Ooit moest je, vanaf Antwerpen uit het westen of van Houthalen in het zuiden, altijd door de bossen als je naar Lommel wou. Vanaf de afrit Houthalen op de E313 was het naar Noord-Limburg een eindeloze weg, een flessenhals ook. Dat is het nu nog. Eerst vijf kilometer een viervaksbaan, vervolgens een tweebaansweg en dan plots een nieuwe autosnelweg richting Eindhoven, met een afslag op acht kilometer van het stadscentrum. Ook vanuit Antwerpen vertraagt een stuk tweevaksbaan nog het verkeer richting Lommel. Het maakt van Lommel een plek waar je nooit zomaar passeert. Omgekeerd ben je vanuit Lommel nooit ergens snel.
...

Ooit moest je, vanaf Antwerpen uit het westen of van Houthalen in het zuiden, altijd door de bossen als je naar Lommel wou. Vanaf de afrit Houthalen op de E313 was het naar Noord-Limburg een eindeloze weg, een flessenhals ook. Dat is het nu nog. Eerst vijf kilometer een viervaksbaan, vervolgens een tweebaansweg en dan plots een nieuwe autosnelweg richting Eindhoven, met een afslag op acht kilometer van het stadscentrum. Ook vanuit Antwerpen vertraagt een stuk tweevaksbaan nog het verkeer richting Lommel. Het maakt van Lommel een plek waar je nooit zomaar passeert. Omgekeerd ben je vanuit Lommel nooit ergens snel. Wie vanuit Lommel naar een grote stad wil, kan kiezen tussen Eindhoven of Hasselt. Eindhoven ligt het dichtst, op 30 kilometer. Wie gaat shoppen in Hasselt legt 42 kilometer af. Ook voor wie wil voetballen op het allerhoogste niveau, is Eindhoven het dichtst. Genk ligt 45 kilometer ver. Naar Antwerpen is het 72 kilometer, naar Brussel 112 kilometer en voor de Lommelnaar die toevallig een voetballende zoon in Brugge heeft bedraagt de afstand 180 kilometer. De geografische situatie van Lommel, midden tussen de dennenbossen, schept tussen de ongeveer 34.000 Lommelnaren een hechte band. Ooit was het een arme gemeente, op schraal heideland, tussen de dennenbossen, bekend om zijn leurders, Teuten genaamd. Op het marktplein, het Dorp geheten, staat nog een standbeeld gewijd aan de Teut. De toeristische dienst maakt reclame voor fietstochten, wandelingen en het Glazen Huis, een ode aan het fijn wit zand dat hier ontgonnen werd en waarmee het glas van Val Saint Lambert in Luik vorm kreeg. Lommel heeft zelfs zijn eigen Sahara, duinvlaktes met waterputten, het gevolg van vervuilende zinkindustrie die hier vorige eeuw belandde en die maakte dat er niets meer groeide. Vandaag zit Lommel in de top van het aantal toeristische overnachtingen, met drie vakantieparken op zijn grondgebied. Economisch blijft de winning van wit zand belangrijk, maar een nieuw industriepark (Kristalpark) en een winkelcomplex ten zuiden van het centrum hebben extra zuurstof aan de stad gegeven. Het centrum wordt opgeknapt en autoluw gemaakt. Op de terrassen aan het Dorp wordt veel met een Nederlands accent gesproken (de grens ligt op wandelafstand hiervandaan), en in het bezoekersboek in de Sint-Pietersbandenkerk staan commentaren uit Polen, Venezuela, Burundi, Mozambique, Georgië en Palestina. Het enige wat de laatste decennia niet veranderde, is het voetbalstadion van Lommel SK aan de Gestelsedijk, op amper één kilometer van het centrum. Op enkele zitjes na die een paar jaar geleden inderhaast werden aangebracht om in orde te zijn voor de licentievoorwaarden, ziet alles er nog uit zoals het was voor de allereerste wedstrijd ooit in eerste klasse.Die vrijdagavond 8 augustus 1992 ontving de kersverse eersteklasser Anderlecht, een wedstrijd die rechtstreeks uitgezonden werd op de toenmalige betaalzender Canal+. Bij Lommel schrokken ze toen die zender bij de voorbereiding terloops informeerde of er een hotel was met zestig slaapplaatsen. De dag van de wedstrijd