De winterslaap van de Rode Duivels lijkt stilaan voorbij. Het duurt nog bijna twee maanden vooraleer er weer een interland op het programma staat, maar Roberto Martínez haalde weer de krantenkoppen. De bondscoach wil praten over een contractverlenging. Of beter gezegd, een contractverbetering.
...

De winterslaap van de Rode Duivels lijkt stilaan voorbij. Het duurt nog bijna twee maanden vooraleer er weer een interland op het programma staat, maar Roberto Martínez haalde weer de krantenkoppen. De bondscoach wil praten over een contractverlenging. Of beter gezegd, een contractverbetering. Zoals meestal bij dit soort berichten is het helemaal niet zeker dat het Martínez is die meer geld wil. Vaak in dergelijke gevallen is het de zaakwaarnemer die een groter stuk van de buit wil en dat via een beter contract voor zijn cliënt wil bekomen. Hoe dan ook, de bond moet in dat spelletje niet meegaan. Om de eenvoudige reden dat hij daar de middelen niet voor heeft. De bond, dat zijn de clubs en die hebben het - vooral op amateurniveau - al moeilijk genoeg. Het nationale elftal moet geld opbrengen om de bijdrage van de clubs te verminderen en mag geen geld kosten aan de basis van de piramide. Dat is de wereld op z'n kop. Roberto Martínez heeft het goed gedaan aan het hoofd van de Rode Duivels. Vooral zijn 'peoplemanagement' mag geprezen worden. Er komt immers al bijna vier jaar geen wanklank uit de spelersgroep. Al heeft dat ook te maken met het feit dat deze generatie - zoals overal in de wereld - bijna hermetisch wordt afgesloten van de buitenwereld. Een derde plaats op het WK in Rusland en een perfecte kwalificatieronde voor Euro 2020 is niet niks, maar is het zo bijzonder met dit spelersmateriaal? Zou een andere trainer van enig niveau het minder goed gedaan hebben? De rol van de trainer wordt overschat. Vooral wellicht bij nationale elftallen, die de beste voetballers van het land tellen en slechts minimaal samen trainen. Het imago van een bondscoach is in de loop der tijden dan ook behoorlijk veranderd. Enkele decennia terug was bondscoach hét van hét. De bekroning van een mooie carrière op clubniveau. Wie knappe resultaten neerzette op een EK of vooral WK werd overstelpt door aanbiedingen van de grootste clubs van de wereld. Die tijd is voorbij. Bondstrainers worden nog zelden door een topclub ingehaald. Heel eenvoudig omdat het twee totaal verschillende beroepen zijn geworden. Het verhaal dat Martínez een paar maanden geleden naar Arsenal kon om Unai Emery op te volgen, moet dan ook gezien worden in het kader van de druk die zijn entourage op de bond wil uitoefenen. Vooral omdat er in de serieuze Engelse media nooit sprake van is geweest. Daar werd van meet af aan Mikel Arteta als opvolger naar voor geschoven. Vier jaar is een eeuwigheid in het voetbal en misschien wel het aangewezen moment om uit elkaar te gaan. Na Euro 2020 moet er bij de Rode Duivels niet aan een nieuwe ploeg maar wel aan een nieuwe verdediging worden gewerkt. Dat gebeurt wellicht beter onder leiding van een nieuwe sportieve baas. Trainers, en vooral bondscoaches, hebben immers veel problemen om afscheid te nemen van spelers die hen uitstekende diensten bewezen en met wie ze grote successen boekten. Zoals Joachim Löw na het WK in Brazilië. Deze zomer zal moeten blijken of Roberto Martínez al niet te lang heeft vastgehouden aan zijn 'oudjes'. Thomas Vermaelen voetbalt in de ondermaatse Japanse competitie, Jan Vertonghen zit bij Tottenham vaker op de bank dan hem lief is en Vincent Kompany is zo kwetsbaar als een roosje. Bij de bond leeft ongetwijfeld het idee dat doorgaan met Martínez de beste zaak is. Er moet dan niet op zoek worden gegaan naar een waardige opvolger. Bovendien is de Catalaan voor zijn betaalheren de ideale bondscoach. Hij schopt nooit tegen schenen en doet niet moeilijk als de bondsleiding het anders ziet dan hij. Martínez is geen voorstander van oefeninterlands tegen de betere ploegen. Hij stond dus niet te springen voor de komende interlands in Qatar tegen regerend Europees kampioen Portugal en Zwitserland. Naar verluidt kan de KBVB daar echter twee miljoen euro opstrijken en dan heeft deze bondscoach daar begrip voor. We zouden er dan ook mee kunnen leven als hij een procentje opstrijkt van de oliedollars.