Bernard Tapie
...

Bernard TapieBernard Tapie (58) was voorzitter van Olympique Marseille, toen hij diep in de jaren tachtig in de Standardtribune werd waargenomen. Dat leidde tot het verhaal dat hij geïnteresseerd was in een overname van de Luikse club, of er toch minstens in wilde investeren. Een misverstand, waarvan aan de basis een notaris uit Seraing stond, tevens bestuurslid van de toenmalige eersteklasser, die Tapie na een bezoek aan de Donnayfabrieken in België over financiële steun voor zijn noodlijdende club wilde polsen. "Bij Luik", antwoordde hij toen de Fransman hem in het Parijse kantoor van Bernard Tapie Finances vroeg waar Seraing lag. "Ah, Standard de Liège", moet Tapie toen geantwoord hebben, waarop de notaris ze in Standard ging vertellen dat Tapie hen wilde ontmoeten. In de waan dat hij vragende partij was, nodigde Standard - dat met 130 miljoen frank schulden zat - de flamboyante zakenman uit naar Brussel. In het restaurant Cygne d'Argent op de Grote Markt kwam het misverstand al snel aan het licht, waarna werd afgesproken dat de Luikse bestuurders nog een wedstrijd in Marseille zouden komen bijwonen. Veel tijd had Tapie bij die gelegenheid niet voor zijn Belgische bezoek, maar de invitatie van voorzitter Jean Wauters voor een tegenbezoek aan Luik aanvaardde hij in dank. In die dagen had Tapie namelijk ook een televisieprogramma, Ambition, waarin hij jonge, ambitieuze ondernemers interviewde. Eén van de afleveringen zou worden opgenomen op de Heizel in Brussel. Geen betere publiciteit, moet de tv-maker gedacht hebben, dan zich met veel vertoon op Sclessin te laten zien. "Dat is hem prima gelukt," zei de latere voorzitter André Duchêne enkele jaren geleden, "de hele pers zat erop toen hij bij ons in de tribune plaatsnam. Maar Tapie heeft nooit de intentie gehad om in Standard te investeren." Zanger, zakenman, politicus, minister zelfs, comédien, auteur en acteur, bajesklant : Bernard Tapie was (en is) niet voor één gat te vangen. Tijdens zijn voorzitterschap van Olympique Marseille, van 1986 tot '94, werd de club vier keer Frans landskampioen. Toen in 1987 Horst Dassler, zoon van stichter Adi Dassler, overleed en de toekomst er voor Adidas niet rooskleurig uitzag, dacht Tapie een slag te kunnen slaan, zo kort voor het WK '90 in Italië. Hij kocht het Duitse familiebedrijf. Voor het geld klopte hij aan bij de Franse bank Crédit Lyonnais. Helaas, Adidas ging er niet op vooruit onder Tapie, integendeel zelfs. En toen in 1992 in Frankrijk het Crédit Lyonnais-schandaal losbarstte, was zijn liedje uitgezongen. Wegens omkoping in de wedstrijd Valenciennes-OM, financieel wanbeleid en fraude belandde hij in de cel. De Uefa ontnam Marseille de Europabeker voor Landskampioenen die het in 1993 won (met Raymond Goethals als trainer tegen AC Milan). Tapie zou uiteindelijk slechts zes maanden opgesloten blijven. Robert Louis-DreyfusIn de hoop wat van haar geld te recupereren, zocht Crédit Lyonnais Robert Louis-Dreyfus aan om Adidas weer vlot te trekken. Louis-Dreyfus had zich in de publiciteitswereld (onder meer bij Saatchi & Saatchi) een indrukwekkende reputatie opgebouwd. Zonder veel mededogen ontsloeg hij het oude, Duitse management en verving het door een generatie dynamische dertigers van diverse nationaliteit. Zes maanden later al (eind 1993) bracht hij Adidas - vandaag Adidas-Salomon AG - naar de beurs in Frankfurt en een succesverhaal was geboren. Robert Louis-Dreyfus (53) is een geboren Parijzenaar met domicilie in