Na de smadelijke 1-5 nederlaag in de Champions League tegen Lokomtiv Moskou was het Glen De Boeck die vond dat het maar eens gezegd moest worden. Wie naast het veld geen groep vormen, zei de aanvoerder die avond, doen dat ook niet op het terrein. Klare taal was het, die een nieuw licht moest werpen op de malaise in de ploeg. Nieuw ? Niet echt. Het is een oud verhaal dat er zich kliekjes vormen in de Brusselse kleedkamer. Ook toen het goed ging onder trainer Aimé Anthuenis vormden Franstaligen, Nederlandstaligen, Slaven en Afrikanen hun eigen kringetje, al was het maar omdat ze dezelfde taal spreken, dezelfde culturele achtergrond hebben of dezelfde huidskleur. Maar deze keer werd één groep in het bijzonder met de vinger gewezen. De ex-Joegoslaven, zo heette het, dicteerden de toon, maakten zich in hun eigen taal onverstaanbaar voor de anderen en bepaalden het tempo van de trainingen.
...

Na de smadelijke 1-5 nederlaag in de Champions League tegen Lokomtiv Moskou was het Glen De Boeck die vond dat het maar eens gezegd moest worden. Wie naast het veld geen groep vormen, zei de aanvoerder die avond, doen dat ook niet op het terrein. Klare taal was het, die een nieuw licht moest werpen op de malaise in de ploeg. Nieuw ? Niet echt. Het is een oud verhaal dat er zich kliekjes vormen in de Brusselse kleedkamer. Ook toen het goed ging onder trainer Aimé Anthuenis vormden Franstaligen, Nederlandstaligen, Slaven en Afrikanen hun eigen kringetje, al was het maar omdat ze dezelfde taal spreken, dezelfde culturele achtergrond hebben of dezelfde huidskleur. Maar deze keer werd één groep in het bijzonder met de vinger gewezen. De ex-Joegoslaven, zo heette het, dicteerden de toon, maakten zich in hun eigen taal onverstaanbaar voor de anderen en bepaalden het tempo van de trainingen. Vijf betrokkenen reageren : Zvonko Milojevic, Ivica Mornar, Besnik Hasi, Aleksander Ilic en Nenad Jestrovic. Zvonko Milojevic : "Een taalprobleem zoeken is tijdverlies"Zvonko Milojevic is bezig aan zijn vijfde seizoen in Brussel. De bij supporters populaire invallersdoelman moet hartelijk lachen om de aantijgingen. "Zulke zaken komen alleen naar boven als de ploeg niet draait," zegt hij, "omdat men dan een zondebok zoekt. Je moet de zaken niet willen omdraaien : op het terrein moet het gebeuren en daar nijpt het schoentje. Als het gaat over irritaties in de kleedkamer, dan kan ik dat alleen maar ontkennen. Wie het omgekeerde beweert, neemt zijn verantwoordelijkheid niet op. Iedereen moet eens voor de spiegel durven staan in plaats van anderen zomaar te beschuldigen. Dat is te gemakkelijk. "Misschien zijn die opmerkingen bedoeld voor wie geen van de twee landstalen spreekt, noch Engels. Ikzelf heb Nederlands geleerd en dat probeer ik te perfectioneren door veel met andere ploeggenoten te communiceren. Aleksander Ilic spreekt Engels en begrijpt Nederlands. Ivica Mornar en Nenad Jestrovic praten vloeiend Frans. Zjelko Pavlovic ( derde doelman, nvdr) drukt zich uit in het Duits en het Engels. Besnik Hasi is een echte talenknobbel, zijn Nederlands is onberispelijk. Ik zie het probleem echt niet. En zeg nu zelf : als ik Jestrovic in het Engels zou begroeten, dat zou toch een beetje belachelijk zijn, nee ? "Jestrovic is gewoon een collega, net zoals Olivier Doll, Aruna Dindane, Filip De Wilde en Yves Vanderhaeghe dat zijn. 