Volgens Abraham is het geluk. "Stelt ons voetbal dan plots zo veel voor? Waar staat onze nationale ploeg momenteel?" Twee plaatsen na Luxemburg, het nummer 118 op de FIFA-wereldranglijst. "Dus? Het is toch vooral toeval, hoor, geloof me."

We zijn met de taxi onderweg van de luchthaven van Larnaca naar Nicosia en het gesprek met de chauffeur verplaatst zich al snel naar wat het Cypriotische volk nog veel meer beroert dan het succes van APOEL in de Champions League: de dreiging met militaire acties van de Turkse premier als de Republiek Cyprus de mogelijke riante opbrengsten van gas- en olieboringen in de Middellandse Zee niet deelt met het door Turkije bezette noorden van het eiland. De geschiedenis kennende, kan het dreigement maar beter ernstig genomen worden, concludeert Abraham, maar toch verwacht hij niet dat het tot een oorlog zal komen. "Daarvoor wegen onze bondgenoten te zwaar. De boringen worden gedaan door een Amerikaanse firma, in samenwerking met Israël en met goedkeuring van de Europese Unie. Bovendien onderhoudt onze president een uitstekende relatie met Rusland, dat ons onlangs nog 2,5 miljard euro leende; en investeren veel rijke Russen hier in immobiliën. Gaan de Turken dan bommen gooien? Veel moeite zal het hen niet kosten, want we zijn maar een zakdoek groot. Maar hun probleem zou wel eens kunnen zijn dat er veel meer teruggegooid zullen worden."

Het is met de glimlach dat Abraham ons in de hoofdstad aan het New GSP Stadium afzet; het in 1999 met een capaciteit van 22.859 toeschouwers gebouwde nationale stadion waar APOEL, Omonia en Olympiakos - de drie eersteklassers uit Nicosia - hun thuiswedstrijden spelen. "Momenteel zijn ze nog de kwaliteit van het gas aan het testen en er wordt gezegd dat er ook olie is gevonden. Maar tegen Nieuwjaar zullen we zeker weten of we plots een rijk land zijn geworden en of er echt beterschap op komst is voor ons voetbal."

Nicosia

APOEL is een Grieks letterwoord dat staat voor 'de voetbalclub van de Grieken van Nicosia'. Er zijn ook Turkse Cyprioten in Nicosia, dat een goeie 300.000 inwoners telt, maar die worden op het eiland gescheiden van de Griekse Cyprioten door een lijn die dwars door de hoofdstad heen loopt. Dat komt omdat toen Cyprus in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië de macht niet deelbaar bleek te zijn. Na een staatsgreep van Cyprioten die eenmaking met Griekenland beoogden, viel Turkije binnen, bezette het noorden en verdreef daar alle Griekse Cyprioten. Dat deel riep zich in 1983 uit tot Turkse Republiek Noord-Cyprus, maar de Verenigde Naties verklaarden het onwettig en riepen alle lidstaten op om het geen steun te verlenen. De alleen door Turkije erkende 'staat' raakte economisch geïsoleerd en achterop. Sinds begin april 2008 is er wel weer vrij verkeer tussen het noorden en het zuiden. Wie zijn identiteitskaart toont, een gratis visum invult en belooft niet te zullen fotograferen, mag Noord-Cyprus binnen. Maar de hereniging is nog lang geen feit. Aan de grensovergang aan de middeleeuwse vestingen in de hoofdstraat Ledra Street hangt tegen een gevel nog altijd het bord met:

The last divided capital

La dernière capitale divisée

Die letzte geteilte Hauptstadt

Ook aan de overkant wordt er gevoetbald, getuigt Constantinos Shiamboullis, de plaatselijke journalist die we er ontmoeten. "Maar er is geen geld, geen infrastructuur en het spelpeil is er heel laag", zegt hij. "Enkele Turkse Cyprioten probeerden het al in de Marfin Laiki League, maar tevergeefs. De competitie in het door Turkije bezette deel van Cyprus is derdeklasseniveau."

De verdeeldheid weegt nog altijd zwaar op de politiek én op het voetbal, zegt hij. "Dat komt ook omdat politici het voetbal betrekken in hun discussies. In Nicosia zijn Olympiakos, een kleinere club uit de tweede helft van de rangschikking die niet eens duizend man trekt, en APOEL rechts en Omonia links. Ooit waren APOEL en Omonia één club, maar ze scheidden om politieke redenen. APOEL, dat zijn de 'kapitalisten'; en Omonia, dat zijn de 'communisten'. De eersten waren in 1983 voor de aansluiting van Cyprus bij Griekenland; de tweeden kwamen toen op voor onafhankelijkheid. Voor de nieuwe generatie is dat minder belangrijk geworden, maar bij fanatieke fans zorgt het voor grote problemen. De APOEL-supporters dragen nog altijd de Griekse vlag met zich mee, die van Omonia de Cypriotische."

