakantie zal zien." Op zijn zeventiende, in 1959, wordt Jacques Rogge wereldkampioen zeilen in zijn leeftijdscategorie. Vanaf die leeftijd is hij naar eigen zeggen een trainingsbeest, dat tussen twintig en dertig uur per week oefent. Zelfs tijdens zijn doktersstudie traint hij tot drie keer per dag: 's morgens tien kilometer lopen, 's middags fitness en 's avonds training op het water. In zijn boek beweert Rogge dat hij niet lang hoefde na te denken over de vraag of hij zich voltijds op het zeilen zou storten. "Ik wilde chirurg worden." Roger Vanmeerbeek dist een ander verhaal op. "Mijn zoon Michel, die golft en Nicolas Colsaerts traint, zag zich ooit voor dezelfde keuze als Rogge geplaatst: topsport of studie. Ik vroeg Jacques om raad. Hij zei me dat hij zich op zijn zeventiende wilde toespitsen op zeilen maar niet mocht van zijn ouders. Die frustratie is altijd gebleven. Daarom stelde hij voor: 'Waarom laat je Michel niet ontdekken of topsport iets voor hem is?' Michel heeft dat gedaan en studeerde uiteindelijk lichamelijke opvoeding." Rogge nam als zeiler in de Finnklasse drie keer deel aan de Olympische Spelen. Niet min voor iemand die zegt dat hij "niet het grootste talent was, maar resultaten haalde door mijn discipline en doorzettingsvermogen". Tijdens de Spelen wordt hij nog gepassioneerder door sport dan hij al was; hij merkt ook dat er in de sport mensen met ideeën nodig zijn. Al in 1976 treedt hij toe tot de raad van bestuur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité, het BOIC. De toenmalige voorzitter, Raoul Mollet, zag het in hem. Bij het BOIC voeren Vanmeerbeek en hij selectiecriteria in voor Belgen die willen deelnemen aan de Spelen. Die zijn streng, om 'toeristen' te vermijden. Rogge is ook de eerste ter wereld die het gedaan krijgt dat kandidaat-olympiërs, in België, onverwacht dopingcontroleurs aan de deur krijgen. Hij ontpopt zich als een hervormer met een moderne visie en gedurfde, maar realistische plannen. Hij wordt voorzitter van het BOIC en van de Europese Olympische Comités. De klim naar de macht is begonnen. In 1991 betreedt hij het walhalla van de internationale sportwereld als lid van het IOC. Zeven jaar later treedt hij toe tot het beperkte kransje beleidsbepalers, het uitvoerend comité, en wordt hij de belangrijkste IOC-man bij de voorbereiding van de Olympische Spelen in Sydney 2000. Zijn ingangsexamen is geslaagd. In 2001 volgt hij Juan Antonio Samaranch op als achtste voorzitter van het IOC. Qua niveau steekt hij er met kop en schouders boven uit. Zijn doel is enkel en alleen de sport te dienen. "Wie me kent, weet dat ik geen tafelspringer ben en mezelf niet graag op de voorgrond plaats." Dat is nodig, want in het begin van de 21e eeuw leek de topsport totaal ontspoord door doping, corruptie, vriendjespolitiek, ijdeltuiterij en de macht van het geld. Zijn troeven zijn een schrandere en nuchtere aanpak, stoïcijnse kalmte en zin voor diplomatie. Belangrijker is dat hij een visie heeft op hoe de sport in overeenstemming met zijn kernwaarden moet evolueren om succesvol en relevant te blijven. Rogge kiest voor ontvetten en moderniseren ten bate van de schoonheid van de sport. Daarbij werkt hij planmatig, als een manager die hij van opleiding nochtans allerminst is. "Ik probeer alles kort en beknopt te houden. Ik ben geen romanticus, maar houd van abstract en probleemoplossend denken", omschrijft hij zichzelf. Hij wordt dé topsportmanager van de 21e eeuw. Geen autoritaire baas, geen graaier, geen cijferfetisjist of bullebak in een ivoren toren. Wel iemand die kiest voor dialoog, goed communiceert, onkreukbaar en bescheiden blijft. Een ploegspeler met aandacht voor deugdelijk bestuur en ethiek, die zich bewust is van de maatschappelijke rol van het IOC. Geen opportunist maar een idealist. "Ik denk dat het IOC nood heeft aan een inspirator, een bruggenbouwer, iemand die in staat is om conflicten op te lossen." Hij ontpopt zich als harde werker. "Ik heb dat in mijn bloed", zegt hij. "Ik begin 's morgens vroeg en werk tot 's avonds laat." Vanmeerbeek: "Bij Rogge is het daarbij l'essentiel d'abord. Hij is niet bang om dingen af te stoten als ze niet tot de kerntaken behoren." Rogge vertelde Philippe Vande Weyer, olympisch journalist van Le Soir, dat hij in zijn twaalf jaar voorzitterschap hooguit een keer of drie op het meer van Genève gezeild heeft. Zijn werkdagen begonnen rond acht uur en eindigden tussen zeven en acht 's avonds. In het Frans gebruikt men de uitdrukking un grand commis de l'état: iemand die zijn leven in het teken stelt van het dienen van zijn land. Rogge is un grand commis du sport. "Zijn plichtsbewustzijn is enorm", zegt Claeys. "Als het ook maar een beetje mogelijk is om het honderdjarige verjaardagsfeest van het nationale olympische comité van Oezbekistan bij te wonen, zal hij het doen. Hij gaat tot het uiterste, houdt weinig rekening met zijn grenzen. Hij doet dat omdat hij vindt dat hij het moet doen." De journalisten heeft hij meestal op zijn hand. Rogges omgang met de media is voorbeeldig. Journalisten hebben het gevoel dat hij houdt van het debat, en dat je met hem een zeer diepgaand gesprek kunt voeren. Nooit doet hij daarbij uit de hoogte, en eenmaal hij iemand kent, spreekt hij die met de voornaam aan. In twaalf jaar voorzitterschap is Rogge fel verouderd. Zijn stem laat het soms ook afweten. Vande Weyer: "Ik mocht hem eens een weekend volgen, in Boedapest, voor het honderdjarige bestaan van het Hongaarse olympische comité. Van receptie naar toespraak naar academische zitting naar diner. Verschrikkelijk vervelend, zelfs al werd hij telkens als een staatshoofd ontvangen." Sadi Claeys: "Kunnen dienen, dat is Rogges vreugde. Hij denkt meer aan anderen dan aan zichzelf en geniet van het leven op zijn manier." Vande Weyer: "Als IOC-voorzitter is hij geslaagd, absoluut zeker." Jens Weinreich, de onderzoeksjournalist: "Rogge heeft dingen gerealiseerd maar is ook een aantal keren mislukt. De grootste ontgoocheling is dat het IOC niet transparanter is geworden. Er is geen financieel jaarverslag dat je goed kunt controleren. Wie wanneer en waarom IOC-lid wordt, weten alleen Rogge en zijn rechterhand. En de communicatie van het IOC is een catastrofe. Eén voorbeeld? Het zogeheten evaluatierapport over de sporten op de Olympische Spelen van 2012 is nog altijd niet openbaar gemaakt, hoewel worstelen op basis van dat rapport geschrapt wordt van het programma in 2020." ?DOOR FRANK VAN DE WINKEL - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Echt genieten van een gastronomisch etentje of een goed glas wijn, dat kan ik moeilijk." Jacques Rogge "Kunnen dienen, dat is Rogges vreugde. Hij denkt meer aan anderen dan aan zichzelf en geniet van het leven op zijn manier." Sadi Claeys