NICKY DEGRENDELE: 'Vreemd, veel herinner ik me niet meer van die keirinfinale op het WK. Alleen dat ik in de slotronde dacht: nú moet ik aangaan. Alles of niets! Toen ik in de laatste meters onder mijn arm keek of er nog een concurrente in mijn wiel zat, zag ik... niemand. Twee fietslengtes voorsprong! Dat besef - wat is hier aan het gebeuren? -, was een on-be-schrij-fe-lijk gevoel. Ik voelde zelfs de pijn niet, had nog een ronde kunnen doorsprinten. Al geloofde ik het pas écht toen ik de uitslag op het grote scherm zag en titelverdedigster en topfavoriete Kristina Vogel me feliciteerde.
...

NICKY DEGRENDELE: 'Vreemd, veel herinner ik me niet meer van die keirinfinale op het WK. Alleen dat ik in de slotronde dacht: nú moet ik aangaan. Alles of niets! Toen ik in de laatste meters onder mijn arm keek of er nog een concurrente in mijn wiel zat, zag ik... niemand. Twee fietslengtes voorsprong! Dat besef - wat is hier aan het gebeuren? -, was een on-be-schrij-fe-lijk gevoel. Ik voelde zelfs de pijn niet, had nog een ronde kunnen doorsprinten. Al geloofde ik het pas écht toen ik de uitslag op het grote scherm zag en titelverdedigster en topfavoriete Kristina Vogel me feliciteerde. 'Even fantastisch was de podiumceremonie. Jolien D'hoore, een ervaringsdeskundige, zei me vooraf: 'Geniet ervan, Nicky, want het duurt niet lang.' En dat heb ik die paar minuten gedaan, met volle teugen. Het leek alsof er een bloem in mijn hart open bloeide. Puur geluk. Maar ook trots: ik ben wéreldkampioene, ondanks de twijfels van sommigen. Wie? Dat laat ik in het midden, al dacht ik wel: ik heb hun ongelijk bewezen, omdat ik bleef volharden, op mijn manier. Anderzijds was ik bovenal dankbaar voor de personen die me wel altijd gesteund hebben. En keek ik al vooruit: ik wil dit nóg eens beleven. 'Die winnaarsdrang, de ambitie om als sporter de top te bereiken, heb ik altijd gehad. Al van toen ik als kind zes jaar lang turnde en ik elke oefening tot in de puntjes wilde afwerken, in de hoop om ooit aan de Olympische Spelen deel te nemen. Ook toen ik op mijn vijftiende naar de piste overschakelde en direct uitblonk, wist ik: ik ben hier goed in, ik doe het graag, hier wil ik mijn job van maken. En het daarin ver schoppen. Na mijn wereldtitel bij de junioren zei ik meteen: 'Dit stelt niets voor. Ik wil méér, ook bij de elite de beste zijn!' 'Of dat nu een obsessie is? Als atleet móét je sport bijna een obsessie worden, iets waar je elk moment mee bezig bent. Ik kan niet op een ochtend zeggen: 'Vandaag ben ik géén coureur.' Neen, alles staat in het teken van mijn carrière. Na de Topsportschool in Gent heb ik daarom ook niet verder gestudeerd. Een tijdje wel geprobeerd - in de richting vroedkunde -, maar het ging gewoon niet. De combinatie van trainen en koersen met studeren op afstand (Degrendele traint sinds 2016 een groot deel van het jaar in het UCI Cycling Center in het Zwitserse Aigle, nvdr) was gewoon te lastig. Tussen of na twee zware trainingen ben ik fysiek én mentaal veel te moe om in de boeken te duiken. Ik kan me ook niet lang genoeg concentreren, focus beter op één iets. En dat is nu: de Spelen van Tokio. Misschien ga ik daarna nog studeren, al weet ik nog niet wat. 'Mede door die focus op mijn carrière heb ik ook geen vriend. Ik sta er wel voor open - dat komt ooit wel wanneer de tijd rijp is - maar ik heb nu geen tijd om zelfs iemand te leren kennen. Bovendien zal niet elke man kunnen omgaan met het feit dat hij niet altijd op de eerste plaats zou staan. Zoals hij ook zou moeten aanvaarden dat ik vaak in Aigle vertoef. 