APOEL FC

Met 21 landstitels, 19 nationale bekers en 11 supercups is APOEL de succesvolste voetbalclub van Cyprus en het telt ook de meeste Europese deelnames. Eén keer lootte het een Turkse ploeg: Besiktas JK in 1986 in de achtste finales van de Europabeker voor Landskampioenen. Om politieke redenen werd er beslist om niet te spelen.

Twee keer trof de Cypriotische topclub al een Belgische tegenstander: Lierse in 1969 in de Beker voor bekerwinnaars en Club Brugge in 2000 in de UEFA Cup. Telkens werd het uitgeschakeld. De eerste keer met 0-1 en 1-10, de tweede keer met 0-1 en 0-2. Maar de laatste jaren is APOEL weerbaarder geworden in Europa. Twee seizoenen geleden plaatste het zich voor het eerst voor de poulefase van de Champions League en deed het daarin niet onaardig: het speelde twee keer gelijk tegen Atlético Madrid, verloor telkens nipt van Porto en thuis van Chelsea en behaalde een gelijkspel op Stamford Bridge. Net als Atlético eindigde het met drie punten. Maar de Spanjaarden plaatsten zich voor de Europa League dankzij het doelpunt meer dat ze in de onderlinge confrontaties op verplaatsing maakten en zouden daarna zelfs de finale winnen. Vorig jaar ging APOEL er in de vierde kwalificatieronde voor de Europa League na verlengingen uit tegen Getafe, maar werd het in eigen land kampioen en ondertussen plaatste het zich in een poule met Zenit Sint-Peterburg, Sjachtar Donetsk en Porto al na vijf van de zes speeldagen voor de achtste finales van de Champions League. Nooit eerder slaagde een club uit Cyprus daarin.

Volgens Constantinos is het slechts een klein beetje een kwestie van geluk. "Als je zelf maar over een budget van 7 à 8 miljoen euro beschikt en je laat clubs achter je met onbeperkte financiële mogelijkheden zoals Sjachtar en Zenit, dan kan je niet ontkennen dat het niet tegenzat. Maar ze geloofden er wel in en ze vochten ervoor. Hun motto luidt: het is elf tegen elf en niets is onmogelijk." APOEL volgt hij voor het dagblad Sportday en de radiozender Supersport. Hij benadrukt de rol van de voorzitter en van de trainer in het succes.

"Coach Ivan Jovanovic is hier aangekomen in januari 2008 op een moment dat het slecht ging en uiteindelijk werd dat seizoen toch nog de beker gewonnen. In de zomer plaatste APOEL zich dan tegen Rode Ster Belgrado met tien tegen elf na verlengingen voor de Europa League. Dat waren de eerste voortekenen. In 2009 werden ze kampioen, hoewel ze geen favoriet waren. En heel belangrijk voor het huidige succes is geweest dat de elf miljoen euro die de Cham-pions League in 2010 opbracht, uitstekend geïnvesteerd werden.

"De duurste aanwinst is diepe spits Ailton, die ze voor 800.000 euro kochten van Kopenhagen. Voor de Macedonische international Trièkovski, die op uitleenbasis voor Paralimni voetbalde, betaalden ze Rode Ster 300.000 euro - Lokeren zou voor hem al een miljoen geboden hebben. Manduca haalden ze weg bij AEK Athene en Marcinho bij Maritimo. Solari keerde terug van Almería en is met 400.000 euro per jaar de bestbetaalde. Maar ook de twee spelers voor de verdediging zijn belangrijk: de Portugezen Marais en Pinto, die destijds als belofte met Mourinho naar Chelsea is meegegaan en voor wie nu belangstelling zou bestaan van Leverkusen."

Dat het geld zo goed werd besteed, is niet vanzelfsprekend, zegt Constantinos. "Anorthosis Famagusta was in 2008 de eerste Cypriotische club die zich voor de groepsfase van de Champions League plaatste, het gaf al zijn miljoenen uit maar werd er niet beter van. Integendeel: het leidde tot conflicten. Een ramp. Bij APOEL is de chemie wel positief gebleven: tussen de voorzitter en de raad van bestuur, tussen de voorzitter en de trainer, tussen de trainer en de spelers en tussen de spelers onderling.

