Veldrijden is niet langer een exclusief Belgische, zeg maar Vlaamse sport, leert een vluchtige blik op de UCI-ranglijst. De top drie bestaat nog steeds uit Belgen - Sven Nys, Erwin Vervecken, Bart Wellens - maar in de subtop eisen de buitenlanders een steeds groter aandeel op. Momenteel staan er zeven landgenoten bij de eerste twintig. Ons land is dus nog steeds dominant, maar niet meer zoals enkele jaren geleden. De UCI en zijn coördinator Peter Van den Abeele hebben bereikt wat ze al jaren proberen te pushen : er zijn opnieuw buitenlandse cyclocrossers opgestaan die het de Belgen lastig kunnen maken.
...

Veldrijden is niet langer een exclusief Belgische, zeg maar Vlaamse sport, leert een vluchtige blik op de UCI-ranglijst. De top drie bestaat nog steeds uit Belgen - Sven Nys, Erwin Vervecken, Bart Wellens - maar in de subtop eisen de buitenlanders een steeds groter aandeel op. Momenteel staan er zeven landgenoten bij de eerste twintig. Ons land is dus nog steeds dominant, maar niet meer zoals enkele jaren geleden. De UCI en zijn coördinator Peter Van den Abeele hebben bereikt wat ze al jaren proberen te pushen : er zijn opnieuw buitenlandse cyclocrossers opgestaan die het de Belgen lastig kunnen maken. De buitenlandse oppositie komt uit meerdere hoeken. Er is Petr Dlask, de koning van de Tsjechische veldrit, die wanneer hij Vlaanderen opzoekt vaak op het podium valt te bewonderen. Er is de jonge lefgozer Enrico Franzoi, al jaren bekend als een supertalent, die onder begeleiding van Erik De Vlaeminck nog een stap extra lijkt te kunnen zetten. En er is oude krijger Richard Groenendaal, die cross na cross bewijst dat hij nog lang niet versleten is. Maar de grootste tegenstand kregen de Belgen deze winter van een andere Nederlander. Gerben De Knegt wist dit seizoen iedereen van zijn kwaliteiten te overtuigen. Heeft hij als buitenlander nog nooit onkiese reacties gekregen van het overwegend Vlaamse crosspubliek ? "Af en toe wel", beaamt Gerben De Knegt. "Maar dat handjevol mensen dat het per se nodig vindt om bier of modder te gooien, kan mij niet deren hoor. Hoe meer ze het doen, hoe sneller ik rijd. Je moet daar boven staan, vind ik. En het is ook niet zo dat ik mij in de Vlaamse koersen voortdurend belaagd voel. Tot mijn plezier merk ik zelfs dat ik heel wat Belgische supporters heb." Groenendaal ging enkele jaren geleden, toen het onsportieve supportersgedrag werkelijk de spuigaten uitliep, al met een toeschouwer op de vuist. Wellens reageerde in Overijse op het voortdurende getreiter met een karatestamp. "Kan ik begrijpen", zegt De Knegt. "Richard liet zich gaan in een periode dat het voor hem even minder liep. Menselijk natuurlijk, maar evenzeer af te keuren. De uitschuiver van Wellens versta ik ook. De supporters willen blijkbaar graag een vete tussen hem en Nys creëren, hoewel daar in de praktijk helemaal geen grond voor is. En soms gaan ze echt te ver. Wat niet wegneemt dat Wellens nooit zo had mogen reageren, die namiddag in Overijse." De Knegt kroonde zich in januari tot kersvers kampioen van zijn land. Is veldrijden eigenlijk hot bij onze noorderburen ? "Dat gaat aardig, op het Nederlands kampioenschap was er bijvoorbeeld toch zo'n 5000 man aanwezig. Dat is natuurlijk niet te vergelijken met de aandacht die het veldrijden in België krijgt. Bij jullie is het dé volkssport nummer één. Daar