De Bosuil als kerk

Mark Rousseeuw (51): '21 jaar geleden begonnen ze op de Bosuil tribune 3 af te breken. Toen heb ik een traan gelaten. Op die tribune is het voor mij als kind begonnen. Achter de goal, aan de linkse kant van de grote klok. Vak X was dat, waar de X-side stond, de harde kern. De vader van een vriend had mij meegenomen. Ik was direct aangedaan door de ambiance, die Engelse sfeer.
...

Mark Rousseeuw (51): '21 jaar geleden begonnen ze op de Bosuil tribune 3 af te breken. Toen heb ik een traan gelaten. Op die tribune is het voor mij als kind begonnen. Achter de goal, aan de linkse kant van de grote klok. Vak X was dat, waar de X-side stond, de harde kern. De vader van een vriend had mij meegenomen. Ik was direct aangedaan door de ambiance, die Engelse sfeer. 'Tegen mijn 16e zat ik in een kliek waarmee we de verplaatsingen van Antwerp per trein maakten. Dat waren onbeschrijfelijke belevenissen - zulke zaken maak je nu niet meer mee. Dan spraken we 's morgens af in Antwerpen-Centraal en reden we naar Luik. Daar moesten we dan eerst nog een halfuur stappen. De Standardsupporters stonden ons op te wachten aan de brug. 'Mijn eerste Antwerp-tattoo was die van een Engelse bulldog. Veel mannen in de harde kern hadden er zo een. Later kwam er ook een beeld van de oude ingang van het stadion bij, een bosuil en het opschrift Royal Antwerp my religion, Bosuil my church. Ik liet ook de skyline van Antwerpen tatoeëren. Als het kon, zou ik nog meer tattoos laten zetten, maar nu is er alleen op mijn gat nog plaats. ( lacht) 'Niet al mijn tattoos hebben met Antwerp te maken, maar de meeste wel. Onder mijn hals staat amor omnia vincit - liefde overwint alles. Eigenlijk gaat zelfs dat over de club. De scheiding met mijn eerste vrouw had veel met het voetbal te maken. Mijn clubliefde had indertijd voorrang op de liefde voor mijn vrouw. Antwerp is mijn grote liefde. ( stilte) Oei, als mijn huidige vrouw dat leest. Ik kan mij nochtans geen betere vrouw wensen: na 24 jaar gaan we nog altijd samen naar Antwerp kijken. Schrijf anders dat de club mijn éérste grote liefde is. Antwerp zal altijd een hele belangrijke rol in mijn leven spelen, tot ze mij komen halen. 'Enkele jaren geleden was het bijna zover. Ik viel van een ladder tijdens het schilderen. Mijn rug was op drie plaatsen gebroken. De dokters zeiden dat ik nooit meer zou kunnen stappen. Langs één kant van mijn lichaam was ik verlamd van mijn lendenen tot beneden. Maar na enkele maanden kwam er toch weer gevoel in dat been. In die tijd ben ik in mijn rolstoel naar matchen gaan kijken, thuis en op verplaatsing. Toen propte ik mij eerst vol met pijnstillers, zo veel dat ik bijna mijn ogen niet meer kon open krijgen. Het leek alsof ik aan de dope zat. Maar dan kwam ik het stadion binnen en voelde ik mij een ander mens. 'Ik ben beginnen te trainen als een zot. Intussen kan ik terug stappen. Daar ben ik trots op. Ook op mijn club ben ik heel trots. Iedereen mag mijn tattoos zien als ik over de dijk van Oostende wandel. Ik loop daar soms in bloot bovenlijf. Dan zijn er die mij scheef bekijken, maar dat interesseert mij niet. Als je ziet hoe diep wij gezeten hebben, is het heel knap waar wij nu staan. Het meest trots ben ik op de tattoo van het embleem. Voor dat embleem zou ik door het vuur gaan. Letterlijk, ik zou mijn leven ervoor geven. Als iemand dat embleem voor mijn neus in brand steekt, zou ik een ongeluk doen. Dan mogen ze mij komen halen met de blauwe lamp.' Jan Vliegen (32): 'Eerst ging het bij ons thuis alleen over basketbal. Mijn vader was de materiaalmeester van basketbalclub Bree. Hij werkte er dag in dag uit. Als klein manneke ging ik vaak mee naar de wedstrijden en de trainingen. Dan mocht ik met de spelers mee de kleedkamer in. Het was een profclub, maar het ging er heel familiair aan toe. 'Als er geen basket was, keken we naar een van de andere Limburgse topclubs: Noliko Maaseik of KRC Genk. Enkele keren per jaar gingen we naar het stadion om Genk bezig te zien, zoals bij de bekerfinale tegen Club Brugge van 1998. Ik was toen tien. Heel Limburg leefde toe naar die match. Op school spraken we enkel nog daarover. Ik zie nog voor me hoe ik in de fanshop een sjaal en een muts mocht kopen en hoe ik naar de Heizel trok met een grote zak confetti onder mijn arm. Het was een hele daguitstap: eerst bezochten we met het gezin het Atomium en Mini Europa, nadien gingen we in de MacDonald's eten. En dan dat stadion met 20.000 blauw-witten, een echt kippenvelmoment. We wonnen met 4-0, niemand die dat verwacht had. Vanaf die dag had ik de microbe definitief te pakken. Maar ik was nog een kind, ik kon niet op mijn eentje naar de matchen in Genk. Het duurde tot het failliet van de basketbalclub, in 2009, tot ik een fanatiek supporter werd. Sindsdien ga ik ook mee naar elke verplaatsing, in België en Europees. Quasi alles moet wijken voor het voetbal. Ik heb de club zelfs in mijn trouwgeloften genoemd. Toen heb ik voor een volle zaal verteld dat er in mijn leven twéé grote liefdes zijn: mijn vrouw op één en KRC Genk direct na haar. 