"De voorzitter is een rijk man, die ook in Rusland business doet, maar belangrijk voor APOEL is vooral dat hij een uitstekende zakenman is. Jovanovic was hier al eens trainer, onder de vorige voorzitter, won de titel in 2004 en werd het seizoen erna na één nederlaag ontslagen. Nu heerst er in de club een andere mentaliteit. Op sportief vlak beslist Jovanovic alles: wie er aangeworven wordt, wie er een nieuw contract krijgt en wie er moet vertrekken. Hij nam veel verantwoordelijkheid op en bracht kwaliteit en succes. Het is een man met een grote kennis van het voetbal én hij is vertrouwd met de manier van denken en voelen hier: snel in euforie en even snel ontgoocheld. Hij bracht balans in het team, werkt hard, streeft de perfectie na en houdt iedereen low profile."

Het type-elftal is:

Pardo (28); Poursaetides (35), Jorge (31), Oliveira (31), Boaventura (31); Morais (31), Pinto (27), Charalambides (30) , Marcinho (30) of Trièkovski (24), Manduca (31); Ailton (27)

Opvallend: het telt geen jonge spelers en er staat slechts één Cyprioot in - aanvoerder Charalambides. "In Cyprus wordt geen jeugd ontwikkeld, daarvoor ontbreekt het geduld", zegt Constantinos. "Iedereen moet meteen renderen, want hier moet je altijd winnen. Als je in dit land verliest, ben je een loser en dan wordt er snel van trainer en van spelers gewisseld. Daarom werkt niemand met jonge voetballers. Dat de nieuwe generatie daardoor onvoldoende speelkansen kreeg, is een groot probleem voor onze nationale ploeg. Dat probeert de bond nu op te lossen door goeie buitenlanders die hier al een tijdje zijn een Cypriotisch paspoort te geven." Naturalisatie heet dat.

Archangelos

Het 'Eiland van de Zon' maakt zijn reputatie niet waar. Het regent als we aan de rand van Nicosia het trainingscentrum in Archangelos binnen stappen. Esteban Solari komen we er tegen, de Argentijnse spits die in het seizoen 2004/05 acht keer scoorde voor Lierse. En Urko Pardo, de Belgisch-Spaanse keeper van APOEL die bij het Griekse Iraklis al zes maanden onder Jova-novic werkte. "Hij is iemand die van ernst en van werken houdt", omschrijft hij hem na de training in het perslokaal. "De club volgt hem. Hij kreeg hier de kans om de ploeg van de eerste tot de laatste speler te vormen. Er is kwaliteit op elke positie, er wordt professioneel gewerkt, iedereen weet wat hij moet doen en de sfeer in de groep is prima. Niemand wil meer zijn dan een ander en we leven van match tot match." En dan wenkt perschef Panikos ons dat de trainer klaar is om ons "nu meteen" in zijn bureau vijf minuten te woord te staan.

Ivan Jovanovic is een Serviër die lang in Griekenland voetbalde, daar ook een trainerscarrière uitbouwde en nu de succesvolste coach ooit van Cyprus is. Engels spreekt hij blijkbaar amper en daarom is marketingmanager Phivos er als tolk bijgehaald. "De eerste reden voor het succes dat we tot nu toe in Europa kenden, is de Champions League-ervaring van twee jaar geleden", zegt Jova- novic. "Die verliep rustig en viel mee en hielp ons om nu beter voorbereid te zijn. En ten tweede: onze start met meteen een zege tegen Zenit gaf ons een enorme boost. Sinds onze deelname in 2009 verbeterden we onze trainingsfaciliteiten en maakten we enkele geslaagde keuzes in het aantrekken van jongens die binnen onze mogelijkheden liggen.

"Iedere speler bezit de wil om iets speciaals te realiseren, iets wat nooit eerder door een team uit Cyprus werd gepresteerd. Dat is het belangrijkste. Mijn rol daarbij is aanvullend: ik probeer hen te helpen om dat doel te bereiken. Allemaal willen we bewijzen dat we niet per ongeluk in de Champions League zitten en dat trachtten we te doen met dezelfde spelstijl als deze waarmee we in de Cypriotische competitie succes kennen. We weten dat we tegenover betere ploegen staan en dat niet alles van ons afhangt. Maar ook dat als we het spel kunnen blijven spelen dat we al drie jaar gewoon zijn en het best kunnen, er ook op dit niveau opportuniteiten zullen komen en we klaar moeten zijn om er voordeel uit te halen."

