Wie meer te weten wil komen over de bijna 120-jarige geschiedenis van Borussia Mönchengladbach, kan sinds kort terecht in een van de grootste en modernste voetbalmusea van Europa. Fohlenwelt heet het en het ligt pal naast het stadion. De meeste ruimte is vanzelfsprekend gereserveerd voor de gouden jaren zeventig, waarin Borussia vijf Duitse landstitels en twee UEFA Cups won. Maar ook de teloorgang in de latere decennia komt aan bod.

Onder de uitgestalde waren zit veel moois. Een voetbalmuiltje van Günter Netzer, een van de mooiste en meest eigenzinnige spelers die Duitsland voortbracht. De Gouden Bal die Allan Simonsen in 1977 ontving, als beste voetballer van Europa. Een pijp van Helmut Grashoff, als manager decennialang een van de drijvende krachten achter Borussia Mönchengladbach. De oranje bal van de met 11-0 gewonnen sneeuwwedstrijd tegen Schalke 04, in 1967. Een plukje gras uit het Bökelbergstadion, de mythische thuishaven van weleer. Een geknakte paal. Dat artefact herinnert aan de dag dat Borussia-aanvaller Herbert Laumen het doelnet in struikelde, de lat en een paal mee naar beneden trok en zo het vroegtijdige einde van het duel tussen Borussia en Werder Bremen én van het tijdperk van de houten doelen inluidde.

Ook te bezichtigen: een leeg colablikje. Het belandde hier in Mönchengladbach ooit op het hoofd van Roberto Boninsegna, de vedette van Internazionale die volgens de (plaatselijke) overlevering met zeer veel theater naar de grond ging. Borussia won die avond met 7-1 van de Italiaanse topclub, maar zag die legendarische uitslag later geschrapt vanwege het blikjesincident. De wedstrijd werd overgespeeld op neutraal terrein, over twee duels legde de Duitse club het alsnog af tegen de Milanezen. Vijftig jaar later is Das Büchsenwurfspiel nog altijd een begrip. Fohlenweltbezoekers kunnen zich ook vergapen aan een plukje pluishaar. Het maakte ooit deel uit van de befaamde ontplofte matrassencoupe van de Braziliaan Dante (ex-Charleroi en -Standard), die de tondeuse hanteerde nadat hij zich met Borussia in 2011 ternauwernood had gehandhaafd in de Bundesliga. Fijn museum, dus.

Hillsborough

Maar wie op wedstrijddagen minder tijd heeft of wat geld wil uitsparen, kan ook gewoon terecht in het Fan Haus in de bosjes tegenover het Borussia-Park. Op de plek waar ooit Engelse soldaten gelegerd waren, komen nu supporters voor en na thuiswedstrijden samen om bier te drinken en over foute muziek heen te schreeuwen. De bar is volgehangen met krantenknipsels, elftalfoto's, vaantjes en andere voetbalattributen. ' Wir vom Westen sind die Besten', prijkt op een sjaaltje boven de bar. Ernaast, het is even schrikken, een grote foto met het hoofd van Stefan Effenberg.

Eén hoek van de Borussiasupportersbar is opvallend genoeg volledig gewijd aan een andere club. Rode shirts, You'll never walk alone, Bill Shankly, Kenny Dalglish, Virgil van Dijk. 'Wij hebben een officiële vriendschapsband met Liverpool', zegt Bastiaan Hoogesteger, een vriendelijke kale reus die vicevoorzitter is van Fanprojekt Borussia Mönchengladbach. Hij vertelt dat de clubs met elkaar verweven raakten na de Hillsboroughstadionramp dertig jaar geleden. Fans van Borussia zamelden destijds geld in om nabestaanden van de 96 betreurde Liverpoolsupporters te ondersteunen.