Zwitserland. Hij behoort tot de rijkste families van Frankrijk, leiders op de wereldgraanmarkt. Was de voetbalwereld hem volslagen onbekend, als grote baas van de kledijleverancier van vele topclubs werd hij plots in eretribunes overal in Europa uitgenodigd. Zo ook in Marseille, waar OM de drie witte strepen op zijn uitrusting voerde. Toen hij te kennen gaf ook de geur van de kleedkamers te willen opsnuiven, was Luciano d'Onofrio er als de kippen bij om hem te gidsen. Na zijn spelerscarrière had deze Italo-Belg zich razendsnel een naam gemaakt in het Zuid-Europese voetbal, eerst als manager van FC Porto, nadien als spelersmakelaar. D'Onofrio opende de deuren voor Louis-Dreyfus bij clubs en federaties en beide mannen raakten bevriend. Zelfs na een desastreus seizoen als het voorbije 2000/01, waarin Marseille maar net de sportieve degradatie kon ontlopen en vervolgens ook de financiële (wegens een te grote schuldenlast kreeg het aanvankelijk geen licentie), vlogen al bijna 50.000 abonnementen de deur uit. Louis-Dreyfus zag in de populariteit van de Zuid-Franse club grote mogelijkheden voor Adidas en na een tweejarig verblijf in de Division 2 aanvaardde hij tijdens het seizoen 1996/97 het voorzitterschap. Opnieuw moest hij het puin van Tapie ruimen. Sindsdien zou hij, naargelang van de bron, tussen 4,5 en 5,5 miljard Belgische frank uit zijn persoonlijke fortuin - dat op 25 miljard frank geschat wordt - in de club gepompt hebben. Sinds november 2000 is hij hoofdaandeelhouder van OM via het bedrijf Eric Soccer, waarvan zijn vriend en voorzitter van Standard, de Zwitser Reto Stiffler, de directeur is. Achter zijn werkzaamheden bij Adidas zette hij een punt in maart van dit jaar. Een maand later verraste Louis-Dreyfus vriend en vijand door Bernard Tapie als sportief verantwoordelijke naar Marseille terug te halen. Niet dat beiden vrienden zijn, maar door de bluf van de nooit om een stunt verlegen zittende Tapie te koppelen aan de boekhoudkundige nauwgezetheid van de nieuwe financieel directeur Pierre Dubiton, ook al geen vriend, hoopt Louis-Dreyfus mogelijk de formule gevonden te hebben om de club er weer bovenop te krijgen. In zijn vijfjarig voorzitterschap won OM geen platte prijs. Hem wordt verweten dat hij er zich (net als in Luik) zelden laat zien, en zo zijn tegenstanders in de club onbekommerd hun gang laat gaan. Ook is er nog de juridische strijd tegen Crédit Lyonnais in de Adidas-affaire, die beide ex-bazen van het Duitse concern bindt. Bij zijn terugkeer kreeg Tapie van Louis-Dreyfus voor een symbolische Franse frank 15 procent van de OM-aandelen cadeau. "Marseille heeft de uitvinder van de corruptie weer in zijn armen gesloten", drukte een commentator het uit, waarna hij concludeerde : "Misdaad loont !"Luciano d'OnofrioLuciano d'Onofrio (48) is een van de - en misschien wel dé - machtigste makelaar in het Europese voetbal. Hij groeide op in het Luikse staalbekken in een bescheiden migrantenfamilie, die in 1958 uit de streek van Rome emigreerde. D'Onofrio voetbalde voor Ans, Tilleur, Bas-Oha en Winterslag, waar Robert Waseige hem binnenhaalde. Tegelijk werkte hij een tijd als vertegenwoordiger voor de sportwinkel van Henri Depireux. Begin de jaren tachtig werd hij opgepakt voor drugshandel. Toen hij vrijkwam, werd hem tien jaar de toegang tot België ontzegd. D'Onofrio voetbalde een half jaar bij Houston Hurricane in de VS en daarna bij de Portugese tweedeklasser Portimonense, waar een beenbreuk en een auto-ongeval een einde maakten