Een 'gemiddeld' seizoen de voorbije tien jaar: Standard verslijt 1,2 trainers, trekt 15,3 spelers aan en laat er 19,3 vertrekken (zomer en winter opgeteld). Ter vergelijking: Anderlecht wisselde vier keer van trainer, Brugge acht keer en Standard dus twaalf keer. Anderlecht komt aan 11,6 inkomende transfers, Brugge aan 10,8. Anderlecht liet 16,7 spelers vertrekken, Brugge 13,3.
...

Een 'gemiddeld' seizoen de voorbije tien jaar: Standard verslijt 1,2 trainers, trekt 15,3 spelers aan en laat er 19,3 vertrekken (zomer en winter opgeteld). Ter vergelijking: Anderlecht wisselde vier keer van trainer, Brugge acht keer en Standard dus twaalf keer. Anderlecht komt aan 11,6 inkomende transfers, Brugge aan 10,8. Anderlecht liet 16,7 spelers vertrekken, Brugge 13,3. Geen stabiliteit op Sclessin? Is Standard overhaast in zijn aankoop- en verkooppolitiek? 'Ik bleef er anderhalf jaar en had niet de indruk dat het slechter was dan elders', zegt Mbaye Leye, Rouche van de zomer 2010 tot januari 2012. 'Alleen naïevelingen geloven nog dat voetbal simpelweg tegen een bal trappen is. Het is bovenal een business. Als je een blessure hebt, niet goed bent of geen marktwaarde meer hebt, gooien ze je buiten. En hoe groter de club, hoe meer dit de waarheid is. In een kleine club kun je nog familiewaarden terugvinden, maar hoger in het klassement wordt dat onmogelijk. Je houdt van je club, je blijft er lang, je gaat door voor een clubman, maar wat levert dit aan het eind op? Daarvoor zal je oude club je op je veertigste verjaardag geen 5000 euro storten! Voetbal is een business waar je tot je 35e in verwikkeld bent, punt uit. Je leert daarmee leven of je zoekt een andere job.' Ivan Vukomanovic, assistent van Guy Luzon en kortstondig T1 vorig seizoen, was onlangs een week in Londen. In een andere wereld. Hij woonde trainingen bij van Mauricio Pochettino, ex-ploegmaat bij Bordeaux, zag confrontaties in de Premier League en zocht ook Luzon op, bij Charlton. 'We spreken niet meer over hetzelfde', steekt hij van wal. 'In Engeland stelt de manager zijn kern samen. Blijven de resultaten achterwege, dan vliegt hij buiten met zijn staf. Dat is logisch. In veel clubs in België, met name bij Standard, is het totaal anders. Het gebeurt dat het bestuur de groep vormt en pas daarna een trainer laat tekenen. De man komt aan met bepaalde ideeën, heeft een voorkeur voor een 4-4-2 of 4-3-3, maar geen enkele garantie dat hij over de spelers beschikt om het systeem toe te passen dat hij in zijn hoofd heeft. En als zijn ploeg niet wint, is de boodschap helder: hoepel op. Dat is hypocriet, de beslissing van bazen die hun verantwoordelijkheid niet nemen, niet willen erkennen dat ze slecht of verkeerd hebben gewerkt. Ik heb in verschillende landen gespeeld, in Duitsland, Frankrijk, Rusland, maar alleen in België zie ik dit.' Zoals Vukomanovic is ook Mircea Rednic opgekrast in een periode waarin zijn Standard wedstrijden won. In 2013 slaagde hij erin de Rouches te plaatsen voor Europa, terwijl het geloof erin weg was. Dezelfde avond werd hij ontslagen en vervangen door Luzon. 'Zal Arsenal Arsène Wenger ontslaan onder het mom dat de club al jaren niets meer wint?', vraagt hij zich af. 'De afgelopen tien seizoenen van Standard kun je in drie woorden samenvatten: instabiliteit, ongeduld en paniek. Al die transfers, al die trainerswissels... Ik trok de ploeg weer recht en vervolgens zou Roland Duchâtelet er de helft van verkopen. Een jaar later streed Standard voor de titel, maar in de zomer was het opnieuw hetzelfde liedje. Het probleem van deze club is de filosofie van haar bazen. Ze willen niet begrijpen dat het een illusie is een goeie ploeg te willen vormen in twee, drie of zes maanden. Als je in elke transferperiode je kern overhoophaalt, zul je nooit een doeltreffend geheel hebben. En een nieuwe trainer betekent vaak nieuwe methoden, een nieuw systeem. Dat vergt tijd. Maar het geld gaat vóór de zorg om het presteren. Ik blijf ervan overtuigd dat Standard iets misgelopen heeft tijdens de jaren onder Duchâtelet. Met zijn rijkdom had hij enkele kwaliteitsvolle spelers kunnen aantrekken, eerder dan te mikken op kwantiteit. Als je je concentreert op jongens van het niveau van William Vainqueur, Michy Batshuayi of Imoh Ezekiel, ben je niet verplicht tien spelers te halen opdat de ploeg zou beginnen te draaien. Met zijn geld had Duchâtelet ook goeie trainers kunnen