GEORGES HEYLENS: 'Het WK in 1970 was zwaar tegengevallen. Een goeie ploeg, maar ginder veel miserie. Velen hadden heimwee. In die mate dat we tegen elkaar zeiden: mannen, vandaag niet winnen, hé, anders moeten we nóg een week blijven. We werden in Mexico uitgeschakeld door onze eigen fout, niet die van de bond die nog geen ervaring had met toernooien. Ik weet nog dat we nadien tegen elkaar zeiden: dit moeten we rechtzetten, nu gaan we een keer presteren. We spelen hier met de voeten van het publiek.
...

GEORGES HEYLENS: 'Het WK in 1970 was zwaar tegengevallen. Een goeie ploeg, maar ginder veel miserie. Velen hadden heimwee. In die mate dat we tegen elkaar zeiden: mannen, vandaag niet winnen, hé, anders moeten we nóg een week blijven. We werden in Mexico uitgeschakeld door onze eigen fout, niet die van de bond die nog geen ervaring had met toernooien. Ik weet nog dat we nadien tegen elkaar zeiden: dit moeten we rechtzetten, nu gaan we een keer presteren. We spelen hier met de voeten van het publiek. 'De eerste kwalificatiewedstrijd, tegen Denemarken, bleef Paul Van Himst nog aan de kant, maar vanaf de zege tegen Schotland een paar maanden later was hij er weer bij. Hij was wat boos op iedereen, maar we hebben Paul overtuigd om terug te keren. Hij was onze kapitein, de beste speler van België, een van de beteren in Europa. Na de groepsfase volgde nog een duel tegen Italië, heen en terug. Wie won, mocht naar de eindronde met vier. Ginder werd het 0-0, thuis wonnen we met 2-1. In die match brak Mario Bertini het kuitbeen van Wilfried Van Moer. Een vuile tackle. Die was meteen out voor de eindronde, die België mocht organiseren. 'Raymond Goethals was voor mij een tweede vader. Die kwam bij mij thuis, ongeveer één keer per maand, om over voetbal te discussiëren. Hij kwam dan polsen hoe het op Anderlecht zat. Op een bepaald moment wist hij dat mijn winkel - ik had een sportzaak opgestart, die ik nu, na 55 jaar, ga sluiten - vers geld nodig had. 'Als het nodig is, je weet me wonen', zei hij. Als je baas zoiets zegt, ga je voor hem door het vuur. Uiteindelijk heeft Anderlecht me wat geholpen. 'Wij waren allemaal mannen met ervaring. Technisch goed, maar ook knokkers. En Raymond was een winner. De eerste bondscoach van dat soort voor mij - voor zijn voorgangers had ik respect, maar die brachten niks bij. In die periode waren we bekwaam om iedereen te kloppen, behalve misschien Duitsland. Tegen hen hadden we het altijd héél moeilijk. Op clubgebied en op nationaal gebied was het onze vijand, meer dan de Nederlanders. Die klopten ons jarenlang niet. Raymond zei altijd: 'Jongens, tegen Nederland mag je alles doen, behalve verliezen.' Maar de Duitsers lagen ons niet. 'Dat bleek ook weer op de Bosuil. Op een bepaald moment trap ik naar de goal. Ik zie de keeper vertrekken en de bal uit de winkelhaak halen. Toen zei ik: nondedju, hoe is het mogelijk dat die niet binnen is! Sepp Maier was een hele grote. Christian Piot ging in de fout bij de goals. Dat waren we van hem niet gewend. Misschien had hij ergens een probleem, maar het was precies dat hij niet aanwezig was, niet geconcentreerd. Want Piot was normaal een heel goeie. De wind, zei hij. 'In Luik, voor de troosting, was er nog amper volk. Iedereen was ontgoocheld. Dat we met die generatie noch in Mexico noch in eigen land iets hebben gehaald ligt op mijn maag' WILFRIED VAN MOER: 'Ik was in 1972 tegen Italië heel goed aan het spelen, en je kent die mannen... Ik ging naar de bal en Bertini tackelde me van opzij. Echt om te pakken. Ik hoorde direct een krakske. Ik heb die helft nog uitgespeeld, nog een tiental minuten. Met veel pijn. 