De sfeer was uitstekend op het banket van voetbalclub Lausanne waar AA Gent in het najaar van 1991 te gast was. "Jullie hebben ons heel goed ontvangen. Alleen jammer dat wij ons hier straks gaan plaatsen", bracht AA Gentvoorzitter Jean Van Milders de beheerders van Lausanne aan het lachen. Een paar uur later lachten ze niet meer: Gent plaatste zich inderdaad.
...

De sfeer was uitstekend op het banket van voetbalclub Lausanne waar AA Gent in het najaar van 1991 te gast was. "Jullie hebben ons heel goed ontvangen. Alleen jammer dat wij ons hier straks gaan plaatsen", bracht AA Gentvoorzitter Jean Van Milders de beheerders van Lausanne aan het lachen. Een paar uur later lachten ze niet meer: Gent plaatste zich inderdaad. Van Milders was niet alleen een begenadigde speecher, maar ook een persoonlijkheid die de risico's niet schuwde. Als kind van een brouwersfamilie groeit hij op in Geel. Wanneer hij in 1957 in de VS gaat studeren gaan zijn ogen open. Hij ziet er onder meer hoe langs snelwegen restaurants worden opgericht. Het idee komt hem goed van pas wanneer hij uitgekeken is op het bottelen van Coca-Cola. "Al gauw verveelde ik me. Toen heb ik Carestel opgericht. Ik heb nood aan uitdagingen. Als er geen moeilijkheden zijn, zoek ik ze op, om ze op te lossen." In 1970 vestigt hij met zijn broer een bottelarij van Coca-Cola in Gent, en later neemt hij bij de plaatselijke voetbaltrots een loge. In het voorjaar van 1988 nodigt toenmalig premier Wilfried Martens tal van Gentse bedrijfsleiders uit voor de reddingsoperatie van de naar tweede klasse gedegradeerde club. Er wordt een plan opgesteld, er is alleen nog een voorzitter nodig. Enkele zakenmensen 'voelen' dat Jean Van Milders (die in een vorig leven 18 jaar voorzitter was van Verbroedering Geel) goesting heeft en vragen hem. Op 12 juli 1988 gaat hij aan de slag. Er moet 3,5 miljoen schuld gesaneerd worden, er is nood aan een professioneel management en aan de modernisering van het stadion. Op 8 mei 1989 is de schuldenlast zo goed als weggewerkt. "Wij wisten niet dat het onmogelijk was. Daarom hebben we het gedaan", zegt hij. "Eigenlijk heb ik het hele jaar door blufpoker gespeeld: was één schuldeiser naar de rechter gestapt, was Gent failliet geweest." Blufpoker speelt hij wel vaker. Wanneer hij de bouw van een tweede tribune er wil doordrukken, meldt hij hoofdsponsor VDK dat hij de financiering zo goed als rond heeft, maar dat VDK nog mee kan instappen, als het dat wil. Wanneer de directieraad van VDK het licht op groen zet, stelt men vast dat de oude tribune al afgebroken is én dat de financiering niét rond is. "Toen konden we twee dingen doen", zegt toenmalig VDK-directeur Frans Verheeke: "Doorgaan en redden wat er te redden was of de stekker uittrekken en dan was Gent failliet geweest." Na de terugkeer naar eerste krijgt Van Milders de smaak van het voorzitterschap te pakken. "In het begin voelde ik me een beetje crisismanager, maar ik stel vast dat de genoegens van mijn missie zwaarder beginnen door te wegen dan de lasten", laat hij zich ontvallen in Jalta, waar de Buffalo's zich in december 1991 tegen Dynamo Moskou plaatsen voor de kwartfinales tegen Ajax. "Voorzitter zijn van een eersteklasseclub geeft een beetje aanzien", geeft hij in juli 2010 in Trends toe. Elke maandag houdt AA Gent directievergadering. Alleen doet Van Milders budgettair af en toe iets waartoe niet besloten was op die vergadering. Op een dag gaat hij in Groot-Bijgaarden onderhandelen met Jan Boskamp, wanneer een beheerder in het restaurant François Dejonghe ziet zitten, een van de Boskampboys. "Neen," verzekert Van Milders, "die komt niet. Shake hands." De volgende dag blijkt dat Dejonghe wél een contract heeft gekregen. Op 8 maart 1999 zet Van Milders een stap opzij nadat de stad Gent op 11 februari weigerde om zich borg te stellen voor zijn reddingsplan en het 'rampzalig' noemde. De schuldenlast zou volgens de stad bijna 25 miljoen euro bedragen. Ivan De Witte neemt het voorzitterschap over en herstelt de band tussen stad en club. Eerder had Van Milders zich al ontgoocheld uitgelaten over de geringe respons die hij in Gent kreeg: "De Gentenaar is te weinig trots op zijn stad." Waarom één van de eerste clubleiders die de hoge schuldenlasten in het voetbal had aangeklaagd (Van Milders pleitte voor een Task Force om de financiële situatie van de clubs op te lossen) toch zelf ook boven zijn middelen ging, legt hij in juli 2010 in Trends uit: "Waarom een zakenman zo vrijgevig is in iets als het voetbal dat niets opbrengt? Voetbal is passie. Ik was meer supporter dan voorzitter. Misschien niet zo slim, maar als ik 10.000 Gentenaars 'Buffalo! Buffalo!' hoor roepen, krijg ik vochtige ogen." DOOR GEERT FOUTRÉ