aanwerven, maar hij koos liever voor kerels zonder persoonlijkheid, bereid om zijn bevelen slaafs te volgen. Vandaag word ik nog gebeld door vrienden in Luik die me zeggen dat de club nog steeds even onstabiel is en de supporters eronder lijden. Ik heb de indruk dat er niet veel veranderd is.' Half september dit jaar, eerste speeldag van de poules in de Europa League. Dnjepr Dnjepropetrovsk speelt 1-1 tegen Lazio. Danilo Souza Campos staat de tweede helft op het veld voor de Oekraïense club. De zoon van Wamberto geniet het vertrouwen van zijn trainer, die hem ook in de competitie liet spelen tegen de twee grootmachten van het land, Dynamo Kiev en Sjachtar Donetsk. In de zomer van 2010 haalt Standard hem weg bij Ajax, waar hij zijn opleiding doorliep en beschouwd wordt als een grote belofte. Dat seizoen laat Standard een twintigtal spelers komen en er nagenoeg evenveel vertrekken. Met Dominique D'Onofrio als trainer is Danilo titularis op de eerste speeldag tegen Zulte Waregem, hij speelt bijna tachtig minuten. Daarna staat hij nog twee keer twee minuutjes op het veld. Daarna niet meer. In de winter van 2012 wordt hij getransfereerd naar Metalurg Donetsk. Vervolgens vertoeft hij in Rusland, waarna hij bij Dnjepr belandt. Een van de vele voorbeelden van een jonge belofte die nooit een echte kans kreeg bij Standard. Wamberto, een vroeger kind van het huis, is nog altijd bitter: 'Ze hebben zelfs de moed niet gehad om hem buiten te gooien, hem te zeggen dat hij iets anders moest zoeken. Liever lieten ze hem tijd verliezen en dreven ze hem tot wanhoop door hem te laten trainen met drie andere spelers. Ze hadden hem niet meer nodig in de A-kern, maar hij mocht zelfs niet trainen met de reserven. Een totaal gebrek aan respect. Je hoeft niet overtuigd te zijn van de kwaliteiten van een speler, maar respecteer hem tenminste, wees waardig. Beeld je in wat dat betekent voor een jongen! Mijn zoon had het gevoel dat ze hem op training als een citroen hadden uitgeperst en dan bij het afval gegooid. Als een waardeloze schil. Uiteindelijk is het hem zoals veel anderen vergaan: de club heeft geen geduld opgebracht. Ik heb zelf het initiatief genomen en het bestuur opgezocht opdat ze hem zouden vrijgeven. Ik ben er zeker van dat Standard al veel talenten verloren heeft door ongeduld. Danilo staat er nu wel weer, omdat hij erin geslaagd is zich te integreren in moeilijke landen als Oekraïne en Rusland, maar voor hetzelfde geld was hij afgegleden en misschien definitief met voetballen gestopt. Het is op die manier dat je carrières kapotmaakt.' Sclessin: Spaanse herberg, voornaamste draaimolen van ons voetbal, meedogenloos rangeerstation? Dominique D'Onofrio, voormalig T2, T1, verantwoordelijke van de jeugdopleiding en technisch directeur, haalt verschillende tegenvoorbeelden aan: 'De zoon van Wamberto? Hij heeft zijn kans gekregen, zoals veel anderen. Ik kan je namen geven die iedereen vergeten is, jongens die ik in eerste klasse gedropt heb om te zien wat ze in hun mars hadden en voor wie dat niet gewerkt heeft: Cédric Olondo, Grégory Rondeux, Franco Zennaro, Jonathan Buatu, Bart Vandepoel... Weinig mensen herinneren ze zich, maar Standard heeft hen een kans gegeven. Naast hen is er ene Michy Batshuayi, die zijn kans wel gegrepen heeft. En wanneer je de transferbalans opmaakt over zo veel jaren, moet je je ook interesseren voor het extra- sportieve. Gheorghe Grozav, Felipe Trevizan en Victor Ramos bijvoorbeeld: heel goed op het veld - dat heeft het vervolg bewezen - maar ze hadden moeite om zich aan te passen. En ik wil niet horen dat in mijn tijd Standard uit was op het eerste het beste grote bod om geld te maken. Dat is vals en simplistisch. In 2010/11 kregen we moeilijk te weigeren aanbiedingen voor Milan Jovanovic, Dieumerci Mbokani en Steven Defour. Mijn broer Luciano en ik hebben beslist hen te houden om onze kansen te handhaven in de Europa League. We zijn in de kwartfinales geraakt en ergens hebben we daar een hoge prijs voor betaald. We hadden meer dan 4 miljoen euro kunnen krijgen voor Jovanovic in januari, hij is in juni voor niets naar Liverpool vertrokken. En we hebben Mbokani voor 8 miljoen euro aan Monaco verkocht op het einde van het seizoen, terwijl Duitse clubs ons 12 tot 15 miljoen hadden geboden tijdens de transferperiode in de winter.' 'Het geld en de makelaars bederven alles', vervolgt Wamberto. 