Het was Sergio Dutra senior, zaterdagavond aandachtig toeschouwer in de tribune op Daknam, ook opgevallen. Hij had voor de tweede keer in deze play-offs de ploeg van zijn zoon zien verliezen tegen Club Brugge en telkens was die dekselse nummer 16 van Club hem opgevallen. Niet WaldemarSobota, aangever van twee goals en afwerker van een derde was voor hem de man van de match, maar Maxime Lestienne, slim weglopend van de bal op de tweede counter die een goal opleverde, en aanbrenger van doelpunt nummer drie. Een kenner, die pa, want toen Lestienne in de zesenveertigste minuut een vrije trap hoog over schoot, steeg er hoongelach op uit de tribunes en licht gefluit bij de meest kritische supporters van blauw-zwart. Een uur later waren ze dat vergeten en droegen ze hun held op handen. En nog eens vierentwintig uur later mocht Club zich competitieleider noemen. Op vier speeldagen van het einde is de trofee binnen bereik.
...

Het was Sergio Dutra senior, zaterdagavond aandachtig toeschouwer in de tribune op Daknam, ook opgevallen. Hij had voor de tweede keer in deze play-offs de ploeg van zijn zoon zien verliezen tegen Club Brugge en telkens was die dekselse nummer 16 van Club hem opgevallen. Niet WaldemarSobota, aangever van twee goals en afwerker van een derde was voor hem de man van de match, maar Maxime Lestienne, slim weglopend van de bal op de tweede counter die een goal opleverde, en aanbrenger van doelpunt nummer drie. Een kenner, die pa, want toen Lestienne in de zesenveertigste minuut een vrije trap hoog over schoot, steeg er hoongelach op uit de tribunes en licht gefluit bij de meest kritische supporters van blauw-zwart. Een uur later waren ze dat vergeten en droegen ze hun held op handen. En nog eens vierentwintig uur later mocht Club zich competitieleider noemen. Op vier speeldagen van het einde is de trofee binnen bereik. Dat Club eerste staat, heeft het voor een groot stuk aan de jonge spits uit Moeskroen te danken. En dat is opvallend, gezien de kritiek die hij dezer dagen krijgt. Niet alleen in Lokeren, onlangs ook nog op Jan Breydel, tijdens de wedstrijd tegen Racing Genk. Goeie wil genoeg, maar in de afwerking of de keuzes niet altijd gelukkig. En toch kunnen we zijn belang voor Club dit seizoen niet hoog genoeg inschatten. Redenen waarom CSKA Moskou (vorige zomer) en VfL Wolfsburg (vorige winter) hun belangstelling lieten blijken. Voor een eenentwintigjarige zijn de statistieken immers indrukwekkend. Oordeel zelf. Eerste opvallende vaststelling: zijn regelmaat. Explosief, bij tijd en wijle zwaar aangepakt door de tegenstander, maar met een lichaam dat blijkbaar goed de inspanningen verteert. Hij is zelden geblesseerd, heeft weinig nood aan rust, minder dan Lior Refaelov of Tom De Sutter, die veel fragieler zijn. Het is niet nieuw. Als we de statistieken van Club Brugge bekijken, speelde Lestienne vorig seizoen in totaal (Europees, competitie, beker) 47 wedstrijden, het meest van alle Bruggelingen. Hij verzamelde daarin 3250 speelminuten, alleen Vadis Odjidja (3402) en Carlos Bacca (3626 minuten) deden toen beter. Met twaalf goals en acht assists was Lestienne vorig seizoen in de reguliere competitie betrokken bij 20 van de 66 doelpunten die Club scoorde. In percentages uitgedrukt was dat dertig procent. In de play-offs werd zijn impact nog groter. Met Vadis Odjidja, Ryan Donk of Víctor Vázquez als aangever waren er kandidaten genoeg om hem (of topschutter Bacca) voor doel te zetten. Beiden profiteerden ervan. Club maakte een jaar geleden in de tien wedstrijden 21 goals. Lestienne (vijf goals en vijf assists) was betrokken bij tien doelpunten, nagenoeg de helft van het totaal, en Bacca (drie goals, zes assists) bij negen. Een dodelijk duo, al pakte Club uiteindelijk net geen titel. Zijn naam was gemaakt. Lestienne, op dat moment nog maar twintig jaar, mocht van Marc Wilmots mee op stage met de Rode Duivels naar de Verenigde Staten en raakte in de belangstelling van CSKA Moskou. Dat bood flink door, tot in de dubbele cijfers, maar Lestienne oordeelde dat hij "in Moskou niks te zoeken had." Liever bevestigen bij Club en dan naar een ander type competitie. Als op 26 juli het nieuwe seizoen start, is het evenwel vreemd om zich heen kijken. Tegen Charleroi staat op de openingsspeeldag van de nieuwe competitie een heel ander Club Brugge op de mat. Geen Bacca meer als bliksemafleider op diepe ballen, geen Vázquez (geblesseerd), Odjidja (geblesseerd) of Donk (getransfereerd) om hem diep te sturen. Wel werkers als Timmy Simons (met snel rood), Jonathan Blondel (later ook snel out) en Shangyuan Wang, een nog schuchtere nieuwkomer. En in de punt Eidur Gudjohnsen, voor wie dit ook al lang geleden is en die geen al te beste relatie met de trainer onderhoudt. Het is Wang die scoort en Blondel die in blessuretijd verdubbelt. Lestienne krijgt een paar kansen, maar verknoeit ze. In de tweede wedstrijd, op Oostende, begint hij zelfs op de bank. Niet fit genoeg bevonden om te starten komt hij pas rond het uur in de match, ter vervanging van Refaelov. Prompt maakt hij het verschil. Vijf minuten na zijn