De eigenzinnige Gunter Netzer was de ster van het succesrijke Borussia uit de jaren zeventig., BELGAIMAGE
De eigenzinnige Gunter Netzer was de ster van het succesrijke Borussia uit de jaren zeventig. © BELGAIMAGE

Het gebaar werd gewaardeerd, en leidde tot een nauwe verwantschap. Jaarlijks gaat een uitgebreide supportersdelegatie uit Mönchengladbach naar Anfield, waar dan traditiegetrouw het clublied van Borussia wordt gespeeld. Omgekeerd zijn Liverpoolfans eens per jaar eregasten bij een thuiswedstrijd van Die Fohlen. Er zijn veel parallellen te trekken tussen beide clubs: ze hebben een enorme achterban, met aanhangers in alle uithoeken van de wereldkaart. Ze waren een halve eeuw geleden toonaangevend, maar de laatste landstitel hebben alleen verstokte aanhangers nog meegevierd.

Wie in Liverpool en Mönchengladbach zijn oor te luister legt, bespeurt in beide steden ook hetzelfde ingebakken voorbehoud. 'Wij kampioen? Welnee', lacht Hoogesteger, en zijn omstanders in het supporterscafé lachen met hem mee. 'Wij zijn Borussia. Het seizoen is nog lang, er kan nog van alles misgaan en dat zijn we hier ondertussen ook wel gewend. Wij zijn gewend geraakt aan sportieve teleurstelling.' Het is een sentiment dat hier deze zaterdagmiddag overal weerklinkt. Voor de eerste landstitel in 1977 moeten er nog veel gekke dingen gebeuren.

Vollgasfussbal

Hoogesteger vreest dat een andere club verrassend met de landstitel aan de haal gaat. Het kunstmatige, poenige RB Leipzig, bijvoorbeeld. Overal in Duitsland gehaat, zo ook hier. 'Dán nog liever Bayern kampioen. Dat zijn we gewend.' Borussia en Bayern, dat was in de jaren zeventig de grote prestigeslag van het Duitse voetbal. Samen verdeelden ze jarenlang de prijzen.

Twee sporen die sindsdien uiteen liepen, komen nu weer even bijeen. 'Het is weer een beetje als vroeger, toen was het altijd haasje-over met Bayern', glundert bankmedewerker en levenslang Borussiafan Randolf Jansen, naast de walmende braadworstenkraam voor het stadion de warmte zijn winterneus in snuivend. Zestig jaar geleden kwam hij op een steenworp van de Bökelberg ter wereld. Hij werd verwend met successen en sprookjesvoetbal.

Zaken die niet vanzelfsprekend zijn, ontdekte hij op latere leeftijd. De winst van de DFB-beker in 1995 was een waterstroompje in de woestijn. De eens vliegende Veulens vergaloppeerden zich steeds vaker. Tot twee maal toe moest Jansen een vernederende aftocht naar de Tweede Bundesliga ondergaan. Hij bleef zijn club steunen, want zo zijn Borussiafans: zeldzaam trouw. Dat is ook niet zo gek zegt de zestiger, pretogen onder een dikke clubmuts. 'Want buiten het voetbal heeft Mönchengladbach niet zoveel te bieden.' Nee, een bruisende stad is het niet. Een hardnekkig gerucht in Duitsland wil dat in Mönchengladbach na zonsondergang de trottoirs worden ingeklapt. Jansen kan het niet bevestigen, maar weet wel dat zonder voetbal weinig mensen van zijn woonplaats hadden gehoord. 'Onze club heeft onze stad grootgemaakt. Wáár we vroeger ook op vakantie gingen, van Spanje tot Griekenland; als we zeiden dat we uit Gladbach kwamen, dan reageerde iedereen enthousiast. 'Aaaah, Borussia!' In heel Europa genoten ze van ons voetbal.'

Die tijden zijn nog niet teruggekeerd, maar Borussia speelt onder de afgelopen zomer aangestelde trainer Marco Rose wel weer op een wijze die tot ver buiten de stadsgrenzen indruk maakt. Dynamisch, snel, doelgericht, vol passie, venijn en bravoure. Vollgasfussbal, in de geest van Jürgen Klopp. Rose was bij FSV Mainz 05 speler onder de huidige trainer van Liverpool. Met Klopp als leermeester en inspiratiebron timmert de 43-jarige Leipziger nu zelf ook aan een veelbelovende trainersloopbaan. Na succesvolle jaren in de opleiding van RB Salzburg leidde hij het eerste elftal van de Oostenrijkse club in twee seizoenen naar evenzoveel landstitels, een nationale beker en een halvefinaleplaats in de Europa League.