kan geen enkel ander land tegenop."De Nederlandse titel is voor De Knegt de bekroning van een erg mooi seizoen. "Het jaar is bij deze al geslaagd, ja. Nu kan ik onbevangen naar het WK toeleven. Hopelijk werkt dat bevrijdend."En de omloop in het Nederlandse Zeddam heet een parcours voor De Knegt te zijn. "Dat heb ik eens laten vallen in een interview, en die uitspraak komt me nu achtervolgen", lacht De Knegt de suggestie weg. "Al zit er natuurlijk wel een kern van waarheid in. Zeddam is een omloop die mij moet liggen : de lange fietsstroken zijn in mijn voordeel, want als renner moet ik het van mijn macht hebben. Tactisch is Zeddam een overzichtelijke koers - vind ik ook altijd fijn. En er zit weinig gewriemel in." Waarmee De Knegt bedoelt dat hij aan kunstmatige obstakels zoals balkjes en trappen een broertje dood heeft. "Tja, ik kan het wel hoor, maar ik hou er niet van. Ik word niet graag uit mijn ritme gehaald. Wat dat betreft, bedient Zeddam me op mijn wenken. Niet dat ik nu gewonnen spel heb ( lacht). Ik denk dat wel meer renners op het WK-parcours aardig uit de voeten kunnen." Dé favoriet is natuurlijk regerend wereldkampioen Sven Nys, dit seizoen in de meeste wedstrijden gewoon een klasse te sterk voor de concurrentie. "Dat betekent ook dat hij het gewicht van de wedstrijd zal moeten dragen", analyseert de lange Nederlander. "Jammer genoeg heeft Sven al bewezen dat hij dat donders goed kan ( lacht). Nys is sterk, ijzersterk zelfs, maar hij is niet onklopbaar. Als de omstandigheden mee zitten, kan ik hem aan. Dat heb ik in Diegem bewezen." Pas dit seizoen komt de toch al dertigjarige De Knegt echt tot ontbolstering. Sinds hij zich in 2000 volledig op veldrijden toelegde, is het pas het eerste jaar dat hij zonder blessures koerst. "Eindelijk heb ik weer het gevoel met twee benen rond te rijden", zegt de Nederlander over die donkere periode in zijn rennersbestaan. "De laatste jaren sukkelde ik van de ene pech naar de andere : rugklachten, een been dat niet mee wou... De carrosserie liet het dikwijls afweten, hoewel de motor wel mee kon. Als die kwaaltjes blijven duren, zoals bij mij, dan word je op de duur gezien als een zeurpiet. Dat komt niet over, zeker niet in een harde sport als veldrijden."Dus kreeg de Nederlander van Rabobank, waar De Knegt vanaf het begin van zijn veldrijderscarrière aan de slag was, in 2004 geen nieuw contract. "Rabobank had jaren in mij geïnvesteerd, en ik kon ze daar niks voor teruggeven. Die situatie was niet langer houdbaar. Ik verwijt hen geeneens dat ze het toen even niet meer met me zagen zitten en vertrok zonder rancune. Gelukkig vond ik nieuwe sponsors, zodat ik in de cross kon blijven ( Bejan en AA-drinks, nvdr)." En nu is De Knegt teruggekeerd naar een ploeg die hem uiteindelijk toch heeft laten vallen : sinds 1 januari rijdt hij weer in het oranje Rabobankshirt. "Zo voel ik het zelf niet aan", riposteert de bonenstaak uit het Tilburgse Goirle. "Anders zou ik er nu toch niet terugkeren ? Ik had ook andere opties hoor, ik kon naar Fidea. Maar een Nederlander zit uiteindelijk toch liever in een Nederlandse ploeg. Bij Rabo voel ik me thuis. En aan het verleden denk ik niet meer. Ik ben in de eerste plaats blij dat ik eindelijk klachtenvrij kan rijden. Ik voel mij werkelijk als herboren." De Belgen hebben er een te duchten concurrent bij. JEF VAN BAELEN