Zondagnacht (2 uur) vindt in New York het NBA All Star Game plaats, een (show)wedstrijd tussen twaalf spelers uit de Western en Eastern Conference. Zoals elk jaar mochten NBA-fans kiezen wie volgens hen in de basisvijf van elk team hoorde. Stephen Curry (Golden State Warriors) kreeg de meeste stemmen (1.513.324), ruim 42.000 meer dan LeBron James (Cleveland), vorig jaar nog de nummer een. Curry vormt met James Harden (die de geblesseerde Kobe Bryant vervangt), Blake Griffin, Marc Gasol en ...

Zondagnacht (2 uur) vindt in New York het NBA All Star Game plaats, een (show)wedstrijd tussen twaalf spelers uit de Western en Eastern Conference. Zoals elk jaar mochten NBA-fans kiezen wie volgens hen in de basisvijf van elk team hoorde. Stephen Curry (Golden State Warriors) kreeg de meeste stemmen (1.513.324), ruim 42.000 meer dan LeBron James (Cleveland), vorig jaar nog de nummer een. Curry vormt met James Harden (die de geblesseerde Kobe Bryant vervangt), Blake Griffin, Marc Gasol en Anthony Davis de basisvijf voor de Western Conference. In het Oosten ging de voorkeur, naast James, naar Kyle Lowry, John Wall (twee debutanten), Carmelo Anthony en Pau Gasol (die met Marc het eerste broederpaar wordt dat aan een All Star Game zal beginnen). Traditioneel staat op All Star Saturday ook de Slam Dunk en de Three Point Contest op het programma. Terwijl de wedstrijd van achter de driepuntlijn vroeger het ondergeschoven kindje was, is dat dit jaar helemaal anders. Met Stephen Curry, ploegmaat Klay Thompson, Kyle Korver, James Harden, Kyrie Irving en titelverdediger Marco Belinelli nemende beste schutters uit de NBA het tegen elkaar op. Een groot verschil met de line-up voor de dunkwedstrijd waar derderangsfiguren als Giannis Antetokounmpo, Zach LaVine, Victor Oladipo en Mason Plumlee mogen opdraven. Dat was in het verleden wel eens anders toen de Dunk Contest zelfs vaak het hoogtepunt van het All Star Weekend was met hoogvliegers als Michael Jordan, Dominique Wilkins, Vince Carter en Kobe Bryant. Het laatste decennium haken de sterren echter steevast af wegens risico op blessures en de vrees om zichzelf belachelijk te maken bij een gemiste dunk. Het verschuiven van de spotlights naar de schutters is ook tekenend voor het NBA-basketbal, waarin het driepuntshot alsmaar belangrijker wordt. In 1987/88 lag het teamgemiddelde op 4,89 pogingen per partij, vorig seizoen was dat 21,53 (meer dan maal vier!). Die evolutie wordt verpersoonlijkt door Stephen Curry, door velen naar voren geschoven als dé Most Valuable Playerkandidaat voor dit seizoen. Hij shot zijn driepuntpogingen binnen aan ruim 40 procent. Michael Jordan, de MVP van het seizoen 1987/88, raakte niet boven de 19 procent... Een verklaring? Onder meer de wijziging van de regels (sinds 2002), waardoor teams de zone onder de korf met meerdere verdedigers kunnen afsluiten, het moeilijker wordt om te dunken en verre shots nodig zijn om een defense open te rijten. DOOR JONAS CRETEUR