Voor de tweede keer al stapte Roberto Mancini in tranen van het veld op Wembley, zondagavond. In 1992 waren het nog tranen van verdriet, toen hij met Sampdoria in de finale van de Champions League op het Barcelona van Ronald Koeman stootte, en besefte dat Sampdoria, dat een jaar eerder in een andere Europese finale Anderlecht had geklopt, niet onkwetsbaar was.
...

Voor de tweede keer al stapte Roberto Mancini in tranen van het veld op Wembley, zondagavond. In 1992 waren het nog tranen van verdriet, toen hij met Sampdoria in de finale van de Champions League op het Barcelona van Ronald Koeman stootte, en besefte dat Sampdoria, dat een jaar eerder in een andere Europese finale Anderlecht had geklopt, niet onkwetsbaar was. Zondagavond waren het tranen van geluk toen hij een halve minuut lang een andere protagonist van die vorige avond op Wembley omarmde: Gianluca Vialli. Met hem vormde hij destijds een van Europa's meest gevreesde spitsenduo's. Zondag was Vialli (altijd zijn vriend gebleven) delegatieleider van het Italiaanse team. Precies 1140 dagen voor de gewonnen EK-finale vond, op 28 mei 2018 in het Zwitserse Sankt Gallen, de vriendschappelijke wedstrijd plaats tussen Italië en Saudi-Arabië. Het was het vertrekpunt van een lange weg waar alle betrokkenen nog eens zullen aan teruggedacht hebben, toen ze zich klaarmaakten voor de finale op Wembley. Bijvoorbeeld Gianluigi Donnarumma die van kinds af voortdurend hoorde dat hij te groot was voor zijn leeftijd, dat er iets niet klopte. In alle leeftijdscategorieën fronste men de wenkbrauwen, en om de haverklap moest hij zijn identiteitskaart tonen om te bewijzen dat hij wel degelijk in de juiste leeftijdscategorie aantrad. Of Lorenzo Insigne die voortdurend te horen kreeg dat hij te klein was voor het topvoetbal. Toen men hem dat ook bij Inter meedeelde, waar hij hoopvol als jonge kerel had getest, barstte hij in tranen uit en wilde hij stoppen met voetballen. Zondagavond stonden ze samen in de rij, de grootste en de kleinste in de Italiaanse selectie, de man van het toernooi en de inspirator van het team. Die avond in Zwitserland fungeerde de Italiaanse nationale ploeg als sparringpartner voor de Saudi's die zich voorbereidden op hun WK-deelname in Rusland. Het grote voetbalfeest waar de viervoudige wereldkampioen niet voor uitgenodigd was. Alsof Mike Tyson de bokshandschoenen had moeten aantrekken tegen een amateur. Liefst 32 landen mochten op dat WK aantreden, maar Italië was er niet bij. Het dieptepunt van het Italiaanse voetbal was bereikt. De nieuwe bondscoach Roberto Mancini, die de job gretig aannam nadat de eerste kandidaat Carlo Ancelotti beleefd had geweigerd, besefte dat het niet volstond om te winnen, maar dat er meer nodig was: met name een nieuwe visie, een nieuw geloof. Hoeveel impact zo'n andere aanpak kan hebben, blijkt uit het feit dat liefst negen internationals die die vreselijke avond van 13 november 2017 in Milan tegen Zweden verweesd van het veld stapten, drie jaar later op Wembley mee feestten. Zeven van hen stonden die vermaledijde avond zelfs op het veld: Jorginho, Leonardo Bonucci, Giorgio Chiellini, Alessandro Florenzi, Ciro Immobile en de invallers Andrea Belotti en Federico Bernardeschi. Terwijl Italië in 2018 nog met de voeten in de modder ploeterde, wees Mancini op de zon die hij als enige al boven de nevelslierten zag. 'We zullen het EK winnen en daarna wereldkampioen worden.' Toen hij dat zei, keek men hem aan alsof hij gek was geworden. Een nieuwe visie ontwikkelen zou niet voldoende zijn. Hij moest ook de mentaliteit van de spelers die na het debacle tegen Zweden in Milaan op 13 november 2017 in tranen van het veld waren gestapt, bijsturen. Mancini wilde eerst zijn getraumatiseerde spelers opnieuw laten lachen. Hij moest ervoor zorgen dat ze zich weer amuseerden, zoals ooit na Wereldoorlog I de kardinaal van Milaan deed toen hij in een stadspark sportvelden aanlegde om de kinderen de trauma's van de bombardementen en de vernielingen te laten vergeten. De vraag was: hoe zorg je ervoor dat een voetballer zich amuseert? Het antwoord luidde: door hem zo veel mogelijk contact te geven met zijn favoriete speelgoed, de bal. Daar ontstond