Twee jaar geleden maakte dit blad een verhaal over het voetbalverleden van Nabil Dirar. Het werd een trektocht door Brussel. Onbevangen en ongecompliceerd was Dirar in de omgang met zijn vrienden en overmand door nostalgie toen hij nog eens op het voetbalveld van Haren belandde, daar waar het allemaal begon. Dat ligt op een boogscheut van de redactie van Sport/Voetbalmagazine. Zo kwam het dat Dirar ook eens onze redactie bezocht. Oprecht geïnteresseerd bleek hij in de manier waarop het blad werd samengesteld, in de keuze van de foto's, in de vormgeving. Honderduit praatte de Marokkaan over zijn leven en werk. Een eenvoudige jongen, wars van egotripperij en welke vorm van vedetteallures dan ook.
...

Twee jaar geleden maakte dit blad een verhaal over het voetbalverleden van Nabil Dirar. Het werd een trektocht door Brussel. Onbevangen en ongecompliceerd was Dirar in de omgang met zijn vrienden en overmand door nostalgie toen hij nog eens op het voetbalveld van Haren belandde, daar waar het allemaal begon. Dat ligt op een boogscheut van de redactie van Sport/Voetbalmagazine. Zo kwam het dat Dirar ook eens onze redactie bezocht. Oprecht geïnteresseerd bleek hij in de manier waarop het blad werd samengesteld, in de keuze van de foto's, in de vormgeving. Honderduit praatte de Marokkaan over zijn leven en werk. Een eenvoudige jongen, wars van egotripperij en welke vorm van vedetteallures dan ook. Vreemd is het telkens weer om te constateren hoe Nabil Dirar op een veld plots kan uitgroeien tot een ongeleid projectiel. Na een voor hem explosief seizoen sloegen zaterdag de stoppen nog eens door. In de slotfase van de wedstrijd tegen KV Kortrijk kwam het tot een aanvaring met Vadis Odjidja, die zelf op doel had getrapt in plaats van hem de bal af te geven. Je waande je even in een kleutertuin. De supporters joelden, maar Dirar bleek niet te kalmeren. Tot twee keer toe provoceerde hij het publiek. Wat moet er dan in je hoofd omgaan, hoeveel frustraties razen er door je lichaam om ook nog eens de eigen aanhang te beledigen? Nabil Dirar is een hopeloos geval. Eén dag later besloot Club Brugge hem naar de B-kern te sturen. Voor de derde keer dit seizoen. Moeilijk wordt het om hem weer op te vissen. Voetballers als Nabil Dirar veroorzaken constant ontploffingsgevaar. Hoe ze achteraf ook spijt tonen en beterschap beloven, ze zijn ongeschikt voor topvoetbal. Begeleiding van psychologen, speeches van de trainer, het helpt voor even. Nadien komt de ware aard weer boven. Dirar is een man met een duale persoonlijkheid. Minzaam in de omgang, maar in hitsige momenten niet in staat zijn emoties te controleren en als dusdanig gif in de groep. Dat is jammer want de Marokkaan heeft natuurlijk kwaliteiten, ook al valt het individualisme moeilijk uit zijn spel te bannen. Samen met Ivan Perisic was hij zaterdag de enige die voetballend vermogen bracht in een ploeg die zich, met veel lopers, naar een 4-1-zege knokte. Door Dirar naar de B-kern te sturen vermindert Club Brugge zijn technisch vermogen. Geen ploeg in eerste klasse die dit seizoen op zo'n vulkaan leeft als Club Brugge. Naast Nabil Dirar zijn ook Ivan Perisic, Vadis Odjidja en Wilfried Dalmat ontvlambare types. Het is al vaker vastgesteld dat de kleedkamer van Club Brugge karakterieel verkeerd is samengesteld. Ook daar is een schoonmaak al langer noodzakelijk. In zekere zin werd dat zondag van hogerhand ook aangegeven. De sanctie die Dirar kreeg, zo heette het, was ook een signaal voor andere spelers. Daaruit klinkt, zo diep in het seizoen, een stuk onmacht, het onvermogen om het op dit moment allemaal zelf te beheersen. De verantwoordelijke mensen bij blauw-zwart moeten dan ook weleens moe worden van zichzelf. Na een heuse paleisrevolutie predikte Club Brugge meer dan ooit professionalisme. Het is mooi om het allemaal beter te organiseren en te structuren, om een beter kader te scheppen, om sterke mensen op sterke posities neer te zetten, zoals de nieuwe voorzitter Bart Verhaeghe dat al een paar keer herhaalde. Maar de grote strijd, de grote zuivering, die moet eigenlijk nog beginnen. Omdat ieder interview van hogerhand grondig wordt nagelezen en gecensureerd, hoeden spelers er zich voor om over de verdeeldheid in de groep te spreken. Een onrustwekkende ontwikkeling die mensen met een mening monddood maakt. En de werkelijkheid vertekent. Die is dat Club Brugge meer dan ooit een versplinterde groep heeft. Het moet de uitdaging van de nieuwe machthebbers zijn om de kankergezwellen weg te snijden en Club Brugge in deze naar egocentrisme neigende maatschappij datgene terug te geven waarop het zijn successen bouwde: eendracht en solidariteit. DOOR JACQUES SYSDe grote schoonmaak moet eigenlijk nog beginnen.