Meer dan ooit zette het systeemvoetbal zich tijdens dit WK resoluut door. Het was tekenend dat met Italië en Frankrijk twee ploegen de finale bereikten die zweerden bij een granieten verdediging en het middenveld stoffeerden met veel defensief vermogen. De Franse bondscoach Raymond Domenech durfde alleen in de wedstrijd tegen Togo een tweede aanvaller opstellen en toen Italië in de partij tegen de Verenigde Staten een goal incasseerde, paste de Italiaanse bondscoach Marcello Lippi de tactische marsroute aan : hij liet in de drie volgende wedstrijden de tweede aanvaller uit de ploeg. Pas in de memorabele match tegen Duitsland veranderde hij weer van concept.
...

Meer dan ooit zette het systeemvoetbal zich tijdens dit WK resoluut door. Het was tekenend dat met Italië en Frankrijk twee ploegen de finale bereikten die zweerden bij een granieten verdediging en het middenveld stoffeerden met veel defensief vermogen. De Franse bondscoach Raymond Domenech durfde alleen in de wedstrijd tegen Togo een tweede aanvaller opstellen en toen Italië in de partij tegen de Verenigde Staten een goal incasseerde, paste de Italiaanse bondscoach Marcello Lippi de tactische marsroute aan : hij liet in de drie volgende wedstrijden de tweede aanvaller uit de ploeg. Pas in de memorabele match tegen Duitsland veranderde hij weer van concept. Natuurlijk hoort het bij het voetbal om een verdediging goed te organiseren en de ruimten in het middenveld af te snijden. In Duitsland leidde die extreme drang naar voorzichtigheid tot heel steriel spel, met ploegen die mekaar vooral beletten te combineren. Een van de meest indringende beelden viel in de halve finale tussen Frankrijk en Portugal te zien. Op een gegeven moment kreeg Zinédine Zidane van Patrick Vieira een uitbrander omdat hij onvoldoende verdedigend werk verrichtte. Dat weerspiegelde zich in de cijfers : er is in de tweede ronde van een WK nog nooit zo weinig gescoord als nu. Dit WK was dat van het collectief en niet van de individualiteiten, van de teamgeest en niet van de geniale bevliegingen. Nooit in de lange geschiedenis van het toernooi moet het zo moeilijk geweest zijn om iemand de Gouden Bal te overhandigen. Technisch onderlegde spelers konden zich de voorbije weken niet doorzetten, het jonge, aanstormende talent baggerde in de grijze middelmaat of zat nagelbijtend op de bank. De Fransman Franck Ribéry was samen met Lukas Podolski een zeldzame uitzondering. Het WK groeide absoluut uit tot dat van de ervaring. Toen Italië en Frankrijk afgelopen zondag in Berlijn aan de finale begonnen, stonden er slechts vier spelers van onder de 28 jaar op het veld. Vrijwel niemand van de acteurs speelde zich op een dusdanige manier in de kijker dat het wereldkampioenschap kon worden gebruikt om een stap hogerop te zetten. Het is niet na dit toernooi dat er bovenmatig veel transfers zullen worden gedaan. Dat is in het verleden vaak anders geweest. Wel heel erg duidelijk heeft dit toernooi bewezen hoe belangrijk het is om snel te kunnen overschakelen van verdediging naar aanval. Wie dat beheerste en dat koppelde aan tactische discipline, geraakte ver. Het tempo lag erg hoog, de tropische temperaturen ten spijt. Dat vergemakkelijkte de taak van de scheidsrechters niet. Ze deden het aanvankelijk meer dan behoorlijk. Toen de Russische arbiter Ivanov dan in de partij tussen Portugal en Nederland geconfronteerd werd met spelers die alle zelfcontrole hadden verloren, brak er iets. Hoewel Ivanov naar de geest van de wedstrijd floot, voelde Sepp Blatter zich geroepen een opmerking te maken. Het was alsof de scheidsrechters het achteraf ook niet meer goed wisten. Iedere uniformiteit vloeide weg, de discutabele beslissingen stapelden zich op. Dat Blatter nu 32 miljoen euro wil investeren in de opleiding van profscheidsrechters, zal die problemen niet verdrijven als het verder tot emotionele oprispingen van bestuurders komt. Het WK groeide vooral uit tot dat van de fans. Het door het verleden besmeurde Duitsland kwam weer in balans met zichzelf en ontwikkelde een nooit voor mogelijk gehouden vlaggencultuur. Dat de sport daarbij als katalysator diende, is mooi. Hoe matig het spektakel ook was, de sfeer rond voetbal is nooit zo positief geweest als nu. Het hooliganisme kreeg geen enkele kans en een door neonazi's voorziene betoging werd in dit feestelijk decor afgeblazen. In die zin was het in Duitsland ruim vier weken lang heerlijk toeven. Dat neemt niet weg dat het voetbal nu meer dan ooit nood heeft aan iets nieuws. Innovaties werden tijdens dit toernooi niet verwacht, maar toch moeten trainers dringend nadenken over de vraag hoe ze offensiever kunnen voetballen. Anders dreigt het spel helemaal te verarmen. JACQUES SYS