Badeendjes

Sinds de zomer is hij met Borussia een sensatie in de Bundesliga. 'Mja, ' zegt Jansen, 'in het begin van dit seizoen speelden we vaak grottenschlecht. Maar dan wonnen we wel. Zo hebben de spelers aan vertrouwen gewonnen. Daarna was het volop genieten als supporters. We winnen, en we spelen zeer aantrekkelijk.' Spel dat herinneringen aan de jaren zeventig oproept, zo valt de laatste weken steeds vaker te horen en te lezen. ' Quatsch', vindt Jansen. 'Je kunt de tijden niet vergelijken. Günter Netzer had vroeger alle tijd om een bal onder de voet te stoppen, links te kijken, rechts te kijken, en dan eens rustig te besluiten welke kant hij op zou passen. Dat kán niet meer. Het voetbal is zoveel sneller en harder geworden. Niet mooier, wel moeilijker. Netzer zou vandaag de dag niet meer meekunnen.'

Jansen wordt haast onder de voet gelopen. Het is anderhalf uur voor de aftrap, maar rondom Borussia-Park al zo druk als een winkelstraat op een koopjeszondag. Supporters eten een worst, drinken een pils. Of duiken nog even de fanshop in. Wie daarbij een rommelig hokje met wat voetbalshirtjes aan een hangertje voor zich ziet, moet zijn beeld bijstellen. Voor de verkoop van spullen voorzien van clublogo heeft Borussia Mönchengladbach een middelgroot warenhuis ingericht. Er zijn deze zaterdagmiddag 22 kassa's in gebruik. Er is een rij om binnen te komen. Binnen wacht een uitgebreid feestdagenassortiment. Er zijn Borussiakersttruien, Borussiakerstmutsen, Borussiakerstballen, Borussiakerstchocolaatjes, Borussiakerstsokken, Borussiakerstkalenders; ach, wat is hier eigenlijk niet? Borussia-onderbroeken? Check. Borussiaparfum? Check. Borussiabadeendjes? Check.

Onder de Oostenrijkse trainer Marco Rose speelt Borussia dynamisch, snel en doelgericht., BELGAIMAGE
Onder de Oostenrijkse trainer Marco Rose speelt Borussia dynamisch, snel en doelgericht. © BELGAIMAGE

Borussiacondooms, díe zijn nergens meer te bekennen. In de jaren tachtig vonden ze gretig aftrek. Opdruk: für jeden Freistoss. Nu waait er een andere wind dan in die rebelse jaren. Borussia is naast voetbalclub ook onmiskenbaar een bedrijf geworden, eentje met een behoorlijke expansiedrift. Op het stadionterrein verrezen de laatste jaren een hotel met 131 kamers en een jeugdinternaat met plaats voor 24 talenten; de zogenoemde Fohlenstall. In Borussia-Park is de authentieke meurende pisbakkensfeer van de Bökelberg ver weg. Het huidige onderkomen, dat 54.000 toeschouwers kan herbergen, is af tot in de details. Zelfs de wc-rolhouders zijn voorzien van een clublogo.

