"Twee jaar later kreeg ik mijn eerste profcontract. Anders had ik na mijn studies wel het leger in gewild. Niet zomaar, maar bij een speciale eenheid, voor als het echt gevaarlijk wordt : bij ontvoeringen of gijzelingen bijvoorbeeld. Speciale mannen die iedere dag op allerlei standaardsituaties trainen, zoals wij elke dag buiten op het veld staan. Dat sprak mij aan. Niet voor het schieten, maar voor het zoeken naar oplossingen. Ik ben iemand die altijd zoekt naar wat niet voor de hand ligt. Het mag niet te gemakkelijk zijn. Ken je het computerspel Championship Manager ? Je bent trainer en kiest een ploeg. De meesten nemen Real Madrid of zo, maar ik neem altijd een ploeg uit tweede kl...

"Twee jaar later kreeg ik mijn eerste profcontract. Anders had ik na mijn studies wel het leger in gewild. Niet zomaar, maar bij een speciale eenheid, voor als het echt gevaarlijk wordt : bij ontvoeringen of gijzelingen bijvoorbeeld. Speciale mannen die iedere dag op allerlei standaardsituaties trainen, zoals wij elke dag buiten op het veld staan. Dat sprak mij aan. Niet voor het schieten, maar voor het zoeken naar oplossingen. Ik ben iemand die altijd zoekt naar wat niet voor de hand ligt. Het mag niet te gemakkelijk zijn. Ken je het computerspel Championship Manager ? Je bent trainer en kiest een ploeg. De meesten nemen Real Madrid of zo, maar ik neem altijd een ploeg uit tweede klasse. Dan heb je niet de beste spelers, maar ik wil promoveren, dus moet ik ze gaan zoeken. Ik moet altijd naar een hoger doel kunnen mikken. "Ik ben een computerfreak. Daar is het mee begonnen. Ik zag de serie Band of Brothers, over de landing in Normandië. Daar is een computerspel op gebaseerd met boten die van overal door bommen worden belaagd. Dat is zó echt, dat je je echt ín het spel waant. Er bestaan zelfs van die speciale brillen, waarmee het allemaal nóg echter lijkt. Je doet de lichten uit, zet hem op en er is alleen nog het beeld en het geluid. Als er dan iemand in de kamer komt en op je schouder tikt, ik garandeer je : dan word je héél gek. "Ik heb het ondertussen helemaal uitgespeeld, in het hoogste level. Er bestaan updates van, maar mijn computer is er te traag voor. Ik speel ook nog maar weinig sinds we vijf maanden geleden hebben gebouwd en zijn gaan samenwonen. Toen we nog op het appartement woonden, zat ik zo vaak voor de computer, bijna dag en nacht als het ware, dat ik de computer op de duur in de living had gezet. Terwijl mijn vriendin tv keek, zat ik naast haar. Zo waren we ten minste bij elkaar, ook al zat ik gewoon op de computer te spelen. "In tegenstelling tot wat je zou kunnen denken, ben ik niet agressief. Ik zou misschien niet eens geslaagd zijn voor het leger omdat ik te rustig ben. Te menselijk ook : ik praat liever eerst voor ik tot daden overga. In alles wat ik doe, ben ik heel beredeneerd. Behalve op het veld, want dan ben ik niet iemand van veel woorden. Er is een verschil van dag en nacht tussen het leven en het voetballeven. In het leven ben ik vriendelijker dan in een wedstrijd, want die wil ik gegarandeerd winnen, ten koste van alles. Daar moet je met daden presteren. "Alles wat ik doe, is een wedstrijd. Ik kan moeilijk iets voor mijn plezier doen. En ik kan echt niet tegen mijn verlies. Als we verloren hebben, ben ik gefrustreerd en dan vallen er thuis wel eens verkeerde woorden. Ik heb al wat beter leren relativeren, maar gemakkelijk is het niet. Ik wil gewoon dat ik op het einde van mijn carrière kan zeggen dat ik er alles aan heb gedaan om er alles uit te halen. Daar heb ik nog een jaar of elf de tijd voor. De dag dat ik moet zeggen : 'Had ik dát maar gedaan', weet ik dat ik heb gefaald. Die faalangst heb ik. Héél veel zelfs. Dat ik iets zou vergeten, met zware gevolgen vandien. "Mijn doel was : profvoetballer worden bij Sint-Truiden. Nu ik dat heb bereikt, wil ik een ander doel. Een stap hogerop, in België of in het buitenland. Ik ben heel avontuurlijk ingesteld. Ik heb verhalen gehoord over Cédric Roussel in Kazan : misschien is het wel erg gewaagd, maar ik had zeker gezegd : waarom niet ? Ik zal me niet vervelen als mijn vriendin meegaat, én mijn computer, want dat is mijn tweede vriend : zoals andere mensen een hond hebben, heb ik mijn computer."door Jan Hauspie