'Sport is zowel sport voor het plezier als sport op hoog niveau. En lange tijd was die laatste het ondergeschoven kindje. België heeft altijd uitzonderlijke talenten gehad, maar het beleid was op dat vlak niet erg goed ontwikkeld', zegt Didier Haller, coördinator van het BeGold-project. Eddy de Smet, voormalig directeur topsport bij het BOIC en Robert Van de Walle, tweevoudig olympisch medaillewinnaar, wilden daar wat aan doen en zetten een programma op poten om de opleiding van jonge toptalenten verbeteren.
...

'Sport is zowel sport voor het plezier als sport op hoog niveau. En lange tijd was die laatste het ondergeschoven kindje. België heeft altijd uitzonderlijke talenten gehad, maar het beleid was op dat vlak niet erg goed ontwikkeld', zegt Didier Haller, coördinator van het BeGold-project. Eddy de Smet, voormalig directeur topsport bij het BOIC en Robert Van de Walle, tweevoudig olympisch medaillewinnaar, wilden daar wat aan doen en zetten een programma op poten om de opleiding van jonge toptalenten verbeteren. In 2004 zag het BeGold-project het licht. Het doel? Extra financiële middelen ter beschikking stellen van de verschillende sportfederaties om de vorming van toekomstige olympische atleten te verbeteren. 'Het is niet ons doel om deze federaties te vervangen, maar om hen een toegevoegde waarde te bieden om nog een stapje verder te gaan', zegt Haller. Na enkele olympiades met tegenvallende resultaten wilde men de zaken bij de bron aanpakken en de atleten vanaf een jonge leeftijd begeleiden. Zo kunnen toekomstige olympiërs zich ontplooien en een niveau verwerven dat hen in staat stelt om op de Olympische Spelen te presteren. Dit is de filosofie die BeGold hanteert. BeGold ondersteunt enkel atleten die potentieel een top acht-klassering kunnen halen op de Spelen. 'Niet elk sportief talent is in staat om die top acht te halen. Het is onze taak om hun potentieel te evalueren en te zien of dit doel haalbaar is. Als dat zo is, komen ze in aanmerking voor het programma', legt Haller uit. Maar hoe bereken je het potentieel van een zestienjarige atleet die zich nog volledig moet ontwikkelen, zowel op technisch als mentaal als fysiek vlak? 'De jongeren worden aan ons voorgesteld door hun respectievelijke federaties. Wanneer wij een kandidaat hebben, nemen we de resultaten erbij van de laatste Olympische Spelen in zijn discipline en analyseren we die van de eerste acht atleten. We bekijken hun prestaties, waarbij we jaar per jaar teruggaan tot de leeftijd van de jongere die aan ons wordt voorgesteld. Op dat moment hebben we een gemiddeld profiel van de toekomstige top acht op de Olympische Spelen en kunnen we dat vergelijken met onze kandidaat', aldus Haller. Eens het onderzoek is afgerond, besluiten de topsportverantwoordelijken van de gemeenschappen en het BOIC bij consensus of ze het jonge talent aanvaarden. Eenmaal in het programma, krijgt de jonge atleet een meerjarige progressiecurve met doelen die van jaar tot jaar moeten worden bereikt. Het kan gaan om een plaats op een groot kampioenschap, een te behalen tijd of bepaalde consistente resultaten in een competitie. Als de doelen worden gehaald, krijgt de atleet opnieuw een contract van een jaar, met nieuwe doelstellingen die de progressiecurve van de voormalige olympische top acht volgen. Haalt hij de doelen niet, dan krijgt de atleet een nieuwe kans, maar moet hij een inhaalbeweging maken. Faalt hij opnieuw, dan verlaat de atleet het programma en wordt hij alleen nog ondersteund door de sportadministratie, in het kader van Adeps of Sport Vlaanderen. Het is duidelijk: dit programma is niet voor iedereen weggelegd. Uit de resultaten blijkt dat het werk van BeGold zijn vruchten afwerpt. Tussen Peking en Rio is het percentage Belgische delegatieleden dat het programma heeft doorlopen bijna verviervoudigd en is ook het aantal medailles en top acht-plaatsen gestegen. In Peking eindigden slechts twee BeGold-atleten in de top acht, in Londen waren dat er vijf en in Rio tien. In Londen won Charline Van Snick als eerste BeGold-atlete een medaille, in Rio volgden nog drie medailles, dankzij Nafi Thiam, Jolien D'Hoore en de Red Lions. 'Dat is heel belangrijk, want het toont het belang en de bijdrage van het project aan de omkadering van jongeren, en hun doorstroming naar het hoogste niveau', zegt Haller. Veel van de bekendste Olympische atleten van ons land hebben BeGold doorlopen of zitten er nog steeds in. Ze behaalden schitterende resultaten in de grootste competities. Onder hen: Nina Derwael, tweevoudig wereldkampioene turnen, Jonathan Sacoor, wereldkampioen bij de junioren op de 400 meter en judoka Matthias Casse, nummer één van de wereld in de categorie onder 81 kg. Uitstekende prestaties die het beste doen verhopen voor Tokio. Toch richten de verantwoordelijken van BeGold hun vizier al op Parijs 2024 en zelfs Los Angeles 2028. 'We hebben atleten van veertien jaar die nog niet klaar zullen zijn in Parijs en andere, oudere atleten die wat meer tijd nodig hebben om zich te ontwikkelen, of die in een discipline uitkomen die meer trainingstijd vraagt. Zij zullen pas in Los Angeles op hun hoogtepunt zitten. Trouwens, zodra de Spelen van Tokio achter de rug zijn, zijn we niet meer bezig met Parijs, maar kijken we naar Los Angeles, en zelfs al naar de daarop volgende Spelen, in 2032. Ook al zullen sommige van onze atleten sneller tot volle wasdom komen en al goed presteren in Parijs', besluit Haller.