'Pikuur, pikuur',riep Goethals, maar Roger Petit, mijn grote baas op Standard, zei: neen, stoppen. In de buurt van het stadion van Anderlecht is er een kliniek, ik ben daar nog te voet naartoe gegaan. Ze namen een foto, deden er wat verband rond en ik was net te voet terug toen de match gedaan was. Ik ben dan nog met de auto terug naar huis gereden, pas een paar dagen later lag ik in het gips. Als je dat nu zou voorhebben... (lacht) 'In 1976 ben ik als international gestopt. Goethals ging, Guy Thys kwam, en die probeerde wat nieuwe spelers, zo gaat het altijd. Ik verhuisde op dat moment ook van Standard naar Beringen, dan ben je uit beeld. Ik was niet goed meer aan het spelen en begon een zaak in Hasselt. Misschien was het logisch dat ze me rond mijn 29e lieten vallen. 'De Rode Duivels begonnen in 1978 slecht aan de kwalificaties. Vier gelijke spelen op rij. Er kwam kritiek. Op een dag kwamen ze me na een match zeggen: den Thys is hier. Hij kwam wat praten, over een terugkeer. Ik stond er huiverig tegenover, maar hij praatte door en ik dacht: ik ga het maar aannemen. Met grote twijfels, bang om af te gaan. Ik kende den Thys wel, we hadden elkaar nog vaak in Beveren gezien, dronken weleens wat pinten, dat was altijd plezierig. Ook daarom heb ik het aanvaard. Een paar maanden voor hij stierf hebben we nog gepraat. Hij heeft nooit toegegeven dat het op aanraden was van Rik De Saedeleer. België had iemand nodig op het middenveld en ik moet zeggen: tegen de topploegen was ik altijd goed. De andere matchen verloren we, maar de toppers kwamen niet graag naar Beringen. 'Thys luisterde en deed zijn gedacht, zoals veel bondscoaches. Had hij zich niet voor dat EK geplaatst, ze hadden welllicht iemand anders genomen. Uiteindelijk is het voor ons beiden goed uitgedraaid: hij heeft nog tien jaar carrière gemaakt en ik heb er nog een tweede periode als international aan toegevoegd. Ik kende Erik Gerets al, René Vandereycken was een kameraad, ik kwam in een groep waarin ik goed werd opgevangen, op mijn 34e. Met de Caje klikte het direct. 'Van de voorbereiding herinner ik me de keepersdiscussie. Eerst speelde Jean-Marie Pfaff, dan Theo Custers. Een beetje een flierefluiter, maar ook een goeie keeper. De groep had liever Custers en Thys luisterde. Uiteindelijk keerde Jean-Marie vlak voor het toernooi terug. Waarom, weet ik niet, allicht koos Thys toch voor de kwaliteit van Pfaff. 'Onze ambities? Blij dat we erbij waren. Ik als oude gast zeker. Niemand van die groep dacht: we gaan hier de finale spelen. Engeland, Spanje en Italië, het gastland, in één groep. Tijdens het duel met de Engelsen waren er rellen met de fans. De match lag door het vuurwerk zelfs even stil, omdat Ray Clemence last kreeg van de ogen. Volgens mij cinema. Er lag een grote piste rond het veld en het gebeurde achter de goal. Tegen Spanje wonnen we verdiend. En dan begin je te denken: verdorie, nog eentje en we zijn er. Tegen Italië de nul houden was voldoende. En dat konden we. 'Toen ontstond een discussie over premies. Op voorhand hadden we iets afgesproken en iedereen ging akkoord. Maar naarmate we verder gingen, vonden ze het te weinig. Je las in de dagbladen wat andere ploegen konden verdienen. Het vijf- of tienvoudige. Toen zeiden wij: we moeten meer hebben of we staken. Beeld je dat in, staken op een EK. De voorzitter zagen we nooit, we moesten onderhandelen met anderen, die dat weer moesten overbrengen. Een soep van jewelste.Thys die kwam zeggen: 'Jongens, het is training.' Wij: 'Neen!' En hij weer weg. 