zelf verrichtte bouwfirma Incobé nog titanenwerk om het stadion eersteklassewaardig te krijgen. De verf en het beton waren nog niet helemaal droog toen Anderlecht met 1-4 de thuisploeg klopte. In het thuisteam, dat zich dat seizoen miraculeus zou redden, speelden twee voetballers die een belangrijk aandeel hadden in de ontwikkeling van Gouden Schoen Hans Vanaken. Ze staan lachend op de spelersfoto uit het seizoen 1992/93. Een beeld met 22 man, bijna allemaal jongens uit de streek, op een Nederlandse doelman, een West-Vlaamse spits en drie Zaïrezen na. Philip Haagdoren, onder wiens sportieve leiding Hans Vanaken uitgroeide tot een volwaardige titularis bij Lommel, ruilde na dat eerste seizoen Lommel voor Anderlecht en keerde na omzwervingen langs Germinal Beerschot, Lierse en Geel terug naar zijn geboortestad. Hij houdt wel van de mentaliteit, al ergert hij er zich soms ook aan: 'Wij zijn niet altijd positief en weinig euforisch. Maar ik stel wel vast dat weinig mensen hier weg willen.' De tweede belangrijke man is de vader van Hans Vanaken. Vital Vanaken was de libero van Lommel, zou later nog voetballen voor KV Mechelen en Overpelt Fabriek, maar bleef net als Haagdoren na zijn spelerscarrière in Lommel wonen. Dat was minder evident dan in Haagdorens geval, want Vital en zijn vrouw Renild zijn afkomstig uit Genk. Een diehardfan van Thor Waterschei noemt Vital zijn vroegere ik. Geel en zwart in hart en nieren. Hij is ook ex-speler van de Mijnclub. 'Alleen besefte ik al gauw dat ik niet het niveau had voor het toenmalige Waterschei, dat op dat moment Europees voetbalde tegen PSG en Aberdeen.' Bij Waterschei combineerde Vanaken voetballen met een job in de loonadministratie op de Mijn. Eén dag per week ging hij ondergronds. Toen de mijn in 1988 sloot, moest hij op zoek naar iets nieuws. Dat werd een job in de Helixschool in Lommel, waar hij in 1989 aan de slag ging, waardoor het gezin verhuisde naar de Vinkertstraat. Die lag in een nieuwe wijk met maar één ander huis, vandaag is de buurt volgebouwd. Een terugkeer naar Genk heeft het gezin nooit overwogen. Voor Vital is het drie en een halve kilometer naar het werk. 'Je hebt hier wel een andere mentaliteit. In Genk was alles veel gejaagder, hier is het een stuk rustiger.' Nog rustiger? Hij glimlacht: 'Ja. Ook fijn voor de kinderen. We hebben hier in de tuin zo vaak gevoetbald. Je kon ze hier in de wijk rustig buiten laten spelen, met de vrienden.' Na het failliet van SK Lommel in 2003 vertrok Hans op zijn negende samen met zijn oudere broer Sam naar PSV. 'Hij is toen ook eens bij Genk gaan trainen, maar dat was nog op de oude terreinen van Winterslag. Dat was te ver voor ons. Daarom ging hij naar PSV. Dat kwam Hans en Sam met een busje halen, hier in Lommel.' De Vanakens waren tevreden met PSV, én met de ervaringen op een Nederlandse school. 'Men maakt wel eens opmerkingen over het niveau van het Nederlandse onderwijs, maar wij vonden dat prima.' Toen PSV in 2008 twee ploegen samengooide in de leeftijdscategorie waarin Sam Vanaken uitkwam, was er voor de oudste zoon van het gezin Vanaken geen plaats in dat team. Korte tijd later wilde ook Hans weg. Vital: 'Hij mocht blijven, maar hij wou niet. Hij had door een groeiprobleem een half jaar niet mogen voetballen. Op twee jaar is hij toen 24 centimeter gegroeid. Aan het begin van het seizoen vreesde hij dat hij niet veel zou spelen, terwijl hij tevoren alles speelde. We zijn daar op PSV over gaan praten. Hans moest er niet weg. Op de terugweg van Eindhoven heb ik na een kwartier in de auto gevraagd: 'Hans, wat denk je nu zelf?' Ik vind: als je iets begint, maak je het ook af. Maar hij was heel vastbesloten. Bij Hans is nooit iets een bevlieging. Hij is altijd heel duidelijk geweest in zijn keuzes, en komt, eenmaal hij een beslissing heeft genomen, daar nooit op terug.' Zelf drong Vital ook niet aan, ook al zat Hans bij PSV in principe goed. 