Moortsele was een dorp van negenhonderd zielen en drie slagers toen er een ploegfoto van de kampioenen werd gemaakt. Geen enkele wedstrijd hadden ze in het seizoen '71-'72 verloren, tot in de eindronde tegen de andere provinciale kampioenen toe, waardoor FC Moortsele zich algemeen kampioen van Oost-Vlaanderen mocht noemen.
...

Moortsele was een dorp van negenhonderd zielen en drie slagers toen er een ploegfoto van de kampioenen werd gemaakt. Geen enkele wedstrijd hadden ze in het seizoen '71-'72 verloren, tot in de eindronde tegen de andere provinciale kampioenen toe, waardoor FC Moortsele zich algemeen kampioen van Oost-Vlaanderen mocht noemen. Afgedrukt in zwart en wit is de foto, genomen op het veld aan de Rollebaan, terug te vinden op de website van de club. Kale takken in de achtergrond verraden een winter en op twee rijen staan of hurken dertien spelers. Een keeper met een bril, beren met stoer gekruiste armen en frêle jongens die de armen om elkaar slaan. Eentje, met zijn zwarte lokken naar rechts gekamd, heeft de wit afgeboorde mouwen opgestroopt en houdt de vingertoppen op de bal. Ivan De Witte, de vijfentwintigjarige rechtsbuiten, hield van de bal. "Ik heb hem vaak gezegd : 'Ivan, als je je man voorbij bent, breng die bal dan eens voor de goal"', zegt Albert Schittecatte, die speler-trainer was. "Maar Ivan moest altijd nog een keer dribbelen. Als hij er één voorbij was, hij zou teruggekeerd zijn om er nóg eens voorbij te gaan. De bal naast de man en, hup, Ivan was er voorbij. Zijn snelheid was ongelooflijk." En zijn loopstijl specifiek : het hoofd naar de grond gericht, de armen hevig naast het kleine lichaam zwaaiend, de ademhaling gesynchroniseerd met de korte stapjes ... whuwhu ... whuwhu ... Als een kei over het water ketste Ivan De Witte dan de lijn af. "Niet meer in te halen", herinnert Schittecatte zich. De avond voor een wedstrijd placht de ploeg bij een van de spelers thuis samen te komen. " En tons woas 't kermesse, hé", grijnst Firmin Use, voormalig libero en kapitein, met een niet mis te verstane twinkeling in de ogen. Soms viel er bij die gelegenheden wel eens iemand omver van een cognacske te veel na het eten, maar altijd werd er breedvoerig gelachen. Ook als de samenkomst bij Ivan De Witte thuis plaatsvond. "Maar hij kwam daar bij ons wel over alsof hij een voorbeeldige zoon was. Hij kon het waarschijnlijk allemaal redelijk goed verdoezelen voor zijn ouders, want ik denk dat hij in het uitgaansleven niet op de achterste rij gestaan heeft ( lacht). Ik herinner mij nog dat we ons in de kantine allemaal een keer een trappist van Westmalle kochten en Ivan zijn plastron er dan in hing en die zo op zoog. Maar dan was het al laat, hoor ( lacht). Vrieje bende, joeng. " Een van de zeldzame keren dat De Witte op de club bleef plakken moet het geweest zijn, want doorgaans zagen ze hem snel na de wedstrijd verdwijnen. "Wij kregen altijd de indruk dat Ivan wat schrik had van 't water", grijnst Use. De modder mocht aan zijn benen kleven, "hij deed zijn voetbalschoenen uit, zijn kleren over zijn sportgerief aan aan en hij ging zich thuis wassen", zegt Schittecatte. Van enige bestuurlijke interesse herinneren ze zich in Moortsele dan ook amper iets. Use zat als kapitein in het bestuur van de club "en het heeft ons inderdaad wel wat verwonderd dat Ivan daar niet bij kwam, want je keek er toch naar op dat hij naar de universiteit ging. De gave van het woord had hij in elk geval al : hij kon redelijk goed discussiëren en hij wilde altijd het gelijk aan zijn kant hebben.""Maar mij heeft altijd verwonderd", zegt Schittecatte, "dat hij het in het voetbal zo ver heeft gebracht, want hij sprak daar nooit over. Dat was altijd : match gespeeld en gedaan."Toen de ouderlijke slagerswinkel de deuren sloot en het gezin naar Merelbeke verhuisde, opende zich daar een nieuw luik in Ivan De Wittes voetbalcarrière : Sporting Merelbeke. The Pub aan de Hundelgemsesteenweg in Merelbeke heet nog altijd The Pub en was destijds om het gebrek aan een kantine te compenseren als lokaal opgericht door vier jonge bestuursleden