'Trek jullie plan!' We zijn toen wat later gaan trainen. Om te lachen. 'Tegen Italië heb ik maar één helft gespeeld. Een paar minuten voor de rust hadden ze me te pakken in een duel. Knie op mijn smikkel, groggy... Uit voorzorg bleef ik binnen. Mijn maat René heeft er daarna eentje teruggepakt, vlam op de piste. Giancarlo Antognoni. Ook eraf. Toen kwam je daar nog mee weg. In de finale zette René een strafschop om. Een fout die erbuiten gebeurde, maar Swat Van der Elst was slim, hij liep nog even door en viel dan in de backlijn. 'Onze ploeg kon alle systemen spelen. Op buitenspel, de counter, catenaccio... Wij corrigeerden op het veld zelf, je had alleen een trainer nodig voor de opstelling. Er was ook veel ambiance, anders dan in Mexico'70. Jean-Marie dacht alleenaan presteren, terwijl je op een toernooi al eens op een terras een pintje moet kunnen pakken met de mannen. René dronk altijd cola. Met een grijns. Nadien viel onze frank, in die cola zat altijd iets. Ambiance! Toen we na de finale de hele nacht de bar van het hotel leegdronken, wilde Michel Preud'homme plots absoluut Nederlands leren. Hij was het beu dat iemand altijd moest vertalen wat wij vertelden. 'In de finale was Horst Hrubesch de man. Zijn eerste goal was een mooie, maar na de gelijkmaker gingen we af op verlengingen en hoe raar het ook klinkt, ik denk dat we beter waren. Maar dan die corner vlak voor affluiten: Jean Marie kwam, maar Hrubesch was sneller. Hij is nadien nog naar Standard gegaan, de kloot. Maar al bij al was iedereen content dat we zover waren. Van truitje gewisseld? (droog) Neen, ik ben niet zo Duitsminded.' JAN CEULEMANS: 'Ik ben erbij gekomen in 1977 en tot 1980 hebben er - ik overdrijf wat - zestig spelers in de nationale ploeg gestaan. Een generatie van twijfels. Maar plots klikte het. Een goeie doelman, een verdediging die dat spelen op buitenspel in blok doorhad. Op commando van Walter Meeuws. Ervaren en verstandige jongens op het middenveld en voorin jongens die konden scoren. Erwin Vandenbergh was met 39 goals Europees topschutter, ik maakte er dat seizoen 29, de Swat scoorde ook makkelijk. Van Moer maakte het compleet. Gene simpele, de enige voetballer naar wie ik ooit opkeek. Je had in die periode - en nu zie je dat ook - negen à tien vaste mannen. Waarom ook niet? Je zou een domme trainer moeten zijn die een ploeg die constant wint dooreengooit. '1980 was het beste toernooi, toch voor mij. Als zwakke broertje tegen de top van Europa. Ik was 23, daar droomde ik van, al die aandacht. Voor mij was het ook de internationale doorbraak, na de Belgische, want ik ben pas in mijn tweede jaar in Brugge ontploft. Het eerste was zo moeizaam dat ik even dacht aan een terugkeer naar Lier. Ze waren Raoul Lambert gewend, en zijn snelheid. Ik had liever de bal in de voet en kwam altijd een metertje te kort. Na 1980 zijn we met tweeën terug naar Italië gegaan voor onderhandelingen. René en ik. Antoine Vanhove en ik bleven in Milaan, René reisde met Michel Van Maele door naar Genua. Hij tekende, ik kwam terug. 