Geen ploeg die zo gehandicapt aan de competitiestart verscheen als Lokeren. Paul Put zag de hele centrale as ( Chris Janssens, Nenad Vanic, Marcel Mbayo en Adekanmi Olufade) vertrekken, samen aan de basis van zeventig procent van de Lokerse doelpuntenoogst. Bovendien lag de IJslandse spelmaker Runar Kristinsson met een blessure in de lappenmand, en keerde topscorer Sambegou Bangoura na een merkwaardig polsletsel en met een zware conditionele achterstand terug uit Afrika. Omdat Patrice...

Geen ploeg die zo gehandicapt aan de competitiestart verscheen als Lokeren. Paul Put zag de hele centrale as ( Chris Janssens, Nenad Vanic, Marcel Mbayo en Adekanmi Olufade) vertrekken, samen aan de basis van zeventig procent van de Lokerse doelpuntenoogst. Bovendien lag de IJslandse spelmaker Runar Kristinsson met een blessure in de lappenmand, en keerde topscorer Sambegou Bangoura na een merkwaardig polsletsel en met een zware conditionele achterstand terug uit Afrika. Omdat Patrice Zéré zijn heil zocht in het buitenland, moest Put centraal achterin gebruik maken van de Kroaat Alen Mrzlecki, een transfer die hij niet had gevraagd. De competitiestart was dramatisch, in zoverre dat er twijfels rezen over het aanblijven van Put. Maar de Antwerpenaar volhardde in zijn offensieve bedoelingen en zag dat de spelersgroep uiteindelijk zijn ideeën ook oppikte. Pas vanaf de zesde speeldag kon hij uitpakken met zijn sterkste ploeg. Daarin Zéré aan de zijde van een beresterke Suvad Katana centraal achterin, en de Noor Norman Petter Rudi op een viermansmiddenveld naast de IJslanders Arnar Gretarsson, Kristinsson en de jonge Davy De Beule of ervaren rat Roman Vonasek. Voorin zorgde Bangoura met zijn techniek en Torinstinct voor de doelpunten. Loopwonder Patrick Zoundi zorgde met zijn snelheid over de rechtse flank voor de openingen. Het gebrek aan scorend vermogen bij de Waaslanders werd lange tijd verdoezeld door de bijzonder sterke defensie, dit seizoen de minst gepasseerde in eerste klasse. Daniel Zitka stak lange tijd in een bloedvorm, verijdelde met zijn reflexen gemaakte doelpunten. Voor hem stond met Audun Helgason, Katana, Zéré en Arnar Vidarsson een pak ervaring. En als het nodig was, kon de ploeg ook terugvallen op de klasse van Soley Seyfo, die vooral op Club Brugge met zijn atletisch vermogen de tegenstand op een hoopje speelde. Jammer genoeg koppelt de Gambiaan dat ook nog te vaak aan nonchalance, wat wel eens leidt tot onnodig balverlies. Door een reeks van zestien opeenvolgende wedstrijden zonder nederlaag (slechts één thuisverlies dit seizoen !) kwam Lokeren zelfs even in de buurt van de titelkandidaten, maar toen vielen draaischijf Rudi en goalgetter Bangoura uit. Aangezien er geen (Afrikaanse) alternatieven voorhanden waren en jongens als Manzangala en Sylla te licht wogen, viel de ploeg terug naar de subtop. Jammer, want Lokeren was, eens op dreef, een goed geoliede machine, die verraste met attractief en aanvallend voetbal, maar niettemin te vaak werd geconfronteerd met zijn onmacht in het besluiten. Vraag is of er straks weer een uittocht volgt van de paradepaardjes, in dit geval het bijzonder complementaire aanvalsduo Zoundi-Bangoura en Seyfo. Zitka vertrekt naar Anderlecht, maar met de Sloveense international Mladen Dabanovic beschikt Paul Put over een evenwaardig alternatief. Nagenoeg het hele middenveld blijft, aangezien ook Rudi zijn overeenkomst verlengde, waardoor het alleen nog zoeken wordt naar een goede rechterverdediger en trefzekere Afrikaanse aanvallers. Om die te vinden wordt gehoopt op de creativiteit van (voormalig ?) sportief directeur Willy Verhoost. door Frédéric Vanheule, ,