Que sera, sera

Arie van Lent, de Nederlandse aanvaller die in het begin van dit millennium een aantal seizoenen voor Gladbach uitkwam, wordt hier nog steeds op handen gedragen. Al was het maar omdat hij de laatste goal op de Bökelberg maakte. Eens bellen met Van Lent, vragen waar hij uithangt. 'Vanmiddag was ik onderweg met mijn eigen team', zegt de trainer van Borussia U23. 'Toen ik hier voetbalde, was dat een andere tijd. Ik heb nog met Borussia in de Tweede Bundesliga gespeeld. De club zat in heel zwaar weer, had elk jaar de grootste moeite om aan een nieuwe licentie te komen. In die jaren had het ook helemaal anders kunnen aflopen. Na die eerste degradatie is er schoon schip gemaakt. Er kwam een nieuw bestuur, die mensen zitten er vandaag de dag nog. Zij hebben de juiste beslissingen genomen om de club weer op de rails te krijgen. Borussia is in hun tijd nog wel een keer gedegradeerd, maar dat was anders, minder dramatisch. Na een jaartje in de Tweede Bundesliga was de club weer terug op het hoogste niveau. De laatste jaren zit de groei er goed in. Ik vind het zo mooi, vooral voor al die trouwe fans. Ook in de Tweede Bundesliga zaten er 30.000 mensen op de Bökelberg. Zelfs uit werden we overal massaal gesteund. Borussia is iets ongelooflijks.'

Van Lent weet dat zijn club in het hele land veel sympathisanten heeft. Het blijkt ook in het Fan Haus. Veel supporters zijn vanochtend in alle vroegte van huis gegaan. Frank Ulrich vertelt trots dat hij uit Bayreuth komt. 'Zeshonderd kilometer naar het oosten.' De verbazing verbaast hem. 'Voor Borussia doe je dat.' Bijzonder is ook dat hier in de kroeg de de supporters van de tegenstander schouder en schouder staan met de aanhangers van de thuisploeg. Voetbal verbroedert hier, betoogt Andreas Ambs. 'Mij maakt het niet zoveel uit of we prijzen winnen', zegt de portretfotograaf uit Göttingen, ruim driehonderd kilometer verderop. Hij neemt een teug van zijn Altbier.

'Naar Bayern ga je voor de prijzen. Naar Borussia kom je voor het wij-gevoel.' Dat is een romantische gedachte, maar tgenwoordig klinkt toch wel de hunkering uit 50.000 kelen.

Que Sera, Sera

Borussia ist wieder da

Deutscher Meister im nächsten Jahr

Que Sera, Sera.

Gladbach in cijfers

120

In 2020 bestaat Borussia Mönchengladbach 120 jaar. De club werd opgericht op 1 augustus 1900.

5

... keer werd Gladbach Duits kampioen: in 1970, 1971, 1975, 1976 en 1977.

1979

In dat jaar pakten Die Fohlen hun laatste Europese trofee. Ze wonnen de UEFA Cup door in de finale Rode Ster Belgrado te verslaan. In 1975 hadden ze die beker ook al eens gewonnen, nadat ze FC Twente opzij hadden gezet.

25

... jaar is het geleden dat Borussia Mönchengladbach nog eens een belangrijke prijs won. Toen kon het de DFB-Pokal in zijn trofeeënkast bijzetten. Het won de Duitse beker ook in 1960 en in 1973.