'Vlak voor het EK van 1984 viel de bom Bellemans (het onderzoek naar de Bende van Nijvel door onderzoeksrechter Guy Bellemans leidde naar een schandaal rond zwart geld en omkoping, waardoor een aantal internationals van Standard werd geschorst, nvdr). Hadden we toen met de volledige ploeg kunnen afreizen, we hadden er heel dicht bij kunnen zijn. In 1980 waren wij de verrassing, vier jaar later niet meer. De meesten waren 27 of 28, op ons hoogtepunt, wat jonge mannen erbij... Door die schorsing viel echter plots de hele verdediging weg, het sterke punt van de nationale ploeg, onze organisatie. 'De jonge Georges Grün kwam op rechts, centraal Lei Clijsters en Walter De Greef, links Michel De Wolf. Tegen Frankrijk moest Paul Lambrichts spelen, omdat Lei zich geblesseerd had. Dat was - en zet dat tussen aanhalingstekens - de 'derde keuze' die moest spelen. Goeie verdedigers, maar niet op dat niveau. Dat is zoals nu bezig zijn over Laurent Depoitre en Sven Kums. Die kunnen en mogen bij de 25 zijn, maar wie gaan zij in deze ploeg vervangen? Dat was voor die mannen ook zo. Amper twee oefenwedstrijden en dan uitkomen tegen Frankrijk, met Michel Platini, Alain Giresse, Jean Tigana... Dé grote favoriet. Dan krijg je klappen. Ik heb het later vaak gezegd: die mannen van Standard hebben zich op een domme manier laten flikken en daardoor hebben wij allemaal veel geld verloren. 'De zege tegen Joegoslavië was verdiend, met een jonge Enzo Scifo, het opkomende talent. Als je dan die problemen hebt, zoals wij, geeft de trainer hen sneller de kans. De verwachtingen waren ineens toch een pak minder. Tegen Frankrijk was het al 3-0 aan de rust, helemaal overrompeld, en dan ga je voorin ook mee ten onder. Op een gegeven moment liep die score zo op dat ik wilde dat het gedaan was. 'Van Denemarken moesten we altijd winnen. Twee goals voor, kansen voor Erwin, die ze niet afmaakte en daarvoor veel kritiek kreeg, ook van Thys. Voor mij blijft Erwin een van de beste spitsen die ons land ooit had, maar als hij niet scoorde, had hij niet goed gespeeld. Het was een ontgoocheling, die uitschakeling, maar bij mij was die er al voor het toernooi begon. Het zal wel gaan, denk je nog, maar eigenlijk maak je jezelf wat wijs.' JOOS VALGAEREN: 'Het grote verschil met de anderen was dat wij ons niet hadden geplaatst, we waren er sowieso bij als gastland. Achteraf bekeken misschien een handicap, dat je de scherpte van kwalificaties miste. Voor mij had het weinig uitgemaakt. Ik ben pas zes, zeven maanden voor het EK bij de selectie gekomen. Een voorronde had ik sowieso niet meegemaakt. 'Ik zat bij Roda JC. Volgens mij dacht Robert Waseige na over het oproepen van Bob Peeters. Daarom zaten hij of zijn scouts geregeld bij ons in de tribune. Ik speelde toen sterk tegen de topploegen, mijn timing was perfect. Ik mocht eerst mee naar Italië, naar Lecce, maar daar speelde ik niet. Dat deed ik thuis tegen Portugal, in Charleroi. Tegen Luis Figo. En dat viel mee. Bij de Rode Duivels moest ik wel een stapke rapper spelen. Sterk ben ik altijd geweest, maar ik heb enorm aan kracht gewonnen in het seizoen dat ik verloor door een knieblessure. Zes maanden in Zeist gerevalideerd, bijna één op één met een kinesist. Op maandagochtend me aanmelden, op vrijdag naar huis. Als je dan als jonge gast in dat verhaal meegaat, kun je van het menselijk lichaam iets maken. Dat was mijn geluk, ook privé, ik heb er mijn vrouw leren kennen. Zij bereidde er als handbalster de Olympische Spelen voor. 