het basisidee, het fundament voor de nieuwe nationale ploeg, dit Italia 2.0. Mancini gaf toen al zijn spelers zijn boodschap mee die drie jaar later nog altijd dezelfde is: 'We moeten ervoor zorgen dat we verdiend winnen, met dominant voetbal, door de bal te behouden, door altijd voor de aanval te kiezen, en door vooruit te lopen om de bal te recupereren in plaats van achteruit te lopen. Val altijd aan, ook als we de bal niet hebben, ook wanneer we al op voorsprong staan. Durf fouten te maken. Amuseer jezelf en amuseer alle Italianen.' In een voetballand waar het resultaat niet enkel het belangrijkste was, maar het enige wat telde, klonk dat als vloeken in de kerk. In dat land telde het voetbalevangelie tot dan maar één gebod: je zal geen ander tactisch schema bekijken dan dat van het verdedigen en de snelle tegenaanval . In zo'n land was de eerste spontane reactie van Mancini na de 2-1-zege tegen België: 'Verdorie, we hadden een goal meer moeten maken.' Vanaf dag één op die avond in mei 2018 had de bondscoach zijn voetbalplan klaar: een 4-3-3, met drie spitsen die er vandaag nog bij zijn ( Chiesa, Immobile, Insigne) en met twee spelmakers: Marco Verratti en Jorginho. Met zo'n aanvallend kwintet dwing je de tegenstander altijd achteruit en begin je altijd in het voordeel. Eén keer slechts stapt hij, bij gebrek aan een vaste diepe spits, van dat plan af, maar na de nederlaag tegen Portugal gaat die 4-2-4 weer in de kast. Mancini heeft nog een gave. Zoals zijn vroegere trainer bij Sampdoria Vujadin Boskov ooit zei: 'Waar anderen slechts een voetpad zien, ziet Mancini een autosnelweg.' Consternatie alom wanneer hij bij zijn tweede selectiemoment Nicolò Zaniolo oproept: op dat moment goed voor nul Europese ervaring, nul minuten in de Serie A. Maar Mancini ziet bij de jonge middenvelder al het genie dat Italië op dat moment mist. Alleen door blessurepech is hij niet één van de uitblinkers geworden op dit EK, maar met zijn vroege oproeping werd hij wel een symbool voor de andere jongeren die kort na hem volgen, met amper ervaring in eerste klasse: Barella, Tonali (in extremis afgevallen), Bastoni en Locatelli. Amusement is sinds die dag in mei 2018 het sleutelwoord bij de Squadra. Dat was het ook op de laatste persconferentie afgelopen zaterdag waar Mancini vooruitblikte naar de finale. Hij zei toen: 'Mijn spelers hebben nog eens 90 minuten om zich te amuseren. Als we ons amuseren, winnen we ook.' Na zijn doelpunt tegen België gaf Insigne veelzeggend aan: 'Ik heb me geamuseerd zoals destijds op een veldje onder vrienden.' Daar ligt het geheim voor de revolutie die Mancini heeft veroorzaakt in het Italiaanse voetbal. Niet zozeer het afstappen van het speculeren op de snelle tegenaanval, maar in de zoektocht naar schoonheid en amusement. Mancini's revolutie was geen tactische, maar één van de smaak. Dat Italië zondagavond op Wembley na 53 jaar nog eens een Europese titel won, komt omdat het zich drie jaar heeft geamuseerd. Een titel, behaald met een ploeg die bestaat uit een ideale mix van ervaring en jong talent. Niet iedereen die zondag feestte, was er al bij die avond in mei in 2018 in Sankt Gallen. In de spits stond toen nog Mario Balotelli die als international volledig uit beeld verdween en straks in Turkije probeert zijn loopbaan voor de zoveelste keer weer op het rechte pad te krijgen. Andrea Belotti was er zondag wel bij. Hij, die pas op de laatste speeldag met Torino het behoud in de Serie A kon afdwingen, samen met die andere centrumspits, Ciro Immobile, het zwakke punt van deze technisch getalenteerde Italiaanse ploeg. Roberto Mancini is de voorbije drie jaar voortdurend trainer van dit Italië geweest, nooit gewoon een selectieheer die op één of twee blokken internationals uit een paar topclubs kon steunen. Hij heeft zijn ploeg helemaal zelf samengesteld, stukje voor stukje, tot de puzzel compleet was. Mancini heeft zijn Italië gemaakt zoals je met het plan in de hand een kast van Ikea monteert. Een andere verdienste van Mancini is dat hij traditie en nieuwe ideeën mooi in elkaar heeft gevlochten en niet ineens alle verworvenheden van het Italiaanse voetbal overboord gooide om zijn droom te realiseren. De