Begin april vraagt een journalist aan José Mourinho (58) waarom diens ploeg zo moeilijk een voorsprong vasthoudt. Tottenham heeft op verplaatsing bij Newcastle, spartelend tegen degradatie, net vijf minuten voor affluiten een zege te grabbel gegooid. Een scenario waarmee de Spurs stilaan vertrouwd geraakten: het verspeelde eerder al 13 punten van winnende posities. In de Europa League ligt de uitschuiver tegen Dinamo Zagreb nog vers in het geheugen. 3-0 na verlengingen, Tottenham er zonder pardon uit. Terwijl defensieve onverzettelijkheid vroeger net gold als een van de specialiteiten van Mourinho, toch? Met uitgestreken gezicht antwoordt The Special One: 'Zelfde coach, andere spelers.'
...

Begin april vraagt een journalist aan José Mourinho (58) waarom diens ploeg zo moeilijk een voorsprong vasthoudt. Tottenham heeft op verplaatsing bij Newcastle, spartelend tegen degradatie, net vijf minuten voor affluiten een zege te grabbel gegooid. Een scenario waarmee de Spurs stilaan vertrouwd geraakten: het verspeelde eerder al 13 punten van winnende posities. In de Europa League ligt de uitschuiver tegen Dinamo Zagreb nog vers in het geheugen. 3-0 na verlengingen, Tottenham er zonder pardon uit. Terwijl defensieve onverzettelijkheid vroeger net gold als een van de specialiteiten van Mourinho, toch? Met uitgestreken gezicht antwoordt The Special One: 'Zelfde coach, andere spelers.' In die repliek schuilen heel wat redenen voor het falen - en finaal het ontslag - van de Portugees bij Tottenham. In de eerste plaats is het antwoord exemplarisch voor de zoektocht van Mourinho naar zondebokken. Een nederlaag is de schuld van de scheidsrechters, van de bond, het speelschema, brute pech, de spelers, desnoods van de clubkok die hem een verkeerd ontbijt voorschotelde, maar vooral nooit van Mourinho zelf. Een 'specialleke' is nu eenmaal onfeilbaar. Door de verantwoordelijkheid voor het late tegendoelpunt op zijn verdedigers af te schuiven, poogt hij zijn eigen imago te vrijwaren. In de laatste tien jaar, sinds zijn tijd bij Real Madrid, lijkt er in elke ambtsperiode van Mourinho zo'n moment te komen. Dan neemt hij niet langer beslissingen in functie van de club, maar voor zijn eigen marketing. Tegen Newcastle begint Tottenham met een achterlinie van Reguilón, Rodon, Sánchez en Tanganga, een excuus verpakt als ploegselectie. 'Dit gebeurt als de baas de meest onervaren verdediging de wei instuurt om een punt te maken over zijn meer geroutineerde spelers, omdat die niet doen wat hij vraagt', klinkt het bij The Spurs Show, een podcast over Tottenham. 'José's ego dicteert de opstelling.' De volgende conclusie is wellicht de meest bezwarende. Als Mourinho niet langer brengt waarvoor hij ingehuurd wordt - resultaten behalen, met welk voetbal dan ook - heeft hij dan nog bestaansrecht als voetbaltrainer op het hoogste niveau? Zeker zijn aanstelling bij Tottenham leek ingegeven vanuit een romantisch, gedateerd beeld van Mourinho als prijzenmagneet. Wellicht een tegenreactie op voorganger Mauricio Pochettino, die wel sprankelend voetbal bracht maar geen trofeeën in de kale prijzenkast op White Heart Lane zette. Maar Mourinho's laatste titel dateert van 2015, zijn laatste Champions League van 2010. Daarna volgden enkel een verdwaalde Europa League en een League Cup. Schaamlapjes. Als hij geen successen meer kan brengen, welke clubeigenaar wil dan zo'n fors loonbriefje nog betalen? Hoe is de koning van de Europese trainersgilde in godsnaam zoveel van zijn glans kwijtgeraakt? Want laat er geen twijfel over bestaan: gedurende anderhalf lustrum is Mourinho de meest opwindende man naast een voetbalveld. Van Porto, Chelsea en Inter maakt hij niet in te nemen vestingen, ploegen die lopen en vechten tot aan het einde. En Mourinho strijdt met hen, als een generaal die bereid is om op het slagveld te sterven met zijn troepen. Zijn voetbal draait niet om romantiek, wel om dadendrang, fysieke paraatheid en psychologische oorlogsvoering. 