Berlijn, de metropool die zichzelf zo graag associeert met succes en kwaliteit, heeft eindelijk weer een aansprekende club. Als je over Hertha BSC praat, spreek je van een Traditionsbegriff. Dit is een club die overal in het land appelleert aan hart en ziel, zoals ook Schalke 04, Borussia Dortmund en Bayern München dat doen. De impact van Hertha in Duitsland is voor een Belg nauwelijks voor te stellen. Elke week worden bij de club bijvoorbeeld bakken vol post bezorgd voor de spelers. Duitsers zijn gek op Autogrammkarten, en aanvragen voor zo'n foto met handtekening komen echt uit alle delen van het land.
...

Berlijn, de metropool die zichzelf zo graag associeert met succes en kwaliteit, heeft eindelijk weer een aansprekende club. Als je over Hertha BSC praat, spreek je van een Traditionsbegriff. Dit is een club die overal in het land appelleert aan hart en ziel, zoals ook Schalke 04, Borussia Dortmund en Bayern München dat doen. De impact van Hertha in Duitsland is voor een Belg nauwelijks voor te stellen. Elke week worden bij de club bijvoorbeeld bakken vol post bezorgd voor de spelers. Duitsers zijn gek op Autogrammkarten, en aanvragen voor zo'n foto met handtekening komen echt uit alle delen van het land. De hoofdstad zonder een vooraanstaande vertegenwoordiger in de Bundesliga, dat vindt de doorsnee Duitser eigenlijk niet kunnen. Pas in 1997 keerde Hertha BCS terug op het hoogste niveau. Van de eerste zeven wedstrijden won het er niet één, maar vanaf het achtste duel werd een proces in werking gesteld dat sindsdien eigenlijk niet meer is verstoord. Elk jaar zette het een stap voorwaarts. Het eerste jaar stond puur in het teken van overleven. Dat lukte vrij simpel, waarna de ploeg het tweede seizoen derde werd en plaatsing voor de Champions League afdwong. In dat toernooi bereikte Hertha de tweede ronde (het won van Chelsea en schakelde AC Milan uit) en in de competitie kwalificeerde het zich via de zesde plaats opnieuw voor Europees voetbal, dit keer in het Uefacuptoernooi. Afgelopen seizoen viel het met een vijfde plaats net buiten de Champions Leagueplaatsen. Hertha komt van ver terug. Nog maar zes jaar geleden was er een schuld van ruim 300 miljoen frank en stond de club, spelend op een amateurlicentie, voor een dreigend bankroet, het zoveelste uit de roemruchte clubgeschiedenis. Hoe nijpend de situatie was, omschreef president Manfred Zemaitat in die donkere dagen op treffende wijze. In een mengeling van cynisch realisme : "Hertha is er zó slecht aan toe, dat we niet eens meer het toiletpapier kunnen betalen". Die rekening werd vereffend door UFA. Toen de wereld zich allang had afgekeerd van Hertha BSC, sprong de media- en entertainmentgigant, een dochter van het befaamde Bertelsmann-concern, in de bres. UFA redde Hertha met een injectie van ongeveer 90 miljoen frank van de ondergang, investeerde direct daarna een slordige 200 miljoen en stelde vier jaar geleden na de promotie naar de Bundesliga eenzelfde bedrag beschikbaar voor het aantrekken van versterkingen. In ruil voor de financiële hulp heeft UFA de macht binnen de club overgenomen. Het bedrijf installeerde een raad van toezicht en stelde als eis dat het tot het jaar 2009 veertig procent krijgt van alle winst die Hertha maakt. UFA speelt op die manier een slim spel. Het bedrijf onderkende drie jaar geleden als geen ander de grote impact van Hertha BSC. Het verhaal van de trots van Berlijn leest als een klassiek drama vol liefde en haat vanwege de talloze keren dat de schandaalclub zichzelf en het voetbal heeft verraden.Veelzeggend is de genegenheid waarmee Hertha tegenwoordig in eigen stad wordt bejegend. De club heet weer liefdevol De Oude Dame van De Spree. Nog maar kort geleden afficheerden de Berlijners Hertha smalend als de slechtst functionerende brouwerij van Duitsland. Er stonden elf lege flessen in het veld, zo werd gezegd. Ook wat dat betreft