Donderdagavond nog had Jos Vaessen (62) de Genkse raad van bestuur voorgezeten. Niets dat er op zou hebben gewezen dat hij 's anderendaags zijn vertrek uit het voetbal zou aankondigen. Ook eerder die dag niet, tenzij een e-mail aan een collega waarin hij het gebrek aan eendracht binnen de G5 betreurde. Meer niet. Het vuile spel rond Steven Defour raakte hem diep, natuurlijk, maar even goed was het aanstaande vertrek van Koen Daerden hem te veel. Vaessen zag in Daerden het nieuwe boegbeeld van de club. Dat uitgerekend een Belgische concurrent bereid bleek de hoge transfersom te betalen, had hij nooit verwacht. Maar zijn het redenen om op te stappen ?
...

Donderdagavond nog had Jos Vaessen (62) de Genkse raad van bestuur voorgezeten. Niets dat er op zou hebben gewezen dat hij 's anderendaags zijn vertrek uit het voetbal zou aankondigen. Ook eerder die dag niet, tenzij een e-mail aan een collega waarin hij het gebrek aan eendracht binnen de G5 betreurde. Meer niet. Het vuile spel rond Steven Defour raakte hem diep, natuurlijk, maar even goed was het aanstaande vertrek van Koen Daerden hem te veel. Vaessen zag in Daerden het nieuwe boegbeeld van de club. Dat uitgerekend een Belgische concurrent bereid bleek de hoge transfersom te betalen, had hij nooit verwacht. Maar zijn het redenen om op te stappen ? Vaessen zat precies tien jaar bij RC Genk. Eerst als sponsor en lid van de technische commissie, nadien als voorzitter. Voetbal had altijd een voorname plaats gehad in zijn leven : voordien was hij al actief bij verscheidene Limburgse club(je)s. Toen zijn voorganger in Genk, Edgar Troonbeeckx, intern ter discussie kwam te staan, was al duidelijk dat Vaessen het transferbeleid stevig in handen had genomen. Juli 2001 werd hij voorzitter. Hij versnelde de uitbouw van het stadion, schuwde daarbij de financiële risico's niet en kroop door het oog van de naald toen de ploeg zich maar ternauwernood plaatste voor de Champions League. Met de club werden afspraken gemaakt over hoe de voorzitter zijn persoonlijke investeringen terugbetaald zou krijgen. Dat zou ondertussen al in grote mate zijn gebeurd, zodat de reden voor zijn besluit op het eerste gezicht daar niet moet worden gezocht. Vaessen vergaarde fortuin met Vasco, een bedrijf dat hij oprichtte in 1975 en uitbouwde tot een van de grootste radiatorenproducenten in Europa. In 1998 verkocht hij het aan de Amerikanen. Vandaag is hij nog bedrijfsleider van vijf firma's. Hij noemt zich zelf een keiharde zakenman, maar is sociaalvoelend en draagt het hart op de juiste plaats. Goede doelen hebben zijn geldelijke steun, al doet hij daar uiterst discreet over. Op zijn domein in Rotem vangt hij in twee zorgboerderijen mensen met psychiatrische problemen en een mentale handicap op. Ook Afrika heeft zijn aandacht. En de jeugd ligt hem na aan het hart : zijn strijd voor de beste Genkse jeugdwerking was oprecht. Geen zaterdag ging voorbij of Jos Vaessen was te vinden op de jeugdvelden naast het Fenixstadion. Hij kénde de spelertjes. Maar zijn gedrevenheid maakte van Vaessen ook een moeilijke man om mee samen te werken. Overal wilde hij bij betrokken worden. Niet om het voor het zeggen te hebben, maar gewoon omdat hij graag op de hoogte was. Vaessen was een zeer aanwezige voorzitter, die zich vrijwel dagelijks in het Fenixstadion vertoonde. Niet om de schone schijn, maar om te werken, want Genk was veel meer dan een hobby. Zijn emotionele betrokkenheid bij de club was enorm. Voortdurend stelde hij zichzelf in vraag. Vaessen was misschien wel de minst zelfgenoegzame clubleider uit het Belgische voetbal. Elke dag worstelde hij met de vraag : ben ik wel een goede voorzitter ? Soms stelde hij ze ook aan intimi, hopend op een antwoord waarmee hij weer verder kon. Vaessen speelde al langer met de gedachte uit het voetbal te stappen. Het wordt gemakkelijk onderschat, maar de persoonlijke kritiek van supporters tijdens fanavonden kwetste hem. Toch ging hij die bijeenkomsten niet uit de weg. Telkens weer ging hij de confrontatie met de eigen aanhang aan, tot wanhoop van zijn vrouw en zonen. Zoals hij ook de strijd aanbond met de wantoestanden op bondsniveau. Het gesjacher met bondspostjes en de afwezigheid van ieder inhoudelijk debat over de toekomst van het Belgische voetbal stoorden hem mateloos. Lag Bilzen niet in Limburg maar 100 kilometer dichter bij Brussel, het bondsvoorzitterschap zou zeker een ambitie zijn geweest. Dat zijn vertrek uit Genk deel zou uitmaken van een scenario dat hem naar de KBVB of de profliga leidt, werd in het weekend nog uitgesloten. JAN HAUSPIEJan Hauspie