manier waarop Chiellini tegen België Romelu Lukaku uit de wedstrijd hield, was old school Italiaans, volgens de eeuwenoude kunst van het mandekken. Maar wel in een aangepaste versie, waarbij de bondscoach Bonucci leerde om een stuk hoger te verdedigen en te durven voetballen met veel ruimte in de rug en hij ook zijn twee spelmakers Jorginho en Verratti overtuigde om de bal op het middenveld vast te houden en het spel te domineren in plaats van te speculeren op de snelle omschakeling. Vandaag krijgt Italië, net als de vorige eeuwen in de kunst, lof om wat het creëert en opbouwt terwijl het er voorheen vooral voor bekend stond om af te breken. Toen Italië Engeland voor het laatst klopte op Wembley, deed het dat in 1997 met een lange bal van een verdediger, Alessandro Costacurta, die zo aanvaller Gianfranco Zola voor doel bracht. Zondag sloeg Italië op Wembley het middenveld niet over. Net dat middenveld is vandaag de comfortzone van het team geworden. Voor het eerst sinds mensenheugenis speelt de Squadra op het middenveld zonder een echte balafpakker. Geen Gennaro Gattuso meer, maar een Barella die ook een bal kan veroveren, die meer mee opbouwt dan afbreekt. In plaats van Lorenzo Pellegrini had Mancini ook Roberto Gagliardini of Roberto Mandragora kunnen oproepen. Ook goeie voetballers, maar meer controlerende types. Na de overwinning tegen Wales complimenteerde Welsh oud-bondscoach Mark Hughes de Italiaanse aanpak. Diezelfde Hughes die ooit tegen Arrigo Sacchi zei: 'Mocht een voetbalveld een kilometer lang zijn, dan weet ik de Italianen altijd te vinden: helemaal achteraan, in de laatste 20 meter.' Vandaag moet Hughes de Italianen voorin zoeken, waar ze de bal rondspelen of pressing spelen. Italië-Wales, minuut negentien. Roberto Mancini staat voor zijn dug-out in een net hemd met een das, wanneer een hoge bal zijn richting uitkomt. Hij bukt zich en trapt de bal met een hakje van achter de rug opnieuw mooi in één tijd het veld in. Gevraagd waarom hij dat deed, zegt hij: 'Het kon op geen andere manier.' Dat moment vat de speler en de bondscoach samen. Je kan de tweede niet begrijpen als je de eerste niet kent. Nooit eerder had de Italiaanse nationale ploeg een voormalige nummer tien als bondscoach. Heel de voetballoopbaan van Mancini was één langgerekte ode aan de schoonheid. Die schoonheid wil hij ook als bondscoach terug zien bij zijn ploeg. Als speler stond hij voor de mooie baltoets, de vista, de poëzie, terwijl zijn mede-aanvaller en vriend Vialli voor doelpunten en strijd stond. Toenmalig Sampdoriavoorzitter, wijlen Paolo Mantovani, hield van beiden, maar zei wel: ' Als Roberto er niet bij is, amuseer ik me niet.' Laat amusement ook het eerste gebod zijn dat de nieuwe bondscoach zijn spelers oplegde. Eén keer slechts leek zijn filosofie niet te werken, de enige keer dat de Squadra het afgelopen EK in de problemen kwam: tegen het Spanje van Luis Enrique dat een aanvaller opofferde om zijn middenveld te versterken. Dat zette Mancini voor een dilemma: zou hij een tweede spits inbrengen (Belotti) om zo met lange ballen onder de druk van het Spaanse middenveld uit te komen en zijn twee sterke spitsen man tegen man te laten rennen tegen de ver vooruitgeschoven Spaanse verdedigers? Het was wat in het verleden elke Italiaanse trainer zou gedaan hebben. Niet zo Mancini. Die schreeuwde vanaf de zijlijn om door te gaan met het korte combinatievoetbal via het middenveld, ook al liep dat die avond een stuk moeilijker. 'Speel toch gewoon de bal', gaf hij aan. Zo deed Donnarumma die bal bij Verratti belanden. Die bediende Insigne, die op zijn beurt Immobile aanspeelde, waarna Chiesa de bal kreeg en scoorde. Gewoon zoals Mancini zijn spelers drie jaar geleden voor het eerst had gevraagd om altijd en in alle omstandigheden te blijven voetballen. Kortom: een bondscoach die zichzelf trouw is gebleven. Het gevolg is een nationale ploeg die met dit succes straks ongetwijfeld ook een positieve invloed zal hebben op de manier van spelen in de Serie A en liefst ook daarbuiten. Een nationale ploeg die niet alleen tot meer schoonheid in het voetbal leidt, maar ook een tot voor kort aangeslagen natie weer overeind helpt en inspireert.