Een assist na een indrukwekkende rush van 80 meter tegen Gent, handspel dat de comeback van de Buffalo's inluidde en een slecht verwerkte bal die tot de 2-1 van Cercle Brugge leidde. Elias Cobbaut wisselde vorige week secure tussenkomsten en aanvallende acties af met enkele ongelukkige momenten. Maar nu Frank Vercauteren het voor het zeggen heeft, is hij back in business. Van zodra Vincent Kompany fit is, zal Cobbaut in het slechtste geval naar de linkerflank verbannen worden.
...

Een assist na een indrukwekkende rush van 80 meter tegen Gent, handspel dat de comeback van de Buffalo's inluidde en een slecht verwerkte bal die tot de 2-1 van Cercle Brugge leidde. Elias Cobbaut wisselde vorige week secure tussenkomsten en aanvallende acties af met enkele ongelukkige momenten. Maar nu Frank Vercauteren het voor het zeggen heeft, is hij back in business. Van zodra Vincent Kompany fit is, zal Cobbaut in het slechtste geval naar de linkerflank verbannen worden. Sinds hij op 19-jarige leeftijd bij KV Mechelen voluit zijn kans kreeg van Yannick Ferrera verliep de carrière van Cobbaut steeds in een stijgende lijn. Tot vorig seizoen. Na een spetterend begin onder Hein Vanhaezebrouck stond de geboren Mechelaar maanden aan de kant door een op het eerste gezicht onschuldige enkelblessure. 'Dat is voetbal', klinkt het clichématig bij Cobbaut. 'Ik ken geen enkele voetballer die op het einde van zijn carrière kan zeggen: ik ben nooit geconfronteerd geweest met een blessure. Het hoort bij het vak.'Maar voor een jonge kerel van 21 jaar is het wellicht moeilijker om zoiets te plaatsen. ELIAS COBBAUT: 'Het was mijn eerste blessure en ik wist dus niet wat mij te wachten stond. Ik heb ook mijn dipje gehad. Ik heb ook gedacht: fuck, waarom overkomt mij dat nu? Na vier dagen rondlopen met dat gevoel ben ik weer aan de slag gegaan. Ik heb een belangrijke les geleerd: je mag nog zo slecht spelen, er is niets ergers dan te moeten revalideren van een zware blessure. Ik weet hoe ik dat soort tegenslagen moet verwerken. Alleen al daarom was het voor mij was geen verloren seizoen.' Er ontstond veel verwarring rond jouw blessure. Toen je in augustus van vorig jaar tegen Charleroi uitviel, was het eerste verdict een verstuiking. Je zou een paar weken out zijn, maar uiteindelijk heb je vier maanden niet kunnen spelen. Hoe heb die lange periode van onzekerheid beleefd? COBBAUT: 'Voor mij is dat een afgesloten hoofdstuk. Er zijn zaken gebeurd die niet hadden mogen gebeuren, maar ik heb er geen behoefte aan om daar over uit te weiden. Ik sta niet graag stil bij het verleden. Waarom beginnen mekkeren over iets waar je toch niets meer aan kan veranderen? Je moet vooruit kijken. Ik ben blij dat ik van mijn blessure af ben en dat ik op het veld mijn ding kan doen.' Neem je iemand iets kwalijk ? COBBAUT: ( grijnst) 'Daar zwijg ik best over... Mijn ouders zijn allebei kinesist en ik kon met mijn vragen bij hen terecht. Als ik last had dan kon ik snel binnenspringen bij mijn pa voor een massage. Thuis was ik dus in goede handen.' Ben je nu ook meer met je lichaam bezig dan voor je blessure? COBBAUT: (knikt) 'Vroeger was ik eerlijk gezegd niet fel bezig met mijn lichaam. Ik had zelfs nog nooit ijs gebruikt... Sinds mijn blessure zijn er een aantal kwaaltjes naar boven gekomen die mij dwingen om voor en na elke training extra oefeningen te doen. Een voetballer die op dit niveau niet naar zijn lichaam omkijkt, gaat in de toekomst problemen tegenkomen.' Vorig seizoen kreeg je na de winterstop voor het eerst te maken met een trainer die twijfelde aan jouw kwaliteiten. Fred Rutten zou jou na een beloftenmatch tegen Genk gezegd hebben dat hij jou niet meer zou selecteren voor de A-ploeg. COBBAUT: 'Voor alle duidelijkheid: ik ben nooit naar de B-kern gestuurd. Mijn niveau was toen niet goed genoeg om in de ploeg te staan en Fred Rutten had