invalbeurt komt hij naar binnen en dropt hij een bal aan de tweede paal. De inlopende Boli Bolingoli kan zo zijn eerste goal in de Jupiler Pro League maken. Het is het dilemma waarmee de trainer worstelt. Juan Carlos Garrido moet een heel nieuw aanvalsconcept bedenken. Met De Sutter, die al snel in de punt komt, heeft Club er een balvaste spits bij, maar een snel alternatief voor de vertrokken Bacca is er (nog) niet. Kehinde Fatai zal pas eind augustus komen. Met het verdwijnen van Donk en de komst van Simons staat er ook een ander type defensieve middenvelder, een meer controlerende. Bovendien spelen de twee buitenspelers - Refaelov en Lestienne - allebei liever tegen hun voet. Naar binnen komen en schieten doen ze liever dan voorzetten. Op zich niet erg, als de twee flankverdedigers over hen kunnen gaan om voorzetten te trappen, maar in linksachter Laurens De Bock heeft de Spanjaard weinig vertrouwen (dat zal voor veel wrevel met de directie zorgen), terwijl rechtsachter Thomas Meunier nog herstelt van een buikspierletsel. Kortom: aanvallend lijkt alles op de schouders van de eenentwintigjarige te liggen. En dat weet de tegenstand ook, er is plots veel minder ruimte. Lestienne is evenwel sterk genoeg om zich er weinig van aan te trekken, wat getuigt van zijn klasse. In Mechelen (1-2) is hij weer bepalend: assist voor De Sutter en een penaltyfout tegen hem. Tegen Gent (1-1) laat hij Tom Høgli scoren, in Beveren (1-2) scoort hij zelf, na 36 seconden. En tegen Lierse is de sloeber die wegens vrouwelijk bezoek in het hotel van de nationale beloften begin september uit de selectie wordt gezet, man van de match, met twee assists, één goal én betrokkenheid bij het vierde doelpunt. Het vel van Garrido redt hij hiermee niet, maar de trainerswissel maakt hem niks uit: tegen Anderlecht scoort hij er twee en krijgt hij van Philippe Clement een applausvervanging. En vervolgens, in Bergen, recidiveert Lestienne. Al na twee minuten klopt hij Olivier Werner. En dan, plots, stokt het. Op een domme manier. Rood tegen OHL, geschorst tegen Kortrijk, monddood tegen Genk en Cercle, waar al zijn inspanningen leiden tot niks, Club mist de kansen. Nul op negen in de competitie, de start onder Michel Preud'homme is matig. Aan zijn inzet op het veld ligt het niet - als een bezetene neemt hij bij balverlies zijn positie weer in - maar offensief is er een pauze, bij gebrek aan een scherpe afwerker. Tom De Sutter zoekt rustig naar zijn plaats in het elftal en werkt aan zijn fysieke paraatheid na het vele bankzitten bij Anderlecht, Kehinde Fatai komt amper in het stuk voor en Eidur Gudjohnsen is fysiek ook niet meer in staat om als nummer 9 de klappen op te vangen. Om zelf te scoren heeft hij nood aan ballen, maar Odjidja heeft een pechseizoen, Vázquez geraakt als aangever niet in het ritme en ook Refaelov blijft een tijd out, terwijl Sobota naar een Wroclawvorm hunkert. Het is vaak forceren, dreigen, aanbrengen, wroeten maar niet afgewerkt zien. Niet, of net niet, en af en toe wel. De derby tegen Gent levert hem nog eens een doelpunt op, een vrije trap die keihard in de bovenhoek verdwijnt. Als uiteindelijk op 16 maart met winst in de derby de reguliere competitie wordt afgesloten, kan Maxime Lestienne toch terugblikken op uitstekende cijfers. Hij heeft zelf tien keer gescoord, geeft toch dertien assists en er worden drie strafschopfouten op hem gemaakt. Elfmeters die Timmy Simons telkens perfect omzet. Club scoorde 54 keer - als we de strafschopfouten meetellen, geeft dat een betrokkenheid bij 26 van de 54 goals, oftewel 48 procent. Hij heeft, ondanks alle personeelswissels, zijn statistieken van de play-offs vorig seizoen geëvenaard. Straf werk, gezien de personeelswissels. In de play-offs is het voorlopig minder. Drie assists, allemaal tegen Lokeren, nog geen goal. Club scoorde tot dusver elf keer in zes matchen, waarvan acht tegen Lokeren. Op dat vlak kan het beter. Aan zijn regelmaat ligt het niet. Net als vorig seizoen zit hij opnieuw in de top qua fysieke betrouwbaarheid. Kampioen is Mathew Ryan, die speelde tot dusver alle competitieminuten. Good old Timmy Simons is een flinke tweede, met maar anderhalve gemiste partij (één met rood, één geschorst). En op nummer drie staat alweer Lestienne, die dit seizoen al meer dan 3000 speelminuten verzamelde. Van alle spitsen in de Brugse kern is hij met voorsprong de meest gebruikte. Conclusie: op zijn eenentwintigste is Lestienne, ondanks de kritiek die hij slikt, bezig aan de bevestiging van zijn kunnen. Fysiek zeer betrouwbaar, in de afwerking en het aangeven steeds sterker: Drie seizoenen geleden: twee goals, nul assists. Twee seizoenen geleden: zeven goals, twee assists. Vorig seizoen: achttien goals, dertien assists. Nu tien goals, zeventien assists. Altruïstisch, in balverlies zelden zijn positie vergetend, en offensief ondanks een steeds wisselend en minder balvast middenveld nog steeds uitstekend. Een goudhaantje, die mister veertig procent. DOOR PETER T'KINT - BEELDEN BELGAIMAGEMaxime Lestienne is, ondanks de kritiek die hij slikt, bezig aan de bevestiging van zijn kunnen.