Wie meer te weten wil komen over de bijna 120-jarige geschiedenis van Borussia Mönchengladbach, kan sinds kort terecht in een van de grootste en modernste voetbalmusea van Europa. Fohlenwelt heet het en het ligt pal naast het stadion. De meeste ruimte is vanzelfsprekend gereserveerd voor de gouden jaren zeventig, waarin Borussia vijf Duitse landstitels en twee UEFA Cups won. Maar ook de teloorgang in de latere decennia komt aan bod. Onder de uitgestalde waren zit veel moois. Een voetbalmuiltje van Günter Netzer, een van de mooiste en meest eigenzinnige spelers die Duitsland voortbracht. De Gouden Bal die Allan Simonsen in 1977 ontving, als beste voetballer van Europa. Een pijp van Helmut Grashoff, als manager decennialang een van de drijvende krachten achter Borussia Mönchengladbach. De oranje bal van de met 11-0 gewonnen sneeuwwedstrijd tegen Schalke 04, in 1967. Een plukje gras uit het Bökelbergstadion, de mythische thuishaven van weleer. Een geknakte paal. Dat artefact herinnert aan de dag dat Borussia-aanvaller Herbert Laumen het doelnet in struikelde, de lat en een paal mee naar beneden trok en zo het vroegtijdige einde van het duel tussen Borussia en Werder Bremen én van het tijdperk van de houten doelen inluidde. Ook te bezichtigen: een leeg colablikje. Het belandde hier in Mönchengladbach ooit op het hoofd van Roberto Boninsegna, de vedette van Internazionale die volgens de (plaatselijke) overlevering met zeer veel theater naar de grond ging. Borussia won die avond met 7-1 van de Italiaanse topclub, maar zag die legendarische uitslag later geschrapt vanwege het blikjesincident. De wedstrijd werd overgespeeld op neutraal terrein, over twee duels legde de Duitse club het alsnog af tegen de Milanezen. Vijftig jaar later is Das Büchsenwurfspiel nog altijd een begrip. Fohlenweltbezoekers kunnen zich ook vergapen aan een plukje pluishaar. Het maakte ooit deel uit van de befaamde ontplofte matrassencoupe van de Braziliaan Dante (ex-Charleroi en -Standard), die de tondeuse hanteerde nadat hij zich met Borussia in 2011 ternauwernood had gehandhaafd in de Bundesliga. Fijn museum, dus. Maar wie op wedstrijddagen minder tijd heeft of wat geld wil uitsparen, kan ook gewoon terecht in het Fan Haus in de bosjes tegenover het Borussia-Park. Op de plek waar ooit Engelse soldaten gelegerd waren, komen nu supporters voor en na thuiswedstrijden samen om bier te drinken en over foute muziek heen te schreeuwen. De bar is volgehangen met krantenknipsels, elftalfoto's, vaantjes en andere voetbalattributen. ' Wir vom Westen sind die Besten', prijkt op een sjaaltje boven de bar. Ernaast, het is even schrikken, een grote foto met het hoofd van Stefan Effenberg. Eén hoek van de Borussiasupportersbar is opvallend genoeg volledig gewijd aan een andere club. Rode shirts, You'll never walk alone, Bill Shankly, Kenny Dalglish, Virgil van Dijk. 'Wij hebben een officiële vriendschapsband met Liverpool', zegt Bastiaan Hoogesteger, een vriendelijke kale reus die vicevoorzitter is van Fanprojekt Borussia Mönchengladbach. Hij vertelt dat de clubs met elkaar verweven raakten na de Hillsboroughstadionramp dertig jaar geleden. Fans van Borussia zamelden destijds geld in om nabestaanden van de 96 betreurde Liverpoolsupporters te ondersteunen. Het gebaar werd gewaardeerd, en leidde tot een nauwe verwantschap. Jaarlijks gaat een uitgebreide supportersdelegatie uit Mönchengladbach naar Anfield, waar dan traditiegetrouw het clublied van Borussia wordt gespeeld. Omgekeerd zijn Liverpoolfans eens per jaar eregasten bij een thuiswedstrijd van Die Fohlen. Er zijn veel parallellen te trekken tussen beide clubs: ze hebben een enorme achterban, met aanhangers in alle uithoeken van de wereldkaart. Ze waren een halve eeuw geleden toonaangevend, maar de laatste landstitel hebben alleen verstokte aanhangers nog meegevierd. Wie in Liverpool en Mönchengladbach zijn oor te luister legt, bespeurt in beide steden ook hetzelfde ingebakken voorbehoud. 