is Hertha van ver gekomen. En waar een megaconcern als UFA de financiële voorwaarden voor een wedergeboorte heeft gecreëerd, daar komt de sportieve revival zèlf goedbeschouwd voor rekening van twee personen. Hertha stelde op 1 januari 1196 Jürgen Röber aan als trainer. De achtste in vijf jaar tijd. Niettemin was meteen duidelijk dat Röber in Berlijn een langer leven beschoren zou zijn dan al zijn voorgangers. De manager die hem had aangesteld heette immers Dieter Hoeness. Hoeness en Röber kennen elkaar van een eerder gezamenlijk dienstverband bij VfB Stuttgart, waar ze begin jaren negentig de ontdekkers waren van de magische driehoek Elber- Bobic- Balakov. Curieus genoeg kregen Röber en Hoeness, broer van Bayern Münchenmanager Uli en net als hij oud-speler van die club, op 25 april 1995 tegelijkertijd ontslag aangezegd. Een jaar later traden ze beiden in dienst van Hertha. Samen hebben ze de gevallen profclub professioneel weer op poten weten te zetten. Hoeness geldt als de man die de organisatie overhoop heeft gegooid en heel gedisciplineerd opnieuw heeft opgezet. Dat was nodig ook, want er deden verhalen de ronde dat toen hij op kantoor kwam, daar vier mensen werkten, er twee telefoons stonden en contracten met de hand geschreven moesten worden omdat er niet eens geld was om een computer aan te schaffen. Röber is het brein achter de herstructurering op het veld. Een materiaalman, een manager, een amateurtrainer, een secretaresse en tal van spelers werden de afgelopen jaren ontslagen op voorspraak van de trainer, die naar eigen zeggen absolute toewijding eist van iedere Herthawerknemer, of die nu speler is of wasbaas. Röber, ex-prof van onder meer Werder Bremen, Bayern München en Nottingham Forrest, wordt in Duitsland ook wel Mister 1000 Volt genoemd. Zijn beleving naast de lijn tijdens wedstrijden is explosief en na een wedstrijd loopt de trainer naar verluidt nog vaak anderhalf uur door Berlijn om af te kicken, en omdat hij toch niet kan slapen. In zijn hele houding en aanpak draait het maar om één ding : winnen. Die mentaliteit wil hij op de groep overbrengen. Als hij tijdens de training een partijtje verliest, is hij doodziek. In zijn manier van trainen neemt het betere duurwerk een belangrijke plaats in. Al is het aantal loopsessies naar verluidt al wel wat teruggeschroefd. Die switch lijkt een logisch gevolg van het type spelers dat Hertha de laatste jaren heeft aangetrokken. Een analyse leert dat Röber zijn elftal de afgelopen vier jaar in twee fasen heeft opgebouwd. In zijn eerste jaar moest de trainer het nog noodgedwongen stellen met een mix van oerdegelijke routiniers en jonge, onervaren spelers, op wie Röber vooral Duitse deugden zoals teamgeest, discipline en vechtlust projecteerde. Na de promotie kon Röber met de UFA-miljoenen meteen andere accenten in zijn transferbeleid leggen. Er kwam meer nadruk op voetbalkwaliteit en tactiek te liggen.Zo ontstaat in Berlijn een club die op termijn een blijvende grootmacht wil worden in het Duitse voetbal. Dat moet ook wel, want als het aan de UFA-bazen ligt gaat Hertha over een paar jaar ook voor een vaste stek in de top van Europa. Niemand moet er vreemd van opkijken als Hertha dat ambitieniveau daadwerkelijk haalt. De voetbalautoriteiten van Berlijn hebben hun plannen niet op lucht gebouwd en een economisch mechanisme zegt dat geld automatisch nieuw geld aantrekt. Verzekeringsgigant Die Commerciale en telecommunicatiebedrijf O.tel.o betalen miljoenen per jaar om te adverteren op het blauw-wit gestreepte shirt, en sponsorpartners staan te dringen om met Hertha in zee te gaan. Gunstig voor Hertha is ook dat de metropool Berlijn nog een enorme groeipotentie biedt. De stad telt tachtigduizend actieve voetballers, heeft 3,5 miljoen inwoners (meer dan München, Stuttgart en Dortmund samen) en ook nog eens een achterland van drie miljoen mensen.door Maarten Wijffels