'Het was al lang duidelijk dat die liefde voor KRC Genk tot een tatoeage zou leiden. Ik wist ook al snel dat ik er 1988 in wou hebben, omdat dat het oprichtingsjaar is van de club én mijn geboortejaar. Ik wilde ook zeker een verwijzing naar het allereerste logo: dat met die sterren die de letter G vormden. Ik vind dat nog altijd het schoonste logo dat we ooit gehad hebben. Wel heb ik Vince er een moderne toets aan laten geven, anders zou het niet gepast hebben bij de rest van de tattoo. Vince is lid van een van de sfeergroepen, ik wist dat de tattoo KRC Genk zou uitademen als ik die door hem liet zetten. 'De mijnschacht was ook een element dat ik er graag in wilde, ook al hebben we zelf in de familie geen mijnverleden. Wat veel van onze voorouders in de mijnen moesten doen, inspireert mij. Die mentaliteit van hard werken maakte Limburg en onze club mee tot wat ze nu zijn. Ik spiegel me daar graag aan. Vanaf mijn zestiende deed ik veel vakantie- en weekendwerk. Tegenwoordig werk ik tien à twaalf uur per dag, net als veel andere supporters. Logisch dus dat we bij onze club ook liefst mannen zien die hard werken.' Ken(38): 'Aan de binnenkant van mijn linkerarm staat mijn eerste tattoo: de naam van mijn zoon. Die kreeg voorrang op alles. Ondertussen is hij tien en gaat hij met mij mee naar KV Mechelen. Zelf ben ik fan sinds mijn vierde. Ik sjotte als kind bij Hofstade, in de modder, met van die witte ballen met zwarte lappen, die soms loskwamen. Héérlijk. KV speelde op vijf kilometer van onze deur.'Met Hofstade voetbalden we 's zaterdags om 11 uur. Nadien gingen we spelen in het bos, terwijl onze vaders een pintje dronken in de kantine. Rond vier uur werd er gezegd: 'Hoe zit het, jongens? Gaan we een frietje steken en naar Malinwa kijken?' We kochten ons ticket aan zo'n kotteke bij de ingang. Het was nog volks. Er hing nog niet zoveel zever aan - dat gedoe met fankaarten, voorverkoop en busregelingen bestond nog niet.'Het was snel duidelijk dat ik in mijn tattoo het logo wilde dat KV in die tijd had. Maar het duurde vijf jaar tot ik de tattoo volledig in mijn hoofd had. Ik wilde iets dat echt van mezelf zou zijn, iets dat met míjn leven te maken had, niet gewoon wat sterretjes of een of ander Chinees teken. Een kantelmoment was toen we op een avond in het donker met de supportersbus aankwamen bij het stadion waar KV zou spelen. Ik voelde hoe mijn hart feller begon te kloppen toen ik de brandende stadionlichten zag. Die lichten hebben iets magisch, zeker als er voor de lampen wat mist hangt of regendruppels dwarrelen. 'Maar met stadionlichten die schijnen op het oude logo van KV was de tattoo voor mij nog niet af. Want die stadionlichten zeggen niet alles. Het gaat erom dat je daar met een groep vrienden naartoe rijdt. Het voornaamste dat uit de tattoo moest spreken, was dat KV voor mij gaat over kameraadschap en samenhorigheid. Met die andere jongens toeleven naar de match, dáár draait het om. We kozen niet toevallig 25/7 als naam voor onze sfeergroep. We zijn méér dan 24u op 24 en 7 dagen op 7 met ons stamnummer 25 bezig. De club zit bij elk van ons ingebakken in ons leven. Het is zoveel méér dan die negentig minuten voetbal. Valt er sneeuw, dan gaan wij scheppen op het veld. Moeten er in de tribune bekertjes worden geruimd omdat er woensdag al opnieuw een wedstrijd is, dan kan de club ons bellen. Breken ze de hoofdtribune af, dan gaan wij helpen - allemaal vrijwillig. 'Met onze groep organiseren wij elk jaar een corteo. Dan doen we vanuit de binnenstad een optocht naar het stadion, met veel sfeer, Bengaals vuur en vlaggen. Dat is hoe ik voetbal beleef: met passie. Toen ik een foto zag van een van die corteo's, voelde ik: deze is het. Die wilde ik bij mijn tattoo. Want de jongens in dat beeld, kon ik allemaal bij naam noemen.'Toen ik al die beelden bij elkaar had, bleef er nog wat plaats over en liet ik er de Europabeker nog bijzetten, omdat wij nog altijd de laatste Belgische club zijn die zo'n beker gewonnen heeft. Daarnaast zijn er nog de woorden in fide constans. Dat betekent: altijd trouw. Die spreuk staat ook op het oude wapenschild van de stad. En dan is er nog de maan, die ook haar licht schijnt op het oude logo. Dat komt van onze bijnaam, de Maneblussers. Daarmee klopte het plaatje volledig voor mij. Deze tattoo is mijn verpersoonlijking van het voetbal en van de sfeergroep. Het gevoel dat deze tattoo uitstraalt, maakt stoffen los in mij. Ze zorgen ervoor dat ik op de tribune als 38-jarige nog sta te springen tussen de 15-jarigen. Die sfeer en passie zijn mijn drugs. Als je dat hebt, heb je geen ander spul nodig.'