'De markt moet permanent bewegen. Als er een goeie speler toekomt, heeft hij soms al een voorakkoord met een andere club, waar hij verondersteld wordt heel vlug weer weg te gaan. Zodra een jongen een tiental goeie wedstrijden heeft gespeeld, kijkt men aan wie men hem zal kunnen verkopen. Vandaag heerst de liefde voor het geld. De liefde voor de club of het shirt? Kom nou. Als spelers na een match met lood in de schoenen de supporters gaan groeten, weet je hoe laat het is. Ze vereenzelvigen zich helemaal niet meer met de club, weten dat ze op doorreis zijn, wellicht voor heel korte tijd. Toen ik bij Seraing speelde met Edmilson en Isaias, verdienden we niet echt veel, maar we hadden een buitengewone band met het publiek. Vaak namen er drie, vier of vijf spelers deel aan activiteiten van supportersclubs. We deden de ronde van België, gingen naar Bergen, Namen, Luik, Vlaanderen. Kun je je dat voorstellen vandaag? Het illustreert de evolutie en het loopt parallel met het ongelooflijk aantal nieuwkomers en vertrekkers tijdens iedere transferperiode.' Tijdens het anderhalve seizoen (zomer 2013 tot januari 2015) van Vukomanovic bij Standard houdt de club zijn gemiddelde aan: 12 tot 17 nieuwkomers en 15 tot 23 vertrekkers per jaar. 'Ik had vlug het belangrijkste doel van het bestuur door: miljoenen maken. Oké, dat kan soms geld opbrengen, maar ik zag vooral dat het de spelersgroep in de war bracht. Het ontregelde ook mijn werk, als adjunct en daarna als hoofdtrainer. Ik was T1 tijdens de transferperiode in januari dat jaar. Twee spelers zijn getransfereerd met mijn instemming: Alexander Scholz en Imoh Ezekiel, die uiteindelijk gekomen is na mijn C4. Over alle andere operaties, inkomend en uitgaand, heeft men mijn mening niet gevraagd.' De komst van Jonathan Legear en Jiolan Hamad en het vertrek van Jonathan Viera, Tony Watt, Laurent Ciman en Paul-José Mpoku, om de belangrijkste aan te halen. Kort geleden verkeerde Slavo Muslin in dezelfde situatie. 'Men kwam op de proppen met Christian Brüls zonder me in te lichten, en van de twee spelers van Olympiacos die kort na mijn ontslag gehuurd werden, heb ik nooit horen praten.' 'Ik vond dat een groot aantal verschuivingen mijn kleedkamer dreigde te ontregelen', vervolgt Vukomanovic. 'Op ieder ogenblik voelde ik druk van entourages. Ik heb situaties meegemaakt waar ze het oordeel van de staf vroegen over een bepaalde transfer, maar alleen uit beleefdheid. Het bestuur hield helemaal geen rekening met ons. Soms was er ook druk van bovenaf om een speler op te stellen. Dat verstoort de sfeer, de trainer, de groep... Het zorgt voor chaos in de kleedkamer.' Vukomanovic had ook meer duidelijkheid gewild: 'Een bestuur moet een positie innemen tegenover zijn trainer. Wil het dat de club resultaten behaalt of een filter is, een toonbank? Steeds meer Belgische clubs laten spelers tekenen met de bedoeling hen in het uitstalraam te plaatsen, al denkend aan een verkoop. En Standard is natuurlijk een mooi verkoopplatform. Het probleem van op die manier te redeneren is... dat je vandaag het kampioenschap krijgt dat je hebt! Je kunt niet groeien als je vlug alles verkoopt wat verkoopbaar is, het algemene niveau blijft dus zakken. De vertrekkers worden altijd vervangen in aantal, maar hoe wil je in enkele weken een ploeg op de been brengen als je een vijftiental nieuwe spelers hebt? Dat is onmogelijk.' Mbaye Leye werd in januari 2012 langzaam naar de uitgang geduwd. Hij komt daarop terug, filosofisch, zonder verbittering. 'Ik was binnengehaald onder het vorige bestuur, in de zomer van 2010. Al na enkele weken kreeg ik een klap. In de laatste minuten van de transferperiode had Standard Aloys Nong en Mémé Tchité aangetrokken. Twee concurrenten. Twee goeie allicht, maar ik stelde me vragen. Zodra Roland Duchâtelet overnam, begreep ik dat zijn doel was een aantal spelers in de ploeg te plaatsen in de hoop ze heel snel te verkopen tegen een goeie prijs. Plots was ik te oud, ik paste niet meer in zijn redenering. Ik heb me niet opgewonden, maar ben meteen beginnen te denken aan de volgende transferperiode. En dan ben ik gaan vragen dat ze me gratis zouden laten gaan. Ik nam het Duchâtelet zelfs niet kwalijk. Hij investeerde, had het recht te doen wat hij wou. En je kunt niet zeggen dat hij slecht werk geleverd heeft, aangezien hij per slot van rekening geld verdiend heeft.' DOOR PIERRE DANVOYE - BEELDEN BELGAIMAGE