'Ik vind dat je kind vooral gelukkig moet zijn.' Dat principe hanteerde hij ook toen Hans en Sam terug bij Lommel aan de slag gingen, waar hij ondertussen jeugdcoördinator was en voor een goeie doorstroming van jeugd naar het A-elftal zorgde. 'De afspraak was: als Hans en Sam doorgroeien, zet ik een stap opzij als coördinator, ook al paste die functie me als gegoten. Maar ik vind: je kinderen gaan toch voor. Ik zou mezelf als vader nooit hebben laten voorgaan op het belang van mijn kinderen. Ambitie om het als hoofdtrainer te maken, had ik toch al niet.' In mei 2010 maakt Hans Vanaken zijn debuut in het eerste elftal. Franky Van der Elst was toen hoofdtrainer. Wanneer Hans inviel, maakte hij het verschil. Dat werd een wapen voor Lommel. Later onder Philip Haagdoren, die eerst assistent was van Van der Elst, werd hij basisspeler. Op de vraag wat hem van Vanaken het meest bijbleef, moet Haagdoren niet lang nadenken: 'Hans ziet altijd tevoren al de oplossing die de anderen niet zien. Daardoor win je veel tijd voor je team. Al gauw merkten de andere spelers wat ze moesten doen: de bal recupereren en hem aan Hans geven. Een leider was hij in het begin nog niet. Zijn broer Sam was dat wel, die was ook verbaal heel aanwezig. Maar Hans dwong die rol af door zijn houding. Een natuurlijke leider.' Vandaag staat Vanakens talent buiten kijf, maar toen was niet iedereen overtuigd dat hij moest spelen, ook niet bij Lommel, herinnert Haagdoren zich. 'Men vond hem traag. Sommigen dachten dat hij speelde omdat zijn vader bij de club zat.' Ook Evert Maeschalck verzeilde in de Lommelse bossen, op zoek naar voetbaltalent. Hij is de makelaar van Hans Vanaken. 'In het begin ga je niet op zoek naar de absolute toppers in eerste klasse, maar zoek je net daaronder. Zo belandde ik in tweede klasse, in Lommel, en werd daar makelaar van Sam Vanaken. Tot die me op een dag zei: 'Ik heb nog een jongere broer die ook goed kan voetballen.' Zo ben ik bij Hans terechtgekomen. We zijn samen gegroeid.' Het eerste contract tekende Hans Vanaken met Maeschalck bij toenmalig sportief directeur Stefan Cuypers. Bij de fusie tussen SK Lommel en Overpelt Fabriek was hij van die laatste club overgekomen. Het samengaan van de twee clubs in KVSK United Overpelt-Lommel was 'een beslissing van het hoofd, maar de harten volgden niet', stelt Cuypers nu met enige afstand vast. Sportief lukte het, maar veel supporters die al afgehaakt hadden na het faillissement van Lommel gaven er definitief de brui aan. Het nieuwe Lommel lokte niet meer dan 2000 à 2500 supporters, al streed het nog wel eens mee voor de promotie. Verbaasd is Cuypers vandaag niet wanneer hij Hans Vanaken zo sterk bezig ziet met Club. 'Hans wist vroeger al perfect wat hij kon en wat hij niet kon. Wat hij wou en wat hij niet wou. Hij speelde zonder druk, alleen kon hij absoluut niet tegen zijn verlies.' Het enige wat de vroegere sportief directeur wél verbaasde, was de twijfel die bij grote clubs hing rond de middenvelder. 'De opmerking die altijd terugkeerde was dat hij startsnelheid miste. Terwijl hij één van de weinige spelers was die mét bal aan de voet sneller was dan de anderen zonder bal. Ik had bijvoorbeeld verwacht dat KRC Genk, waarmee we toen intens samenwerkten, Hans zou komen halen, maar onderhandelen deden we alleen met Lokeren, al heeft ook Charleroi eens geïnformeerd. Toen Lokeren concreet werd, heb ik Gunter Jacob nog aangeklampt. Die zat hier regelmatig op de tribune om een paar Genkse jongeren op te volgen die bij ons speelden. Maar men vond bij Genk dat Hans toen te veel in hetzelfde tempo voetbalde.' Ook Philip Haagdoren was naar eigen zeggen verwonderd dat er zo weinig interesse was van de grote clubs. 