Hun vriendschap is evident en ze dateert niet van gisteren. Na het WK 2002 in Japan loste Aimé Anthuenis (59 jaar) Robert Waseige (63 jaar) af als bondscoach. Bijna twintig jaar eerder deed zich bijna hetzelfde voor. Van 1981 tot 1983 had Waseige zich ontfermd over Lokeren - twee mooie seizoenen, herinnert hij zich. En met wie werkte hij in het Waasland nauw samen ? Met Aimé Anthuenis, die zich op Daknam met de jeugd bezighield en de toekomstige tegenstanders van Sporting Lokeren scoutte, Waseige stelde zijn rapporten bijzonder op prijs. Een jaar later, na de passage van Dimitri Davidovic, begon Anthuenis in Lokeren aan zijn carrière van trainer in eerste klasse.
...

Hun vriendschap is evident en ze dateert niet van gisteren. Na het WK 2002 in Japan loste Aimé Anthuenis (59 jaar) Robert Waseige (63 jaar) af als bondscoach. Bijna twintig jaar eerder deed zich bijna hetzelfde voor. Van 1981 tot 1983 had Waseige zich ontfermd over Lokeren - twee mooie seizoenen, herinnert hij zich. En met wie werkte hij in het Waasland nauw samen ? Met Aimé Anthuenis, die zich op Daknam met de jeugd bezighield en de toekomstige tegenstanders van Sporting Lokeren scoutte, Waseige stelde zijn rapporten bijzonder op prijs. Een jaar later, na de passage van Dimitri Davidovic, begon Anthuenis in Lokeren aan zijn carrière van trainer in eerste klasse. Om maar te zeggen : hun twee parkoersen vertonen raakvlakken. Allebei veel voldoening beleefd onderweg. Beiden drie keer tot Trainer van het Jaar verkozen : Waseige in 1985, '94 en '95; Anthuenis in 1999, 2000 en '01. De heren zijn, met andere woorden, goed geplaatst om het vak van voetbalcoach door te lichten.Coach van het JaarRobert Waseige : "Het zijn drie bekroningen die plezier doen. Ze geven gewicht aan je erelijst. Gaat het per definitie om individuele bekroningen, ik kan ze toch niet loskoppelen van de clubs waarbij ik in die periode werkte. De coach, de spelersgroep, de club, de supporters, samen vormt dat een totaalpakket. Iedereen levert zijn bijdrage in de verovering van een of andere prijs. "In 1985 werkte ik bij Club Luik, en werd de Coach van het Jaar nog aangeduid door de pers. De journalisten voelden toen perfect aan welke progressie in de diepte Club Luik dat jaar maakte. In tegenstelling wat velen over mij laten uitschemeren, leef ik niet op voet van oorlog met de media. Hier en daar een uitzondering niet te na gesproken, bestaat er tussen mij en de reporters wederzijds respect."In 1994, toen ik Charleroi onder mijn hoede had, en in 1995, ter gelegenheid van mijn tweede passage bij Standard, waren het al, net als nu, de spelers die de Coach van het Jaar kozen. Er valt iets te zeggen voor beide benaderingen van dit referendum. Spelers kunnen natuurlijk beter de waarheid van de kleedkamer beoordelen, en die waarheid is belangrijk. Dat de spelers toen op mij stemden, verheugde me. Al besef ik dat het welslagen van een trainer in de eerste plaats afhangt van de kwaliteit van zijn werk, maar ook van een dosis geluk, en van het talent en de mentale sterkte van de spelers die hij onder zijn hoede heeft."Aimé Anthuenis : "Dat is correct. In Genk, bijvoorbeeld, had ik het geluk dat ik zonder druk aan een ploeg kon bouwen. De club was net naar tweede klasse gestegen en was niet verplicht om meteen naar de hoogste afdeling door te stoten. Maar de groep maakte progressie en manifesteerde zich, in de Beker van België en het kampioenschap, op een manier en met een snelheid waaraan niemand zich verwacht had. En dat met spelers van eigen kweek en elementen waarin niemand nog geloofde. Branko Strupar was nog lang niet de Branko Strupar die men later heeft leren kennen. En Oulare was geblesseerd toen hij in Genk aankwam. "Ik heb in al mijn clubs veel geleerd. Bij mijn debuut in Lokeren was ik een onbekende voor het grote publiek. Maar ik had een goede generatie jonge spelers klaargestoomd : de broers Mbuyu, Van Veirdeghem, Nijskens en noem maar op. We speelden 4-4-2 en hadden grote toernooien gewonnen, onder meer in Nederland. Met