Philippe Albert beëindigde zijn carrière in 2000 bij Charleroi wegens knieproblemen. Hij besloot toen een sabbatjaar in te lassen. "Al had ik tot dan ook niet bepaald een monnikenleven geleid, ik voelde toch de behoefte om druk af te laten. Maar dan heb ik me in een losbandig leven gestort en roofbouw gepleegd op mijn gezondheid. Aanvankelijk ging ik twee keer per week op stap om te vreten en te zuipen. Tot ik op de duur het onderscheid tussen dag en nacht niet meer kon maken. Op een moment stelde ik tot mijn afgrijzen vast dat ik 120 kilo woog. Vanaf die dag heb ik mijn leven ...

Philippe Albert beëindigde zijn carrière in 2000 bij Charleroi wegens knieproblemen. Hij besloot toen een sabbatjaar in te lassen. "Al had ik tot dan ook niet bepaald een monnikenleven geleid, ik voelde toch de behoefte om druk af te laten. Maar dan heb ik me in een losbandig leven gestort en roofbouw gepleegd op mijn gezondheid. Aanvankelijk ging ik twee keer per week op stap om te vreten en te zuipen. Tot ik op de duur het onderscheid tussen dag en nacht niet meer kon maken. Op een moment stelde ik tot mijn afgrijzen vast dat ik 120 kilo woog. Vanaf die dag heb ik mijn leven weer in eigen handen genomen. Niet alleen kreeg ik er met een dieet vijftien kilo af, ik begon ook te leven zoals iedereen. Sinds 1 juli 2002 werk ik voor een groothandelaar in groenten en fruit op de vroegmarkt van Marcinelle. Die job verplicht me om vroeg op te staan. Daardoor kan ik het 's avonds niet te laat maken." Hij doet nog wat fitness en tennis (dubbelspel), maar het voetbal heeft Albert volledig verbannen. "Zodra ik forceer, zwelt mijn knie op. Daarom legde ik het voorstel om samen met Marc Degryse en Georges Grün strandvoetbal te spelen, naast me neer. Om dezelfde reden diende ik forfait te geven voor de galamatch die vorig jaar op Racing Genk werd georganiseerd om Luc Nilis te huldigen." Drie keer al sinds het einde van zijn carrière bracht Albert een bezoek aan Newcastle. Zijn Belgische ex-clubs daarentegen - Charleroi, Mechelen en Anderlecht - liet hij tot dusver links liggen. "Als ik werkelijk gewild had, had ik positief kunnen antwoorden op een uitnodiging van de Vriendenclub van de Anciens van Anderlecht. Die hielden hun jaarlijkse ontmoeting op 27 maart en ik had er Degryse en Nilis kunnen weerzien, maar ik heb me laten verontschuldigen. Ik ben Anderlecht dankbaar : dankzij die club heb ik titels gepakt en waren er individuele bekroningen zoals de Gouden Schoen en de Profvoetballer van het Jaar. Maar ik voel me niet echt verwant met Anderlecht. Ook met mijn andere Belgische ex-clubs word ik geen echte verbondenheid gewaar, al zou ik zeker een geste tegenover KV Mechelen hebben gesteld mocht Fi Van Hoof dat gevraagd hebben. Maar omdat ik niets vanuit die hoek hoorde, heb ik me ook niet gemanifesteerd. Waartoe zou dat trouwens gediend hebben, KV is als club hoegenaamd niet meer wat het voor mij heeft betekend. Hetzelfde geldt voor Charleroi, een club die ik niet meer herken sinds ze daar Jean-Paul Spaute en Gaston Colson opzij gezet hebben. "Mijn enige contacten met het voetbal situeren zich op een lager niveau. Ik doe niks liever dan mijn ouwe vrienden gaan groeten bij Tamines, Gilly, Courcelles, Ransart of Gosselies. En ik betaal altijd voor mijn ticket, al heb ik met mijn 41 nationale selecties recht op gratis toegang in elk Belgisch stadion. Ik denk dan altijd : mijn geld voor een ticket dient tenminste nog een goeie zaak. Er wordt in het voetbal al zoveel geld verkwanseld."