De voorzittersloge in Camp Nou is door de lampen in de trofeeënkasten maar zwak verlicht. Hier ontvangt FC Barcelona bij wedstrijden de eregasten, maar op dit ogenblik zit Lionel Messi in een van de lederen fauteuils. Hij is op zijn pantoffels van de training gekomen, nog ongewassen, en je zou je afvragen of deze schuchtere jongeman die zo vriendelijk glimlacht, werkelijk de grote boeman is van alle verdedigingslinies van deze planeet. Je vraagt je ook af of zijn ploegmaat Thierry Henry - toch Europees en wereldkampioen geweest - over hem echt die uitspraak gedaan heeft die men op een grafzerk zou kunnen beitelen: "Ooit zal ik mogen zeggen dat ik nog met Messi samen heb gespeeld."
...

De voorzittersloge in Camp Nou is door de lampen in de trofeeënkasten maar zwak verlicht. Hier ontvangt FC Barcelona bij wedstrijden de eregasten, maar op dit ogenblik zit Lionel Messi in een van de lederen fauteuils. Hij is op zijn pantoffels van de training gekomen, nog ongewassen, en je zou je afvragen of deze schuchtere jongeman die zo vriendelijk glimlacht, werkelijk de grote boeman is van alle verdedigingslinies van deze planeet. Je vraagt je ook af of zijn ploegmaat Thierry Henry - toch Europees en wereldkampioen geweest - over hem echt die uitspraak gedaan heeft die men op een grafzerk zou kunnen beitelen: "Ooit zal ik mogen zeggen dat ik nog met Messi samen heb gespeeld." Lionel Messi spreekt stilletjes, alsof hij duidelijk wil maken dat er rond die uitspraak niet zo veel ophef moet gemaakt worden. De vergelijkingen met Pelé of Maradona vindt hij sowieso niet leuk. Een aangename gesprekspartner is Messi, hoffelijk, zonder sterallures. Slechts één keer verheft hij zijn stem, wanneer het over zijn vermogen gaat sneller met de bal aan de voet te lopen dan wie dan ook. "Ik speelde zo al toen ik nog een kleine jongen was", zegt hij dan. Er bestaat een video-opname van hem als vijfjarige op een voetbalveldje in zijn geboortestad Rosario. Hij speelt met Grandoli tegen de jongetjes van Amanecer en hij gaat er zo vinnig met de bal vandoor dat niemand hem wat kan maken. Pas dertien was hij toen zijn vader hem - amper 1,43 m groot - naar Barcelona bracht. De toenmalige manager had slechts een halve minuut nodig, zo wordt sindsdien verteld, om Lionels capaciteiten te erkennen. Het eerste contractvoorstel krabbelde hij haastig op een papieren servet. Sedert de voetbalwereld hem als een grote attractie aangaapt, leunt zijn verhaal sterk aan bij de fantasie dat men wereldsterren kan maken, als men er maar vroeg genoeg mee begint. Zoals hij destijds de defensie van Amanecer tot wanhoop dreef, zo doet hij dat nu met de beste verdedigers ter wereld. En aangezien hij ondertussen de bal ook nog op het juiste moment weet af te spelen, verenigt Messi twee tegengestelde types in zich: de grote solist en de grote ploegspeler. "Lionel Messi is een nieuw prototype van voetballer, een verdere ontwikkeling van al wat we tot nog toe gezien hebben", schrijft de Engelse voetbalauteur Simon Kuper. "Hij stelt iedereen in de schaduw", zegt Alberto Capellas, die al met de beste spelers van de wereld werkt op een moment dat alleen nog maar de insiders van het internationale jeugdvoetbal hun naam fluisteren. Capellas coördineert bij Barcelona het trainingsprogramma van de oudere jeugdteams. Er wordt veel belang aan gehecht dat elke coach zich aan het vooraf bepaalde opleidingsschema houdt. Johan Cruijff is een van de geestelijke vaders van het project dat in zijn geheel trouwens op Nederlandse leest geschoeid is. Er wordt uitsluitend met de bal getraind en elk team speelt hetzelfde systeem: vier verdedigers, drie middenvelders, drie aanvallers. "Dat systeem op zich is niet