'Ongeduldig? Absoluut niet! In dit milieu gaat het zo snel, in beide richtingen. Ik ben er de man niet naar om overhaast keuzes te maken, om opnieuw aan het werk te gaan alleen maar om te kunnen zeggen dat ik opnieuw begin te werken... Als men me een aanbod doet dat me aanspreekt, zal ik erop springen. Ik heb dat nog niet gehad, ik blijf daar kalm bij.'
...

'Ongeduldig? Absoluut niet! In dit milieu gaat het zo snel, in beide richtingen. Ik ben er de man niet naar om overhaast keuzes te maken, om opnieuw aan het werk te gaan alleen maar om te kunnen zeggen dat ik opnieuw begin te werken... Als men me een aanbod doet dat me aanspreekt, zal ik erop springen. Ik heb dat nog niet gehad, ik blijf daar kalm bij.' Sinds midden april en zijn vertrek bij Standard zit Aleksandar Jankovic zonder werk - in elk geval toch als trainer. Hij reist, spreekt af met trainers en physical coaches, gaat naar trainingen en wedstrijden kijken. Hij verslindt voetballiteratuur. 'Ik zit vaak in een vliegtuig. Zo was ik bijvoorbeeld in Engeland, Italië, Portugal, Bulgarije en geregeld in Frankrijk.' Sacha, die opnieuw in Servië (Belgrado) woont, passeert ook weleens in ons land. We ontmoeten hem in het historisch centrum van Mechelen tussen twee opdrachten als tv-analist door: Standard-Charleroi en Feyenoord-Manchester City. In Mechelen... Misschien omdat hij voelt dat er weldra een plaats kan vrijkomen bij KaVé, de club die zijn carrière in België echt gelanceerd heeft? ALEKSANDAR JANKOVIC: 'Absoluut niet. Als ik in België ben, verblijf ik in deze stad puur om geografische redenen. Mechelen is centraal gelegen, ik sta vlug in Brussel, Antwerpen, Gent of Luik.' JANKOVIC: 'Nee, ik denk het niet. Weet je wat de kracht is van deze club? Als er problemen zijn, blijft alles wat er op de club gezegd wordt binnenskamers. Het is een gesloten systeem, dat is belangrijk. Tijdens mijn eerste jaar hier wonnen we twee maanden niet, maar er lekte niets uit. Daarna knoopten we aan met een reeks van zeven overwinningen na elkaar. Omdat ik rustig verder had kunnen werken.' JANKOVIC: 'Luister, het is niet de eerste keer dat ik stillig... Toen ik bij Mechelen tekende, had ik veertien maanden geen club meer getraind. Op dat moment had ik behoefte aan een lange time-out. Ik had Rode Ster gecombineerd met de Servische nationale ploeg, dat was ontzettend intens geweest. Ik voelde me uitgeput, fysiek en mentaal. Vandaag zit ik opnieuw zonder club en daar profiteer ik van om andere dingen te doen. Ik volg op de voet mijn zoon van zeventien die bij Rode Ster zit. Ik heb ook een dochter van vijftien. Ik breng tijd door met de familie. Maar in tegenstelling tot toen ben ik niet moe. Ook al steek ik niet weg dat ik psychologisch wat uitgeput was op het moment van mijn vertrek bij Standard... Maar het was meer de context die me daar uitputte dan het werk op het terrein. Als er zoveel dingen gebeuren in de bestuurskamer, is de context niet ideaal om goed werk te leveren. Ik zal niet beweren dat dat een rol gespeeld heeft in onze resultaten. Ik ben altijd kritisch tegenover de mensen met wie ik werk, maar ook tegenover mezelf. Ik verberg me nooit achter randgebeurtenissen om de resultaten van mijn ploeg te verklaren. Dat was nu eenmaal de realiteit bij Standard, ik moest dat aanvaarden.' JANKOVIC: 'Ik zat goed bij die club, maar ik ben altijd op mijn instinct afgegaan. Toen Standard aanklopte, had ik daar een supergoed gevoel bij. Ik werd ontvangen