Ruim 42.000 toeschouwers : er komt geen sleet op de succesformule van de Gentse zesdaagse. Maar terwijl wedstrijdleider Patrick Sercu vroeger prat ging op de sportieve kennis van het publiek, wordt deze wedstrijd nu steeds meer een commerciële ontmoetingsplaats. Mensen die in volle finale van een ploegkoers rustig naar hun plaats sloffen : het was tot voor een paar jaar in Gent ondenkbaar. Gelukkig is er voorlopig nog geen sprake van het kermisachtige volksvermaak dat vele andere zesdaagsen kenmerkt.
...

Ruim 42.000 toeschouwers : er komt geen sleet op de succesformule van de Gentse zesdaagse. Maar terwijl wedstrijdleider Patrick Sercu vroeger prat ging op de sportieve kennis van het publiek, wordt deze wedstrijd nu steeds meer een commerciële ontmoetingsplaats. Mensen die in volle finale van een ploegkoers rustig naar hun plaats sloffen : het was tot voor een paar jaar in Gent ondenkbaar. Gelukkig is er voorlopig nog geen sprake van het kermisachtige volksvermaak dat vele andere zesdaagsen kenmerkt. De Gentse zesdaagse groeide ook dit jaar weer uit tot een zinderend spektakelstuk. De wedstrijd mag dan minder afmattend zijn dan bijvoorbeeld de zesdaagsen van Dortmund of München, Patrick Sercu slaagt er telkens weer in een gevarieerd programma in mekaar te knutselen waarin het uiterste van de renners wordt gevraagd. Duidelijk werd dat er een nieuwe generatie van uitstekende Belgische baanrenners klaarstaat. Vooral de twintigjarige Kenny De Ketele ontpopte zich tot echte revelatie. Aan de zijde van de wat kleurloze Zwitserse routinier Alexander Aeschbach nam hij in de ploegkoersen telkens weer het initiatief en etaleerde lef en vooral koersdoorzicht. Achteraf is het jammer dat De Ketele in Gent niet met Steve Schets reed met wie hij de afgelopen twee jaar de Toekomstzesdaagsen domineerde. Ook Schets beet fel van zich af, maar hij had niet zoveel steun aan zijn te beperkte ploegmaat Steven Deneef. Over de klasse van Iljo Keisse was iedereen het al langer eens. Hoewel zijn resultaten anders doen uitschijnen, begon de charismatische Gentenaar niet zo flitsend aan het seizoen. Hij won met Matthew Gilmore zijn allereerste zesdaagse in Grenoble, maar het kostte het duo verrassend veel moeite om de Zwitserse subtoppers Marvulli-Aeschbach van zich af te schudden. In München werd Keisse aan de zijde van Andreas Beikirch op negen rondes gekegeld, terwijl hij vorig jaar met dezelfde Duitser in Gent nog meeknokte om de zege. Dat Keisse in de Beierse hoofdstad door een val werd geremd, verklaart iets, maar zeker niet alles. Ook in Gent bleek dat Keisse nog wat power mist op de momenten dat het tempo verschroeiend hoog ligt, zijn enorme gebetenheid ten spijt. Het nam niet weg dat hij samen met een erg matige Matthew Gilmore deze 65ste Gentse zesdaagse won. Dat is mooi voor de wielersport in dit land en bemoedigend voor de prille carrière van Iljo Keisse, maar het is niet echt bevorderlijk voor de geloofwaardigheid van dit soort van wedstrijden, waarrond van oudsher een sfeer van afspraken hangt. Het was op zijn minst vreemd om zien dat de supersnelle Nederlander Robert Slippens zich tijdens de ultieme sprinten keer op keer liet vloeren door Keisse. Dat is jammer voor de Gentse zesdaagse, die prat gaat op de juiste sportieve waardeverhoudingen. Het nam niet weg dat het publiek helemaal uit de bol ging. Alleen kenners trokken met een wrang gevoel naar huis. En ja, wie er nog aan mocht twijfelen : zonder ongelukken winnen Slippens en Stam de zesdaagse van Rotterdam, die tussen 5 en 10 januari wordt gereden. l JACQUES SYS