Net als voor een gewone thuiswedstrijd in de competitie arriveerden de spelers van Germinal Beerschot donderdag voor hun Europese vuurdoop om zes uur aan het stadion. Géén afzondering, géén speciale maaltijd, besliste trainer Marc Brys. Ook voor de bekerfinale mocht elke speler zich in zijn vertrouwde omgeving voorbereiden en doen wat hij doorgaans deed. Toen bleek dat de juiste aanpak.
...

Net als voor een gewone thuiswedstrijd in de competitie arriveerden de spelers van Germinal Beerschot donderdag voor hun Europese vuurdoop om zes uur aan het stadion. Géén afzondering, géén speciale maaltijd, besliste trainer Marc Brys. Ook voor de bekerfinale mocht elke speler zich in zijn vertrouwde omgeving voorbereiden en doen wat hij doorgaans deed. Toen bleek dat de juiste aanpak. Donderdag probeerde Germinal Beerschot wat het ook in de competitie al sinds de start doet : tijd rekken, zo weinig mogelijk averij oplopen in afwachting dat het team klaar is. Dat vinden de supporters, donderdag voor het eerst sinds de geboorte van de club in een uitverkocht stadion, niet leuk. Zij voelden zich als iemand die al een nieuw huis gaat bewonen dat nog niet af is. Ook half september is de ploeg nog niet klaar. Terwijl het gemor toeneemt, zoekt Marc Brys hoe hij zijn team, dat defensief al goed in elkaar zit, ook aanvallend kan laten renderen. De vraag of de wedstrijd tegen Marseille te vroeg kwam, vond kapitein Mario Cvitanovic al voor de aftrap een terechte opmerking. "Ik had hem liever een dag of tien later gehad, maar spijtig genoeg is dat niet zo." "Ook voor mij mochten ze iets later komen", aldus Kris De Wree. "We zijn nog niet echt goed op elkaar ingespeeld." Speelt Germinal Beerschot nu eigenlijk doorgaans 5-3-2 of 3-5-2 ? Kris De Wree bepaalt dat als flankverdediger, samen met Pieterjan Monteyne. "In balbezit is het 3-5-2, bij balverlies zakken Pieterjan en ik terug. Vorig jaar is dat systeem gegroeid omdat we spelers hebben met veel loopvermogen. Wij geloofden daarin. Nu nog, hoor. Het probleem is dat de nieuwe spelers andere kwaliteiten hebben. De vraag is : passen zij na een aanpassingsperiode in dat systeem of moeten we de tactiek aanpassen aan hun mogelijkheden ?" Zelf voelt hij zich beter bij het vertrouwde systeem dan in een viermansverdediging, zoals donderdag tegen Marseille. "Omdat zowel Pieterjan als ik ons allebei aanvallend kunnen uitleven, als de tegenstander dat toestaat. Bij een 4-4-2 moet altijd één van ons beiden achterin blijven." Het spelsysteem waarmee Germinal Beerschot bakken kritiek kreeg maar wel de beker won, groeide spontaan, herinnert Mario Cvitanovic zich. Cvitanovic arriveerde in oktober vanuit Italië. Door de blessure van Carl Hoefkens nam hij diens plaats in. "Toen Hoefkens weer fit was, had de trainer ineens drie centrale verdedigers : Carl, Kurt Van Dooren en ik. Hij schakelde niet meteen over naar een systeem met drie achterin, geloofde nog altijd in een viermansdefensie en schoof Hoefkens naar het middenveld. Maar Carl is geen middenvelder, zo bleek, en het systeem met drie achterin groeide vanzelf." Met het veranderde personeelsbestand heeft de trainer meer mogelijkheden om andere dingen uit te proberen dan vorig seizoen, vindt Cvitanovic. "Nu beschikken we over verschillende types spelers met wie we verschillende kanten op kunnen. We kunnen countervoetbal spelen, maar met N'Diéfi hebben we ook een spits die de bal kan bijhouden. Vorig jaar hadden we geen snelle spits als Tosin Dosunmu. Het