Dat doet Jovanovic doorgaans met drie Portugezen en vijf Brazilianen in de basis. "De nationaliteit doet er niet zo toe", zegt hij. "Wat ik wil, zijn goede voetballers die de Champions League een grote stimulans vinden om te tonen wat ze waard zijn en daarmee tegelijk het geheel verbeteren. Maar het is geweten dat Brazilianen heel erg van voetbal houden, er plezier in scheppen; en ik vind het belangrijk dat mijn spelers genieten van wat ze doen op training en in de wedstrijden. Ik moet zeggen dat ze al veel bijdroegen aan de kwaliteit van ons spel en het zelfvertrouwen van het team." De tijd is om, al lang, merkt de perschef op. In het perslokaal kreeg Pardo ondertussen telefoon van zijn vrouw: hun zoontje van vier maanden is ziek en moet naar de dokter. Hij wordt zo snel mogelijk thuis in Larnaca verwacht. Voor een fotoshoot in de oude stadskern van Nicosia rest hem de tijd niet meer.

Marfin Laiki League

Op de terugweg ontmoeten we in Larnaca Cedomir Janevski, de Macedonische Belg die in de Marfin Laiki League al trainer was van Enosis Neon Paralimni en er nu Ethnikos Achna FC traint. Hij is vergezeld van zijn assistent Borce Gjurev, die ooit bij Genk voetbalde; en die neemt ons mee naar een restaurantje in de binnenstad voor een mezze-avondje. APOEL kennen ze heel goed. "Het is een team dat in 4-2-3-1 de lijnen kort houdt, veel op balbezit speelt, met zijn Portugezen en zijn Brazilianen driehoekjes maakt en ook over de snelheid beschikt om snel om te schakelen en man tegen man de wedstrijd te beslissen. Misschien onderschatten Zenit en Sjachtar hen wel wat. Maar als je na vijf van de zes speeldagen ongeslagen aan de leiding staat, kan je dat geen geluk meer noemen. Het is een elftal met een goede structuur en met spelers van wie de meesten er al langer samen spelen onder dezelfde trainer."

De manier van werken en het succes van APOEL is een hoopvol voorbeeld voor veel clubs uit de chaotische voetbalcultuur op het eiland waar Europa, Azië en Afrika samenkomen, zegt Janevski. "Want ook hier laat de crisis zich gevoelen. Wat in Cyprus sowieso vaak gebeurt, is dat er in de wintertransferperiode boven het budget wordt gegaan met financiële problemen en laattijdige betalingen in de terugronde tot gevolg. Nu al is de helft van de trainers ontslagen en de meeste kernen bestaan voor zestig à zeventig procent uit buitenlanders. APOEL daarentegen veranderde de voorbije jaren maar weinig. Het maakte niet de fout die Omonia twee jaar geleden maakte: veel namen binnenhalen, dertigers die voor het geld kwamen en 500 à 600.000 euro verdienden. APOEL betaalde geen zotte contracten.

"Dat er vaak maar een of twee Cyprioten in de basis staan, komt omdat er hier weinig of niet geïnvesteerd wordt in opleiding, infrastructuur en coaches voor de jeugd. De topclubs trekken de beste jongeren aan, maar daar zitten die vaak op de bank - en dat is nadelig voor de nationale ploeg. Maar het grootste probleem is dat wie achttien is en niet verder studeert, verplicht twee jaar militaire dienstplicht moet vervullen. Zeker de eerste zes maanden kan een voetballer dan amper trainen en daarna bestaat er een regeling dat elke club maximaal voor vier spelers een uitzonderingsmaatregel kan aanvragen om in de week vier keer naar de training en in het weekend naar de wedstrijd te kunnen komen. Al de rest kan dus eigenlijk twee seizoenen lang niet meer op niveau voetballen. Waarom daar nog altijd niets aan gedaan werd, weet ik niet. Omdat de regering Turkije vreest en zich maximaal wil wapenen misschien?"

Niets is onmogelijk. Maar Turken spelen er vooralsnog niet in de nochtans zeer multiculturele Marfin Laiki League. Benieuwd wat er te gebeuren staat, mocht APOEL in de achtste finales van de Champions League Trabzonspor loten.

DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE

"De APOEL-fans dragen nog altijd de Griekse vlag met zich mee, die van Omonia de Cypriotische." Constantinos Shiamboullis

"In Cyprus wordt geen jeugd ontwikkeld, daarvoor ontbreekt het geduld." Constantinos Shiamboullis

Benieuwd wat er te gebeuren staat, mocht APOEL in de achtste finales Trabzonspor loten.

