Wanneer op Sclessin zo'n kwartier voor de aftrap 'Highway to Hell' van AC/DC uit de luidsprekers knalt, weten de stadionbezoekers dat het tijd is om hun plaats in de tribunes op te zoeken. Maar voor de belangrijke wedstrijd tegen Sporting Charleroi heeft het nummer ook iets onheilspellends voor de eigen aanhang. Als het straks niet goed oplet, zit Standard zélf op de snelweg naar het inferno.
...

Wanneer op Sclessin zo'n kwartier voor de aftrap 'Highway to Hell' van AC/DC uit de luidsprekers knalt, weten de stadionbezoekers dat het tijd is om hun plaats in de tribunes op te zoeken. Maar voor de belangrijke wedstrijd tegen Sporting Charleroi heeft het nummer ook iets onheilspellends voor de eigen aanhang. Als het straks niet goed oplet, zit Standard zélf op de snelweg naar het inferno. Voor de Rouches is bij een nederlaag de hel het hoekje om, en die hel heeft een naam: play-off 2. Op een spandoek aan de achterruit op een van de supportersbussen uit Charleroi staat 'Les numéros 1 de la Wallonie', en daar gaat het, een beetje cynisch gesteld, slechts om: de eer om zich de beste club van Wallonië te mogen noemen. In een Belgische context omgezet is dat: een duel tussen de nummer zeven en de nummer zes. Een week lang heeft trainer Yannick Ferrera hard zijn best lopen doen om de druk weg te nemen. 'Dit is een belangrijke wedstrijd', benadrukt hij nog op de persconferentie de dag voor de wedstrijd. 'Belangrijk, maar niet levensbelangrijk.' Het perspraatje vindt plaats in de nieuwe perszaal aan het jeugdcomplex van de Académie. Daar worden spelers, trainers en pers op zijn minst niet meer geconfronteerd met het grote uithangbord dat in de vorige perszaal op de Académie hing. 'Liège, nouvelle capitale du foot belge', was het opschrift van een uitvergroot artikel uit de krant Le Soir. Voetbalhoofdstad is Luik al lang niet meer. Toen Yannick Ferrera half september trainer werd in Luik, stond Standard elfde. Vijf wedstrijden en één op vijftien later, stonden de Rouches beschaamd met de rode lantaarn. Met die achtergrond voor ogen is het nog een mirakel dat de Luikse club op dit moment nog kan meedingen voor een plaats bij de eerste zes. Een uur na een bewogen match staan een hoop fans aan de hoofdingang verzameld rond een jongeman die breed lachend poseert voor foto's. Doelman Guillaume Hubert werd een maand geleden opzijgeschoven voor wereldkampioen Víctor Valdés maar grijpt zaterdag in de eerste tien minuten twee keer gepast in wanneer een Charleroispeler helemaal alleen voor hem opdaagt. Dankzij zijn jonge vervanger mag de Spaanse wereldkampioen nog hopen op play-off 1. Hubert is niet de enige met wie in Luik de voorbije maanden geschoven werd. Hoe zeer Standard het afgelopen jaar één grote bouwwerf was, blijkt uit een vergelijking met het team van de allerlaatste wedstrijd van afgelopen seizoen. Van het Standard dat op 24 mei op de laatste speeldag van play-off 1 Charleroi klopte (2-0), kwamen slechts twee spelers zaterdag nog in actie (tegenover zes bij Charleroi): middenvelders Adrien Trebel en Eyong Enoh. Een derde, Alexander Scholz,was er vorig seizoen in de voorlaatste match bij, maar niet in de slotwedstrijd. Toenmalig trainer José Riga is al bijna vergeten, net als zijn opvolger Slavo Muslin. Voorzitter Roland Duchâtelet is vervangen door Bruno Venanzi. Sportief directeur Axel Lawarée (42) werd vorige week aan de kant geschoven. Lawarée, eerst aanvaller bij Seraing, Standard, Moeskroen, FC Sevilla, het Oostenrijkse Bregenz en de Duitse clubs FC Augsburg en Fortuna Düsseldorf en sinds 2010 actief voor het managementbureau Star Factory van zijn goeie vriend Didier Frenay, werd in oktober 2014 op vraag van Roland Duchâtelet sportief raadgever. In juli 2015 werd hij sportief directeur, maar hij was niet de man die hard met de vuist op tafel klopte. Dus zocht de onlangs aangestelde sportief verantwoordelijke Daniel Van Buyten iemand anders met wie hij