'Ik stond achterin samen met Lorenzo Staelens, toen al 36. We waren zeker niet de beste vrienden, maar dat moet ook niet. Ik was jong, hij een van de oudsten, een andere generatie. Hij meer de voetballer, de vista, ik de jeugdige energie. Ik maakte daar deel uit van de groep, zonder meer. Rustig in een hoek, zoals ik altijd ben geweest. Marc Wilmots was een van de leiders, de rechterhand van Waseige. Ik vermoed dat hij toen ook al wel wat mee de tactiek bepaalde. Gert Verheyen allicht ook. Als jonge gast krijg je dat niet echt mee, maar ik vermoed dat. Waarom ook niet? 'We logeerden hier vlakbij, in Lichtaart, Kasterlee. Een beetje verloren, voor mij niet slim van de bond. Ik woon er nu, als gezin is dit een paradijs, maar het zou beter zijn geweest hadden ze ons in een stad gestoken. Dan kun je eens iets gaan eten of kan in de lobby iemand binnenspringen. Voor de oudere vedetten moet het niet plezant geweest zijn. Misschien ben ik nu wat naïef en kan dat niet op een toernooi. Maar bij Celtic was dat zo, dan gingen we met zeven of acht man weleens wat eten. Dat gevoel hadden we toen wel, dat het té afgesloten was. Luc Nilis en Gilles De Bilde, die niet speelden, vonden dat niet fijn. Gelukkig was er nog Jokevan de Velde (Miss België en het vermeende lief van Emile Mpenza, nvdr). Voor de pers een kluif, voor ons wat afleiding. De Vlamingen hingen goed aan elkaar, met anderen, zoals Philippe Léonard, had ik minder contact. Die reed toen met een Ferrari, maar er was een dennennaald in de motor gesukkeld en die wilde niet meer starten. Maar goed, het is allemaal geen excuus voor onze prestaties. 'Ik vond ons achteraf bekeken niet slecht voetballen, maar er zijn gewoon een paar heel pijnlijke individuele fouten gebeurd. De openingsmatch win je, tegen Italië voetbal je goed, maar verlies je van slimmere gasten. Tegen Turkije waren we véruit de betere ploeg, maar ik herinner me dat ik achterin stond en zei: ho, ho, mannen, een gelijkspel is goed! Maar we waren zo in de flow... 'Filip De Wilde had in doel niet zijn beste toernooi. Een uitschuiver in match één: een bal willen meepakken met de voet, maar die stropt. Dat is pijnlijk, keepers zijn daar wat gevoeliger voor. Het luchtduel tegen Hakan Sükür: rampzalige timing! Ik heb Filip zelden of nooit een pint zien drinken, maar na de uitschakeling tegen Turkije had hij eentje nodig. Eric Deflandre is na Filips rode kaart nog in de goal gaan staan. Een beetje comedy capers. 'Het leefde nochtans wel. Veel volk tijdens de trainingen, weten dat je de openingswedstrijd speelt, zo veel televisiekijkers, snelwegen die ze afsluiten. Ik moest wel hard mijn best doen om het niveau bij te benen. Als Luc Nilis naar de goal sjotte of ik deed dat, er was toch een verschil. 'Het was een ploeg met veel kracht. De Bilde kreeg bijna geen kans, Luc ook niet, terwijl Branko Strupar er weinig of niks van bakte. Volgens mij was die niet helemaal fit. Misschien had het verrassingselement dat De Bilde wél had, een rol kunnen spelen. Maar goed, we moeten van Strupar nu niet het zwart schaap maken. De ploeg die straks naar het EK gaat, heeft meer kwaliteit dan de onze destijds. Fysiek waren we sterk, voetballend niet zo. Allemaal oerdegelijke spelers, mannen op wie je kon rekenen, maar geen flitsende Eden Hazard of zo. Ik heb zo vijf jaar gespeeld bij Celtic. Iedereen spreekt heilig over Barcelona, maar dat is toch het mooie aan voetbal, al die verschillende stijlen? Wij hadden vooral enthousiasme. Lorenzo was over zijn hoogtepunt heen, Yves Vanderhaeghe eiste op het middenveld wel ballen op maar JohanWalem zou toch een ander type zijn geweest. Wij legden geen wedstrijd stil, het was flow na flow na flow na flow...' DOOR PETER T'KINT - FOTO'S BELGAIMAGE