Volgens Abraham is het geluk. "Stelt ons voetbal dan plots zo veel voor? Waar staat onze nationale ploeg momenteel?" Twee plaatsen na Luxemburg, het nummer 118 op de FIFA-wereldranglijst. "Dus? Het is toch vooral toeval, hoor, geloof me." We zijn met de taxi onderweg van de luchthaven van Larnaca naar Nicosia en het gesprek met de chauffeur verplaatst zich al snel naar wat het Cypriotische volk nog veel meer beroert dan het succes van APOEL in de Champions League: de dreiging met militaire acties van de Turkse premier als de Republiek Cyprus de mogelijke riante opbrengsten van gas- en olieboringen in de Middellandse Zee niet deelt met het door Turkije bezette noorden van het eiland. De geschiedenis kennende, kan het dreigement maar beter ernstig genomen worden, concludeert Abraham, maar toch verwacht hij niet dat het tot een oorlog zal komen. "Daarvoor wegen onze bondgenoten te zwaar. De boringen worden gedaan door een Amerikaanse firma, in samenwerking met Israël en met goedkeuring van de Europese Unie. Bovendien onderhoudt onze president een uitstekende relatie met Rusland, dat ons onlangs nog 2,5 miljard euro leende; en investeren veel rijke Russen hier in immobiliën. Gaan de Turken dan bommen gooien? Veel moeite zal het hen niet kosten, want we zijn maar een zakdoek groot. Maar hun probleem zou wel eens kunnen zijn dat er veel meer teruggegooid zullen worden." Het is met de glimlach dat Abraham ons in de hoofdstad aan het New GSP Stadium afzet; het in 1999 met een capaciteit van 22.859 toeschouwers gebouwde nationale stadion waar APOEL, Omonia en Olympiakos - de drie eersteklassers uit Nicosia - hun thuiswedstrijden spelen. "Momenteel zijn ze nog de kwaliteit van het gas aan het testen en er wordt gezegd dat er ook olie is gevonden. Maar tegen Nieuwjaar zullen we zeker weten of we plots een rijk land zijn geworden en of er echt beterschap op komst is voor ons voetbal." APOEL is een Grieks letterwoord dat staat voor 'de voetbalclub van de Grieken van Nicosia'. Er zijn ook Turkse Cyprioten in Nicosia, dat een goeie 300.000 inwoners telt, maar die worden op het eiland gescheiden van de Griekse Cyprioten door een lijn die dwars door de hoofdstad heen loopt. Dat komt omdat toen Cyprus in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië de macht niet deelbaar bleek te zijn. Na een staatsgreep van Cyprioten die eenmaking met Griekenland beoogden, viel Turkije binnen, bezette het noorden en verdreef daar alle Griekse Cyprioten. Dat deel riep zich in 1983 uit tot Turkse Republiek Noord-Cyprus, maar de Verenigde Naties verklaarden het onwettig en riepen alle lidstaten op om het geen steun te verlenen. De alleen door Turkije erkende 'staat' raakte economisch geïsoleerd en achterop. Sinds begin april 2008 is er wel weer vrij verkeer tussen het noorden en het zuiden. Wie zijn identiteitskaart toont, een gratis visum invult en belooft niet te zullen fotograferen, mag Noord-Cyprus binnen. Maar de hereniging is nog lang geen feit. Aan de grensovergang aan de middeleeuwse vestingen in de hoofdstraat Ledra Street hangt tegen een gevel nog altijd het bord met: The last divided capital La dernière capitale divisée Die letzte geteilte HauptstadtOok aan de overkant wordt er gevoetbald, getuigt Constantinos Shiamboullis, de plaatselijke journalist die we er ontmoeten. "Maar er is geen geld, geen infrastructuur en het spelpeil is er heel laag", zegt hij. "Enkele Turkse Cyprioten probeerden het al in de Marfin Laiki League, maar tevergeefs. De competitie in het door Turkije bezette deel van Cyprus is derdeklasseniveau." De verdeeldheid weegt nog altijd zwaar op de politiek én op het voetbal, zegt hij. "Dat komt ook omdat politici het voetbal betrekken in hun discussies. In Nicosia zijn Olympiakos, een kleinere club uit de tweede helft van de rangschikking die niet eens duizend man trekt, en APOEL rechts en Omonia links. Ooit waren APOEL en Omonia één club, maar ze scheidden om politieke redenen. APOEL, dat zijn de 'kapitalisten'; en Omonia, dat zijn de 'communisten'. De eersten waren in 1983 