'Er zijn veel dichters in het voetbal, maar die winnen niet veel titels', zegt hij wanneer hij in 2017 met Manchester United de Europa League wint. Negen jaar lang, van 2002 tot 2011, verliezen zijn ploegen geen enkele keer in eigen stadion. Niet toevallig eindigt die reeks wanneer hij hoofdtrainer is van Real Madrid, met een flauwe 0-1 tegen laagvlieger Sporting Gijón. In Madrid vertoont het fort Mourinho de eerste barsten. En die zijn meteen van het soort waarvoor je een stabilisatiedeskundige laat komen. Voordien kan Mourinho zich altijd in de positie van underdog manoeuvreren. Bij Porto neemt hij het met een kleine club op tegen de grootmachten. Chelsea, nouveau riche, komt nog maar net de gevestigde waarden in de enkels bijten. En Pazza Inter kampt met AC Milan en Juventus. Maar bij Real Madrid werkt die loopgravenoorlog, die strijd van 'wij tegen de wereld', niet. Opeens behoort hij tot het establishment en kan hij niet meer omhoog trappen. En dus pookt Mourinho zelf brandjes op. Zo drijft hij de rivaliteit tussen spelers van Real en Barcelona, eerder dat jaar nog zij aan zij wereldkampioen met Spanje, op de spits. Hij beweert dat de scheidsrechters FC Barcelona bevoordelen, omdat het 'zulke toffe jongens' zijn en omdat UNICEF op hun borst prijkt. Na een oververhitte clásico port hij Barça-assistent Tito Vilanova in het oog. De Portugees dreigt journalisten af en steekt knokpartijen in de spelerstunnel aan. Hij zoekt, kortom, boel met Juan en alleman. Maar in tegenstelling tot wat hij hoopt, smeedt Mourinho zo geen team. Integendeel, het team valt uiteen. Tegen het einde van zijn ambtstermijn bij Real heeft hij de hele kleedkamer tegen zich in het harnas gejaagd. Hij ligt overhoop met Iker Casillas, die hij al een tijdje niet meer opstelt, met Sergio Ramos en Cristiano Ronaldo. Zelfs Pepe, lang zijn luitenant, roept om meer respect voor Casillas. Waarop Mourinho diens doublure Raúl Albiol opstelt in de finale van de Copa del Rey. De verdediger, die al maanden niet meer speelt, ligt met een blunder aan de basis van de bekernederlaag. Mourinho is dan al naar de tribune gestuurd, meteen zijn laatste match als trainer van Real. 'Mijn ergste seizoen', noemt hij dat slotjaar in Spanje. In Madrid verandert Mourinho, voorheen een kei in man management, van het soort baas met wie je na het werk met plezier pinten gaat drinken in een nurk die niemand graag aan de watertank treft. In Milaan valt Marco Materazzi Mourinho, 'een vriend, vader en broer in één', bij het afscheid huilend in de armen. Cristian Chivu wil desnoods doelman voor hem spelen. Het zijn stuk voor stuk mannen die Mourinho kan bellen als hij in het midden van de nacht in panne valt. Vergelijk dat met het koele afscheid bij Real, waar de spelers cavaflessen ontkurken en 90 procent van de kleedkamer hem naar verluidt wil 'opknopen aan de lat'. Mourinho's conflictmodel heeft de club aan stukken gereten. Het imago van de galácticos ligt dan al een tijdje bij het grof huisvuil. Even terug in de tijd. In 2008 verkiest Johan Cruijff, orakel van dienst, Pep Guardiola boven Mourinho als opvolger van Frank Rijkaard bij FC Barcelona. Daarop besluit de Portugees om de anti-Guardiola te worden. Voortaan wil hij geen balbezit meer, maar gaat hij uit van een laag blok en een vlijmscherpe