'Een eenzaam leven, waar ik het in het begin moeilijk mee had, ook toen ik eerder op internaat ging in de Topsportschool. Als 'mama's kindje' was ik immers niet graag weg van huis. In tegenstelling tot voor mijn moeder is dat voor mij intussen geen opoffering meer. Ik vertrek meestal met veel goesting naar Aigle, of elders. Omdat ik daar, met een coach en andere sprinters, beter kan trainen dan in België, zonder collega-sprinters. Volledig gefocust op fietsen, eten, rusten en slapen. Net dat geeft mij extra motivatie als ik vertrek. Natuurlijk mis ik mijn familie, en dus geniet ik des te meer van de quality time met hen als ik, zoals met kerst, enkele dagen weer thuis ben. 'Wat mij drijft om zo ascetisch te leven? Niet zozeer die wereldtitel of olympisch goud, want in een altijd chaotische keirin kan veel verkeerd lopen. Wél de strive for greatness, de drang om beter te worden. Vaak ga ik tijdens een baan- of wattbikesessie zó diep dat mijn ontbijt er weer uitkomt. Enkele jaren geleden keek ik daar tegenop, tegen die pijn, maar nu niet meer. Omdat ik weet dat het móét, als ik de top wil halen. Aan wat ik dat afmeet? Niet meteen aan een concreet resultaat, een rondetijd of een wattagecijfer, veeleer aan mijn gevoel op de fiets. Ik geniet er zelfs steeds meer van: het toewerken naar een kampioenschap, training na training vooruitgang boeken, om dan, na een maandenlange, minutieuze voorbereiding, in de finale álles uit mijn lijf te persen.' 'Een van mijn grootste kwaliteiten is mijn stressbestendigheid in de uren net voor dat ultieme moment. Nochtans ben ik enkele dagen ervoor vrij gespannen, maar daarna neemt de excitement ( opgewondenheid, nvdr) de bovenhand. Mijn coaches Tim Veldt en Craig MacLean ( van Degrendeles BEAT-ploeg en van het UCI World Cycling Centre, nvdr) hebben een kalmerende invloed, net als muziek. Tot vlak voor de race beweeg en zing ik zelfs dikwijls mee. Soms tot irritatie van concurrentes die zich net voor de start doodserieus proberen te concentreren. Als ik daarnaast ook nog eens sta te lachen met mijn coach... Een grappig zicht. ( lacht) 'Het kan mij echter weinig schelen wat anderen denken, ik doe waar ik me het best bij voel. Dat plezier is heel belangrijk. Daardoor kan ik tijdens een wedstrijd ook betere beslissingen nemen. Puur op instinct, want ik denk amper na over een manoeuvre. Ik dóé gewoon - zoals ik vaak iets zeg zonder mijn woorden te wikken en te wegen. ( lacht) Een raceplan heb ik dus ook niet. Als mijn coach me richtlijnen geeft, zeg ik weleens: 'Ik zie wel wat er gebeurt.' Natuurlijk ken ik de zwaktes en sterktes van mijn tegenstandsters, maar keirin is zo onvoorspelbaar, dat kán en mág je gewoon niet plannen. 'Ik ben heel lief naast de piste, maar eenmaal op de baan, maak ik een klik in mijn hoofd. Dan telt alleen winnen, en snijd ik zonder spijt de pas van mijn beste vriendinnen af. Doen zij hetzelfde, geen probleem. Het keirinwereldje is klein, dan kom je beter goed overeen. Naast de baan ben ik dan ook oprecht vriendelijk tegen iedereen. Anderen houden meer de schijn op. Jammer, maar ik ben zo niet. Onder meer omdat ik op het KTA in Brugge, de Topsportschool in Gent en in Aigle dikwijls het enige meisje was in een groep met alleen jongens. En die zijn doorgaans iets chiller, maken minder drama dan meisjes onder elkaar.' 