De huidige invasie van Argentijnse klassespelers roept heel veel vergelijkingen op met de dominantie van het Zuid-Amerikaanse land eind jaren '80, begin jaren '90. Met Alberto Mancini, Guillermo Perez-Roldan, Horacio de la Pena en Martin Jaite beschikte Argentinië over flegmatieke en temperamentvolle gravelduivels. En kijk waar bovengenoemde heren nu rondhangen. Jaite is toernooidirecteur van het groeiende ATP-evenement in Buenos Aires en begeleidt af en toe Gaston Gaudio op de tour, de la Pena is vaste coach van de Chileen Fernando Gonzalez, en Mancini reist de wereld rond in het kielzog van zijn pupil Guillermo Coria. De input van tennisknowhow en ervaring heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen in het land van Diego Maradona.
...

De huidige invasie van Argentijnse klassespelers roept heel veel vergelijkingen op met de dominantie van het Zuid-Amerikaanse land eind jaren '80, begin jaren '90. Met Alberto Mancini, Guillermo Perez-Roldan, Horacio de la Pena en Martin Jaite beschikte Argentinië over flegmatieke en temperamentvolle gravelduivels. En kijk waar bovengenoemde heren nu rondhangen. Jaite is toernooidirecteur van het groeiende ATP-evenement in Buenos Aires en begeleidt af en toe Gaston Gaudio op de tour, de la Pena is vaste coach van de Chileen Fernando Gonzalez, en Mancini reist de wereld rond in het kielzog van zijn pupil Guillermo Coria. De input van tennisknowhow en ervaring heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen in het land van Diego Maradona. De eenentwintigjarige Coria is samen met Wimbledonfinalist David Nalbandian het spectaculairste talent van de gaucho's. Zijn bijnaam, Magic, heeft hij vooralsnog niet gestolen. Zelden iemand zo vloeiend en gemakkelijk zien gedijen op de rode ondergrond. Als tegenstander word je gefrustreerd, enkel en alleen bij de aanblik van zijn fluwelen stijl. In Hamburg stond er alvast geen maat op de kleine krijger en toonde hij zich veruit de beste in iets wat verdacht veel leek op het Argentijns nationaal kampioenschap. Zijn lichtjes verwijde ogen hebben Coria trouwens ook al met het alias El Chino opgezadeld. Een titel die hij eigenlijk overgenomen heeft van de enige echte, Marcelo Rios. Waar is de tijd dat de Chileen het nummer één van de wereld was, onderwijl driftig grossierend in negativiteitsprijzen, uitgereikt door de pers, maar wel geniaal tennis afleverend. Die periode lijkt ver weg, want een maand geleden sprak Rios nog over stoppen met zijn sport. De chronische blessuregevoeligheid met ettelijke maanden afwezigheid tot gevolg ging ook nog eens gepaard met een afnemende hartstocht voor het spelletje. Een maand van reflectie had hij nodig om terug het juiste pad te vinden. En dat pad leidde hem onmiddellijk naar winst in de World Team Cup. Toch blijft het afwachten wat de linkshandige tovenaar nog kan opbrengen voor een van de grootste toernooien ter wereld. Dezelfde vraag kan gesteld worden aan Gustavo Kuerten. Ondanks zijn kleurrijke persoonlijkheid heeft hij een vrij kleurloze voorbereiding op Roland Garros achter de rug. Met drie Parijse bekers in zijn trofeeënkast kan hij dit jaar echter een stap naar de eeuwige roem zetten. Bij een overwinning aan de Porte d'Auteuil wordt hij tweede op de zegelijst aller tijden achter zesvoudig specialist Björn Borg. Guga zal vermoedelijk meer wakker liggen van zijn weerbarstige niveau dan van een vermelding in de geschiedenisboeken. Toch blijft hij een gevaarlijke klant als hij de Franse hoofdstad bezoekt. De Spanjaarden hebben heel wat territorium moeten afstaan aan al dit Zuid-Amerikaans talent. Ze houden nog nipt de bovenhand met twaalf vertegenwoordigers in de tophonderd tegenover tien Argentijnen. Toch komen er microscopische scheurtjes in het Spaans bastion. Toppers als Costa en Corretja hebben het moeilijk om hun status waar te maken en de opvolging lijkt op de eerste plaats van het wonderkind Rafael Nadal te moeten komen. Al is het natuurlijk allemaal verre van kommer en kwel. Spanje staat nog maar eens mooi in de halve finale van de Davis Cup en Carlos Moya blijft een