MIJN SPEELGOED

'Mijn vrienden en ik speelden in onze kindertijd niet met blokken. Daar waren we te intelligent voor. (lacht) We hadden ook geen autootjes van Matchbox. Als ouders hier zulke autootjes aan hun kinderen geven, lijkt het voor mij alsof ze zeggen: ga maar niet naar buiten. Ik vind het iets voor families die graag een muur rond zich optrekken. Als wij in Kumasi terugkwamen van de school, trokken we de straat op. Wij mochten ons mengen in de buurt en daar leerden we voor onszelf op te komen. Het stadsdeel waar ik opgroeide, was best hard. Er werd niet gepest, maar je moest er wel je mannetje staan. Je moest daar leren hoe de verhoudingen zaten; oudere kinderen speelden er niet met jongere kinderen. Soms belandde je eens in een gevecht, dan kreeg je een klap of deelde je er een uit. Ma...

'Mijn vrienden en ik speelden in onze kindertijd niet met blokken. Daar waren we te intelligent voor. (lacht) We hadden ook geen autootjes van Matchbox. Als ouders hier zulke autootjes aan hun kinderen geven, lijkt het voor mij alsof ze zeggen: ga maar niet naar buiten. Ik vind het iets voor families die graag een muur rond zich optrekken. Als wij in Kumasi terugkwamen van de school, trokken we de straat op. Wij mochten ons mengen in de buurt en daar leerden we voor onszelf op te komen. Het stadsdeel waar ik opgroeide, was best hard. Er werd niet gepest, maar je moest er wel je mannetje staan. Je moest daar leren hoe de verhoudingen zaten; oudere kinderen speelden er niet met jongere kinderen. Soms belandde je eens in een gevecht, dan kreeg je een klap of deelde je er een uit. Maar het was goed zo. Ik voetbalde, baskette of tenniste met de jongens van mijn leeftijd, of we speelden met wat we vonden. We hadden vooral elkaar.' 'Met hoeveel mensen we thuis samenwoonden, weet ik niet precies. Met meer dan twintig in elk geval. Ook de zussen van mijn moeder en onze grootvader leefden bij ons. Dat was geen probleem: ons huis was groot genoeg, er waren meer dan tien kamers. En het was fijn om met velen in één huis te zitten, zo leer je veel over de karakters van mensen. Natuurlijk was er weleens gekibbel, maar op het eind besef je dat je familie bent en ga je toch weer samen voort. 'Het was niet alleen thuis druk, maar ook in de stad. In Kumasi wonen 2,6 miljoen mensen. Dat is meer dan in de hoofstad, Accra. Qua verhoudingen kun je Kumasi vergelijken met Brussel en Accra met Gent. Accra ligt in het zuiden, aan de kust; Kumasi ligt in het binnenland. Al wie noordwaarts trekt, stopt eens in Kumasi.' 'Als ik je door Ghana zou mogen gidsen, zou ik je zeker eens meenemen naar Tamale, in het noorden. Een vriend van mij heeft daar een voetbalacademie. Als ik in Ghana ben, pik ik er graag eens een training mee. Meestal blijf ik er wel maar twee dagen, want het kan daar bloedheet worden, tot wel 41 graden. In Tamale is het een pak rustiger dan in Kumasi. Ook fijn aan die stad is dat ze zich nog ontwikkelt. Je kunt er nog meer creëren dan in steden die al gevormd zijn, zoals Kumasi en Accra. In Tamale kun je ook veel dingen van de boerderij eten: cassava, jam, cashewnoten en bakbananen. In het noorden zijn er heel veel boerderijen, terwijl de meeste mensen in het zuiden hun brood verdienen door handel te drijven. Mijn ouders gingen kledij kopen in Accra of Togo en verkochten die weer door in Kumasi.' 'Als je eens een Ghanees gerecht wil proeven, moet ik je eerst vragen of je met bestek wil eten of met je handen. Voor wie het liefst met mes en vork eet, is jollof een aanrader: rijst met een tomatensaus waarin Afrikaanse kruiden gemixt zijn. Dat kun je eten met kip, rundsvlees of vis. Eet je liever met je handen, dan moet je eens fufu proberen, een vaste brij van bakbananen en cassava. Dat combineer je met soep. Wij eten heel graag met onze handen. Daarmee kun je grotere porties in je mond steken.' (lacht) 'Dé voetballer uit Ghana is voor mij Michael Essien. Vanuit Bastia kon hij naar Lyon en van Lyon naar Chelsea, dat was fantastisch. Op dat niveau heeft iedereen technisch talent, daar gaat het mij niet om bij Essien, wel om zijn karakter: hij is rustig en als het tijd is om te werken, werkt hij. Op het veld zwoegt hij voor zijn elftal. Zo toon je wat voor mens je bent.' 'Jullie bouwen hekken rond jullie huizen. In Ghana zijn we een open manier van leven gewoon. We leven er de hele tijd buiten. En als je toch eens binnen bent, kun je vanuit je huis zien wat je buur aan het doen is. In Ghana kun je ook het huis van een vriend binnenstappen zonder eerst te moeten bellen of een afspraak te maken. Die levensstijl mis ik in België, de vrijheid om wat rond te dolen. Ik vind ook dat er hier te veel controle is. In Ghana parkeer je je auto waar je maar wil. (lacht) We like the freedom way.'KRISTOF DE RYCK