van het inmiddels in een fusie opgegane Sporting Merelbeke. Een jong, dynamisch en intellectueel bestuur was het met een advocaat, twee psychologen, een huisarts, een paar bedrijfsleiders. Ivan De Witte, dan een jaar of 28, was een van hen. De uitbating van het café, dat voor inkomsten uit het drankverbruik moest zorgen, werd aan geranten overgelaten, maar Ivan De Witte mocht er net als de anderen na een van de lange bestuursvergaderingen graag blijven om een kaartje te leggen of een partijtje chapeau te spelen. Want hij had naar men zich herinnert "een goeie pokerface." Voetballen deed hij ondertussen alleen nog op zondagmorgen met de reserven, wat niet altijd de meest hoogstaande wedstrijden bleken en dan gebeurde het wel eens dat Ivan De Witte de scheidsrechter zijn mening liet weten en riep dat hij er niets van kende, waarna hij daar een rode kaart voor kreeg en zich bij het verlaten van het veld nog eens omdraaide en naar de scheidsrechter riep : "Dat neemt niet weg dat ge d'r niks van kent."De anekdote is Jan Jonckheere, de toenmalige clubdokter, bijgebleven. Een kameraadschappelijke, maar wel voortdurende strijd voerde hij, de arts, met Wilfried Van Keymeulen en Ivan De Witte, de psychologen die respectievelijk voorzitter en ondervoorzitter waren. "Zij wilden er als bedrijfspsychologen mentale coaching in brengen, wat ik voor een ploeg van vierde provinciale soms toch wel een beetje overdreven vond. Ze probeerden dat echt professioneel te doen. Ik herinner mij nog een seizoen dat we in december eerste stonden, maar wel al aan onze derde of vierde trainer zaten ( lacht). Ja, ze draaiden daar hun hand niet voor om." Ivan De Wittes professionele carrière leidde hem van de universiteit via Volvo naar Sidmar, waar hij op 1 september 1974 met Wilfried Van Keymeulen was begonnen : Van Keymeulen als psycholoog voor de aanwerving en selectie en De Witte voor de vorming samen met Willy Musschoot, zijn latere vennoot. "Wij hebben samen zeer veel leute gehad, want Ivan is ne fijnen humorist." Hoe ambitieus en gedreven ze hun hobby in Sporting Merelbeke ondertussen namen, bleek pas echt goed toen in derde provinciale een topwedstrijd moest worden gespeeld en Ivan De Witte de coaching voor zijn rekening nam. "Daar spreken ze in Merelbeke nog van", zegt Wilfried Van Keymeulen. De spelers droegen inderhaast aangeschafte lichtblauwe trainingsjacks om er wat presentabel uit te zien, want dankzij de connecties die De Witte bij Sidmar had opgebouwd, kon de provincialer voor " een schappelijk prijske" op afzondering naar, ahum, La Réserve in Knokke. "Zaten wij daar toch wel samen met Standard, zeker", lacht Luc Ongenaet, de lange spits van Sporting Merelbeke. Een ontspannen Tahamata, Preud'homme, Gerets, Goethals ... in voorbereiding voor een topper op Club Brugge, geflankeerd door De Boos, Dossche, Ongenaet, Poppe ... in voorbereiding voor een topper tegen ... Kleit. "De groep was door die aanwezigheid van Standard uiteindelijk meer úít zijn evenwicht dan ... We zouden waarschijnlijk beter allemaal thuisgebleven zijn", grijnst Ongenaet. "Op dat moment was het ook niet gebruikelijk om in de kleedkamer van een derde of vierde provincialer met mental coaching bezig te zijn. Spelers waren van die dingen soms meer onder de indruk dan ... Maar ik heb dat altijd de mooiste illustratie gevonden van hoe ver ze toen bij de club in hun ambitie gingen." Merelbeke verloor, for the record, met 6-1 van Kleit ; Standard won met 0-3 op Club Brugge. Ofschoon Ivan De Witte zich niet zo vaak in de kleedkamers liet zien, herinneren sommige spelers zich wel nog hoe hij naast hen kon komen zitten en zich subtiel laten ontvallen dat er concurrentie voor die positie bij zou komen om een speler scherp te krijgen. Of hoe hij het hard kon spelen bij contractonderhandelingen als een speler een jaar geblesseerd was gebleven. Ivan De Witte heeft, aldus Wilfried Van Keymeulen, de psychologie in de vingertoppen. "Ik heb respect voor wat hij bereikt heeft, want hij kent zijn stiel : hij kon zeer goed de verhoudingen in groepen inschatten, de machtsstructuren