de twee Versavels erbij, gaf dat een ploeg die in de eerste klasse geen slecht figuur sloeg. Toen ik vervolgens naar Charleroi verhuisde, kwam ik in een andere wereld terecht. Ook dat was een verrijkende ervaring. Genk, Anderlecht : het is daar dat ik mijn drie landstitels pakte, maar in wezen zijn die het resultaat van het volledige parkoers dat ik heb afgelegd." Techniek en fysiekRobert Waseige : "Ik besteedde er altijd veel aandacht aan. Toen ik zelf nog bij Club Luik voetbalde, had ik geluk bij een club te zitten die wat dat betreft baanbrekend werk verrichte. Ik spreek nu over begin jaren zestig en Club Luik had toen al een trainersduo : Jean Cornil was trainer, Wim Lejeune bekommerde zich om de fysieke voorbereiding. Later werkte ik bij Club Luik met Henry Van Dyck en bij Charleroi met Michel Bertinschamps. In die tijd - en die redenering is pas recent afgevoerd - had men de neiging om van een fysiek sterke ploeg te beweren dat ze 'anti-technisch' was. Die analyse sloeg natuurlijk nergens op, en dat doet ze nog altijd niet. Een goede fysiek laat technisch onderlegde spelers net toe om nog meer het verschil te maken op basis van hun techniek. Hoe hoger het tempo van een wedstrijd, hoe hoger de eisen liggen op het niveau van de individuele techniek." Aime Anthuenis : "Weerstand, uithoudingsvermogen, ik hoorde daar specialisten over bezig. Nadien veranderden de theorieën. Toen Francesco Moser het uurrecord van Eddy Merckx verbeterde, had men het ineens niet meer over weerstand. Ik denk dat je de gulden middenweg moet bewandelen, en ondertussen goed voor ogen houden dat voetbal, zoals Robert zo dikwijls zegt, een uitgesproken emotionele dimensie heeft. Een trainer moet kunnen aanvoelen wanneer hij met een speler diep kan en moet gaan en wanneer hij een speler rust moet gunnen. Toen Oulare geblesseerd bij Genk aankwam, koos ik voor een zeer voorzichtige aanpak. Als men Strupar bij zijn komst naar Genk wetenschappelijk had gescreend, zou hij wellicht doorgestuurd zijn geworden. Toen ik bij Genk begon, was hij zelfs in de tweede klasse geen vaste waarde. Toch bouwde hij een mooie carrière uit. De kwaliteiten die Strupar bezat kon je niet van een of andere grafiek aflezen. Ook al wordt alles moderner, er blijft nog altijd zoiets bestaan als ambachtelijkheid, een oog hebben voor iets, al het werk om automatismen in een ploeg te gieten. Ik geloof in specifiek werk op het vlak van techniek, tactiek en fysiek. Individueel of met kleine groepjes, zoals in Italië vaak gebeurt. Op voorwaarde dat je dat zo vlug mogelijk in het collectief integreert." De kalenderRobert Waseige : "Wanneer een groep een groot aantal internationals moet missen, werkt dat vaak verstorend. Een trainer is altijd bang dat een speler geblesseerd terugkeert van zijn internationale opdracht. Zit de groep in een goede periode, dan wordt dat meestal goed opgevangen. Draait de groep vierkant, dan speelt de afwezigheid van de internationals je extra parten. De internationale kalender is natuurlijk veel zwaarder geworden in vergelijking met vroeger. Er wordt meer gereisd, de spelersgroepen zijn kosmopolitischer samengesteld. Michel Platini trekt tegenwoordig ten strijde tegen de formule van de Champions League die er mooi uitziet, maar zeer belastend is." Aimé Anthuenis : "Maar natuurlijk zijn de clubs niet geïnteresseerd in zijn discours. Minder wedstrijden, dat betekent minder televisierechten en dus minder geld. De Uefabeker zou zoals de Champions League georganiseerd kunnen worden. Het probleem van de vermoeidheid zal in de toekomt nog verscherpen. Het is een nieuw probleem, het heeft progressief zijn intrede in het voetbal gedaan. Het arrest-Bosman heeft, zegt men, het aantal transfers verhoogd en de spelersgroepen fragieler gemaakt. De spelers zijn ook veeleisender geworden. Maar toen Lokeren derde werd in het kampioenschap - en dat was goed en wel vóór er sprake was van het arrest-Bosman -, werden prompt vijf spelers verkocht opdat er geld in de clubkas zou komen. "Ons beroep is minder stabiel geworden dan vroeger. Je moet je snel kunnen aanpassen. En het voetbal verandert nog elke dag."De tactiekRobert Waseige : "De tactiek is veelzijdiger geworden. Niets staat nog vast. Elke ploeg heeft meerdere systemen en kan variëren op zijn basissysteem. Die variëteit is de grote rijkdom van het moderne voetbal. De bezetting van het terrein is voortaan constant onderhevig aan aanpassingen. 