door drie sterke mannen die hetzelfde discours hielden, erg helder. Bruno Venanzi, Olivier Renard en Daniel Van Buyten: ze hadden dezelfde visie op de toekomst van Standard. Als een bestuur op zo'n manier tegen je spreekt, als het een afkoopclausule betaalt en je een contract van drie jaar voorstelt, spring je daarop. Standard was een bod dat ik niet kon weigeren.' JANKOVIC: 'Ik ben niet ontslagen, we hebben in onderling overleg mijn contract beëindigd. Ze hoefden dus geen ontslagpremie te betalen.' JANKOVIC: 'Maar zo is het ook gegaan! Als ik alleen maar aan het financiële had gedacht, had ik me laten ontslaan, ja. Maar zo ben ik niet. Ik ben een vechter die altijd alles wil geven om resultaten te boeken. Ik heb oplossingen gezocht, van alles proberen te veranderen: spelers, keeper, kapitein. Ik heb gevochten, maar er komt een moment waarop je weet dat je moet vertrekken. 'Eén overwinning in vijftien matchen is voor Standard niet genoeg. Ik wilde de zaken niet meer laten aanslepen alleen maar om geld te scheppen. We hebben samengezeten, ik heb uitgelegd dat ik alles geprobeerd had, dat er een enorme stress was binnengeslopen, dat al die bestuursverhalen een impact hadden gehad op de kleedkamer. Het vertrek van Van Buyten in januari was al een signaal geweest. We zijn tot een akkoord gekomen en op een goede manier uit elkaar gegaan.' JANKOVIC: 'Ik probeerde me alleen maar bezig te houden met wat er onder mij gebeurde, niet boven mij. Ik verwachtte veel van de mercato van januari, ik had die goed voorbereid: de problemen in kaart gebracht en de spelersprofielen gecommuniceerd. Voor mij was die mercato heel erg belangrijk, want ik was in september aangekomen en had geen inbreng gehad in de vorming van de groep. Ik was op een trein gestapt die met tweehonderd per uur raasde en van september tot december hadden we met de Europa League nagenoeg iedere week twee wedstrijden. We konden dus geen volledige trainingsweken houden. En bovendien moest ik een veel te ruime kern leiden. Als je een dertigtal spelers hebt, heb je er twee op de drie die niet tevreden zijn. 'Maar de mercato van januari toonde aan dat intern de dingen niet honderd procent zaten... De affaire Ishak Belfodil heeft veel schade veroorzaakt. Permanente schade. Dat heeft de groepsdynamiek kapotgemaakt. Normaal is een trainer niet blij als een van zijn goeie spelers weggaat. Maar iemand als Belfodil gratis hebben en hem kunnen verkopen voor tien of twaalf miljoen euro gaf iedereen voldoening. Probeer daarna maar eens zijn focus terug te winnen. Belfodil had niet naast een transfer naar China gegrepen, waar je alleen maar voor het financiële gaat. Nee, hij had een transfer naar Everton misgelopen.' JANKOVIC: 'Ja, we hadden makelaars aan het hotel en dat soort dingen. Ik was niet zeker dat Belfodil ging vertrekken, maar evenmin dat hij ging blijven. Dat bleef maar aanslepen... En dan was er de affaire Adrien Trebel. Ondertussen is er ook al een lange zomermercato overheen gegaan, maar Standard blijft Trebel missen.' JANKOVIC: 'Als het gaat over lessen uit het verleden... Bij mijn aankomst vertelden ze me dat de kern te groot was. Toen Ricardo Sá Pinto neerstreek, stelde hij exact hetzelfde vast. Je kunt altijd een groep maken die apart traint, maar dat is niet houdbaar op lange termijn, want de spelers komen elkaar tegen, praten met elkaar, dat kan schade berokkenen. Ik noem dat bricolage. En als je iedereen houdt, heb je veel