Op 27 januari scoorde De Smet een wereldgoal op Kortrijk met zijn mindere rechtervoet. Voor De Smet was dat hét hoogtepunt in een periode van twee jaar waarin hij nauwelijks aan spelen toekwam. De Smet kreeg eind december 2016 op het veld van Genk zijn eerste invalbeurt - de verdediger was toen 18 - en er werd hem een grote toekomst voorspeld. Niet het minst omdat hij het volle vertrouwen kreeg van Vanhaezebrouck. Daarna viel de carrière van De Smet helemaal stil. Tweeënhalf jaar na zijn debuut staat de teller op amper negen competitiematchen. Gent probeerde hem de voorbije jaren te stallen bij Oostende, OH Leuven en zelfs over de grens bij FC Eindhoven, maar tot een transfer kwam het nooit. Na de jaarwisseling was het duidelijk geworden dat een contractverlenging niet aan de orde was en na negen jaar was De Smet ook toe aan een nieuwe uitdaging. Weg van de Ghelamco Arena, waar hij voortdurend in de schaduw voetbalde van aanvoerder Asare.
...

Op 27 januari scoorde De Smet een wereldgoal op Kortrijk met zijn mindere rechtervoet. Voor De Smet was dat hét hoogtepunt in een periode van twee jaar waarin hij nauwelijks aan spelen toekwam. De Smet kreeg eind december 2016 op het veld van Genk zijn eerste invalbeurt - de verdediger was toen 18 - en er werd hem een grote toekomst voorspeld. Niet het minst omdat hij het volle vertrouwen kreeg van Vanhaezebrouck. Daarna viel de carrière van De Smet helemaal stil. Tweeënhalf jaar na zijn debuut staat de teller op amper negen competitiematchen. Gent probeerde hem de voorbije jaren te stallen bij Oostende, OH Leuven en zelfs over de grens bij FC Eindhoven, maar tot een transfer kwam het nooit. Na de jaarwisseling was het duidelijk geworden dat een contractverlenging niet aan de orde was en na negen jaar was De Smet ook toe aan een nieuwe uitdaging. Weg van de Ghelamco Arena, waar hij voortdurend in de schaduw voetbalde van aanvoerder Asare. Door een patellapeesblessure, die hij opliep tijdens de eerste trainingsweek, kon De Smet zijn reputatie van groot talent nog niet waarmaken. Uit voorzorg kreeg hij vooral rust voorgeschreven. Op Stayen is het geloof in de twintiger wel groot. De komst van De Smet, die van zichzelf vindt dat hij iets mondiger moeten worden en zijn ploegmakkers nog beter moet coachen, geeft Brys meer wisselmogelijkheden achterin. In principe werd de voormalige jeugdspeler van Club Brugge gehaald om links of centraal te spelen in de driemansverdediging. Bij de nationale jeugdploegen maakte De Smet ooit deel uit van de Future Talents, de zogenaamde laatmature spelers die op lichamelijk vlak een achterstand hebben. Op zijn 21e is De Smet helemaal volgroeid, maar op het veld heeft hij nog alles te bewijzen. De technische staf beseft dat voor De Smet het moment is aangebroken om door te breken, maar ze willen hem de tijd geven om bij te leren. De stap naar STVV is voor De Smet hoe dan ook een goede waardemeter voor het vervolg van zijn carrière. Tijdens een van de teambuildingactiviteiten in het Nederlandse Horst werden de spelers in verschillende groepen ingedeeld om een vlot te bouwen. Steppe, Balongo en Boli waren de handige Harry's. Asamoah kan niet zwemmen en liet zich als een koning voortduwen op een vlot. In de oefenmatch tegen VV Venlo werden enkele omstanders opgeschrikt door een stevige woordenwisseling tussen T2 Charai en een van de lijnrechters. Brys moest tussenkomen om de boel te kalmeren en toen de ruzie was bijgelegd, merkte de vlaggenman dat de match zonder hem weer op gang was gefloten. De nieuwkomers kijken meestal op tegen het ontgroeningsritueel waarbij een liedje gezongen moet worden. Endo was op stage echter niet weg te slaan van de micro en entertainde zijn ploegmaats met hits van Ed Sheeran. N elson Balongo, zoon van een Congolese vader en een Belgische moeder, kwam op zijn zesde al op de radar van Genk en Standard. Hij koos voor de Rouches, waar hij tot zijn dertien jaar zou blijven alvorens zich bij STVV aan te sluiten. In 2017 kreeg de carrière van Balongo een nieuwe wending: hij liet zich met de U20 van Congo opmerken tijdens het vierjaarlijkse voetbaltoernooi op Les Jeux de la Francophonie in Ivoorkust en versierde ogenblikkelijk een transfer naar het Portugese Boavista. Na 21 goals bij de U19 keerde Balongo toch terug naar STVV. Balongo ligt nog een jaar onder contract op Stayen en zal dit seizoen wellicht meer speelkansen krijgen dan in de vorige campagne, toen hij bleef steken op twee selecties. De 20-jarige toonde in de voorbereiding zijn trefzekerheid, maar hij mist body en ervaring om gedurende 90 minuten te wegen op een verdediging. De komende maanden heeft Balongo zich belast met een speciale missie: met de U23 van Congo een ticket afdwingen voor de Olympische Spelen in Tokio. 1 Hoe lang loop je al rond op Stayen? 'Volgend jaar word ik 40 en dan zal ik aan mijn 23e jaar toe zijn. Bij de jeugd heb ik twee keer de kans gehad om bij STVV te komen voetballen, maar ik zat goed bij SK Wellen. Ik heb er zes jaar gespeeld en we werden vijf keer kampioen. Eén keer zelfs op het veld van STVV. Op mijn 17e is STVV een tweede keer komen aankloppen en toen zei mijn vader: nu ga je naar Sint-Truiden. In het eerste elftal van STVV heb ik een paar keer de mogelijkheid gehad om te vertrekken. Naar een ploeg van hetzelfde niveau, dat had geen zin. Maar ik ben nooit in de verleiding gekomen om te vertrekken en daar heb ik nog altijd geen spijt van.' 2 Wat is het DNA van STVV? 'Voetbal, volk en vuur. Ik versta daaronder: alles geven voor het embleem van de club en in alle omstandigheden een goede mentaliteit tonen. Ik kan niet ontkennen dat die een beetje veranderd is. Het doet mij ook pijn om te zien hoe weinig volk er kwam opdagen de voorbije jaren. Vroeger speelde ik geregeld voor 8000 man, nu loopt het stadion enkel nog vol voor de topmatchen. Aan het voetbal zal het niet liggen.' 3 Ben je als team- manager de oren en ogen van de trainer, of de vriend van de spelers? 'Ik probeer het allebei een beetje te zijn, maar het hangt af van de situatie. Soms ben ik een vriend, soms moet ik streng optreden. Mijn achtergrond als ex-speler is zeker een voordeel. Eigenlijk heb ik één hoofdbekommernis: dat spelers en trainers zich enkel op het voetbal moeten concentreren. Door de grotere instroom van het aantal buitenlanders is mijn job wel geëvolueerd. Belgen staan op hun eigen benen en hebben in hun dagelijkse leven weinig of geen hulp nodig. Het zijn vooral de buitenlanders die de aandacht opeisen. In principe ben ik zelfs 24 uur op 24 bereikbaar om de spelers bij te staan. Ze mogen mij dus in noodgevallen om middernacht wakker bellen.'