'Wij kampioen? Welnee', lacht Hoogesteger, en zijn omstanders in het supporterscafé lachen met hem mee. 'Wij zijn Borussia. Het seizoen is nog lang, er kan nog van alles misgaan en dat zijn we hier ondertussen ook wel gewend. Wij zijn gewend geraakt aan sportieve teleurstelling.' Het is een sentiment dat hier deze zaterdagmiddag overal weerklinkt. Voor de eerste landstitel in 1977 moeten er nog veel gekke dingen gebeuren. Hoogesteger vreest dat een andere club verrassend met de landstitel aan de haal gaat. Het kunstmatige, poenige RB Leipzig, bijvoorbeeld. Overal in Duitsland gehaat, zo ook hier. 'Dán nog liever Bayern kampioen. Dat zijn we gewend.' Borussia en Bayern, dat was in de jaren zeventig de grote prestigeslag van het Duitse voetbal. Samen verdeelden ze jarenlang de prijzen. Twee sporen die sindsdien uiteen liepen, komen nu weer even bijeen. 'Het is weer een beetje als vroeger, toen was het altijd haasje-over met Bayern', glundert bankmedewerker en levenslang Borussiafan Randolf Jansen, naast de walmende braadworstenkraam voor het stadion de warmte zijn winterneus in snuivend. Zestig jaar geleden kwam hij op een steenworp van de Bökelberg ter wereld. Hij werd verwend met successen en sprookjesvoetbal. Zaken die niet vanzelfsprekend zijn, ontdekte hij op latere leeftijd. De winst van de DFB-beker in 1995 was een waterstroompje in de woestijn. De eens vliegende Veulens vergaloppeerden zich steeds vaker. Tot twee maal toe moest Jansen een vernederende aftocht naar de Tweede Bundesliga ondergaan. Hij bleef zijn club steunen, want zo zijn Borussiafans: zeldzaam trouw. Dat is ook niet zo gek zegt de zestiger, pretogen onder een dikke clubmuts. 'Want buiten het voetbal heeft Mönchengladbach niet zoveel te bieden.' Nee, een bruisende stad is het niet. Een hardnekkig gerucht in Duitsland wil dat in Mönchengladbach na zonsondergang de trottoirs worden ingeklapt. Jansen kan het niet bevestigen, maar weet wel dat zonder voetbal weinig mensen van zijn woonplaats hadden gehoord. 'Onze club heeft onze stad grootgemaakt. Wáár we vroeger ook op vakantie gingen, van Spanje tot Griekenland; als we zeiden dat we uit Gladbach kwamen, dan reageerde iedereen enthousiast. 'Aaaah, Borussia!' In heel Europa genoten ze van ons voetbal.' Die tijden zijn nog niet teruggekeerd, maar Borussia speelt onder de afgelopen zomer aangestelde trainer Marco Rose wel weer op een wijze die tot ver buiten de stadsgrenzen indruk maakt. Dynamisch, snel, doelgericht, vol passie, venijn en bravoure. Vollgasfussbal, in de geest van Jürgen Klopp. Rose was bij FSV Mainz 05 speler onder de huidige trainer van Liverpool. Met Klopp als leermeester en inspiratiebron timmert de 43-jarige Leipziger nu zelf ook aan een veelbelovende trainersloopbaan. Na succesvolle jaren in de opleiding van RB Salzburg leidde hij het eerste elftal van de Oostenrijkse club in twee seizoenen naar evenzoveel landstitels, een nationale beker en een halvefinaleplaats in de Europa League.Sinds de zomer is hij met Borussia een sensatie in de Bundesliga. 'Mja, ' zegt Jansen, 'in het begin van dit seizoen speelden we vaak grottenschlecht. Maar dan wonnen we wel. Zo hebben de spelers aan vertrouwen gewonnen. Daarna was het volop genieten als supporters. We winnen, en we spelen zeer aantrekkelijk.' Spel dat herinneringen aan de jaren zeventig oproept, zo valt de laatste weken steeds vaker te horen en te lezen. ' Quatsch', vindt Jansen. 