tegenaanval. En dat terwijl Porto wél hoog druk zette en hij tijdens zijn eerste periode bij Chelsea sprak over 'rusten met de bal', balbezit als wapen om een match te controleren. Dat is verleden tijd. De ultieme uiting daarvan: als coach van Inter zegeviert hij in 2010 in de halve finale van de Champions League tegen Barcelona met 24 procent balbezit. Triomfantelijk loopt hij door de sproeiers op het veld. Dat succes is de reden waarom Realvoorzitter Florentino Pérez, die er als de dood voor is dat FC Barcelona de Champions League wint in Bernabéu, Mourinho aanstelt als hoofdcoach. Al verwacht hij wellicht niet dat Mou zijn verdedigende aanpak van bij outsider Inter zal kopiëren tegen de Valladolids van deze wereld. De Portugees maakt van Real Madrid een meedogenloze countermachine. Hij wint wel nog La Liga, een prestatie waarvoor hij naar eigen zeggen niet genoeg wordt geroemd, maar slaagt er niet om te verwezenlijken waarvoor hij naar de Spaanse hoofdstad is gehaald: de Champions League winnen. Meer zelfs, in de halve finale van 2011 zou Mourinho volgens The Special One, een biografie van El País-journalist Diego Torres, het beperken van de schade tegen Barcelona belangrijker gevonden hebben dan echt de eigen kans te wagen. Een jaar eerder moest Real nog met 5-0 afdruipen in de clásico. Die pandoering richt blijvende psychologische schade aan. Sindsdien lijkt Mourinho zich op het veld te laten leiden door angst. In Madrid wordt hij langzaam loco, meer paranoïde dan een kalkoen op de vooravond van Kerstmis. Vol geestdrift gaat hij op zoek naar de mol die kleedkamergeheimen richting pers lekt. Hij brult dat hij die 'rat' wel zal vinden. Grootste verdachte: Casillas. Die zou stiekem z'n partner, journaliste Sara Carbonero, inlichten. Een rebellie is nooit ver weg. Vreselijk voor een controlefreak. Mourinho denkt dat de wereld erop uit is om hem te 'pakken'. Toegegeven, soms is dat ook wel zo. Want de publieke opinie heeft hij dan al lang niet meer aan zijn kant. Eerder is die hem nog vrij gunstig gezind. Wanneer hij zich na een schorsing bij Chelsea in een wasmand de kleedkamer laat binnensmokkelen, is Mourinho de sympathieke vlegel die peren steelt bij de grootkapitalistische boer, de rebel die ingaat tegen de gestelde lichamen. Nu is hij de mopperaar die twee stenen laat vechten. En die zonder verpinken spelers publiekelijk afvalt. In Madrid knettert er tijdens zijn bewind immer confrontatie in de lucht. Het trauma van Real Madrid, waar hij aankomt als ster en vertrekt als schurk, heeft Mourinho daarna nooit meer van zich afgeschud. Ook niet bij Chelsea, 'waar de mensen van me houden'. In de oude stal behaalt hij nog wel een titel, zijn laatste, maar evengoed scheldt hij dokter Eva Carneiro de huid vol nadat ze het veld oploopt om de geblesseerde Eden Hazard te verzorgen. 'Zelfs als dokter of secretaris op de bank moet je het spelletje begrijpen', fulmineert Mourinho, die ook als door een horzel gestoken tekeergaat tegen scheidsrechters, tv-commentatoren en speelschemamakers. Later, bij Manchester United, klaagt hij over een voorbereidingstournee in de VS en de keuze van Anthony Martial om bij zijn pasgeboren zoon te zijn. Hij bekvecht met coaches en spelers. Op een bepaald moment is zoiets niet langer psychologische oorlogsvoering, maar wordt het simpelweg eikelgedrag. Zijn behandeling van Luke Shaw lijkt wel pesten op het werk. Mourinho wisselt de linksback vaak zonder aanwijsbare reden. Dan zet hij Antonio Valencia in zijn plaats, want 'die kan zich verdedigend tenminste positioneren'. En wanneer Shaw tegen de verwachting in een goede match afwerkt, beweert Mourinho dat zijn instructies aan de basis liggen. 