Neen, René Vandereycken zal niet uitleggen waarom hij Kevin Vandenbergh, die bij Genk weinig speelt, toch in de basis zette. En neen, René Vandereycken zal ook niet uitleggen waarom hij Birger Maertens, destijds opgenomen in een aan hem gevraagd lijstje voor het WK in Japan en Zuid-Korea, nu niet selecteerde. "Ik ga niet van elke speler tot in de puntjes een uitleg geven om iedereen dan de kans te geven dat in te schatten, tegen te spreken of te vergelijken met de clubelftallen en verklaringen tegen elkaar uit te spelen. Dat geeft alleen maar een basis om polemieken uit te lokken en dat is niet mijn bedoeling."
...

Neen, René Vandereycken zal niet uitleggen waarom hij Kevin Vandenbergh, die bij Genk weinig speelt, toch in de basis zette. En neen, René Vandereycken zal ook niet uitleggen waarom hij Birger Maertens, destijds opgenomen in een aan hem gevraagd lijstje voor het WK in Japan en Zuid-Korea, nu niet selecteerde. "Ik ga niet van elke speler tot in de puntjes een uitleg geven om iedereen dan de kans te geven dat in te schatten, tegen te spreken of te vergelijken met de clubelftallen en verklaringen tegen elkaar uit te spelen. Dat geeft alleen maar een basis om polemieken uit te lokken en dat is niet mijn bedoeling." René Vandereycken : "Dat is eerder gegroeid in de wedstrijd omdat we qua combinaties moeilijk iemand konden vrijspelen vanuit de achterste lijn. Als je met drie verdedigers tegen twee aanvallers breed genoeg uiteengaat, dan kan iemand van die drie bal aan de voet doorschuiven naar het middenveld. Omdat de verdedigers niet breed genoeg gingen staan, kon die spits telkens tien meter links of rechts lopen om hen af te stoppen en hen te verplichten de lange bal te geven. Het was niet de bedoeling om dat systematisch in te voeren. Daar hadden we in mijn ogen trouwens ook de spitsen niet voor, om daar het systeem op te baseren." "Dat hangt van wedstrijd tot wedstrijd af. Bart kan de twee posities spelen. Algemeen kan je hem qua positie wat vergelijken met Koen Daerden : die heeft ook centraal en op de flank gespeeld. Bart is als centrale spits bij Genk in de eerste klasse gekomen en ik heb hem bij Anderlecht meer naar de flank laten spelen. Diep in de spits zal op dit ogenblik niet meer aan de orde komen, denk ik, maar met zijn ervaring en loopvermogen kan hij vanuit een centrale rol heel gevaarlijk voor doel komen en hij scoort gemakkelijk." " Mbo Mpenza is eventueel een aanvallende middenvelder, een tweede spits of een diepe spits. Hij kan de drie aan naar gelang van de tegenstander of de posities van de andere spelers. Voor mij is het niet zo belangrijk te gaan vastleggen welke van de drie zijn beste is. Hetzelfde geldt voor Wesley Sonck, die achter de spitsen speelde. In zo'n wedstrijd kan dat perfect, maar tegen de betere elftallen in de wereld zal dat misschien iets minder tot zijn recht kunnen komen, omdat je dan meer verdedigend werk moet opknappen en hij dat vanuit die positie misschien niet genoeg gewoon is. Het heeft met evenwicht te maken." "Neen, dat is mijn werk zelfs niet om dat in te schatten. Het hangt ervan af waartoe spelers bekwaam zijn. Ik kan me niet inbeelden dat een speler van dat niveau alleen maar binnen díé tien vierkante meter kan spelen. Voetbal vraagt tegenwoordig zoveel beweging. Als je iemand op een andere startpositie zet, kan hij nog altijd in die positie komen die iedereen voor hem voorbestemd acht. De eerste kans in de tweede helft, toen Stein Huysegems van rechts naar binnen kwam, heeft Wesley bijvoorbeeld proberen af te maken door op het gepaste moment diep te gaan vanuit een meer teruggetrokken positie." "Als je vooraan risico in je spel legt in de zin van ééntijdvoetbal, dan is dat altijd goed te keuren. Als je dat negentig minuten probeert en het blijft mislukken, moet je bepaalde zekerheden gaan inbouwen. Het mag niet altijd balverlies tot gevolg hebben. Maar het lukte goed en dan is dat zeker te appreciëren. Het begon van achteren uit al bij Vanden Borre, dat hij een paar keer in één tijd speelde, en dan werd het voortgezet via Mudingayi naar Wesley, Pieroni en Huysegems omdat men voelde dat het snel kon. De ene pikte in op wat de andere gestart was, dat was een goed gevolg." "Een doelschutter wel, maar Kevin is niet de sterkste kopper om erbovenuit te komen. Daar waren andere spelers voor aangeduid. Het is altijd een evenwichtsoefening. Wie heeft een goeie traptechniek ? Het zijn er geen tien in een elftal die daarvoor in aanmerking komen, afgaande ook op het gewin of verlies dat je in de rechthoek hebt als de voorzet komt. Als je iemand hebt die links en rechts goede vrije trappen kan geven zoals Boussoufa bij Gent, dan ga je daar geen spits aan opofferen. Wij hadden achteraan drie heel goede koppers die mee naar voren kwamen, plus Pieroni, Mbo Mpenza en in de tweede helft Wesley Sonck. Dan moet je afwegen : is Kevin beter dan die koppers en wie kan dan wel een vrije trap nemen ? Wesley kan dat ook heel goed, maar ga je hem dan meer of minder missen dan Kevin in de zestien ? Dat moet je afwegen." "Je kan zo junioren van om het even welk elftal gaan oproepen of een heel clubelftal. Dan heb je veel nieuwe jongens en zogezegd al automatismen. Maar zo simpel is het niet. Je moet een basis hebben, dus als twee goede centrale verdedigers wegvallen, ga je die vervangen door twee andere goeie. Clement en Léonard waren spelers van wie ik weinig zou bijleren, zij bewezen dat ik op hen kon rekenen. Soms heb je spelers op de bank zitten die meerdere posities kunnen spelen, maar die om te starten in één specifieke positie misschien minder in aanmerking komen dan iemand die in de tribune zit. Dat is best mogelijk. Dat zie je soms ook bij clubs." "Druk zetten is op zich geen automatisme, maar een voetbalfilosofie. Druk zetten kan je met verschillende veldbezettingen en elke veldbezetting zal een andere trainingsinhoud vergen. Druk zetten met een 3-5-2 of een 4-4-2 is een heel verschillend gegeven, niet als principe, wel als automatisme. Druk zetten vind ik zeker tegen minder sterke tegenstanders goed. Ik vind persoonlijk dat dat er wél goed is uitgekomen. Zij ( Luxemburg, nvdr) hebben geregeld op een nogal onbeholpen manier balverlies geleden en de bal buiten getrapt. Dan kan je zeggen dat het technisch zwakke spelers zijn, maar het is juist omdat je ze geen tijd geeft de bal rustig aan te nemen. Eén keer zijn we daar in mijn ogen in de fout gegaan : net voor de rust, na de 0-1, zijn er op rechts twee man uitgespeeld en was er geen druk op de tegenstander, waardoor men iets te gemakkelijk kon voorzetten. Maar andere keren kwamen ze door goed druk zetten nooit tot die kansen." RAOUL DE GROOTE