Vorige week was er de reportage van Ben Crabbé over en met Luc Nilis. De Grote Luc Nilis, auteur van ontelbare doelpunten, gekleurd door een fabelachtige schoonheid. Een speler met stijl, sierlijk bewegend over het veld, met zicht op het spelletje, iets wat ze in het Engels zo mooi omschrijven als 'situational awareness'.
...

Vorige week was er de reportage van Ben Crabbé over en met Luc Nilis. De Grote Luc Nilis, auteur van ontelbare doelpunten, gekleurd door een fabelachtige schoonheid. Een speler met stijl, sierlijk bewegend over het veld, met zicht op het spelletje, iets wat ze in het Engels zo mooi omschrijven als 'situational awareness'. Zelden liep er een Belgische speler rond met zulke voetbaltechnische kwaliteiten. Wie kent niet zijn geweldige traptechniek, spelinzicht en heerlijk functionele techniek? Kennelijk de Belgische pers. België heeft een patent op het miskennen van mooie voetballers. Zo werd bijvoorbeeld Enzo Scifo door Rik De Saedeleer genadeloos neergesabeld. Dé Enzo Scifo, bejubeld in het buitenland, maar te vaak miskend in eigen land. Recentere voorbeelden zijn er ook. Vincent Kompany werd toch vooral herinnerd aan een klein foutje na alweer een dijk van een wedstrijd. De man is ondertussen auteur van enkele Engelse titels en een onderscheiding als beste speler van Engeland. Maar volgens de Belgische pers "is hij altijd goed voor een foutje". Het probleem is dat mooie voetballers door de Belgische pers niet gewaardeerd worden, als ze niet staan te trappelen van ongeduld om elke maand een quote, interview of reportage te leveren. Ook heb je als Belgische speler beter die Vlaamse kerktorenmentaliteit. Een pet dragen, een hoofdtelefoon ophebben of, stel je voor, geld geven aan een mooie wagen zijn ook vandaag nog volgens velen vooral een teken van misplaatste arrogantie en verwaandheid. De media spelen hierin een belangrijke rol, ook in de omgekeerde richting overigens. Vraag maar aan pakweg een Olivier Deschacht wat die pers voor een voetbalcarrière kan betekenen. De verhoudingen zijn in dit land vaak volledig zoek. Een speler moet hier vooral praten met de mond en hard en veel lopen op het veld. Uitzonderlijke voetbalkwaliteiten zoals spelinzicht, traptechniek of balvastheid zijn schijnbaar minder belangrijk dan bikkelen, puffen en zwoegen én de bereidwilligheid om daarna met een glimlach de pers te woord te staan. Vraag de gemiddelde sportjournalist welke hedendaagse voetballer hij verkiest, de talentrijke en stijlvolle maar eveneens wat verlegen ogende Anthony Vandenborre of het werkpaard Sacha Kljestan, dat maar al te graag zijn quoteringen spijst met een interview, glimlach en handdruk. Het antwoord zou wel eens kunnen tegenvallen. Het is veelzeggend dat een speler als Nilis nog steeds rancune voelt over het misprijzen van zijn kwaliteiten. Ook al zegt hij dat het hem niet deert, zijn terechte frustratie is ook nu nog erg veelzeggend. De man met de traptechniek die doet denken aan hedendaagse grootheden als Cristiano Ronaldo, krijgt overduidelijk nog steeds het gevoel dat er in België geen aanhangers zijn van zijn voetbalpersoon. Bij deze Luc, oud-Speler met grote S, vergis je niet. De echte voetballiefhebber liet je nooit vallen en is je ook nu nog niet vergeten. Zonde dat jouw uitzonderlijke klasse en voetbalwijsheid wél nog worden gebruikt in Nederland bij de jeugd van PSV en niet bij je Belgische club Anderlecht. Bedankt voor alle mooie momenten en vergeet niet dat er ook in België appreciatie en waardering voor jouw prestaties bestonden en bestaan. Dries Stuyven, Leuven