het goed kan vinden en die net als hij een goeie band heeft met Christophe Henrotay,zoon van de vroegere sportief directeur op Sclessin - Roger Henrotay -en vandaag een van de toonaangevende makelaars op Sclessin. Olivier Renard en de één jaar oudere Van Buyten kennen elkaar al van bij Charleroi, waar ze nog één jaar samen speelden. Na dat seizoen 1998/99 vertrok Renard naar Udinese en Van Buyten naar... Standard! Ook de directeur van de Académie Robert Louis-Dreyfus, de omstreden Christophe Dessy,werd vorige week ontslagen. Straks is ook keeperstrainer Jos Beckx weg. De Limburger gaf al eerder aan dat hij het op zijn 57e wat rustiger aan wil doen en dat hij geen zin meer heeft in twee veldtrainingen per dag en een wekelijkse afzondering voor de wedstrijd. Vijf minuten voor de aftrap stapte Olivier Renard afgelopen zaterdag het stadion binnen, acht jaar nadat hij er in januari 2008 in onvrede vertrok, omdat toenmalig trainer Michel Preud'homme er op een dag Andrés Espinoza in doel zette, en Renard daarover zijn ongenoegen ventileerde in de pers. Drie jaar eerder was Renard in Luik beland via diezelfde Michel Preud'homme. Zijn toenmalige club, Udinese, speelde op een zomertoernooi in Genève tegen PSV, de andere wedstrijd ging tussen Standard en Juventus. Toen Preud'homme Renard vroeg of die geen zin had om naar Standard te komen, was de zaak snel rond. Renard zat toen bij Udinese vooral op de bank. Na Renards vertrek in Luik bleef hij in contact met zijn Luikse vrienden: Jérémy De Vriendt, Sirama Dembelé, Eric Deflandre, toenmalige keeperstrainers Claudy Dardenne en Jorge Veloso en buschauffeur Stéphane Hodeige, nog altijd een van zijn beste vrienden. Ook met Preud'homme werd de band snel hersteld. Al gauw sms'ten beiden weer met elkaar, terwijl ook het contact met de sportieve bestuurders Luciano en Dominique D'Onofrio gauw weer genormaliseerd werd. Al die tijd is Renard bijzonder populair gebleven bij de Luikse aanhang. Hij was altijd al erg close met de harde kern, PHK, en woonde weleens een wedstrijd met hen in Tribune IV bij. Toen Standard zijn fameuze Europese campagnes afwerkte, kocht hij een Europees abonnement. In de zomer van 2012 was een terugkeer naar Sclessin bijna rond. Renard had voor twee jaar als speler getekend, plus nog eens drie jaar als keeperstrainer, op vraag van toenmalig hoofdtrainer José Riga, maar toen die onverwacht vertrok, viel de hele zaak in het water. Daardoor heeft de 36-jarige Olivier Renard intussen wel twee jaar ervaring in het bestuur van een voetbalclub. Bij KV Mechelen was hij eerst anderhalf jaar de assistent van voormalig sportief directeur Fi Vanhoof. Afgelopen zomer nam hij de fakkel over van Vanhoof. Van meet af aan gooide Renard zich gretig op zijn nieuwe rol. Ook toen hij nog assistent was, bleek hij zich niet louter als 'de leerling' op te stellen. Hij liet direct duidelijk zijn stem horen, intern en extern. De uitbollende Vanhoof liet dat gebeuren en zei dat hij liever werkte met iemand die wat afgeremd moest worden dan met iemand die aangepord moest worden. Vaker dan de wat mediaschuwe Vanhoof dook Renard op in de kranten. Soms liet hij er zelfs eens een naam vallen van een speler die KV op het oog had, terwijl KV Mechelen de gewoonte had om daarover net uiterst discreet te zijn. En de stijlbreuk met Vanhoof uitte zich ook op nog andere vlakken. Zo begaf Renard zich vaak en graag tussen de spelers. Hij begroette hen dan niet met een koele handdruk, maar met een coole high five. Sommigen zagen dat als een moderne manier van werken; anderen vonden dat hij te aanwezig was rond de kleedkamer. Door de tandemconstructie tussen Vanhoof en Renard was het voor de buitenwereld niet altijd meer makkelijk om bij inkomende transfers uit te maken op wiens aansturen die er kwamen. Zo was er bijvoorbeeld Ivan Obradovic, die KV transfervrij strikte en voor meer dan twee miljoen euro verkocht. Daarover zegt KV-voorzitter