mij blijkbaar niet nodig. Er waren dagen dat ik vloekend thuiskwam. Dan dacht ik: sommige trainers zijn klootzakken. Maar ik zal in mijn carrière nog trainers tegenkomen die het niet in mij zien zitten.' Onder Vincent Kompany was je ook niet zeker van een plaats op de bank. Hoe ga jij om met die situatie? COBBAUT: 'Een voetballer moet leren omgaan met onzekerheden. Na de eerste match tegen Oostende verdween ik een tijdje uit de ploeg en ik had geen uitleg nodig om te beseffen dat ik gedurende een aantal weken niet aan de bak zou komen. Ik was later begonnen aan het seizoen door mijn deelname aan het EK met de beloften en ik moest wennen aan de nieuwe manier van voetballen als linksback. Het is aan mij om te bewijzen dat ik wel elke week hoor te spelen.' Het seizoen van Anderlecht tot dusver is een grote teleurstelling. Komt het nog goed met deze ploeg? COBBAUT: 'Alle spelers voelen en zien wat er mogelijk is met het voetbal dat we willen brengen. Maar het is frustrerend dat de resultaten niet altijd volgen. Dat moeten we stilaan gaan omkeren.' Jullie spelen zonder echte backs. Dat maakt jullie kwetsbaar en voorspelbaar. COBBAUT: 'In ons systeem hoeven de backs niet over hun man te gaan om een voorzet af te leveren. Hadden we drie keer na elkaar gewonnen dan hadden we niemand over het systeem horen klagen. Maar we winnen geen wedstrijden en dan zit je met een probleem. Voor de buitenwereld is het moeilijk te begrijpen, maar we weten waar we mee bezig en wat het doel is. Ons leerproces is nog niet achter de rug.' Toen Simon Davies officieel trainer was, vond hij dat jullie bij momenten naïef stonden te verdedigen. COBBAUT: 'Dat is ook zo. We moeten nog beter inschatten wanneer we moeten uitvoetballen en wanneer niet. We moeten volwassener voetballen en een wedstrijd beter leren lezen. Nu wachten we te veel op richtlijnen die van de bank komen. Wij moeten zelf onze verantwoordelijkheid nemen. Er hoeft maar een speler te zeggen : Gasten, die bal moet naar voor getrapt worden zodat we allemaal kunnen opschuiven.'Heb je niet de indruk dat je op het verkeerde moment bij Anderlecht bent terechtgekomen? Genk en Club Brugge toonden twee seizoenen geleden ook interesse in jou en die clubs spelen nu Champions League. COBBAUT: 'Ik weet waarom ik voor Anderlecht heb gekozen. Ik kan niet ontkennen dat Anderlecht een van zijn zwaarste periodes doormaakt sinds zijn ontstaan, maar ik sta nog honderd procent achter mijn keuze.' Op Anderlecht word je omschreven als iemand die van zich afbijt wanneer je terechtgewezen wordt. COBBAUT: 'Met de jaren ben ik gekalmeerd. Vroeger kon ik echt niet tegen kritiek. Ik moest altijd antwoorden. Altijd hé. Op den duur zou dat niet goedgekomen zijn. Tijdens de training kan ik ruzie maken met een ploegmaat, maar daarna zijn we opnieuw dikke vrienden.' Dat moest kletteren op training bij KV Mechelen met een Seth De Witte. Ik kan mij niet inbeelden dat hij liet begaan wanneer jij terugriep. COBBAUT: 'Dat liep al eens minder goed af... Als een oudere speler een terechte opmerking maakt, dan zal ik mijn mond houden. Het is de rol van de ervaren jongens om te zeggen: jij doet dat en jij doet dat. En wij moeten luisteren. Klaar. Maar ik zal mij niet laten doen als ik weet dat ik gelijk heb.' Heb je een grote mond leren opzetten door je verleden als pleintjesvoetballer? COBBAUT: ( knikt) 'Op straat moet je op je strepen staan. Anders wordt er over je heen gelopen. Samen op zo'n veldje voetballen, schept vriendschappen. Je bent op elkaar aangewezen. Een tegendoelpunt betekent dat je het veld moet verlaten en het kan héél lang duren voor je weer aan de beurt bent. Wat ik van de pleintjes heb overgehouden is dus mijn winnaarsmentaliteit.' Je hebt je sterke karakter deels op straat ontwikkeld? COBBAUT: 'Vanaf mijn 12e kon je mij altijd buiten vinden met mijn beste vriend. Meestal op