Bijzonder emotioneel en ontgoocheld reageerde de Lierseaanhang op het vertrek van trainer René Trost. Nochtans kwam dat vertrek niet uit de lucht vallen. Na de pijnlijke competitienederlaag tegen Beveren vroeg Trost zich al af of het nog zin had om samen door te gaan. Na het zware verlies op Sint-Truiden waar Lierse niet één kans bij mekaar voetbalde, toonde Trosts lichaamstaal dat hij zich niet nog eens een zoveelste keer kon opladen voor een quasi onmogelijke opgave. Dat een kwartier na affluiten een paar honderd fans in het bezoekende vak hem naar buiten schreeuwden en letterlijk in de armen sloten, hielp niet.
...

Bijzonder emotioneel en ontgoocheld reageerde de Lierseaanhang op het vertrek van trainer René Trost. Nochtans kwam dat vertrek niet uit de lucht vallen. Na de pijnlijke competitienederlaag tegen Beveren vroeg Trost zich al af of het nog zin had om samen door te gaan. Na het zware verlies op Sint-Truiden waar Lierse niet één kans bij mekaar voetbalde, toonde Trosts lichaamstaal dat hij zich niet nog eens een zoveelste keer kon opladen voor een quasi onmogelijke opgave. Dat een kwartier na affluiten een paar honderd fans in het bezoekende vak hem naar buiten schreeuwden en letterlijk in de armen sloten, hielp niet. Nochtans hadden de verzamelde Lierse- spelers de volgende middag hun trainer nog eens duidelijk gemaakt dat zij graag mét hem door wilden. Ook bij de spelers was het respect voor de minzame Nederlander tot op het einde groot, ondanks het uitblijven van resultaten. Een jaar geleden kende haast niemand op het Lisp zijn naam, maar in geen tijd slaagde Trost erin om een door tegenvallende resultaten, door wedstrijdmanipulatie uitgebluste en verscheurde spelersgroep mentaal weer op te peppen. Hoe meer tegenslagen het Lisp troffen, hoe enthousiaster hij ertegenaan ging. Waar ieder ander de handdoek had gegooid, blééf Trost voor Lierse een onuitputtelijke bron van energie. Met resultaat. Eigenlijk had de trainer al na de eindronde moeten weten dat van hem niet minder dan een tweede mirakel verwacht werd, toen de hele ploeg van vorig jaar vertrok. Wie weg kon of nog wat geld voor de club kon opbrengen, verliet het Lisp. Trots meldde manager Danny Aras dat Lierse er- in zou slagen om de loonlast dit seizoen een eind onder de vijftig procent te houden. Gevolg ? Trost moest van een samenraapsel van jeugdspelers en profs die geen nieuwe club gevonden hadden, die om familiale redenen naar België terugwilden ( Nico Vaesen) of aan wiens fysieke paraatheid ( Bob Peeters) getwijfeld werd, een compleet nieuw team maken. Van de mirakelploeg uit de terugronde bleven enkel Andic, Mujanovic en Mrdja over. Op de koop toe misten de spelers die later kwamen elke vorm van competitieritme. Mamouni was bij Gent niet onverdienstelijk, maar zat na maanden zonder training en zonder wedstrijden al na een paar weken kapot. Met Ingrao heeft Lierse eindelijk een speler voor de linkerflank, maar aan het opbouwen van de conditie kwam hij nog niet toe : spelen moest hij al meteen. Ook Tailson is niet fit en heeft eigenlijk een maand doorgedreven training nodig om een meerwaarde te brengen. Met hem heeft Lierse wél de afwerker die het miste. Mrdja was dat, ondanks een sterke eindronde, niet. Twee goals, één assist en amper schoten op doel in 24 competitiewedstrijden in eerste voor Lierse zijn geen overtuigende statistieken. Ook na Tailsons komst blijft Lierse een ploeg met hiaten. Het mist een linksback ( Seth De Witte is een