Voor de opvolging zorgen van de huidige generatie Belgische tennissters, is geen sinecure. Toch zette Kirsten Flipkens al een eerste stap in de richting door tien jaar na Nancy Feber en vijf jaar na de finaleplaats van Kim Clijsters het juniorentoernooi van Wimbledon te winnen. De vergelijkingen vliegen haar nu al om de oren, maar de Molse blijft opvallend nuchter bij zoveel toekomstverwachtingen. Een carrière uitbouwen als die van Els Callens, zou ze al schitterend vinden ; in de voetsporen van haar goede vriendin Kim Clijsters stappen, zou een droom zijn.
...

Voor de opvolging zorgen van de huidige generatie Belgische tennissters, is geen sinecure. Toch zette Kirsten Flipkens al een eerste stap in de richting door tien jaar na Nancy Feber en vijf jaar na de finaleplaats van Kim Clijsters het juniorentoernooi van Wimbledon te winnen. De vergelijkingen vliegen haar nu al om de oren, maar de Molse blijft opvallend nuchter bij zoveel toekomstverwachtingen. Een carrière uitbouwen als die van Els Callens, zou ze al schitterend vinden ; in de voetsporen van haar goede vriendin Kim Clijsters stappen, zou een droom zijn. Kirsten Flipkens : Tja, dat was een fantastisch gevoel. Ik kon het gewoon niet geloven. Ik durfde haast niet te gaan slapen, bang als ik was om te ontwaken uit een droom. De week ervoor had ik wel de finale gespeeld in het voorbereidende toernooi van Roehampton, maar Wimbledon kondigde zich toch aan als iets van een totaal andere orde. En dat bleek ook. De halve finale, bijvoorbeeld, heb ik op baan één afgewerkt voor de ogen van twaalfduizend mensen. Dat was puur genieten. Fantastisch, zelfs al was het mijn tweede keer. Vijf jaar geleden had ik er al van mogen proeven toen Kim de finale had bereikt. Maar nu stond ik daar dus zelf tussen Federer, Navratilova en de zussen Williams. De organisatie had me trouwens voorzien van een kleedje en juwelen. (Lacht) Nee, gelukkig niet. Ik kon maar net overweg met dat kleed. Na twee minuten zat er al een scheur in. Dat, gecombineerd met niet alledaags hoge hakken, maakte het voor mij tot een hachelijke onderneming. Ik heb alleen moeten rechtstaan toen ze mijn naam afriepen, maar voor de rest heb ik gewoon mijn ogen goed de kost gegeven, samen met mijn ouders en een neefje. Nadat ik het matchpunt verzilverd had. Op voorhand hoopte ik wel op een kwartfinale, maar dan kwam ik normaal tegen het eerste reekshoofd Sunitha Rao uit. Dat meisje staat 160ste op de wereldranglijst en ik heb er vorig jaar zwaar van verloren. Gelukkig speelde ik er nu mijn beste partij van het toernooi tegen. De halve finale daarna was een psychologische thriller, en de finale ook vooral een mentale aangelegenheid. Had je me voor het toernooi als winnaar getipt, ik zou je voor gek verklaard hebben. Er stonden heel wat cameraploegen en journalisten ons op te wachten. Dat was toch even slikken. Thuis bleek het huis helemaal versierd te zijn en stonden er misschien wel vijftig, zestig mensen uit de buurt om mij te ontvangen. Ik kreeg het zowaar een beetje moeilijk. Absoluut. Het is een extra motivatie om nog beter te willen spelen. Druk voel ik eigenlijk niet door deze overwinning. Ik speel nog steeds voor mijn plezier en dat probeer ik zo te houden. Op vijfjarige leeftijd heb ik hier in Mol mijn eerste balletjes geslagen. Al snel gevolgd door een tenniskamp in Geel, waar