Geen trainer die met zoveel superlatieven de Belgische competitie binnenwandelde als de Nederlander Jan Olde Riekerink. Hij kwam van Ajax, toch jarenlang aanzien als het instituut wat betreft jeugdvoetbal en de doorstroming van jongeren naar het eerste elftal toe. Een 4-3-3-veldbezetting is het uitgangspunt, met gebruik van dribbelvaardige buitenspelers en waarbij techniek vaak de bovenhand haalt.
...

Geen trainer die met zoveel superlatieven de Belgische competitie binnenwandelde als de Nederlander Jan Olde Riekerink. Hij kwam van Ajax, toch jarenlang aanzien als het instituut wat betreft jeugdvoetbal en de doorstroming van jongeren naar het eerste elftal toe. Een 4-3-3-veldbezetting is het uitgangspunt, met gebruik van dribbelvaardige buitenspelers en waarbij techniek vaak de bovenhand haalt. Olde Riekerink zou bij AA Gent voor een frisse wind gaan zorgen en spektakelrijk voetbal brengen. De Nederlander moest een inspiratiebron vormen voor de eigen jeugd, kreeg de opdracht om opnieuw enthousiasme op te wekken bij een groep voetballers die vorig seizoen werden geteisterd door het detaillisme en de kinderlijke aanpak van Patrick Remy. Vanaf het begin werkte zijn gedrevenheid aanstekelijk, iets wat ook duidelijk werd vanaf de eerste serieuze opdrachten voor de Intertotobeker. Spelers die vorig seizoen vaak een heel lakse indruk nalieten en soms niet vooruit te branden waren op training, werden wakker geschud door de amicale aanpak van Olde Riekerink. Dat hij op de eerste trainingsdag de spelers even een kunstje gaf van zijn voorbeeldige traptechniek, zorgde bij velen voor verwondering en het nodige respect. Dat zijn spelersgroep in het tussenseizoen kwalitatief werd afgeroomd, zorgde niet voor ongerustheid bij de altijd rustig ogende Nederlander. Hij maalde er niet om, want hij zou het wel beredderen met de fel verjongde kern die hem ter beschikking werd gesteld. Dat hij voor de openingswedstrijd Jimmy Hempte, Wim De Decker, Brecht Verbrugghe (die twee seizoenen lang bijna niet werd gebruikt) en de amper zeventienjarige Dries Bernaert voor de leeuwen gooide, getuigt van een - naar Belgische normen, waar conservatisme toch altijd de bovenhand haalt en vaak wordt teruggevallen op gevestigde namen - een gedurfde ingesteldheid. De jongeren beschaamden het vertrouwen trouwens niet. Het Gentse publiek werd opnieuw verwend met offensief voetbal, waarbij de uitvoering niet altijd voor honderd procent lukte. Daarvoor werd er soms te zenuwachtig geacteerd, ontstonden er nog te veel misverstanden en ontbrak het aan de nodige communicatie en leiderschap op het veld. Ook moet Olde Riekerink zich net als Remy vorig seizoen vaak hebben geërgerd aan de mislukte voorzetten vanop de flanken. Bovendien bleek ook nog maar eens dat AA Gent voor de doelpuntenproductie heel sterk afhankelijk is van Alexandros Kaklamanos. Olde Riekerink toonde zich tevreden, maar ook kritisch. De individuele prestaties van zijn jongens wekten ontzag, het resultaat zorgde voor een verbitterd gevoel. Een thuiswedstrijd moet je altijd winnend afsluiten, oordeelde hij achteraf. Maar hij had gemerkt dat zijn team er alles aan had gedaan om de drie punten te veroveren. Op dit moment was een doelpuntenloos gelijkspel het maximaal haalbare. Dat was alleszins een pluspunt. De toekomst zal moeten uitwijzen hoeveel rek er nog in zijn groep zit. door Frédéric Vanheule