Verse bloemen, kleurige ballonnen en sierlijke kaartjes herinneren in het appartement van Shlomi Arbeitman nog aan de verjaardag van diens vrouw Sivan een dag eerder. Op de tafel staan ook twee professioneel uitgewerkte fotoboekjes. Het ene, waarop ze in zwart en wit zijn uitgedost, is van hun traditionele joodse trouwfeest, op 1 september een jaar geleden; het andere toont rood geborduurde pakken en chique hoedjes en is van een traditioneel Marokkaans feest dat aan hun huwelijk vooraf ging.
...

Verse bloemen, kleurige ballonnen en sierlijke kaartjes herinneren in het appartement van Shlomi Arbeitman nog aan de verjaardag van diens vrouw Sivan een dag eerder. Op de tafel staan ook twee professioneel uitgewerkte fotoboekjes. Het ene, waarop ze in zwart en wit zijn uitgedost, is van hun traditionele joodse trouwfeest, op 1 september een jaar geleden; het andere toont rood geborduurde pakken en chique hoedjes en is van een traditioneel Marokkaans feest dat aan hun huwelijk vooraf ging. Hun roots liggen niet in Israël alleen: Arbeitman heeft aan vaderskant Poolse grootouders, Sivan Marokkaanse aan moeders kant en Turkse aan vaders kant. "Als ik wil kan ik nog altijd een Pools paspoort aanvragen", zegt Arbeitman. "Mijn vader is geboren in Israël, maar de rest van zijn familie heeft er de holocaust meegemaakt. Mijn grootmoeder heeft mij toen ik klein was de verhalen verteld hoe ze zich in huis moesten verstoppen en de familiefoto's getoond. Ik ben, toen we met Haifa tegen Bayern München speelden, in Polen het krijgsgevangenenkamp in Dachau gaan bekijken, maar dat heeft mij geen goed gedaan. Kippenvel." Ofschoon ze nu voor het eerst in het buitenland wonen en werken, hebben ze het al helemaal naar hun zin in Gent. "Het gaat heel goed", laat Arbeitman via zijn vrouw Sivan, die in tegenstelling tot hem wel vlot Engels praat, vertalen. "De ploeg ontvangt mij echt alsof ik familie ben. De trainer is als een vader voor mij: hij vraagt de hele tijd of alles mij bevalt." Andere Israëli's gingen Shlomi Arbeitman voor in de Belgische competitie en niet altijd even succesvol. Gil Vermouth, zijn voorganger bij AA Gent wiens appartement hij nu betrekt, is, zegt Arbeitman, inmiddels kapitein van Hapoel Tel Aviv. Hij en de andere Israëli's vertelden hem hetzelfde verhaal. "Allemaal zeiden ze dat het hier een sterkere competitie is en dat het zwaarder is, maar dat je ervan geniet eens je het onder de knie hebt. Hier is het tenminste ook niet zo warm dat je bijna niet kan ademen ( grijnst). België wordt een nuttige ervaring voor de rest van mijn carrière, weet ik. Ik ben hier met een doel. Ik wil echt Gent nog eens aan een seizoen helpen zoals vorig jaar. Ik hoop dat ik hier mijn potentieel kan laten zien en eenzelfde seizoen brengen als in Israël. Het voetbal in Israël is technischer en niet zo snel, maar het voelt hier goed aan. Het was altijd mijn doel om in Europa te komen voetballen. Haifa wilde mij eerst niet laten gaan, dus ze deden in het begin lastig. Maar uiteindelijk hebben ze mij mijn droom waar laten maken. "Mensen bleven altijd geloven in mij, maar ze vroegen zich wel altijd af wanneer ik nu eindelijk zou ontbolsteren. Ik was heel jong, 17 jaar, toen ik bij Beitar Jeruzalem debuteerde. Iedereen in Israël zei dat ik de beste zou worden. Ze bleven erop wachten, maar ik stond elke dag in de kranten. Vorig seizoen bleek het wachten niet voor niets geweest te zijn." Scoorde hij er vorig seizoen 28, waarmee hij topschutter werd, de jaren daarvoor kwam hij aan 10, 12 en 5. "In het seizoen dat ik maar 5 keer scoorde, speelde ik wel maar de helft van de wedstrijden door een knieblessure." Vaak werd hij door zijn linksvoetigheid ook op die flank opgesteld. Maar het beste rendeert hij met een goede creatieve middenvelder in de rug die hem kan bedienen in het strafschopgebied. Daar kan hij dan zijn positiespel, intikkers en uitstekende kopkracht ten volle benutten, zo was ook de Gentse scouting en Michel Preud'homme opgevallen. "Ik heb altijd in een 4-4-2 of een 4-5-1 gespeeld in Israël, maar centraal heb ik het meest gescoord en met een goede middenvelder, dat