ik werd opgemerkt door de plaatselijke leraren. Een jaar later kreeg ik dan ook al de eerste gewestelijke trainingen. Op acht jaar ben ik verhuisd naar Benny Vanhoudt. Die bouwde de basis uit. Zes jaar later maakte ik de stap naar het VTV-centrum in Wilrijk waar ik een jaar heb gewerkt onder leiding van Marc Dehous. Maar ik miste Benny eigenlijk wel, en het volgende jaar ging ik onder zijn hoede tennis en studie volgen in Diest. Uiteindelijk kon ik het jaar nadien toch terug in de topsportschool integreren en ben ik mijn geluk opnieuw in Wilrijk gaan beproeven. Eerst beleefde ik een superzomer met Serge Carpentier : twee 10.000 dollartoernooien gewonnen, kwartfinale op de US Open en de dubbeltitel behaald met Elke Clijsters. Vanaf september vorig jaar ben ik dan met Bernard Dewamme beginnen trainen, maar vanaf toen vlotte het met mijn resultaten eigenlijk niet meer zo goed. Wat ziek geweest, wat kleine blessures ook, waardoor de progressie een beetje stagneerde. Ja zèg, iedereen heeft zijn kwaliteiten en gebreken. Het is wel zo dat ik vrij wisselvallig ben : de ene keer heel goed, de andere keer een pak minder. Al vind ik wel dat ik veel constanter ben geworden. Er is de laatste maanden duidelijk een verandering zichtbaar en ik denk ook dat ik daar de vruchten van heb geplukt op Wimbledon. Zeker en vast. Tijdens de wedstrijden op het gras was ik soms ook negatief, maar het was mijn positieve energie die me er uiteindelijk steeds heeft doorgesleurd. Ik ben gewoonweg zeer emotioneel op de baan, zowel in positieve als in negatieve zin. Dat heb ik altijd gehad. Het is moeilijk te bedwingen. Maar als ik een mooi punt maak, zal ik me zeker niet inhouden om de vuist te ballen. Dat valt wel mee, hoor. Mijn moeder is altijd heel rustig. Als ik naar haar kijk, dan straalt ze rust op me af. Het is vergelijkbaar met wat Kim Clijsters heeft met haar vader Lei. Je hebt toch altijd een persoon nodig, met wie je contact zoekt tijdens de spannende fases van een wedstrijd. Mijn vader daarentegen is een beetje meer gespannen. Soms kan hij me wel eens kwaad maken. Zoals op het einde van de derde set in de halve finale van Wimbledon, maar dat heeft dan een positieve uitwerking. Wel, ik heb een periode gehad dat ik dikwijls voor stond, maar het niet kon afmaken. Een soort faalangst. Daar heb ik wel wat gesprekjes over gehad met de begeleidende psycholoog. Mentaliteit is een eerste punt, maar ook mijn uithouding is voor verbetering vatbaar. Door die lange driesetters op Wimbledon zal dat nu al wel geëvolueerd zijn, maar toch. Mijn concentratie viel in het verleden wel eens weg omdat ik fysiek moe was. Vechtlust en uithouding hangen zo dikwijls samen. Daar hoop ik eigenlijk toch een beetje op. Ik sta nu nummer drie van de wereld bij de juniores, het zou een mooie afsluiter zijn. De mensen op het VTV-centrum beslissen daarover. Normaal gingen we ons na Wimbledon volledig op het profcircuit toeleggen, maar door het resultaat daar kan het nu zijn dat we New York nog meepikken. Ik heb mijn dubbeltitel van vorig jaar te verdedigen. Mocht ik dat kunstje kunnen overdoen, dan kan ik het jaar als nummer één op de dubbelranking afsluiten. (Ondertussen heeft Kirsten die eerste plaats inderdaad ingepikt, nvdr.)Vorig jaar ben ik 10.000 dollartoernooien beginnen spelen. Ik heb me voor honderd procent toegelegd op het tennis