's Avonds na de training keert iedereen huiswaarts naar zijn familie. Er zijn geen spelers die ik meer of minder zou zien dan een ander. Trouwens, vorig seizoen zaten er evenveel buitenlanders in de kern; toen waren de resultaten goed en kwam er geen commentaar. Een taalprobleem zoeken is tijdsverlies. Het is zoeken naar een alibi. Zodra Anderlecht zijn plaats aan de Belgische top hervindt, en daar bestaat geen twijfel over, praat niemand nog over zulke zwakke excuses." Ivica Mornar : "Polemieken vergiftigen het voetbal"Als er iemand zich op het veld altijd honderd procent voor het elftal geeft, dan wel Ivica Mornar. Tussen de aanvaller en Glen De Boeck kwam het vroeg op het seizoen tot een incident. In de thuiswedstrijd tegen Halmstad, waarin Anderlecht zich plaatste voor de Champions League, eiste Mornar de bal op toen zijn ploeg in de slotfase een strafschop kreeg toegekend. Heel het stadion scandeerde de naam van de jarige De Boeck, in die periode de beste Anderlechter. Mornar miste de penalty en kreeg de hoon van het publiek over zich heen. Zijn ploegmaats verweten hem egoïsme en De Boeck merkte op dat precies de groepsgeest het voorgaande seizoen zo belangrijk was geweest in het succes. "Aan zulke polemieken doe ik niet mee", maakt Mornar meteen zijn standpunt duidelijk. "Na een nederlaag of in een mindere periode komen frustraties wel vaker naar boven. Een echte sportman leeft alleen voor de overwinning. Als een ploeg niet draait, krijg je het moeilijk, maar daar moet je boven staan. In de kleedkamer heb ik nooit de minste problemen ondervonden. Ik voel me er goed en er heerst een gezonde druk die je in elke topclub ervaart. Ik weiger mee te doen aan dat soort doemdenkerij : ik weet dat de ploeg binnenkort wel weer op toerental draait, want potentieel is er genoeg. Alleen door hard te werken kom je eruit. "Ik kan je verzekeren dat ik me helemaal geef voor een club die me vertrouwen schonk en me kwam weghalen bij Standard toen ik er door een dalletje ging. Dat vertrouwen verdien je door elke dag je best te doen en voluit te gaan in de belangrijke wedstrijden. Spijtig genoeg wordt het hedendaagse voetbal vergiftigd met vergezochte polemieken. De media leeft bij gratie van zulke zaken, dat weet iedereen. Sommige journalisten die genoeg hebben van wat zich op het veld afspeelt, laten zich soms verleiden tot verbazingwekkende analyses. Daar moet je weinig waarde aan hechten. Een sportman kent zijn podium : het veld. De rest kan mij gestolen worden."Besnik Hasi : "Verplichte taalles is een goed idee""Ik ben helemaal niet op de hoogte van eventuele spanningen in de groep", zegt Besnik Hasi, bezig aan zijn tweede seizoen in Brussel, zonder aarzelen. "Anders zou ik daarover wel overlegd hebben met mijn collega's uit de spelersraad - Glen De Boeck, Filip De Wilde, Olivier Doll, Bertrand Crasson en Yves Vanderhaeghe. Zoiets zou zeker niet aan onze neus voorbij zijn gegaan. Anderzijds kan ik niet ontkennen dat het in de kleedkamer wel eens rommelt. Bij Genk zaten we ook met tal van nationaliteiten. Dat zorgde nooit voor onenigheid. Souleymane Oulare sprak enkel Frans, maar ik heb hem nooit zien discussiëren met iemand, zeker niet met Branko Strupar. Oulare trainde zeker niet elke dag mee, maar daar zei niemand iets over, aangezien hij onze portemonnee vulde met zijn vele doelpunten. "In Genk moesten alle buitenlanders, tussen twee trainingen in, taallessen volgen. Persoonlijk vond ik dat zeer leerrijk en interessant. De dialoog tussen mensen