verdedigende middenvelder), heeft op het middenveld géén creatieve speler (type Mitu) die de spitsen kan vrijspelen, maar de nieuwe namen die circuleren, spelen op posities waar Lierse wél al een overschot aan spelers heeft. Misschien brengt een fitte Gert Claessens achterin een meerwaarde, maar als Jan Moons komt, kan Lierse zijn keepers (in dat geval zes) zo stapelen dat het doel letterlijk helemaal dicht zit. Niet echt een voorbeeld van doelgericht sportief werk. De onevenwichtige samenstelling van de kern legt hét grote gebrek in de nieuwe clubstructuur bloot : Leo Theyskens en Aras weten goed hoe de club te structureren, maar als voetballeken zijn ze op het sportieve vlak helemaal afhankelijk van makelaars die nog gauw de kans zien om een uitgerangeerde speler als ultiem wondermiddel onder dak te krijgen of - in het beste geval - het advies van kenners uit de clubentourage of zelfs van ex-werknemers. Na zijn vertrek deed ex-sportief directeur Bob Van Jole Lierse nog een proces aan, maar het was via zíjn connecties dat Lierse nog aan Mamouni en Tailson raakte. De eerste is een vriend van Zinédine Zidane, wiens portretrechten door Van Jole worden beheerd, de tweede belandde destijds door een Braziliaanse makelaar en vriend van Van Jole bij Lokeren toen Germinal Beerschot hem niet kon betalen. Nog meer dan aan voetbalknowhow in het bestuur heeft Lierse nood aan een nieuwe mirakelman. Dimitri Davidovic wilde graag de uitdaging aangaan, volgde vanuit zijn woonplaats Mortsel de voorbije maanden heel wat wedstrijden in de Belgische competitie, maar voelde de aarzeling rond zijn naam en tekende dan maar voor een club in een land waar hij even gerespecteerd wordt als Trost op het Lisp. Na de vrijdagtraining haastte assistent-coach David Brocken zich met voorzitter Leo Theykens en manager Aras naar Noorwegen om er met Kjetil Rekdal te praten. Brocken werd twee jaar geleden nog Noors kampioen m:t Vålerengen, getraind door Rekdal. Die is na zijn Noorse avonturen aan een uitdaging buiten Scandinavië toe (zie kader). Lierse vormt voor elke trainer een uitdaging. Om nog een beetje kans op het behoud te maken moet geel-zwart voor de winterstop minstens aan tien punten raken. De nieuwe trainer mag best een harde hand hebben, menen sommige spelers én kenners. Trost ging uit van het eigen voetballend vermogen, maar daarmee toonde dit Lierse zich niet competitief genoeg. Wie technisch niet beter is dan de andere ploegen, moet dat compenseren met fysieke kracht. Dat kon Lierse de afgelopen maanden onvoldoende. Een vast keurslijf kan de jongere spelers doen schrikken, maar zou misschien niet slecht zijn voor hun opleiding tot prof. Nu blijven zowat alle spelers ver beneden hun niveau. Ze mogen dan geen toppers zijn, zo slecht als ze de voorbije maanden voetbalden, zijn de meesten niet. Maar zelfs als alles morgen tactisch en resultaatgericht plots wel in mekaar klikt, heeft Lierse niet veel overschot. De trainer die dit Lierse nog in de eerste klasse houdt, zal na Trost een nieuw mirakel gerealiseerd hebben. Ook de val naar de tweede klasse hoeft niet de doodsteek voor Lierse te zijn. Wie na de sportieve en extrasportieve ellende van de vorige twee seizoenen als quasi veroordeelde nog 7000 toeschouwers of meer trekt tegen ploegen als Beveren, Bergen en Germinal Beerschot heeft voldoende draagvlak om mits een doorgezet gezond beleid een jaar vagevuur te overleven. Als eeuwige rivaal KV Mechelen dat kan, dan Lierse ook. GEERT FOUTRé