voor de aansluiting van Cyprus bij Griekenland; de tweeden kwamen toen op voor onafhankelijkheid. Voor de nieuwe generatie is dat minder belangrijk geworden, maar bij fanatieke fans zorgt het voor grote problemen. De APOEL-supporters dragen nog altijd de Griekse vlag met zich mee, die van Omonia de Cypriotische." Met 21 landstitels, 19 nationale bekers en 11 supercups is APOEL de succesvolste voetbalclub van Cyprus en het telt ook de meeste Europese deelnames. Eén keer lootte het een Turkse ploeg: Besiktas JK in 1986 in de achtste finales van de Europabeker voor Landskampioenen. Om politieke redenen werd er beslist om niet te spelen. Twee keer trof de Cypriotische topclub al een Belgische tegenstander: Lierse in 1969 in de Beker voor bekerwinnaars en Club Brugge in 2000 in de UEFA Cup. Telkens werd het uitgeschakeld. De eerste keer met 0-1 en 1-10, de tweede keer met 0-1 en 0-2. Maar de laatste jaren is APOEL weerbaarder geworden in Europa. Twee seizoenen geleden plaatste het zich voor het eerst voor de poulefase van de Champions League en deed het daarin niet onaardig: het speelde twee keer gelijk tegen Atlético Madrid, verloor telkens nipt van Porto en thuis van Chelsea en behaalde een gelijkspel op Stamford Bridge. Net als Atlético eindigde het met drie punten. Maar de Spanjaarden plaatsten zich voor de Europa League dankzij het doelpunt meer dat ze in de onderlinge confrontaties op verplaatsing maakten en zouden daarna zelfs de finale winnen. Vorig jaar ging APOEL er in de vierde kwalificatieronde voor de Europa League na verlengingen uit tegen Getafe, maar werd het in eigen land kampioen en ondertussen plaatste het zich in een poule met Zenit Sint-Peterburg, Sjachtar Donetsk en Porto al na vijf van de zes speeldagen voor de achtste finales van de Champions League. Nooit eerder slaagde een club uit Cyprus daarin. Volgens Constantinos is het slechts een klein beetje een kwestie van geluk. "Als je zelf maar over een budget van 7 à 8 miljoen euro beschikt en je laat clubs achter je met onbeperkte financiële mogelijkheden zoals Sjachtar en Zenit, dan kan je niet ontkennen dat het niet tegenzat. Maar ze geloofden er wel in en ze vochten ervoor. Hun motto luidt: het is elf tegen elf en niets is onmogelijk." APOEL volgt hij voor het dagblad Sportday en de radiozender Supersport. Hij benadrukt de rol van de voorzitter en van de trainer in het succes. "Coach Ivan Jovanovic is hier aangekomen in januari 2008 op een moment dat het slecht ging en uiteindelijk werd dat seizoen toch nog de beker gewonnen. In de zomer plaatste APOEL zich dan tegen Rode Ster Belgrado met tien tegen elf na verlengingen voor de Europa League. Dat waren de eerste voortekenen. In 2009 werden ze kampioen, hoewel ze geen favoriet waren. En heel belangrijk voor het huidige succes is geweest dat de elf miljoen euro die de Cham-pions League in 2010 opbracht, uitstekend geïnvesteerd werden. "De duurste aanwinst is diepe spits Ailton, die ze voor 800.000 euro kochten van Kopenhagen. Voor de Macedonische international Trièkovski, die op uitleenbasis voor Paralimni voetbalde, betaalden ze Rode Ster 300.000 euro - Lokeren zou voor hem al een miljoen geboden hebben. Manduca haalden ze weg bij AEK Athene en Marcinho bij Maritimo. Solari keerde terug van Almería en is met 400.000 euro per jaar de bestbetaalde. Maar ook de twee spelers voor de verdediging zijn belangrijk: de Portugezen Marais en Pinto, die destijds als belofte met Mourinho naar Chelsea is meegegaan en voor wie nu belangstelling zou bestaan van Leverkusen." Dat het geld zo goed werd besteed, is niet vanzelfsprekend, zegt Constantinos. "Anorthosis Famagusta was in 2008 de eerste Cypriotische club die zich voor de groepsfase van de Champions League plaatste, het gaf al zijn miljoenen uit maar werd er niet beter van. Integendeel: het leidde tot conflicten. Een ramp. Bij APOEL is de chemie wel positief gebleven: tussen de voorzitter en de raad van bestuur, tussen de voorzitter en de trainer, tussen de trainer en de spelers en tussen de spelers onderling. "De