aan zijn spelerscarrière. D'Onofrio vestigde zich in Portugal. Hij was general manager van FC Porto, toen het in 1988 de Europabeker voor Landskampioenen won. Trainer Artur Jorge vertrok en d'Onofrio verving hem door Tomislav Ivic. Al na één seizoen trok de Kroaat, net zoals Jorge had gedaan, naar Paris Saint-Germain, club die in een fraudezaak verwikkeld raakte waarin ook d'Onofrio een veroordeling opliep. In 1993 haalde hij Ivic opnieuw naar Porto, maar toen die na nieuwjaar al werd ontslagen, stapte de manager mee op. D'Onofrio, die fortuin vergaarde met investeringen in immobiliën, vestigde zich daarna opnieuw in Luik en ging er zich met Standard bezighouden. Hij was het die Louis-Dreyfus in 1998 overhaalde om zijn geld ook in de Luikse club te steken. Bij de loting voor de eindronde van het WK '98, die december '97 in Marseille plaatsvond, had d'Onofrio het eerste contact gelegd tussen Standard (met name beheerder Robert Lesman) en Louis-Dreyfus, toen al voorzitter van OM. Tegelijk werd Ivic, op dat moment nog bondscoach van Iran, gepolst voor het trainerschap in Luik. Toen hij kort voor het WK in Frankrijk door Iran werd ontslagen, had Standard meteen een contract voor hem klaarliggen. D'Onofrio houdt er niet van dat hij de sterke man van het huidige Standard wordt genoemd. In het organigram van de club bekleedt hij geen officiële functie, omdat een Fifa-makelaar dat niet mag. Toch is hij het die, om maar iets te zeggen, de contractonderhandelingen met de spelers voert en de facto de baas is - niet voor niets noemt directeur Alphonse Costantin hem in interviews ook zo. Behalve Lesman, een steenrijke Brusselaar die handel drijft in textiel en bekend is met het Antwerpse diamantmilieu, heeft niemand bij Standard de intrede van d'Onofrio en Louis-Dreyfus, die zich met de sportieve zaken niet inlaat, overleefd. Ook ex-voorzitter André Duchêne niet, maar die rouwt daar niet om. Deze vermogende Luikse bouwondernemer had al langer laten verstaan dat hij graag wat van de vele centen terugzag die hij in de club had gestoken. Allicht heeft het duo Louis-Dreyfus/d'Onofrio daarvoor kunnen zorgen. Overigens is Louis-Dreyfus sinds deze zomer niet langer de meerderheidsaandeelhouder van Standard. Dat is nu zijn vriend Tom Russel, een Amerikaan die onder meer mee aan de wieg van Eric Soccer stond. Deze nieuwe, papieren constructie drong zich op omdat de Uefa niet toestaat dat twee clubs van eenzelfde eigenaar in dezelfde Europabeker aantreden. Tot nader order blijft Louis-Dreyfus voorzitter, meerderheidsaandeelhouder en dus eigenaar van Olympique Marseille. Tomislav IvicWeinig trainers kunnen zoveel clubs in hun curriculum plaatsen als Tomislav Ivic (67). Zestien, om precies te zijn - plus Kroatië en Iran, waar hij bondscoach was. Twee keer werkte hij bij FC Porto, waar zijn samenwerking met d'Onofrio ontstond. In 1991 trainde hij vier maanden het Olympique Marseille van Tapie. Het eerste wat diezelfde Tapie deed toen Louis-Dreyfus hem in april 2001 in zijn ex-club in ere herstelde, was Javier Clemente ontslaan en ouwe bekende Ivic aanstellen. Na zijn hartoperatie was de Kroaat door Standard op rust gesteld, al is het een publiek geheim dat de spelers hem niet meer moesten. Ook vorige maand in Marseille zou de spelersgroep, die zijn trainingsmethodes als verouderd ervoer, op zijn ontslag hebben aangestuurd. door Jan Hauspie Bronnen : Voetbal/Sport Magazine, L'Equipe, France Football, Sport International, de website van Olympique Marseille.