'Ik en de piste, dat was liefde op het eerste gezicht. Mijn wielerdebuut had ik nochtans op de weg gemaakt, maar na drie koersjes was ik het al beu: in een race opgegeven - koud, winderig, ik wilde zelfs niet starten - in een ander mijn elleboog gebroken bij een val. Toen mijn vader me daarop meenam naar de piste in Gent, en me zelfs tot bovenaan de baan liet rijden, vond ik dat veel leuker. Na enkele lessen met Wielerbond Vlaanderen in oktober/november 2011 werd ik in februari 2012 zelfs direct Belgisch kampioene in de sprint, en mocht ik daarna meetrainen met de nationale juniorenpisteploeg. Datzelfde jaar bereidde het eliteteam zich voor op de Olympische Spelen van London. Jolien D'hoore en co bezig zien inspireerde me nog meer. En toen ik Chris Hoy op tv richting olympisch keiringoud zag flitsen, raakte ik helemaal verkocht. Fenomenaal hoe hij Max Levy nog afhield. Een kippenvelmoment dus ook, toen Hoy me na mijn wereldtitel vorig jaar persoonlijk feliciteerde. 's Avonds heb ik met hem zelfs een glas gedronken! 'Een vrouwelijk, Belgisch idool had ik indertijd niet, maar ik dacht: waarom niet zélf het voorbeeld worden? Als pionier voor de sprint en de keirin in België. Dat me dat direct zo aantrok is niet toevallig. Ik heb immers altijd op snelheid gekickt, al van toen ik als kind ging snowboarden en skiën. Naar beneden denderen in de sneeuw, die adrenaline, dat euforisch gevoel... Héérlijk. Jammer dat ik dat niet meer mag, zeker omdat Aigle omringd is door skiresorts. Soms sta ik er watertandend naar de sneeuw te turen. 'Ik droom er ook van om eens in een racewagen plaats te nemen, want ik rijd heel graag met de auto. Niet per se súpersnel, hoor - al geeft ook dat een kick. Het is echter meer de ervaring, de controle over zo'n bolide. Zoals ik dat ook ervaar op mijn fiets. Spelen met de piste en de hellingsgraad in de bochten, naar beneden duiken om snelheid te maken, naar boven rijden om je tegenstander vast te zetten... De flow van elke baan - er zijn er geen twee gelijk - leren ontdekken ook. Het is bijna kunst. Alsof de piste het doek is waar ik op schilder? Zo heb ik er nog niet over nagedacht. Misschien wel, ja.' ( lacht) 'Op dat schilderij ben ik nog maar één keer uitgegleden: een crash vorig jaar in oktober tijdens de WB-manche in Saint-Quentin- en-Yvelines. Ik ben er met mijn neus letterlijk en figuurlijk op de feiten gedrukt: dat keirin gevaarlijk is. Dat je risico's neemt als je met zestig kilometer per uur je ellebogen zet en je je zonder schrik overal tussen wringt, in een pak van zes rensters. Een van mijn grootste kwaliteiten en de reden waarom ik in dat nummer als pas 22-jarige meer uitgeblonken heb dan in de sprint. Daar rijd je slechts met zijn tweeën op de piste en is de pure power, de fysieke maturiteit, van groter belang. 'In Saint-Quentin-en-Yvelines was het gaatje waar ik in dook echter te klein. Mijn schuld dus, die val. Gelukkig viel de schade relatief mee: geen breuken, wel een hersenschudding en stijve spieren. Al heb ik dat genezingsproces wat onderschat. Na een nacht in het ziekenhuis liep ik al vrolijk rond - ik kan niet stilzitten - en daar heb ik een weerslag van gehad. Twee en een halve maand lang elke dag felle hoofdpijn, evenwichts- en concentratieproblemen. Bij mijn eerste training op de baan viel ik tijdens de opwarming achter de motor bijna drie keer op een kwartier. Ook lang autorijden bleek niet simpel. Toen ik net voor Kerstmis van Aigle naar huis in Varsenare reed, deed ik er twaalf in plaats van negen uur over, met veel meer stops dan gewoonlijk. 'Schrik heb ik aan die val niet overgehouden. Tijdens mijn eerste wedstrijd, in december in Londen, dacht ik bij enkele manoeuvres héél even oooow, maar dat hield me niet tegen. Risico's zal ik dus blijven nemen. Misschien niet in een Wereldbekerrace, maar op een WK of op de Olympische Spelen? Onmiddellijk. Als je wil winnen, móét je vlammen op het scherp van de snede. Heb je pech, dan val je eraf. En hopelijk sta je daarna weer recht. 