Eén van de verrassingen vorig seizoen in de terugronde was La Louvière. Na zeven speeldagen veranderde de club van trainer. Daniël Leclercq ging, Ariël Jacobs kwam. Door alleen de resultaten van de terugronde in rekening te brengen, zouden de Wolven op een vijfde plaats zijn geëindigd. Met resultaatvoetbal, en dat oogstte veel kritiek. Georganiseerd, weinig spectaculair, dodelijk efficiënt. De trainer besefte het en verontschuldigde zich meermaals voor het geleverde spel.
...

Eén van de verrassingen vorig seizoen in de terugronde was La Louvière. Na zeven speeldagen veranderde de club van trainer. Daniël Leclercq ging, Ariël Jacobs kwam. Door alleen de resultaten van de terugronde in rekening te brengen, zouden de Wolven op een vijfde plaats zijn geëindigd. Met resultaatvoetbal, en dat oogstte veel kritiek. Georganiseerd, weinig spectaculair, dodelijk efficiënt. De trainer besefte het en verontschuldigde zich meermaals voor het geleverde spel. Dit seizoen is La Louvière middenmoot. Opnieuw valt de stevige organisatie op: met slechts twaalf tegendoelpunten doen alleen Lierse en Club Brugge het op dat vlak beter. Twaalf is ook het aantal keer dat de Wolven zélf raak troffen - alleen Beveren en Westerlo scoorden minder. Punten, daar draait het om, niet het spektakel. De trainer pareert de kritiek.Ariël Jacobs: "Toen ik hier aankwam, waren er de naakte cijfers : 1 op 21 en daardoor een boel problemen. Ontevredenheid in de groep, omdat er geen punten werden gepakt. Ontevredenheid bij wie niet speelden, bij het publiek, de directie. Overal. Eén zaak slechts kon die situatie ombuigen : het resultaat, want dat bepaalt de sfeer. Aanvankelijk ging het héél moeizaam, in het tweede deel van het seizoen gewoon moeizaam. Heel vaak schoten we maar één of twee keer op doel en was het nog goal ook. En we incasseerden nauwelijks, dat maakte vaak het verschil. Uiteindelijk zijn we geëindigd met 44 punten, na een tweede ronde die gezien mocht worden, vond ik. Maar ik geef direct toe dat ik me niet blind heb gestaard op die punten en de elfde plaats. Ik heb me niet te vaak geamuseerd op de bank." Dus ging hij afgelopen zomer aan het puzzelen. "Ten eerste startte ik met 15 nieuwe spelers op 24. Ten tweede wist ik dat we niet meer met de ogen dicht punten zouden pakken. Vorig jaar gebeurde dat vaak door onderschatting bij de tegenstander : volgens mij werden we niet door iedereen ernstig genomen. Geregeld paste de tegenstander zich niet aan en liep hij, ik zou haast zeggen, blind in de val die we zetten. Nu is het veeleer het omgekeerde : Brugge, Lierse en zeker Sint-Truiden pasten zich nu aan. Dat heeft ons punten gekost."Was hij vorig seizoen "absoluut niet" tevreden over het spel van zijn ploeg, dan is hij dat nu "voor vijftig procent". Ariël Jacobs: "Dat was helemaal in het begin van het seizoen, met wedstrijden tegen Brugge, Sint-Truiden, Lierse en Lokeren. Maar : we stonden wel met twee op twaalf. Vervolgens pakten we in twee en een halve slechte wedstrijd - tegen GBA, Beveren en Lommel - zeven op negen. Punten, daar gaat het om. Het heeft na de wedstrijden tegen Brugge, Sint-Truiden of Genk geen drie dagen geduurd dat het publiek het had over de goede wedstrijd die we hadden gespeeld, hoor. Zaterdag winnen, hé! : dát zeiden ze. Na Beveren hadden we veertien dagen geen wedstrijd. De eerste twee, drie dagen werd er nog wat nagekaart, dat het niet zo goed was geweest en beter kon. Maar de derde dag hoorde ik uit de mond van de meesten tochal : negen punten, tiende plaats, niet slecht! Zo is voetbal, zo is de maatschappij zoals ze is geworden : resultaatgericht. Mensen die me wat beter kennen, weten dat mij dat stoort, maar het is de realiteit." Wat vindt hij van de kritiek, die ook van collega's komt ? Jacobs: "Defensief of offensief wordt niet bepaald door je veldbezetting, maar door de plaats waar je blok staat. Ik kan gemakkelijk zeggen: het is onzin om te stellen dat ik een verdedigende trainer ben, want ik speel met drie spitsen. Maar dat heeft er dus niks mee te maken. Het zijn de lijnen van je blok die tellen. Of ze te ver uit mekaar liggen of te ver naar achter. De kritiek heeft, denk ik, vaak te maken met de opstelling van Domenico Olivieri, die nog als een libero speelt. "Wat mijn collega's betreft... Vaak hoor ik dat de tegenstander uitgerekend tegen ons zijn slechtste wedstrijd van het seizoen speelt. Sint-Truiden heeft één keer met een libero gespeeld, en het was tegen ons. Lommel deed het ook, en nog anderen. Ik geef daar geen kritiek op, dit vak is al moeilijk genoeg dat we niet ook nog het werk van de tegenstander moeten bekritiseren. Trouwens, aan contradictie geen gebrek. In Genk hoorde ik in de coulissen veel kritiek omdat Sef ( Vergoossen, nvdr) in Real niet met een versterkte verdediging had gespeeld. En Brugge stelt in Istanbul drie centrumverdedigers op en twee flankspelers die anders in de verdediging met vier ook de flanken bezetten. Vooraf is de indruk dat het daardoor op voorhand al verloren is, maar na de match slaat dat om en is dat, wegens het behaalde punt, ineens een goede opstelling. Dan wordt de aanpak van Sollied zelfs een mirakelrecept!" Iedereen heeft het recht om zich naar zijn mogelijkheden te verdedigen, vindt Jacobs. "Ik wil hier best open zijn en me kwetsbaar opstellen. Men zegt vaak: omdat Domenico er is, dus móét hij met een libero spelen. Boskamp heeft het op een andere manier met hem geprobeerd en het is niet gelukt. Mijn antwoord is: of je nu met drie, vier of vijf achterin speelt, hangt niet van die ene speler af. Je moet ook kijken of de rest van de ploeg je toelaat om zo te spelen. Ik vraag me vaak af of we met een andere opstelling een beter evenwicht zouden hebben. Ik denk van niet." De wijzigingen vorige zomer in de spelerskern deden bovendien twijfel rijzen. Ariël Jacobs: "La Louvière had veel ervaring verloren en spelers uit tweede en derde klasse binnengehaald. Moesten we het daarmee redden ? Ook bij spelers hoorde je dat. Maar nu wordt niet meer gezegd dat Ishiaku vorig seizoen nog bij Roeselare speelde, of dat Kuklowski uit de CFA komt en dat Rijsel te allen prijze van hem af wilde. Van de gehaalde spelers hebben de meesten ook gespeeld, niet uit noodzaak, maar omdat ze zichzelf opdrongen. Ze waren, geef ik graag toe, een vraagteken en zijn dat nog : het blijft afwachten om te zien hoelang ze meegaan. Ik zal het nooit als excuus inroepen, maar nu pas besef ik hoe penibel het in het begin was. Onze groep kan misschien beter, maar ook slechter, en ik moet zeggen dat tegen ons vaak een tegenstander staat die niet beter is dan wij. Tien, twaalf ploegen uit ons kampioenschap zijn aan mekaar gewaagd." door Peter T'Kint