enige mankement is dat we er nog niet in slaagden twee, drie wedstrijden naeen met dezelfde elf aan te treden. Elke week valt er wel iemand uit of komt er iemand bij. Van continuïteit is nog geen sprake, dan word je ook niet sterker. Maar sterker worden we zeker. Dit jaar is het team veel sterker dan vorig jaar, omdat we meerdere systemen kunnen beheersen, met 27 kernspelers." Wim De Decker, door Jan Olde Riekerink niet meer gewenst bij Gent, maar nu één van de regelmatigste spelers, bespeurt intern geen onrust. De Decker, naar eigen zeggen op zijn best als verdedigende punt naar achter in een driehoek op het middenveld : "Vorig jaar in februari was er geen goede sfeer, nu wel. Er is geen kliekvorming meer, begin vorig seizoen was die er wel. De voorbije vijf wedstrijden zat er telkens meer in. Niet alleen kwantitatief zijn we sterker dan vorig jaar, ook kwalitatief. Op termijn moeten we zeker een subtopper worden." Hoe moeilijk de omschakeling van verdediging naar aanval loopt, voelt Karel Snoeckx als geen ander. "Verrassend is dat niet als nieuwe spelers die normaal in een voorbereiding komen pas arriveren wanneer de competitie al bezig is. Vorig jaar namen we ook niet echt een superstart, nu is het nog slechter. De ambitie van de club is de topzeven, daarvoor zullen we toch een tandje bij moeten steken. Positief is wel dat we alleen tegen Westerlo te klein waren, tijdens de andere wedstrijden zijn we niet weggespeeld en zat er qua resultaat meer in." Snoeckx voelt de druk. "De supporters zijn hier heel streng en veeleisend. Bij Lierse moest niets, hier willen ze altijd meer. Als we zeggen dat we voor de topzeven gaan, eisen de fans dat we topvijf halen. Hier moet je niet alleen resultaten boeken, maar ook nog eens goed voetbal brengen. Als het goed gaat, kan je nergens beter zitten. Gaat het slecht, wordt dat heel erg uitvergroot. Ik heb beide meegemaakt. Maar als je dan die sfeer ziet als je de beker wint, ben je die kritiek gauw weer vergeten."Of het aanvallend goed gaat, hangt volgens Snoeckx van Dosunmu af : "Hij is snel, scoort makkelijk. Hem moeten we op snelheid lanceren maar hij kan ook dribbelen. Zo'n man hebben we nodig, want we hadden geen spitsen, vorig jaar ook al niet. Als je maar één spits in de kern hebt, kan je er ook geen twee opstellen. Je kan een middenvelder vooraan zetten, maar die wordt daarom geen spits, zal voetballen als een middenvelder." Hij geeft toe dat hij als middenvelder naar voren toe weinig aanspeelmogelijkheden heeft. "Wij moeten op het middenveld hard werken om die bal te veroveren en als we hem hebben, kan je hem nauwelijks kwijt. Vorig jaar kon Cruz makkelijker een bal bijhouden." Ook het vertrek van Carl Hoefkens is volgens Snoeckx een reden waarom het nog niet klikt. "Carl vervang je niet zomaar, niet op en niet naast het veld. Zijn rol nam niemand over. Hij was de leider achterin, verbaal sterk. Hij stuurde de andere spelers, beval wat we op het veld moesten doen. Nu doet niemand dat." Trainer Brys ziet dat anders. "Het voordeel van Carls vertrek is dat een aantal mensen nu opgestaan is en meer verantwoordelijkheid opnam terwijl ze zich daarvoor op de achtergrond konden houden." Hij somt ze op : "Mario ( Cvitanovic), Kurt Van Dooren, Wim De Decker, Bram Verbist, Kris De Wree." J onas De Roeck, getipt als opvolger voor Carl Hoefkens, bekeek de wedstrijd tegen Marseille vanaf de kant. Door blessure, tactische overwegingen (op Anderlecht) of ziekte (Zulte Waregem) kon hij