voorzitter is een rijk man, die ook in Rusland business doet, maar belangrijk voor APOEL is vooral dat hij een uitstekende zakenman is. Jovanovic was hier al eens trainer, onder de vorige voorzitter, won de titel in 2004 en werd het seizoen erna na één nederlaag ontslagen. Nu heerst er in de club een andere mentaliteit. Op sportief vlak beslist Jovanovic alles: wie er aangeworven wordt, wie er een nieuw contract krijgt en wie er moet vertrekken. Hij nam veel verantwoordelijkheid op en bracht kwaliteit en succes. Het is een man met een grote kennis van het voetbal én hij is vertrouwd met de manier van denken en voelen hier: snel in euforie en even snel ontgoocheld. Hij bracht balans in het team, werkt hard, streeft de perfectie na en houdt iedereen low profile." Het type-elftal is: Pardo (28); Poursaetides (35), Jorge (31), Oliveira (31), Boaventura (31); Morais (31), Pinto (27), Charalambides (30) , Marcinho (30) of Trièkovski (24), Manduca (31); Ailton (27) Opvallend: het telt geen jonge spelers en er staat slechts één Cyprioot in - aanvoerder Charalambides. "In Cyprus wordt geen jeugd ontwikkeld, daarvoor ontbreekt het geduld", zegt Constantinos. "Iedereen moet meteen renderen, want hier moet je altijd winnen. Als je in dit land verliest, ben je een loser en dan wordt er snel van trainer en van spelers gewisseld. Daarom werkt niemand met jonge voetballers. Dat de nieuwe generatie daardoor onvoldoende speelkansen kreeg, is een groot probleem voor onze nationale ploeg. Dat probeert de bond nu op te lossen door goeie buitenlanders die hier al een tijdje zijn een Cypriotisch paspoort te geven." Naturalisatie heet dat. Het 'Eiland van de Zon' maakt zijn reputatie niet waar. Het regent als we aan de rand van Nicosia het trainingscentrum in Archangelos binnen stappen. Esteban Solari komen we er tegen, de Argentijnse spits die in het seizoen 2004/05 acht keer scoorde voor Lierse. En Urko Pardo, de Belgisch-Spaanse keeper van APOEL die bij het Griekse Iraklis al zes maanden onder Jova-novic werkte. "Hij is iemand die van ernst en van werken houdt", omschrijft hij hem na de training in het perslokaal. "De club volgt hem. Hij kreeg hier de kans om de ploeg van de eerste tot de laatste speler te vormen. Er is kwaliteit op elke positie, er wordt professioneel gewerkt, iedereen weet wat hij moet doen en de sfeer in de groep is prima. Niemand wil meer zijn dan een ander en we leven van match tot match." En dan wenkt perschef Panikos ons dat de trainer klaar is om ons "nu meteen" in zijn bureau vijf minuten te woord te staan. Ivan Jovanovic is een Serviër die lang in Griekenland voetbalde, daar ook een trainerscarrière uitbouwde en nu de succesvolste coach ooit van Cyprus is. Engels spreekt hij blijkbaar amper en daarom is marketingmanager Phivos er als tolk bijgehaald. "De eerste reden voor het succes dat we tot nu toe in Europa kenden, is de Champions League-ervaring van twee jaar geleden", zegt Jova- novic. "Die verliep rustig en viel mee en hielp ons om nu beter voorbereid te zijn. En ten tweede: onze start met meteen een zege tegen Zenit gaf ons een enorme boost. Sinds onze deelname in 2009 verbeterden we onze trainingsfaciliteiten en maakten we enkele geslaagde keuzes in het aantrekken van jongens die binnen onze mogelijkheden liggen. "Iedere speler bezit de wil om iets speciaals te realiseren, iets wat nooit eerder door een team uit Cyprus werd gepresteerd. Dat is het belangrijkste. Mijn rol daarbij is aanvullend: ik probeer hen te helpen om dat doel te bereiken. Allemaal willen we bewijzen dat we niet per ongeluk in de Champions League zitten en dat trachtten we te doen met dezelfde spelstijl als deze waarmee we in de Cypriotische competitie succes kennen. We weten dat we tegenover betere ploegen staan en dat niet alles van ons afhangt. Maar ook dat als we het spel kunnen blijven spelen dat we al drie jaar gewoon zijn en het best kunnen, er ook op dit niveau opportuniteiten zullen komen en we klaar moeten zijn om er voordeel uit te halen." Dat doet Jovanovic doorgaans met drie Portugezen