'Er zaten zo veel scouts in de tribune. Ik dacht: zien die dat nu niet? Hans was daar zelf niet mee bezig. Die liet alles op zich afkomen.' 'Het laatste jaar viel niemand hem nog aan op training', zegt Haagdoren. 'Je kon hem de bal toch niet afnemen. Alleen als we nog eens naar pakweg Heist-op-den-Berg gingen, waar men een mannetje op hem vastplakte, liep het nog stroef. Daar kon hij toen nog niet goed mee om, dan verdween hij wel eens uit de match. Maar hij had zo'n enorm loopvermogen, en voetbalde heel naturel. Een beetje zoals Mathieu van der Poel op de fiets zit, met een natuurlijke autoriteit: geef mij maar de bal en we gaan goed voetballen.' Cuypers vond het ook knap hoe de familie zich opstelde bij de onderhandelingen. 'Hans had op een bepaald moment nog één jaar contract. Hij had dat kunnen uitspelen en dan gratis vertrekken, maar hij verlengde voor drie jaar, waardoor we nog een mooie som voor hem kregen. Met het percentage op de doorverkoop naar Club Brugge inbegrepen was hij de beste uitgaande transfer in tweede klasse ooit, als ik me niet vergis.' Vital Vanaken herinnert zich nog hoe Sam, die vandaag de job van leraar combineert met voetballen bij Thes Sport in Eerste Amateur, hem op een bepaald moment zei: 'Hans moet hier vertrekken, want het is te gemakkelijk geworden voor hem.' Op dat ogenblik volgde Hans na zijn middelbare school in Lommel studies hoger onderwijs in Hasselt. In de zomer van 2013 zou hij Lommel verlaten. Vital: 'We zijn toen in Charleroi gaan praten, maar Lokeren was het meest concreet. Iedereen zegt: omdat Peter Maes een vriend des huizes was, maar het tegendeel is waar. Wie Peter een beetje kent, weet dat hij een speler met wie hij een persoonlijke band had pas zou pakken als die twee keer zo goed was als een ander. Hans heeft me één keer gevraagd: 'Kan ik dat aan?' Ik heb hem geantwoord: 'Als je het niet probeert, zal je het nooit weten. Als je het eerste jaar tien matchen in eerste klasse speelt en twee goals maakt, zal het al goed zijn.'' Wat de Vanakens ook een goed gevoel gaf, was dat Club Brugge zich al na drie maanden bij Lokeren meldde. 'Die interesse is nooit meer weggeëbd. Club heeft Hans nooit meer gelost. De laatste dagen kwam Anderlecht plots nog opzetten, maar Hans wimpelde dat af en zei: 'Ik heb beloofd dat ik naar Club ga.'' Het enige wat vader Vanaken in het voetbalverhaal van zijn jongste zoon verbaast, is diens motor, zijn loopvermogen op het veld: 'Ik wist niet dat die zo groot was. Dat heeft hij niet van mij.' Terugdenkend aan zijn eigen carrière ontdekt hij toch een paar gelijkenissen. 'Ik begon als middenvelder, mijn grootste kwaliteit was dat ik het spel zag. Dat heeft Hans ook. Sam praatte veel, Hans zei weinig.' Verder heeft hij zijn zoon nooit gepusht. 'Mijn ouders waren zelfstandigen die hard moesten werken. Dat hebben we overgedragen aan onze kinderen: voetjes op de grond, en hard werken. Dat doen ze toch maar mooi, allebei.' Een carrièreplan hebben de Vanakens nooit gemaakt. 'We lieten alles gewoon op zijn beloop. Achteraf stel je vast dat Hans de juiste weg heeft gevolgd, terwijl velen de fout begaan om stappen over te slaan. Als ik zie hoe groot de stap van Lokeren naar Club was, hoe groot was die dan niet geweest van Lommel ineens naar Club?' Kan Hans, nu al de beste voetballer in België, nog een stap vooruit zetten? Vital glimlacht en past. Philip Haagdoren denkt van wel, afhankelijk van in welk team hij belandt. 'Als Hans veel lopende spelers rond zich heeft, rendeert hij optimaal.'