een voetbalpleintje - mijn ouders moesten mij van het veld sleuren om naar huis te gaan. Ik heb het nu nog moeilijk om gewoon thuis te blijven zitten. Laat mij maar buiten van het leven genieten.' ( grijnst) Pubers die doelloos over straat lopen, worden snel geassocieerd met hangjongeren. COBBAUT: 'Dat is nog iets anders. Vijf uur blijven plakken op dezelfde plaats, fluiten naar de vrouwtjes, een sigaret opsteken en wat stoer doen. Dát is het gedrag van hangjongeren. Wij waren met andere zaken bezig. Ja, daar zat ook veel kattenkwaad tussen. Maar we waren niet de types die ons bezighielden met drank, drugs, inbraken of vechten. Was het zo ver gekomen dan hadden we ons zeker verdedigd, maar we hebben nooit onze vuisten moeten gebruiken. Wij zijn in onze jeugd nooit in aanraking gekomen met de politie. Wij daagden hen niet uit en zij lieten ons gerust. Ze wisten goed genoeg wie ze in Mechelen moesten pakken...' Op de sociale media post je regelmatig foto's van je vrienden. Het valt op dat je letterlijk een kleurrijke vriendengroep hebt. COBBAUT: 'Ik krijg daar vaak commentaar op. Ik praat of gedraag mij zogezegd niet als een Belg en zou er uitzien als een Marokkaan of een Spanjaard. Ik heb al van alles gehoord... Je m'en fous. Dit jaar hebben we met een hele bende het Suikerfeest gevierd bij iemand thuis. Rond de tafel zaten allemaal mensen met een verschillende achtergrond. Onze culturen verschillen en toch lijken we erg op elkaar. Dat maakt mijn vriendengroep zo uniek.' Mechelen is een multiculturele stad waar het Vlaams Belang ook aan het opkomen is. Sta je daar soms bij stil? COBBAUT: 'Op mijn Facebookpagina zie ik soms slogans van Vlaams Belang verschijnen. Wat die partij doet is toch bullshit? Mijn vrienden en ik lachen er eens goed mee. Ze hebben bij de laatste verkiezingen veel stemmen gehaald, maar ik ga ervan uit dat ze nooit aan de macht zullen komen... Ik ben op Facebook bevriend met Bart Somers en in een van zijn posts las ik dat er in Mechelen mensen van 117 verschillende nationaliteiten wonen. Dat is toch knap? Vroeger was Mechelen vooral bekend om zijn criminaliteit en nu worden we gezien als een diverse stad waar het goed wonen is. Al denk ik dat het slechte imago van Mechelen voor een deel opgeklopt werd. Brussel is bij wijze van spreken ook héél gevaarlijk. Mijn vriendin gaat op school in Schaarbeek en er is haar nog nooit iets overkomen. Het is wat de media ervan maken.' Je bent een volbloed Mechelaar. Maar ik laat mij vertellen dat je graag over de Meir in Antwerpen flaneert. COBBAUT: ( lacht) 'Bij goed weer kan je mij op de Meir zien paraderen in een T-shirt, joggingbroek en met teenslippers aan de voeten. Geen gezever met broeken. Ik draag niet veel propere kleren. Als het echt niet anders kan, zal ik een jeans aantrekken. Maar wie in ons groepje geen trainingsbroek draagt, mag het een hele dag aanhoren.' Hoe ga jij om met je bekendheid? COBBAUT: 'Mensen zullen mij niet gauw benaderen. Ze staren vooral en ik hoor hen dan tegen elkaar fluisteren. Dat was Cobbaut. Ik ben nochtans aanspreekbaar en ik zal nooit een handtekening weigeren. Omdat ik weet hoe ik mij voelde toen ik als klein mannetje aan de ingang van het stadion van KV Mechelen stond te wachten tot er een speler voorbij kwam. Ik weet dat ik een soort rolmodel ben en dat elke misstap de kranten zal halen. Ik ben mij dus goed bewust van wat ik wel en niet mag doen.' Je zal dus nooit een foto posten van jezelf met pakweg een waterpijp in je mond? COBBAUT: 'Niemand zal mij kunnen betrappen met een shisha in de mond. Ik haak meestal af wanneer mijn vrienden naar een shishabar willen gaan. Maar het zou mij niet storen om in zo'n zaak gezien te worden. Iedereen mag denken wat hij wil. Als een ploegmaat graag shishabars bezoekt dan heb ik daar geen probleem mee. Zolang hij maar presteert op training en in de matchen.'