4-4-2 is niet voorbijgestreefd, maar wordt nu veel flexibeler uitgevoerd." Aimé Anthuenis : "Toen ik bij Anderlecht werkte, noemden ze me ouderwets. Uit de mode. Journalisten begrijpen soms niet dat je met twaalf of dertien speelt als bepaalde spelers een dubbele taak krijgen. Bij Genk was Jacky Peeters tegelijkertijd rechterverdediger en rechtermiddenvelder." De leidersRobert Waseige : "Geen enkele trainer die zichzelf respecteert, zal de invloed van bepaalde spelers op de groep afremmen. Bij Club Luik kon ik steunen op Edhem Sljivo, bij Charleroi op Pär Zetterberg, en bij Standard en de nationale ploeg op Marc Wilmots. Zulke spelers zijn meer dan gewoon klassevoetballers. Dat zijn grote personaliteiten. Ik vergat ook nooit me te interesseren voor die spelers die zichzelf wilden overtreffen en die prijzen wilden pakken, doelstellingen bereiken." Aimé Anthuenis : "Leidersfiguren zijn geen moeilijke mensen. Ik had er bij Genk rondlopen en ook bij Anderlecht. In de nationale ploeg ontbreken zulke figuren momenteel. Het is voor een trainer zoveel gemakkelijker als hij beschikt over spelers die op het veld kunnen coachen. Dat we zulke mensen momenteel missen, is misschien een gevolg van de opleiding van onze spelers. Er wordt hen te veel opgelegd, ze worden met taken overladen, ze leren niet om zelf te interveniëren op het veld. "Ik heb met veel speciale karakters samengewerkt, met spelers van veel verschillende nationaliteiten - vooral bij Genk. Mentaal staken die vaak heel sterk in elkaar. Daar heb ik veel van geleerd."Het Engels modelRobert Waseige : "Het perfecte voorbeeld. In België zijn we nog maar moitié-moitié. Ik heb altijd gewenst om mijn beroep op z'n Engels uit te oefenen. Maar in België is dit voorlopig onmogelijk, omdat de clubleiders niet in die richting willen evolueren. De salarissen, bijvoorbeeld, dat is een terrein waarop de clubbesturen geen trainer toelaten." Aimé Anthuenis : "Na de dood van Aloïs Derijcker mocht ik bij Lokeren samen met de voorzitter de spelers kiezen, maar over de contracten had ik totaal geen inspraak. Bij Genk, net hetzelfde. Hugo Broos kwam bij Moeskroen dicht in de buurt van het model van de Engelse manager. Het voorbeeld bij uitstek is natuurlijk Alex Ferguson. Ik heb met hem gepraat. Hij delegeert aan zijn veldtrainers, bepaalt de tactiek, coacht en praat uren en uren met de spelers. Hij is verantwoordelijk voor alles, vooral voor zijn eigen keuzes. In België moet een trainer werken met het materiaal dat ze hem geven." (Bonds)coachRobert Waseige : "Ik heb 25 jaar bij clubs gewerkt voor ik bij de nationale ploeg belandde. Aangenaam was de vaststelling dat het hele land achter de nationale ploeg stond. Bij de nationale ploeg ben je meer coach dan trainer. Je hebt er 90 procent plezier en 10 procent zorgen, maar dan wel goede zorgen. Als clubtrainer heb je 70 procent plezier en 30 procent zorgen." Aimé Anthuenis : "Een clubtrainer ziet elke dag dezelfde gezichten. Op den duur komt er sleet op die samenwerking. Bij clubs raken overwinningen en nederlagen vlug vergeten. Een paar dagen later wacht er een nieuwe wedstrijd. De nationale ploeg speelt natuurlijk minder wedstrijden. Maar ik maakte nog geen eindronde van een groot toernooi mee. In zo'n langdurige periode met twintig spelers samen duiken er ongetwijfeld momenten van vreugde op, maar steken er even zeker problemen de kop op." door Pierre Bilic'Alles wordt moderner, maar er blijft zoiets bestaan als ambachtelijkheid.' (Aimé Anthuenis)'Geen enkele trainer die zichzelf respecteert, zal de invloed van bepaalde spelers op de groep afremmen.' (Robert Waseige)