omdat ik voelde dat er meer in zat. De school blijft daardoor voorlopig wat op het tweede plan, maar als ik aanvoel dat ik plafonneer, zal ik er niet over twijfelen om volgend jaar mijn diploma alsnog te halen via de middenjury. Ja, toch wel. Het feit dat ik tot de topjunioren van de wereld behoor, geeft vertrouwen. Ook mijn optreden eerder dit jaar op de Diamond Games tegen Casanova, het nummer vijftig van de wereld, gaf eigenlijk wel aan dat ik mijn plaatsje moet kunnen afdwingen. Ja, met Elke heb ik al regelmatig gedubbeld. Ook buiten het tennis komen we goed overeen en spreken we wel eens af. Kim is samen met Lleyton naar mijn halve finale op Wimbledon komen kijken. De eerste die ik trouwens na die wedstrijd ben tegengekomen, was Kim. We hebben elkaar eens goed vastgepakt en hebben allebei een traantje weggepinkt van blijdschap. Dat was toch wel een speciaal moment. Vijf jaar eerder had zij die finale bereikt, en nu ik. Dan voel je toch wel dat we iets meer voor elkaar betekenen. Ik heb Kim ook nooit anders gezien dan toen ik haar op tienjarige leeftijd voor het eerst ontmoette. Ja, zoals op de tennisschool. In het begin had ik het wat moeilijk, ik had last van heimwee. Op dat ogenblik heeft Kim me flink opgebeurd, en meegesleurd. Eigenlijk is ze voor mij nog steeds als een grote zus naar wie ik opkijk. Als ik met een probleem zit, kan ik altijd bij haar terecht. Zo heb ik haar voor mijn match op court number one in Londen om wat raad gevraagd. Ik was vrij zenuwachtig. We hebben wat over koetjes en kalfjes gebabbeld, en zo heeft ze me toch wat kunnen ontspannen. Op een paar uitzonderingen na heb ik een goed contact met al mijn collega's, ja. Ik kan met iedereen omgaan. Ik zal me nooit afzonderen, zoals sommige Russinnen doen, maar heb dat sociaal contact nodig. Ik kan me niet voorstellen dat ik al vanaf negen uur op mijn kamer zou vertoeven, terwijl er buiten nog van alles aan de gang is. Waarschijnlijk kunnen Kim en ik daardoor zo goed met elkaar overweg : we lijken op dat gebied fel op elkaar. Daar ben ik me bewust van. Maar daarom leg ik de lat ook nog niet te hoog. Zoals Kim en Justine, zo zijn er maar twee. De eerstvolgende jaren zal hun parcours waarschijnlijk niet geëvenaard worden. Mijn doel is in de tophonderd terechtkomen en dan zullen we wel zien. Je moet gewoonweg realistisch blijven. Bwah, als ik thuis ben, probeer ik toch te genieten van de contacten met mijn vrienden uit de buurt. Als er een barbecue wordt georganiseerd, zal ik niet ontbreken, maar ik ga dan wel wat vroeger naar huis om de training van de volgende dag niet in het gedrang te brengen. Zolang mijn vrienden ermee kunnen leven dat ik af en toe een poosje van huis weg ben, zullen die banden blijven bestaan. De mensen zeggen toch dat ik goed kan voetballen. Vroeger was ik op school het enige meisje tussen al de jongens dat meedeed in de partijtjes op de speelplaats. Bij SV Mol heb ik ook nog de duiveltjes en de preminiemen doorlopen, maar nadien moest ik een keuze maken. Uiteraard heb ik voor het iets toekomstgerichtere damestennis gekozen. Maar het grasgevoel heb ik, daarvan is Wimbledon het bewijs, nog niet helemaal verloren. door Filip Dewulf'Ze zeggen dat ik goed kan voetballen. Wimbledon was het bewijs dat ik het grasgevoel nog heb. 'Ik ben zeer emotioneel op de baan, zowel in positieve als in negatieve zin.'