is belangrijk." Dat zijn talent, dat iedereen in Israël in hem vermoedde, pas vorig seizoen tot 28 doelpunten leidde, is geen toeval, zegt Arbeitman. Van hem wordt in Israël beweerd dat hij zich mentaal wel eens te snel laat wegzakken als hij op de bank terechtkomt. "Ik kon voordien eigenlijk nooit in de beste omstandigheden spelen. Ik werd ook voortdurend van de ene naar de andere ploeg gestuurd. Of ik zat te vaak op de bank en ik wou weg om meer speelkansen te krijgen. Dus ik moest mij telkens aanpassen aan een nieuwe situatie. Maar uiteindelijk gaat het om de passie waarmee je speelt en die heb ik altijd proberen te tonen als ik op het veld stond. Vroeger wou ik dingen te snel, ik had geen geduld, maar nu voel ik me volwassen en besef ik dat het zo niet werkt." Alon Mizrahi, Israëls meest succesvolle spits aller tijden, heeft, zegt hij, een groot aandeel in zijn succes. Hij begeleidde hem vorig seizoen als spitsentrainer bij Maccabi Haifa. "Hij heeft mij geleerd om mijn hoofd rechtop te houden en niet naar de grond te kijken, niet te overhaasten, maar rustig te blijven. Mijn doelpunt tegen Salzburg in de Champions League (http://vodpod.com/watch/2078424-shlomi-arbeitman-v-salzburg, nvdr) is een doelpunt dat ik heb geleerd van Mizrahi." Arbeitman wijst waar hij de bal wil hebben, loopt de ruimte in, kijkt naar de doelman en schuift beheerst binnen. Zijn vreugde is groot en niet zonder reden. Eerder, tegen Malmö, had hij ook al eens als invaller gescoord en geel gekregen omdat hij daarna zijn shirt uittrok. Vervolgens duwde hij domweg een voorzet met de hand in doel. Tweede keer geel en rood, Haifa uitgeschakeld en hij de schuld op de nek gekregen. "Ik heb het daarna, in Salzburg, goedgemaakt en alles gedaan om de supporters weer gelukkig te maken", grijnst Arbeitman. "We staan weer gelijk nu." (lacht) Met dank aan Alon Mizrahi dus, die eerder al fijntjes wist te vertellen dat Shlomi Arbeitman ook veel heeft te danken aan zijn vrouw, die hem in alles steunt. "Leuk dat hij dat erbij zegt", lacht Sivan. "Ik geef Shlomi een duwtje in de rug als hij het lastig heeft, ik zeg hem dat hij in zichzelf moet blijven geloven. Je kan niet elke dag down zijn, alleen als je in jezelf gelooft, gebeuren er dingen. Je moet dankbaar zijn om wat je hebt. Ik heb hem in contact gebracht met Alon, iemand die hij nodig had. Ik werkte in de publiciteit - modecampagnes vooral, waardoor we trouwens samen modellenwerk deden voor poloshirts en een Israëlische ontwerper - en mijn baas had het nummer van Alon. Ik heb altijd in Shlomi geloofd, maar ik dacht: je hebt het potentieel, maar je mist nog iets, want de coach laat je niet altijd spelen en dan krijg je het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Op een gegeven moment hoorden we op de radio een interview waarin Alon Mizrahi zei dat het mooi zou zijn als hij Shlomi Arbeitman ooit eens iets zou kunnen bijleren. Een week of twee later dacht ik ineens: tiens, waarom zei die dat? Dus toen heb ik hem gebeld. Het klikte meteen met Shlomi. Alon begon met Shlomi te trainen, nu traint hij al dertien spelers. Ben Saha van Espanyol en voorheen Chelsea werkt nu ook met Alon." De trainers die hij in zijn carrière tegenkwam, waren niet de kleinste namen: Eli Ohana onder andere en Dror Kashtan, die later bondscoach zou worden. Arbeitman: "Eli Ohana was mijn trainer bij Beitar Jeruzalem. Ik was hier in de buurt met Beitar en Ohana op oefenkamp acht jaar geleden en ik was verbaasd hoe veel mensen hem kwamen omarmen." Sivan: "In Israël vergelijken ze Shlomi altijd met Eli Ohana. Hij wordt de volgende Ohana, zeggen ze." Arbeitman: "Dror Kashtan en Elisha Levi waren andere belangrijke trainers voor mij. Elisha leerde mij om meer gepassioneerd te zijn, ook als ik inviel. Drie dagen geleden heeft hij mij nog gebeld om mij aan te moedigen en te zeggen dat ze hem missen bij Maccabi Haifa. Ohana zei dat hij zeker was dat ik hier zou slagen. Ik hoop dat ik dat ook zal doen." door raoul de groote - beelden: reportersIedereen in Israël zei dat ik de beste zou worden en vorig seizoen bleek het wachten niet voor niets geweest te zijn.