en relaties die zich ontwikkelden, hoe mensen zich tot elkaar verhouden, hoe mensen coalities vormen en wat het effect daarvan is op de groep. We hebben daar zeer veel over gediscussieerd en geanalyseerd en we hadden daar, in alle bescheidenheid, een zeer scherp inzicht in. Dit inzicht en de beslissingen die hij op basis daarvan nam, maakt van hem nu een adequate voorzitter. Hij kan snel en goed beslissen. Want mensen, op welk niveau ook, blijven hetzelfde gedrag vertonen. En hij bespeelt dat nog altijd zeer goed : hij wéét wanneer hij dingen moet doen. De vraag die men zich wel kan stellen, is : waarom moet je die gave dag in dag uit vertonen ? Het is een onverzadigbare lust. Wat hem drijft, is het beheersen van de mens om daardoor ook tezelfdertijd zichzelf, met de spanningen en angsten die elke mens kent, te beheersen. Dat is, vind ik, een heel grote kwaliteit. Via het voetbal bewijst hij de macht van de psychologie. Ik ken zijn filosofie en ik ben het ermee eens : heel het menselijk zijn wordt bepaald door psychologie. Dat bewijst hij alle dagen."Door zijn brandende ambitie en zijn kleine gestalte plachten in Merelbeke sommigen, niet in het minst zij die zijn kordaatheid en rechtstreeksheid op het eind wat hautain vonden, Ivan De Witte Napoleon te noemen. Van hem herinnert Van Keymeulen zich ook nog de uitspraak dat je in het leven drie zaken moet onthouden om mensen te begrijpen : het libido van Sigmund Freud, de archetypen van Carl Gustav Jung en de Organminderwertigkeit van Alfred Adler. "Een zeer gedreven man was hij. Zeer, zeer gedreven. En verschrikkelijk ambitieus. Ivan is altijd iemand geweest die beslissingen nam, die aanstuurde op wijzigingen, die het proces stuurde. Ik heb het nog meegemaakt dat hij ging coachen als er even geen trainer was en er een speler af haalde die hij er vijf minuten eerder nog maar in had gebracht. Tot groot ongenoegen van de speler ( grijnst). Ivan zat nooit zomaar toe te kijken, maar tegenover mij als voorzitter is hij als ondervoorzitter, moet ik zeggen, wel altijd zeer loyaal gebleven." Transfers nam Ivan De Witte graag voor zijn rekening en Sporting Merelbeke was zeer actief op de transfermarkt. Zo kocht de club in het pre-Bosmantijdperk voor negentigduizend frank voor één seizoen ene Dumortier van Zwijnaarde. "Maar we hadden dus geen geld, hé. Eerst handelen en dan zien hoe we het konden organiseren", lacht Van Keymeulen. Daar kwam uiteindelijk een financieel comité van dat via sponsoring, bals, tombola's of toernooien tegen Oudenaarde, Wetteren en AA Gent voor middelen moest zorgen. En Jan Jonckheere mocht daar voorzitter van worden. "Ik zat dat toen uit te rekenen", zegt hij, "en ik zag dat we met een miljoen frank per jaar niet toe gingen komen. Voor vierde provinciale vond ik dat toen toch een beetje veel ( grijnst). Op den duur moest elk bestuurslid uit eigen zak een bijdrage leveren. Het financiële aspect trok Ivan zich in die tijd zeker niet aan. Het was toen vooral het resultaat dat telde." En resultaten haalde Sporting Merelbeke met de titel in vierde provinciale en de aansluitende promotie naar derde. "Hij liet zich toen al ontvallen", herinnert Jonckheere zich, "dat het zijn ambitie was om eens in het bestuur van een grote club te zitten, want hij was nogal ambitieus."Ivan De Witte leidt sinds 1999 AA Gent, waar hij aanvankelijk een loge huurde, als voorzitter weg uit het financieel verlies. Hij zal zijn club in 2008 normaliter in een prestigieus stadion zien spelen en mag zich samen met Maarten Morel sinds 1983 bedrijfsleider noemen van zijn eigen advieskantoor in human resources. De Witte&Morel is bovendien marktleider in België en maakt internationaal deel uit van de Hudson Highland Group. "Dat mentale", zegt Luc Ongenaet, "was altijd al zijn dada. In het voetbal kon hij die microbe, die hij eigenlijk nooit kon wegsteken, kwijt. Wat hij heeft wíllen doen met Merelbeke, heeft hij kúnnen doen met Gent omdat het op die schaal op zijn plaats was", zegt Ongenaet. "Nu blijkt dat het voorgaande uiteindelijk allemaal waardevol geweest is."RAOUL DE GROOTE