Johan Timmermans: 'Obradovic is aangebracht door makelaars, daar was heel weinig initiatief van ons mee gemoeid.' Nog een lucratieve passage was die van Milos Kosanovic, die onlangs vertrok voor een bedrag dat nog hoger lag dan bij Obradovic. Timmermans: 'Kosanovic is gescout door zowel Vanhoof als Renard.' Volgens verschillende bronnen was Renard overigens ook niet de drijvende kracht achter de versterkte positie van makelaar Dejan Veljkovic in Mechelen. Zoals Renard niet verantwoordelijk was voor elke goede transfer, nam hij ook niet het voortouw bij elke mislukte transfer. Vladimir Volkov bijvoorbeeld, die Obradovic moest opvolgen maar door het ijs zakte, kwam er niet op aansturen van Renard, al zei de Luikenaar ook niet neen tegen die transfer. Er zijn ook transferdossiers waarop wél echt de stempel van Renard prijkt, zoals die van spits Nicolas Verdier, middenvelder Ibrahima Cissé en spelverdeler Sofiane Hanni. Die laatste ging Renard met lef uit de Turkse tweede klasse plukken. Intussen lijkt Hanni op weg om het volgende goudhaantje van KV te worden. Reclame voor het kennersoog van Renard. Ook in andere dossiers kon Renard zijn kwaliteiten etaleren. Toen KV vorig jaar Rafal Wolski wilde huren van Fiorentina, kon de Luikenaar bijvoorbeeld enkele telefoontjes in het Italiaans doen, wat de zaak ten goede kwam. Renard speelde en woonde verscheidene jaren in Italië. Het gaf zijn profcarrière een internationale tint, iets wat altijd helpt om indruk te maken in het wereldje. Ook doelman Jean-François Gillet zou waarschijnlijk niet in Mechelen spelen als Renard er niet in het bestuur had gezeten. Renard heeft veel spelers die met hem bevriend zijn. Voor een sportief directeur is dat een tweesnijdend zwaard. Enerzijds kan het helpen om bepaalde spelers te halen, anderzijds is een geur van vriendjespolitiek dan nooit ver weg. Colin Coosemans, wiens verdere ontwikkeling geblokkeerd werd door de komst van Gillet, slingerde onlangs in een krant beschuldigingen in die trant naar het hoofd van Renard. Maar Renard zelf houdt altijd vol dat hij in het belang denkt van de club waarvoor hij werkt. Bij KV moest onder meer het afscheid van Alessandro Cordaro, ook een maat van hem, gelden als een bewijs daarvan. Renard presenteerde zich bij KV Mechelen als een toegankelijk iemand, sympathiek in de omgang en een man die zich goed kan uitdrukken. Maar insiders leerden ook een andere kant van hem kennen en stellen dat hij vooral goed communiceert als het in zijn kraam past. Werkt iemand hem in zijn ogen tegen of voelt hij zich onheus bejegend, dan komt er bij Renard een rancuneus kantje bovendrijven. Voor de ene symboliseert dat een sterk karakter; voor de andere getuigt het van een al te groot ego. Hoe dan ook, media die eens een dissonante stem lieten horen, botsten er de voorbije jaren weleens tegenaan. Zo kreeg een journalist van Gazet van Antwerpen onder impuls van Renard een jaar lang geen interviews vanuit de club. Sport/Voetbalmagazine kreeg, ook op aansturen van Renard, zelfs twee keer een boycot aangesmeerd. Dat de rest van het bestuur Renard hierin volgde, hoewel de relaties met de pers niet tot zijn bevoegdheid behoorden, zegt iets over het aanzien dat Renard genoot bij KV. Sommigen bij KV kregen af en toe de indruk dat Renard zich met te veel moeide, iets wat mogelijk samenhangt met de grote ambities van de Henegouwer. Als een jonge, hongerige hond liep hij rond in een kleine vzw die wel charmant is, maar (nog) niet het toonbeeld van de hypermoderne club. Dat Renard bij zijn afscheid gesproken zou hebben over een gebrek aan professionalisme bij KV, kan in dat kader passen. Bij Standard wacht hem, aan de zijde van de nieuwe sterke sportieve man, zijn vriend Daniel Van Buyten, alvast een zware opdracht. DOOR PIERRE DANVOYE, KRISTOF DE RYCK EN GEERT FOUTRÉ - FOTO'S BELGAIMAGEOp KV Mechelen liet Renard direct duidelijk zijn stem horen, intern en extern.