kanjer. Felix Mantilla sleepte zich na veel blessureleed met een overwinning in Rome terug op de voorgrond, en Juan-Carlos Ferrero heerste in het begin van het gravelseizoen. Wat is dan eigenlijk de sterkte van die bende Spaanssprekende gravelbijters ? Zowel in Zuid-Amerika als in Spanje groeit een jonge speler op onder de zon en op gemalen baksteen. Bovendien kan hij zich in zijn achtertuin verder ontwikkelen op talrijke toernooitjes van de laagste categorie. Trainers werken er geregeld samen en een enggeestige bescherming van de eigen pupillen kom je er zelden tegen. Integendeel, coaches nemen vaak meerdere toppers onder hun hoede en andersom proberen spelers vaak meerdere begeleiders uit. Die constante veranderingen en verschillende invalshoeken maken van de meeste tennissers completere atleten. De graveljongens klitten ook als één grote familie samen in het circuit. Dat zorgt voor een positieve motivatie, die de intrede van de nieuwe, jonge beloftes aanzienlijk vergemakkelijkt. Zo profiteert Rafael Nadal in zijn racketvlucht naar de top gedeeltelijk van de tenniscultuur van zijn voorgangers. Toch blijft het een klein wonder dat een jongen van zestien al over zoveel maturiteit en fysieke présence beschikt. Tot op vandaag worden er wel eens vraagtekens geplaatst achter de indrukwekkende lichamelijke prestaties van de onvermoeibare gravelzwoegers. Een stevig uit de kluiten gewassen jongen van zestien met mokerslagen neemt die twijfel niet weg. Geef ons dan maar de even oude Richard Gasquet. Voor de leeuwen gegooid verleden jaar op het toernooi van Monte Carlo, heeft hij het nu iets moeilijker met zijn groeiende populariteit en dadendrang. De nummer 125 van de wereld zou wat verlegen van aard zijn en moeite hebben met de toenemende druk op zijn jonge schouders. Toch blijft het een kereltje met intrinsiek veel klasse, dat in de toekomst de Franse troepen zal aanvoeren. Vooralsnog moeten de twee olijke mannetjesputters Grosjean en Clement de vaderlandse hoop dragen. Precies twintig jaar geleden slaagde Yannick Noah daar bijzonder goed in door als laatste Fransman de coupe des Mousquetaires omhoog te steken. De opvolging lijkt niet voor dit jaar te zijn, want zowel Grogro als La clé hebben heel wat blessurelast getorst in de eerste zes maanden van het seizoen. Beide fans van Olympique Marseille geven hun supporters wel altijd waar voor hun geld in Parijs, maar komen op het einde van de veertiendaagse veelal wat panache tekort. Nicola Davydenko staat anders wel al het hele jaar onder stoom. Met winst in Estoril en een finaleplaats op het laatste voorbereidingstoernooi van Sankt Pölten zal iedereen deze tweeëntwintigjarige Oekraïner liever niet tegenkomen in de eerste rondes van Roland Garros. De fan van Yannick Noah trok zeven jaar geleden uit zijn thuisbasis weg om in Duitsland aan de tennistoekomst te timmeren. Sinds begin dit jaar begint die toekomst flink wat vorm te krijgen. Gecombineerd met zijn duurzame basisslagen liggen zijn wilskracht en trainingsijver zeker aan de basis van die ontbolstering. Davydenko is een taaie en in het oog te houden klant aan de Porte d'Auteuil. A ndre Agassi, de kalende vader van binnenkort een tweede spruit, behoort uiteraard tot de uitgesproken favorieten. Maar wie is dat niet bij de mannen ? Roger Federer kan blijkbaar eindelijk zijn frisse techniek verenigen met iets regelmatigere uitslagen. Lleyton Hewitt bezit dan wel geen gravelverleden, maar heeft een vrouwelijk voorbeeld dicht in de buurt en een eergevoel dat hem al veel overwinningen heeft opgeleverd. Augustin Calleri gaat in de rankings als een razende tekeer, en zelfs Andy Roddick wist een graveltoernooi op zijn naam te schrijven. Samen met al dat Spaanstalig geweld geeft dit keuze genoeg voor de eindzege in Parijs. De paardenrenbaan van Longchamp ligt aan de overkant van de Porte d'Auteuil. Wie echter een gokje wil wagen op déze veertiendaagse race, raad ik toch aan een Spaanssprekende draver aan te kruisen. door Filip DewulfWie een gokje wil wagen op deze race, raad ik aan een Spaanssprekende draver aan te kruisen.