nog geen twee wedstrijden na elkaar spelen. "Een plaats in de topzeven, topacht is haalbaar, maar ons echt beoordelen kan je pas over een wedstrijd of drie, vier. De eerste twee wedstrijden kwamen te vroeg omdat we nog belangrijke spelers misten. We misten de competitiestart, meer door ons eigen slechte spel dan door de sterkte van de tegenstander. We hebben nog niet echt goed gevoetbald. Dat betekent dat hier veel meer in zit dan wat al getoond werd. Zeker op het defensieve vlak heeft dit team meer inhoud dan het Lierse waar ik vandaan kom, maar aanvallend loopt het stroef. Doorgaans werken eersteklassers in de oefenmatchen aan aanvallende automatismen. Als verdediger heb je minder aan zulke oefenmatchen omdat je daar niet onder druk komt. Bij ons gebeurde het inoefenen van die aanvallende bewegingen niet, omdat die aanvallende spelers pas na de voorbereiding kwamen. Nu loopt dat op training al heel wat beter, maar in de matchen lukt het niet. Door de mislukte start zit er al meteen heel veel druk op." Ook Marc Brys gaf voor de heenwedstrijd tegen Marseille aan dat die Europese match te vroeg kwam. Hoe lang hij nog nodig heeft, weet hij niet. "Dat kan ineens in elkaar klikken." Hij tilt niet te zwaar aan de striemende kritiek van de supporters. Door de bekerwinst heeft de aanhang het verwachtingspatroon omhoog geschroefd. "Ik heb die kritiek niet nodig om te zien dat het niet goed is, dat het veel beter kan."Nog steeds kan hij geen ambitie naar voren schuiven voor dit seizoen, dat nu toch al zes wedstrijden ver is. "Wij moeten niet onderdoen voor de meeste andere ploegen in eerste klasse, maar we zijn nog altijd aan het zoeken welk systeem het best past bij de kwaliteiten die nu aanwezig zijn. Normaal probeer je dat in de voorbereiding uit, nu moet het later. Tot nu toe kregen we minder dan waar we op basis van ons spel recht op hadden. De drie punten tegen Zulte Waregem gooiden we zelf weg, op Anderlecht zijn we ook bestolen. Dat we naar de juiste samenhang zoeken, verklaart waarom we nog niet ons niveau hebben. Het spel is niet goed. Buiten Anderlecht speelden we tot nog toe weinig goede wedstrijden. Dat komt omdat de nieuwe spelers zich nog niet goed voelen in het bestaande systeem. Dat systeem veranderen is een optie, als dat beter aansluit bij de aanwezige kwaliteiten."Hij overweegt een rotatiesysteem gezien de aanwezigheid van veel evenwaardige spelers : "Het wordt voor ieder duel opnieuw afwegen welke de beste samenstelling wordt, naar gelang van de tegenstander. Het zou kunnen dat een bepaalde speler de plaats inneemt van iemand die de week voordien matchwinnaar was. Het is mijn plicht om van week tot week te zoeken naar het beste collectief."Stoort het hem dat hij een verdedigende trainer genoemd wordt ? "Omdat mijn spits bij balverlies achter zijn rechtstreekse tegenstander aan moet ? Graag refereer ik aan alle topploegen. Ik denk niet dat je daar nog één spits ziet die geen defensieve taak krijgt. Een defensieve taak is niet altijd een inspannende taak, wel het mee blijven denken in groep, positie nemen om aanspeelbaar te zijn, positie nemen om passinglijnen van de tegenstander af te sluiten. De tijd dat twee spitsen stilvielen bij balverlies is voorbij."door Geert Foutré'Dit team is veel sterker dan vorig jaar.' (Mario Cvitanovic) 'Ik denk niet dat je bij topclubs één spits ziet die geen defensieve taak krijgt.' (Marc Brys) 'Er is geen kliekvorming meer, begin vorig seizoen was er die wel.' (Wim De Decker)