zo strikt, maar de filosofie erachter wel", aldus Capellas. De trainers moeten de creativiteit van de spelers aanmoedigen. Wie defensief voetbal predikt, vliegt eruit. Capellas staat langs de lijn van een van de negen trainingsvelden in de Ciutat Esportiva Joan Gamper, de sportstad van FC Barcelona, genoemd naar de stichter van de club. Het complex is 14 hectare groot, met een reusachtige sporthal en kleedkamers voor een dozijn voetbalploegen, en kostte 68 miljoen euro. Terwijl in de hal nog andere sporters trainen, gaat het hierbuiten vooral om voetbaltalenten. Alleen in Spanje al zijn 25 scouts werkzaam om dat talent op te sporen en het is niet pas sinds de komst van Messi dat ze goed letten op kleingebouwde spelertjes, dat maakt ook deel uit van de filosofie. "Real Madrid heeft 38 spelers opgeleid die ondertussen in de hoogste afdelingen van heel Europa spelen," zegt Capellas, "wij nog twee meer." Daarvan zitten er nog negen bij Barcelona zelf, hun marktwaarde bedraagt honderden miljoenen euro. Het is hier dat Messi het schoolvoorbeeld van de moderne voetballer is geworden. Als kind verliet hij zijn continent om aan de andere kant van de wereld het spel te leren, samen met andere kinderen die eveneens van heinde en ver kwamen. In elk geval gebeurde die verhuis bij hem niet op initiatief van FC Barcelona. Zijn vader vond in Argentinië gewoon geen enkele club die maandelijks 900 dollar wou neertellen voor een hormonale behandeling van Lionels groeistoornis. Het succesverhaal van de Argentijn, die inmiddels zijn genetisch voorbestemde lengte van 1,70 m bereikt heeft, leidt niet alleen in Barcelona tot een grondige screening van talenten. De rijke Engelse clubs zoeken vooral in Duitsland en Frankrijk. Bayern München lijfde deze zomer een 13-jarige Peruaan in. De Spaanse sportkrant As bekritiseerde die kinderverhuis als 'een vorm van voetbalpedofilie'. De begroting van de voetbalacademie in Barcelona bedraagt officieel 6 miljoen euro, maar vermoedelijk zijn daar niet alle kosten in vervat. Omdat internationale transfers van jongeren onder de 18 jaar verboden zijn, worden in de tussentijd al wel de families van de spelertjes ertoe bewogen om te verhuizen en dus moet voor de ouders een arbeidsplaats gezocht worden. Op de trainingsvelden van de sportstad spelen jongetjes uit alle continenten en van alle religies. Een voorbeeld is de 16-jarige Dennis Krol uit Duitsland, die nu al drie jaar bij Barça is. Voordien speelde hij bij Leverkusen en tijdens een internationaal jeugdtoernooi was hij de Spanjaarden opgevallen. Hij kreeg een aanbieding van Barcelona en woont sindsdien met zijn vader, een elektricien, in de Catalaanse hoofdstad. De club heeft evenwel geen werk voor hem gevonden. Hoewel zijn moeder en broer thuis in Duitsland gebleven zijn, is Dennis enthousiast over zijn Spaans avontuur. 's Morgens gaat hij naar school, 's middags eet hij op de club en in de namiddag is er training. Ondertussen heeft Dennis zijn TSO-diploma behaald, speelt hij in de Duitse nationale U16-ploeg en droomt hij 's zondags in Camp Nou van een toekomst bij Barça. Hij houdt vooral spelers als Deco of Iniesta goed in de gaten "omdat die net als ik achter de spitsen spelen". Wat is er voor de rest van belang in de club? "Dat men netjes met mensen moet omgaan en niet verwaand is." Albert Benaiges is coördinator van de jongere jeugdploegen. De 52-jarige draagt een trainingsjack over zijn dikke buik en men zou zich in zijn mondhoek gemakkelijk een sigarenstomp kunnen voorstellen. Onophoudelijk passeren jonge voetballertjes hem in de gangen van de kleedcabines en allemaal geven ze hem een hand en wensen ze hem een goedenavond. Tien jeugdteams met elk een