'Zijn lichaam speelde met mijn hersenen.' Het voetbal is al die tijd niet aan te gluren. Mourinho's listigheid van weleer - grotere clubs met beperkte middelen verslaan - heeft plaats geruimd voor angsthazenvoetbal. Ook bij Tottenham zet die trend zich door. Initieel kan Mourinho de schijn nog hoog houden. Hij tilt een door Pochettino uitgemolken ploeg naar een zesde plaats. En op de vierde speeldag van dit seizoen vernedert Tottenham Manchester United in eigen huis met 1-6. In november en december staan de Spurs zelfs een tijdlang aan de leiding in de Premier League. Maar die kortstondige oplevingen van de hoop verhullen de tekortkomingen van Mourinho maar even. Zijn wissels, zoals die van linksbuiten Steven Bergwijn door verdediger Reguilón tegen Liverpool, zijn nog altijd ingegeven door angst. Mourinho krijgt ook geen herkenbare patronen in de ploeg gestampt. Hij vertrouwt vooral op het genie van Harry Kane en Son Heung-min vooraan. Na midden december volgen twee zeges in negen matchen, amper clean sheets en veel gesukkel op het veld. Een gebrek aan resultaten is voor Mourinho vernietigender dan voor andere coaches. Zijn spel stoelt op winnen, niet op langetermijndenken. Volgt er geen succes, dan stort het kaartenhuisje snel ineen. Want valt countervoetbal vanuit een laag blok nog te verdedigen tegen Manchester City, dan is die keuze tegen Burnley moeilijker te slikken. Zeker voor verwende supporters. Ook de spelers geraken de aanpak van Mourinho beu. Volgens The Athletic vinden ze zijn trainingssessies te defensief en te veel gefocust op de tegenstander. Zo laat Mou hen voor de match tegen Liverpool urenlang verdedigen op inworpen. De spelers zijn 'verveeld' en 'gefrustreerd'. Temeer omdat de Portugees er zelden de zweep op legt. De kleedkamer grapt zelfs dat het gebrek aan trainingsintensiteit hun spelerscarrières verlengt. Intussen doet Mourinho wat hij altijd doet: schuilen achter smoesjes. Na de draw op Crystal Palace, op 13 december: 'Ze deden niet wat ik hen vroeg.' Een maand later, na Fulham: 'Het heeft te maken met individuele kwaliteiten.' Na de nederlaag tegen Arsenal, op 14 maart: 'Belangrijke spelers verstopten zich.' En na de uitschakeling tegen Dinamo Zagreb, op 18 maart: 'Mijn team vergat niet enkel de basis van voetbal, maar ook de basis van het leven: hun jobs respecteren en alles geven.' Zo verdeelt Mourinho een hechte bende in twee kampen. Al is het kamp van voorstanders hoe langer hoe dunbevolkter. Op het einde zou enkel Kane nog door een 'bakstenen muur lopen' voor Mourinho. Na de blamage tegen Dinamo Zagreb tiert doelman Hugo Lloris dat de spelers het plannetje van de trainer niet volgden. Mourinho dringt niet door tot zijn groep. De huidige generatie behoeft een fluwelen handschoen. Dat was anders in de glorietijd van de Portugees, toen mannen als Chivu en Materazzi niet meer dan een schouderklop nodig hadden om te gaan kampen op het veld. Mourinho heeft zich nooit kunnen aanpassen aan die veranderingen. Want is het niet zijn taak om zijn manschappen te motiveren in plaats van hen publiekelijk in hun onderbroek te zetten? Dat de tijden zijn veranderd, beseft The Not So Special One nochtans maar al te goed. 'Mijn vader speelde als doelman 15 jaar met dezelfde centrale verdediger voor zich', zei hij in een interview voor het seizoen. 'Nu geraken spelers elkaar sneller beu. Ze worden de manager sneller beu.' Dat is exact wat er gebeurd is, de spelers zijn uitgekeken op een in een vorig voetbaltijdperk versteend geraakte trainer. Misschien klopt het dan toch, dat van die 'zelfde coach, andere spelers.'