en vijf Brazilianen in de basis. "De nationaliteit doet er niet zo toe", zegt hij. "Wat ik wil, zijn goede voetballers die de Champions League een grote stimulans vinden om te tonen wat ze waard zijn en daarmee tegelijk het geheel verbeteren. Maar het is geweten dat Brazilianen heel erg van voetbal houden, er plezier in scheppen; en ik vind het belangrijk dat mijn spelers genieten van wat ze doen op training en in de wedstrijden. Ik moet zeggen dat ze al veel bijdroegen aan de kwaliteit van ons spel en het zelfvertrouwen van het team." De tijd is om, al lang, merkt de perschef op. In het perslokaal kreeg Pardo ondertussen telefoon van zijn vrouw: hun zoontje van vier maanden is ziek en moet naar de dokter. Hij wordt zo snel mogelijk thuis in Larnaca verwacht. Voor een fotoshoot in de oude stadskern van Nicosia rest hem de tijd niet meer. Op de terugweg ontmoeten we in Larnaca Cedomir Janevski, de Macedonische Belg die in de Marfin Laiki League al trainer was van Enosis Neon Paralimni en er nu Ethnikos Achna FC traint. Hij is vergezeld van zijn assistent Borce Gjurev, die ooit bij Genk voetbalde; en die neemt ons mee naar een restaurantje in de binnenstad voor een mezze-avondje. APOEL kennen ze heel goed. "Het is een team dat in 4-2-3-1 de lijnen kort houdt, veel op balbezit speelt, met zijn Portugezen en zijn Brazilianen driehoekjes maakt en ook over de snelheid beschikt om snel om te schakelen en man tegen man de wedstrijd te beslissen. Misschien onderschatten Zenit en Sjachtar hen wel wat. Maar als je na vijf van de zes speeldagen ongeslagen aan de leiding staat, kan je dat geen geluk meer noemen. Het is een elftal met een goede structuur en met spelers van wie de meesten er al langer samen spelen onder dezelfde trainer." De manier van werken en het succes van APOEL is een hoopvol voorbeeld voor veel clubs uit de chaotische voetbalcultuur op het eiland waar Europa, Azië en Afrika samenkomen, zegt Janevski. "Want ook hier laat de crisis zich gevoelen. Wat in Cyprus sowieso vaak gebeurt, is dat er in de wintertransferperiode boven het budget wordt gegaan met financiële problemen en laattijdige betalingen in de terugronde tot gevolg. Nu al is de helft van de trainers ontslagen en de meeste kernen bestaan voor zestig à zeventig procent uit buitenlanders. APOEL daarentegen veranderde de voorbije jaren maar weinig. Het maakte niet de fout die Omonia twee jaar geleden maakte: veel namen binnenhalen, dertigers die voor het geld kwamen en 500 à 600.000 euro verdienden. APOEL betaalde geen zotte contracten. "Dat er vaak maar een of twee Cyprioten in de basis staan, komt omdat er hier weinig of niet geïnvesteerd wordt in opleiding, infrastructuur en coaches voor de jeugd. De topclubs trekken de beste jongeren aan, maar daar zitten die vaak op de bank - en dat is nadelig voor de nationale ploeg. Maar het grootste probleem is dat wie achttien is en niet verder studeert, verplicht twee jaar militaire dienstplicht moet vervullen. Zeker de eerste zes maanden kan een voetballer dan amper trainen en daarna bestaat er een regeling dat elke club maximaal voor vier spelers een uitzonderingsmaatregel kan aanvragen om in de week vier keer naar de training en in het weekend naar de wedstrijd te kunnen komen. Al de rest kan dus eigenlijk twee seizoenen lang niet meer op niveau voetballen. Waarom daar nog altijd niets aan gedaan werd, weet ik niet. Omdat de regering Turkije vreest en zich maximaal wil wapenen misschien?" Niets is onmogelijk. Maar Turken spelen er vooralsnog niet in de nochtans zeer multiculturele Marfin Laiki League. Benieuwd wat er te gebeuren staat, mocht APOEL in de achtste finales van de Champions League Trabzonspor loten. DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE"De APOEL-fans dragen nog altijd de Griekse vlag met zich mee, die van Omonia de Cypriotische." Constantinos Shiamboullis"In Cyprus wordt geen jeugd ontwikkeld, daarvoor ontbreekt het geduld." Constantinos Shiamboullis Benieuwd wat er te gebeuren staat, mocht APOEL in de achtste finales Trabzonspor loten.