is voor mij altijd een bron van rijkdom geweest. Bij Genk heb ik me meteen vastgebeten in het leren van het Nederlands. Ik ben afkomstig uit Kosovo, waar men Albanees spreekt. Maar in Zagreb leerde ik Kroatisch, in München Duits en in het Frans kan ik me ook uit de slag trekken. Dat is een vorm van respect. Genk bood me een enorme kans en mijn familie is hier gelukkig, op zoiets staat geen prijs. Tijdens de oorlog in Kosovo heeft men mij hier gesteund. Die warmte waardeer ik en ik zie het als mijn plicht om de taal van mijn gastland te leren. Ik heb in Duitsland gewoond en ik kan je zeggen dat de behandeling van de buitenlanders daar veel minder hartelijk is. "Ik ben zeker dat de andere buitenlanders bij Anderlecht mij volledig gelijk zullen geven. Ik begrijp hun taal, dus eventuele irritaties of spanningen zou ik wel bemerkt hebben. Als er 150 verschillende talen worden gesproken in de kleedkamer, kan dat vervelend zijn, in België of in eender welk land. Je moet zoiets in het oog houden, want als de resultaten tegenvallen wordt een detail al gauw een serieus probleem. Iedereen beheerst hier toch op zijn minst het Frans, het Nederlands of het Engels. Af en toe moet je een inspanning willen doen om de ander te begrijpen. Sommige spelers zouden inderdaad iets sneller de stap moeten zetten om een nieuwe taal aan te leren. Het systeem in Genk met de verplichte taallessen was volgens mij geen slecht idee. Samen les volgen schept ook een band, weet je. Als de club dat belangrijk zou vinden, neem ik aan dat het haar geen enkele moeite kost om voor taalleraren te zorgen. "Engels is uiteraard de taal die iedereen begrijpt op Anderlecht, maar het is een gemakkelijkheidsoplossing. Ikzelf begrijp nog altijd niet hoe een speler die lange tijd in België heeft gespeeld, naar zijn vaderland kan terugkeren zonder een woord Nederlands of Frans te praten. Dan heb je de kans gemist om een mentaliteit, de tradities en een manier van leven te ontdekken. Maar om nu te beweren dat de ex-Joegoslaven hun wil opdringen in de kleedkamer, dat zou een stommiteit zijn. Mocht er zo'n probleem zijn, dan hadden we daar in de spelersraad al over gediscussieerd. Meer zelfs, volgens mij is er geen enkele Belg die iets in die zin durft te suggereren en zijn het uitvindsels van buitenaf. Trouwens, in de kleedkamer zit ik naast Bertrand Crasson en andere Belgen. En vorig seizoen waren er evenveel buitenlanders. Maar toen zei niemand iets, want Anderlecht won ieder weekend."Aleksander Ilic : "Literatuur voor op de trein"Aleksander Ilic kwam niet naar Anderlecht om een figurantenrol te spelen. Net als vorig seizoen vindt hij dat Aimé Anthuenis hem te weinig laat spelen. "Ik probeer het maximum te geven", zegt hij. "Dat kan alleen door elke dag ernstig bezig te zijn met je werk. Het is een moeilijke job als je ver wil geraken. Daarom heb ik praktisch geen tijd om aan andere zaken dan aan het voetbal te denken. Ik kan me uitdrukken in het Engels en stilaan raak ik ook het Vlaams machtig. Ik heb wel niet de talenknobbel van mijn goede vriend Besnik Hasi, maar ik kan me verstaanbaar maken en dat bewees ik op het veld. Vorig seizoen, toen we landskampioen werden, hoorde ik nooit iets over een probleem tussen Belgen en buitenlanders. In Brugge, waar we onder Erik Gerets de titel wonnen, gebeurde hetzelfde. Op dit niveau telt slecht één ding : winnen. De rest is literatuur voor op de trein." door Pierre Bilic