N icolas Laforge (31): 'Wanneer ik in mijn kindertijd Monopoly speelde, had ik er een bloedhekel aan als iemand valsspeelde of iets fout uitlegde. Toen al vond ik het belangrijk om de regels van een spel goed te kennen en op een correcte manier toe te passen.' Het komt dus niet uit de lucht vallen wanneer rond 2003 de dan zestienjarige Laforge - zoon van een handbalref - zich op zijn school aanbiedt als scheidsrechter bij wedstrijdjes minivoetbal. Het fluiten wordt een alternatief voor zijn keeperscarrière. Die raakte bij La Louvière in het slop na een blessure.
...

N icolas Laforge (31): 'Wanneer ik in mijn kindertijd Monopoly speelde, had ik er een bloedhekel aan als iemand valsspeelde of iets fout uitlegde. Toen al vond ik het belangrijk om de regels van een spel goed te kennen en op een correcte manier toe te passen.' Het komt dus niet uit de lucht vallen wanneer rond 2003 de dan zestienjarige Laforge - zoon van een handbalref - zich op zijn school aanbiedt als scheidsrechter bij wedstrijdjes minivoetbal. Het fluiten wordt een alternatief voor zijn keeperscarrière. Die raakte bij La Louvière in het slop na een blessure. Al op zijn 25e schopt Laforge het tot scheidsrechter in de eerste klasse. Daar proeft hij een nieuwe dimensie in de arbitrage. 'Op de lagere niveaus moeten scheidsrechters vooral de regels kennen en die strikt toepassen. Op het hoogste niveau komt daar het management van de match bij. Het gaat er niet enkel meer om de juiste beslissingen te nemen, maar ook om die te verkopen aan alle actoren op én rond het veld. Dus wordt body language heel belangrijk. Een speler die na vier overtredingen opnieuw een fout maakt, geef je soms geel terwijl zijn laatste overtreding niet al te zwaar was. Dan helpt het om de plaatsen aan te wijzen waar de vier eerdere fouten plaatsvonden, zodat iedereen goed begrijpt waarom je die kaart trekt. De kunst is: het juiste moment vinden om met zo'n kaart de spanning terug te drijven. Zeker topmatchen moet je goed aanvoelen. Je kunt zo'n wedstrijd niet fluiten met het reglementenboek in je hand; dan zou je anders héél makkelijk aan vijftien gele en twee rode kaarten komen.' Dat aanvoelen valt volgens Laforge niet te trainen; het komt met de ervaring. Wat hij wel blijft trainen, is zijn geheugen. 'Op het veld is het belangrijk goed te onthouden wie welke fout heeft gemaakt. Dus speel ik met mijn vrouw vaak memory: kaartjes draaien en twee dezelfde vinden. Ook op de computer oefen ik. Daar heb ik een spel waarbij ik tien vierkanten te zien krijg. De computer toont een parcours, bijvoorbeeld langs de vierkanten 1, 4, 6 en 8. Daarna moet ik dat parcours vlug opnieuw aanduiden. Hoe beter je dat doet, hoe moeilijker de computer het maakt.' Ook het concentratievermogen trainen is belangrijk, zegt Laforge. 'Zelfs na intense fysieke inspanningen moet je concentratie op peil blijven. Dat oefenen we op training. Dan spurten we van het ene penaltygebied naar het andere en terug. Direct na die spurt moeten we op een computer een wedstrijdfase beoordelen. Dat doen we vijftien keer na elkaar. Hoe beter je conditie, hoe frisser je blijft, ook in je hoofd, en hoe beter je beslissingen.' Goede beslissingen zijn hard nodig, zeker sinds zijn collega's Bart Vertenten en Sébastien Delferière bij operatie Propere Handen in opspraak kwamen door een te nauwe relatie met makelaar Dejan Veljkovic. 'Die affaire besmeurt de Belgische arbitrage', zegt Laforge, 'het is aan ons om terug te bouwen aan een positief imago. Intussen denk ik aan het leed dat Bart, Sébastien en hun families doormaken. Het komt er nu op aan te geloven in de toekomst en door te gaan.' ?