jongens die niet betrokken zijn en dat tast het globale concentratievermogen aan.' JANKOVIC: 'Natuurlijk. Maar het stadion stuurt de ploeg niet, het volgt de ploeg. Het komt achterop. Het weerspiegelt wat je geeft. Als je begint te geven, wordt dat door je stadion versterkt. Als je niets geeft, versterkt je stadion... niets en keert zich dat tegen je! Een sterke speler, bekwaam om voor een club als Standard te spelen, is iemand die het hoofd koel kan houden en blijft presteren op dergelijke momenten. Het is dan dat de grootsten het verschil maken. Houdt men met dit criterium rekening bij de spelerskeuze? Ik ben daar niet zeker van. Als men ze voorstelt aan de pers, klinkt het dat ze de druk zullen aankunnen. Maar daarna stel je vast dat ze er niet in slagen om hun verantwoordelijkheden op het veld op te nemen.' JANKOVIC: 'Ik heb lastige momenten meegemaakt met Belfodil, maar als de ploeg op achterstand stond en het er warm aan toeging op de tribunes, kwam hij wel de bal ophalen, hij nam zijn verantwoordelijkheid. Dat is wat ik in de eerste plaats van hem onthoud. De hiërarchie in een ploeg ontstaat op dat soort momenten, als de ploeg in de knoei zit. Niet in de media, niet op de sociale netwerken, niet op supportersavonden, niet in het bureau van de voorzitter! Als je jongens hebt die zich beginnen weg te steken zodra het ze te heet onder de voeten wordt, zie je dat je ploeg niet meer performant is. Dan heb je spelers die zogezegd geblesseerd zijn, anderen die verkiezen om niet te spelen. Trebel ook, hij stond er op de tricky momenten.' JANKOVIC: 'We mogen het probleem niet herleiden tot Scholz. Ik zie niet één speler die op niveau is sinds het begin van het seizoen.' JANKOVIC: 'Natuurlijk niet. Maar wat het project of de strategie ook is, je moet resultaten halen, punt uit. Want Standard is een grote club. De resultaten had ik niet. Eén overwinning in vijftien matchen was uiteraard niet voldoende. Nu, ik ga niet alles wat ik gezien en meegemaakt heb op straat gooien. Dat zou de club kunnen ondermijnen. En ik zal geen betere trainer zijn als ik begin te spuwen op Standard. Of als ik me verkneukel in hun gemiste seizoensstart.' JANKOVIC: 'Ja, de resultaten tonen aan dat het probleem dieper zit. Maar dat wisten we al.' JANKOVIC: 'Een beleidslijn aanhouden, klappen weten te incasseren, niet instorten zodra het niet gaat. Op topniveau maakt stabiliteit het verschil. Kijk naar de clubs die traditioneel om de play-offs strijden. Francky Dury zit al hoeveel jaar bij Zulte Waregem? Felice Mazzu zit al sinds wanneer bij Charleroi? Michel Preud'homme is hoelang gebleven bij Brugge? En hij zou er nog zijn als hij niet besloten had om weg te gaan. Anderlecht heeft een andere vorm van stabiliteit. Als het er warm aan toegaat, zoals een jaar geleden, hoor je geen dingen uit de wandelgangen, lees je niet iedere dag sensatieberichten afkomstig van zogezegd goed geïnformeerde bronnen. In al die clubs spreekt men zelfs niet over stabiliteit of grinta, want dat wordt als vanzelfsprekend beschouwd. Op Standard sprak men in het begin van het seizoen iedere dag in de kranten alleen maar daarover: la grinta, la grinta. Voor mij is grinta een middel, geen doel. Een heel belangrijk middel, maar het volstaat niet om matchen te winnen.' DOOR PIERRE DANVOYE - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS'Bij Standard was het meer de context die me uitputte dan het werk op het terrein.' - Aleksandar Jankovic