'Je kunt de tijden niet vergelijken. Günter Netzer had vroeger alle tijd om een bal onder de voet te stoppen, links te kijken, rechts te kijken, en dan eens rustig te besluiten welke kant hij op zou passen. Dat kán niet meer. Het voetbal is zoveel sneller en harder geworden. Niet mooier, wel moeilijker. Netzer zou vandaag de dag niet meer meekunnen.' Jansen wordt haast onder de voet gelopen. Het is anderhalf uur voor de aftrap, maar rondom Borussia-Park al zo druk als een winkelstraat op een koopjeszondag. Supporters eten een worst, drinken een pils. Of duiken nog even de fanshop in. Wie daarbij een rommelig hokje met wat voetbalshirtjes aan een hangertje voor zich ziet, moet zijn beeld bijstellen. Voor de verkoop van spullen voorzien van clublogo heeft Borussia Mönchengladbach een middelgroot warenhuis ingericht. Er zijn deze zaterdagmiddag 22 kassa's in gebruik. Er is een rij om binnen te komen. Binnen wacht een uitgebreid feestdagenassortiment. Er zijn Borussiakersttruien, Borussiakerstmutsen, Borussiakerstballen, Borussiakerstchocolaatjes, Borussiakerstsokken, Borussiakerstkalenders; ach, wat is hier eigenlijk niet? Borussia-onderbroeken? Check. Borussiaparfum? Check. Borussiabadeendjes? Check. Borussiacondooms, díe zijn nergens meer te bekennen. In de jaren tachtig vonden ze gretig aftrek. Opdruk: für jeden Freistoss. Nu waait er een andere wind dan in die rebelse jaren. Borussia is naast voetbalclub ook onmiskenbaar een bedrijf geworden, eentje met een behoorlijke expansiedrift. Op het stadionterrein verrezen de laatste jaren een hotel met 131 kamers en een jeugdinternaat met plaats voor 24 talenten; de zogenoemde Fohlenstall. In Borussia-Park is de authentieke meurende pisbakkensfeer van de Bökelberg ver weg. Het huidige onderkomen, dat 54.000 toeschouwers kan herbergen, is af tot in de details. Zelfs de wc-rolhouders zijn voorzien van een clublogo. Arie van Lent, de Nederlandse aanvaller die in het begin van dit millennium een aantal seizoenen voor Gladbach uitkwam, wordt hier nog steeds op handen gedragen. Al was het maar omdat hij de laatste goal op de Bökelberg maakte. Eens bellen met Van Lent, vragen waar hij uithangt. 'Vanmiddag was ik onderweg met mijn eigen team', zegt de trainer van Borussia U23. 'Toen ik hier voetbalde, was dat een andere tijd. Ik heb nog met Borussia in de Tweede Bundesliga gespeeld. De club zat in heel zwaar weer, had elk jaar de grootste moeite om aan een nieuwe licentie te komen. In die jaren had het ook helemaal anders kunnen aflopen. Na die eerste degradatie is er schoon schip gemaakt. Er kwam een nieuw bestuur, die mensen zitten er vandaag de dag nog. Zij hebben de juiste beslissingen genomen om de club weer op de rails te krijgen. Borussia is in hun tijd nog wel een keer gedegradeerd, maar dat was anders, minder dramatisch. Na een jaartje in de Tweede Bundesliga was de club weer terug op het hoogste niveau. De laatste jaren zit de groei er goed in. Ik vind het zo mooi, vooral voor al die trouwe fans. Ook in de Tweede Bundesliga zaten er 30.000 mensen op de Bökelberg. Zelfs uit werden we overal massaal gesteund. Borussia is iets ongelooflijks.' Van Lent weet dat zijn club in het hele land veel sympathisanten heeft. Het blijkt ook in het Fan Haus. Veel supporters zijn vanochtend in alle vroegte van huis gegaan. Frank Ulrich vertelt trots dat hij uit Bayreuth komt. 'Zeshonderd kilometer naar het oosten.' De verbazing verbaast hem. 'Voor Borussia doe je dat.' Bijzonder is ook dat hier in de kroeg de de supporters van de tegenstander schouder en schouder staan met de aanhangers van de thuisploeg. Voetbal verbroedert hier, betoogt Andreas Ambs. 'Mij maakt het niet zoveel uit of we prijzen winnen', zegt de portretfotograaf uit Göttingen, ruim driehonderd kilometer verderop. Hij neemt een teug van zijn Altbier. 'Naar Bayern ga je voor de prijzen. Naar Borussia kom je voor het wij-gevoel.' Dat is een romantische gedachte, maar tgenwoordig klinkt toch wel de hunkering uit 50.000 kelen. Que Sera, SeraBorussia ist wieder daDeutscher Meister im nächsten JahrQue Sera, Sera.