'Kristina Vogel had dat geluk niet, neen. ( De Duitse raakte eind juni 2018 verlamd na een val op training, nvdr) Naast de fiets denk ik er dikwijls aan, maar op de fiets veel minder. Al voor de val van Kristina stond ik trouwens al stil bij de risico's van het vak, maar ik ben nooit opgestaan met de gedachte: hopelijk ga ik vandaag niet tegen de grond. Bovendien had Kristina's ongeval niets met keirin te maken. Ze kwam in botsing met een renner die plots op de piste kwam. Het noodlot, maar daarom niet minder tragisch. Ik heb erg met haar meegeleefd, want ik ben bevriend met Kristina en hoor haar geregeld. Hoewel haar wellicht nog een moeilijke periode te wachten staat, neemt ze alles relatief goed op. Ze gaf me onlangs zelfs onder mijn voeten. In een filmpje voor de UCI had ze gezien dat ik geen helm droeg, op weg van het hotel naar de piste. Ze stuurde meteen een berichtje: 'Nicky, helm opzetten!' Haar ongeluk deed me niettemin beseffen hoe graag ik dit vak doe. En die passie voor de fiets is, voorlopig, veel groter dan de schrik om te vallen.' 'Dat Heilige Vuur heeft wel niet altijd gebrand. Bij de overstap naar de elite, in 2015, stond het een jaar op een laag pitje. Na mijn juniorenwereldtitel wilde ik weliswaar meer, maar werd ik nonchalant, trainde ik minder... Een moeilijke periode waar ik niet graag op terugblik. ( stilte) 'Toen ik in 2016 voor het eerst naar Aigle trok, heb ik het plezier teruggevonden. En mezelf ook veranderd, dankzij mijn toenmalige coach Scott Bugden. Hij leerde me naar mezelf te kijken. Door onder meer neer te schrijven waaraan ik moest werken. Zelfvertrouwen halen uit progressie bijvoorbeeld, dat hard trainen uiteindelijk zal lonen. Of minder geïrriteerd reageren op advies van mensen uit mijn omgeving, zelfs al ben ik moe na een zware training, of gefrustreerd als iets niet lukt. Een sociaal leven naast de fiets opbouwen ook - niet simpel, want mijn beste vriendinnen zijn pisterensters uit Ierland en Australië. 'In Aigle ben ik volwassener geworden, vond ik op alle vlakken meer evenwicht, waardoor ook mijn prestaties verbeterden. Met de wereldtitel in februari vorig jaar als ultieme bekroning. De maanden erna heb ik echter ook een moeilijke periode doorgemaakt. Eerst drukke weken met veel interviews en huldigingen, dan een vakantie in Mexico met mijn oma om te ontstressen, en daarna het besef: de weg naar de top is lang en hard, daar blíjven is nog harder. En dus begon ik mezelf druk op te leggen: ik ben wereldkampioene, ik móét nu elke wedstrijd top zijn. Ik pushte me te veel, vond geen rust in mijn hoofd. De hele dag door dacht ik: ik mag mensen niet teleurstellen, ik moet die regenboogtrui eer aan doen. 'Toen ik in het voorjaar voor ruim drie maanden naar Japan trok om er deel te nemen aan keirintoernooien, ben ik mezelf tegengekomen. De eenzaamheid, de verandering van cultuur, alleen moeten trainen... Niet makkelijk... Pas richting het EK in de zomer ( waar Degrendele zilver behaalde, nvdr) heb ik opnieuw een balans gevonden. Werd ik weer gewoon Nicky. En niet Nicky, de wereldkampioene. 'Nu kan ik, volledig hersteld van mijn hersenschudding, opnieuw gedreven, maar relaxed trainen. Zonder in voorbereidingswedstrijden, zoals de WB-manches in Nieuw-Zeeland en Hongkong de komende twee weken, mezelf te verplichten dat ik er móét winnen - al zal ik natuurlijk mijn best doen. Maar het komende WK, het WK van 2020 en vooral de Spelen van 2020 in Tokio, dat zijn de échte doelen. En ik zal álles geven om die te verwezenlijken.'