twintigtal spelers, dat maakt een heleboel handjes schudden op één dag. Bij de kweek van supersterren gelden strenge regels: extravagante kapsels of tatoeages zijn uit den boze. "De spelers die de top halen, vallen vaak op door hun nuchterheid", zegt Benaiges. Een psychologe moet daarbij de nodige hulp verstrekken. Wanneer Lionel Messi over zijn zelfkennis als voetballer spreekt, klinken daar de woorden van zijn trainer in door: "Op straat zijn we gewone mensen zoals iedereen." De uitwassen van een Maradona zijn hem volledig vreemd. Desondanks heeft Messi's beroemde landgenoot hem al vóór het afgelopen WK tot zijn 'erfgenaam' uitgeroepen. Argentinië is bezeten van het idee van een nieuwe Maradona en Maradona zelf gaat graag mee op zoek. Alsof de duivel ermee speelt, scoorde Messi het afgelopen jaar twee doelpunten die treffend op de beroemdste twee goals van Maradona lijken. Zijn goal tegen Getafe, in de halve finale van de Spaanse beker, is de bijna perfecte kopie van de weergaloze solo van Maradona in de kwartfinale van het WK '86 tegen Engeland. "Geen moment heb ik daaraan gedacht", zegt Messi. Pas nadien in de kleedkamer wees men hem erop. Dat Messi het voorbije kampioenschap bijna besliste met een handsgoal, net als 'de hand van God' in diezelfde kwartfinale uit '86, maakt de gelijkenis bijna griezelig. Messi wil echter niet dat de geschiedenis zich herhaalt. Over Maradona, die van cocaïneverslaving naar eetstoornis strompelt, spreekt hij met veel medeleven, maar ook ontzettend verstandig: "Het is echt heel erg wat Diego momenteel doormaakt." Messi is met zijn 21 jaar volwassener dan Maradona ooit geweest is. Maar hij heeft het ook gemakkelijker gehad, want in Barcelona zijn ze met hem voorzichtig omgesprongen. "Je moet opletten dat je zulke spelers niet kapotmaakt", zegt jeugdtrainer Capellas. "Je moet je aanpassen aan hun talent." Een gevolg daarvan is dat Messi nog steeds voetbalt alsof hij een scholier was. "Ik denk er nooit vooraf over na wat er even later op het veld zou kunnen gebeuren", vertelt hij. Bovendien speelt hij totaal intuïtief. "Alles is improvisatie." Een hakje uit het niets of een verrassend lobje over de keeper - hij weet niet waarom hij het precies doet. Misschien ligt de verklaring van het wonder Lionel Messi niet alleen daarin dat hij de eerste wereldster is die al heel jong op een voetbalinternaat terechtkwam, maar ook dat hij tot de eerste generatie behoort die met zeer realistische voetbalgames is opgegroeid. De Duitse cultuurwetenschapper Klaus Theweleit bedacht de theorie van de gedigitaliseerde voetballer, wiens speelwijze beïnvloed wordt door zijn ervaringen op de virtuele grasmat. Die zouden bijdragen tot een ander ruimtegevoel, dat vooral bij de steeds strakkere organisatie op het veld erg nuttig is. En klopt het niet dat Messi een bijzonder goede speler is op de console? "Dat zeggen ze toch", grijnst Messi. De figuren uit de voetbalgames lijken niet alleen qua uitzicht heel erg op de echte spelers, ook hun bewegingen zijn exacte kopieën van de reële voorbeelden. Omgekeerd doet het spel van Messi - met die hakjes en het korte kappen en draaien - erg denken aan de hoge beweeglijkheid in een computerspel. Met welke ploeg speelt Messi? "Met de onze." De beste voetballer ter wereld speelt op de computer met zijn eigen team - en met zichzelf? Messi grijnst nog steeds en knikt. Neemt hij van zijn ervaringen op het beeldscherm iets mee op het veld? "Je ziet bepaalde dingen en je probeert die dan in het echt uit. Al is het meeste tijdens een match onuitvoerbaar." Met andere woorden: de virtuele Messi - tenminste als Messi aan de knoppen zit - is beter dan de echte? Messi knikt. Sdoor christoph biermann